<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2025:1925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-17T14:34:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ak_24_2824_t</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2025:5402" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2025:5402</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:1925">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:1925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-17T14:33:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:1925 Rechtbank Overijssel , 02-04-2025 / ak_24_2824_t</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2025:1925:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Tussenuitspraak WAO</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportages die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en in zijn aanvullende rapportage onvoldoende de informatie die naar voren komt in rapportage van Birdview heeft betrokken. Daartoe wordt er ten eerste op gewezen dat de rapportage van Birdview is opgemaakt rond de datum in geding en daarom geacht mag worden een goed beeld te schetsen van de gezondheidssituatie van eiser en zijn beperkingen. Uit aangehaalde passages kan worden afgeleid dat eiser (mogelijk) meer beperkt is dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen, met name in de rubrieken 1 en 2 en voor wat betreft de urenbeperking. Motiveringsgebrek.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2025:1925:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ZWO 24/2824 T</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], uit [woonplaats], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.J.M. Sanders),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen</emphasis>, het UWV </para>
      <para>(gemachtigde: W. Prins).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 9 augustus 2024 (primaire besluit) heeft het UWV eisers uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van</para>
        <para>9 november 2021 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Aan eiser is een voorschot verstrekt op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. De WAO-uitkering wordt met ingang van 1 september 2023 verlaagd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Met het bestreden besluit I van 8 mei 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij dat besluit gebleven. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij bestreden besluit II van 17 september 2024 heeft verweerder het besluit van 8 mei 2024 gewijzigd in die zin dat eiser thans een uitkering krijgt per 9 november 2021 gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55-65 %. Het beroep keert zich, ingevolge artikel 6:19 Awb, mede tegen dit besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Desgevraagd heeft eiser aangegeven het beroep te willen handhaven. Voorts heeft hij aanvullende gronden ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiser heeft zich op 15 april 2002 ziek gemeld met psychische klachten en lage rugklachten voor zijn werk als opperman, bouwvakhelper, straatmaker voor gemiddeld 36,62 uur per week. Met ingang van 21 mei 2003 heeft hij een WAO-uitkering ontvangen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vanaf 6 juli 2009 heeft eiser gedurende gemiddeld 48 uur per week gewerkt als [beroep] in dienst van Mateco B.V. Voor dit werk heeft eiser zich ziek gemeld per 12 november 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 9 september 2021 heeft eiser het UWV verzocht om een herbeoordeling van zijn mate arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft eiser met ingang van 9 november 2021 voorschotten toegekend op een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100 %. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld in de Inleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten van partijen</title>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest. Eiser stelt met name dat zijn psychische problemen onvoldoende zijn meegenomen en dat er rekening mee moet worden gehouden dat zijn depressieve klachten komen door de problemen met zijn hypofyse. <?linebreak?>Eiser stelt dat uit de rapportage van Birdview van 5 oktober 2021 volgt dat (veel) meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen. Hij wijst (onder meer) op de items 1.8.1 geen afleiding door activiteiten van anderen (hij kan niet op adequate wijze omgaan met conflicten), 1.1 vasthouden van de aandacht, 1.4 inzicht in eigen kunnen, 1.6 zelfstandig handelen, 1.7 handelingstempo. Door het alcoholgebruik uit het verleden kan eiser zich moeilijk concentreren en zijn aandacht verdelen. Dit blijkt ook uit de rapportage van Birdview. Een beperking op items 1.1 en 1.2 had moeten worden aangenomen. Eiser is voorts door zijn depressieve klachten niet in staat om emoties van andere te hanteren. Hij gaat deze uit de weg. Een beperking op 2.6 had moeten worden aangenomen.Hij is door zijn depressieklachten niet in staat om zijn eigen gevoelens te uiten. Een beperking op 2.7 is daarom aangewezen.</para>
    <parablock>
      <para>Eisers handen zijn pijnlijk en stijf waardoor hij ze minder goed kan bewegen. Hierdoor is hij niet in staat om priegelwerk en werk te verrichten waarbij het belangrijk is dat hij kleine elementen kan pakken/verwerken. Een beperking op 4.3 en 4.5 was daarom aangewezen. </para>
