<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-20T14:01:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.078702.23 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:900">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-20T12:04:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:900 Rechtbank Overijssel , 20-02-2024 / 08.078702.23 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:900:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren.</para>
        <para>De verdachte is schuldig bevonden aan openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:900:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.078702.23 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 20 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de [woonplaats]<?linebreak?>[woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie <?linebreak?>mr. drs. L.J. Bronkhorst en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. T. Scheffer, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer]). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 maart 2023 te Almelo,</para>
      <para>openlijk, te weten op de parkeerplaats van McDonald’s, gelegen aan de Woonboulevard