      <para>Eiser is niet in staat om de gehele dag werkzaam te zijn. Door de depressieve klachten is er sprake van een verhoogd energieverbruik. Hierdoor is eiser de gehele dag vermoeid. Eiser is dan ook van mening dat een verdergaande urenbeperking moet worden aangenomen.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>4. Het UWV stelt zich in het bestreden besluit II op het standpunt dat eiser met zijn beperkingen nog steeds werk kan verrichten. Met dit werk zou hij 57,12% minder kunnen verdienen dan zijn maatman, in dit geval een gezonde [beroep]. Met dit percentage dient eiser volgens het UWV te worden ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 55 tot 65%. </para>
    <para>In de aanvullende rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 29 oktober 2024 is gereageerd op het rapport van Birdview. Opgemerkt wordt dat bij de beoordeling in juli 2023 is uitgegaan van een depressieve episode. Uit de rapportage van Birdview blijkt dat de depressieve klachten al veel langer bestaan en beter passen bij een persisterende stemmingsstoornis. Dat is iets anders dan een ernstige depressieve stoornis. De persisterende stemmingsstoornis, ook wel dysthymie, is van een lichter kaliber. Verder blijkt uit de rapportage van Birdview dat er op dat moment geen behandelwens was, waardoor de indruk wordt gewekt dat de lijdensdruk laag was ten tijde van de datum in geding. In de beoordeling van juli 2023 is tevens rekening gehouden met "overige gewrichtsklachten" met daarbij diverse lichte beperkingen op fysiek gebied. Dat de psychiater in 2021 aanwijzingen ziet voor een somatische symptoomstoornis maakt de fysieke beperkingen niet anders. Er is geen aanleiding gezien om een urenbeperking toe te kennen. Bij een ernstige depressieve stoornis is dat inderdaad mogelijk, maar daarvan is bij eiser geen sprake. Bij eiser is geen stoornis op energetisch gebied, er is geen verminderde beschikbaarheid door het volgen van een intensieve behandeling, er zijn geen aanwijzingen dat werken in zijn algemeenheid zal leiden tot schade aan zijn gezondheid waardoor een preventieve urenbeperking aan de orde zou zijn.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Ter zitting is door het UWV toegelicht dat volgens CBBS voor de items 1.1 t/m 1.7, die zien op het functioneren in het dagelijks leven, alleen bij ernstige aandoeningen beperkingen worden opgenomen. Die toelichting is niet afdoende. Hoewel de rechtbank kan begrijpen dat het gebruik van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) tot op zekere hoogte is gestandaardiseerd, ontslaat dit de verzekeringsarts niet van de verplichting om in de concrete situatie van een betrokkene te onderzoeken of ondanks de afwezigheid van een dergelijk (standaard) ziektebeeld, in het geval van die betrokkene aanleiding bestaat om beperkingen op deze items aan te nemen. Door eiser is in dit kader onder meer gewezen op de rapportage van Birdview. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.2.1</nr>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportages die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en in zijn aanvullende rapportage onvoldoende de informatie die naar voren komt in rapportage van Birdview heeft betrokken. Daartoe wordt er ten eerste op gewezen dat de rapportage van Birdview is opgemaakt rond de datum in geding en daarom geacht mag worden een goed beeld te schetsen van de gezondheidssituatie van eiser en zijn beperkingen. De rechtbank wijst verder met name op de volgende passages in de Birdview rapportage. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Aan de hand van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat het instabiele mentale evenwicht van betrokkene zorgt voor een beperkte psychische belastbaarheid, waardoor hij momenteel niet in staat is zich volledig op werk te focussen.” (pagina 3) </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic"> (…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Depressieve klachten en bijkomende energetische beperkingen maken dat betrokkene is aangewezen op werk met een lage tijdsdruk.” (pagina 3)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Daarnaast dient betrokkene ondersteuning te krijgen in het aanbrengen van structuur in zijn werkzaamheden. Psychische klachten zoals piekeren en somberheid maken dat het voor betrokkene lastig is om zaken te overzien en daadkrachtig knopen door te hakken. Hiermee wordt afgeraden betrokkene te belasten met eindverantwoordelijkheid, een directieve aanpak is daarom wenselijk. Psychische klachten (met name depressie en piekerklachten) en pijnklachten maken dat betrokkene naar waarschijnlijkheid sneller is afgeleid, waardoor hij zich niet langdurig kan concentreren. Hij is wel in staat om zich kortdurend te richten op een bepaalde taak.” (pagina 3)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Dezelfde klachten maken dat betrokkene meer dan anderen last heeft van omgevingsprikkels en bij drukte het overzicht sneller zal verliezen. Zodoende heeft hij baat bij een rustigere en overzichtelijkere werkomgeving. Het rijden van ritten op drukke plaatsen wordt daarmee momenteel afgeraden.” (pagina 3)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">“Doordat betrokkene momenteel mentaal instabiel is en veel piekert zal hij moeite hebben om op adequate wijze om te gaan met conflicten.”(pagina 3)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op pagina 4 wordt verder het volgende vermeld: </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“De langdurige stemmingsproblematiek en negatieve gedachten (eigenlijk altijd aanwezig, maar soms “genegeerd”) passen bij een persisterende stemmingsstoornis in combinatie met onderliggende persoonlijkheidsproblematiek. De persoonlijkheidskenmerken kunnen beperkend zijn in een depressiebehandeling en mogelijk oorzaak van stagneren van dergelijke behandeling.”</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op pagina’s 7 en 10 staat nog het volgende vermeld:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Daarnaast heeft betrokkene last van slaapproblemen. Hij ligt doorgaans twee uur wakker in bed voor hij kan slapen.”(pagina 7)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“(..) is bleek in het gelaat en maakt een vermoeide indruk. </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bij afronding van het onderzoek maakt hij echter een vermoeide indruk en benoemt zelf vermoeid te zijn.” (pagina 10). </emphasis>
            <?linebreak?>
          </para>
          <para>Voorts vermeldt pagina 11 van de rapportage van Birdview, <emphasis role="italic">“Depressieve gevoelens zijn verder onderzocht met behulp van de Beck’s Depression Inventory-ll-NL-R (BDI-ll-NL-R). Resultaten zijn overeenkomstig met de Telescreen en SCL-90, betrokkene scoort hier op het niveau van een ernstige depressie. Betrokkene rapporteert niet voldoende energie te hebben en wat meer te slapen dan gewoonlijk.” </emphasis></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.3</nr>
        <para>Uit voornoemde passages kan worden afgeleid dat eiser (mogelijk) meer beperkt is dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen, met name in de rubrieken 1 en 2 en voor wat betreft de urenbeperking. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het rapport van Birdview, in het bijzonder de voornoemde passages, onvoldoende in zijn afwegingen betrokken. Zo blijkt uit voornoemde onder meer dat bij eiser een onderliggende persoonlijkheidsproblematiek en depressieve klachten aan de orde zijn, (vergaande) vermoeidheidsklachten spelen en er ook uitdrukkelijk energetische en mentale/psychische belemmeringen naar voren komen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het samenstel van deze gegevens onvoldoende bij zijn afwegingen betrokken, zodat het voor de rechtbank onduidelijk is waarom de klachten zoals beschreven door Birdview niet tot verdergaande beperkingen zouden moeten leiden. Het standpunt dat een persisterende stemmingsstoornis van een lichter kaliber is, is niet afdoende, omdat daarmee de concrete klachten die in de rapportage van Birdview worden beschreven niet in de beoordeling zijn betrokken. Dat wegens het ontbreken van een behandelwens, de indruk zou worden gewekt dat de lijdensdruk laag zou zijn, is verder onbegrijpelijk. Temeer nu uit de rapportage van Birdview juist kan worden afgeleid dat de persoonlijkheidskenmerken van eiser beperkend kunnen zijn in een depressiebehandeling en mogelijk oorzaak zijn van stagneren van een dergelijke behandeling. Van een lage lijdensdruk blijkt uit de rapportage geenszins. Bovendien kan uit pagina 2 van de rapportage juist worden afgeleid dat het ontbreken van een behandelwens het gevolg is van een beperkt ziekte inzicht en dus niet zozeer van een lage lijdensdruk.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Al deze gegevens tezamen maken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet heeft kunnen volstaan met een algemene overweging zoals weergegeven in rechtsoverweging 4, zonder in te gaan op hetgeen is opgemerkt in de rapportage van Birdview omtrent eisers vermoeidheid, psychische klachten en onderliggende persoonlijkheidsproblematiek.</para>
          <para>De rechtbank is daarentegen van oordeel dat door eiser onvoldoende is onderbouwd dat de gestelde klachten rond de handen tot meer beperkingen zouden moeten leiden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>6.	Zoals hiervoor is overwogen onder 5 zijn de bestreden besluiten in strijd met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om het UWV in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit II. Om het gebrek te herstellen, moet het UWV nader motiveren waarom van aanvullende beperkingen geen sprake is waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op hetgeen is vermeld onder rechtsoverweging 5 ten aanzien van de rapportage van Birdview. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het UWV het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het UWV moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het UWV gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. In beginsel, ook in de situatie dat het UWV de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- draagt het UWV op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;</para>
    <para>- stelt het UWV in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak; </para>
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>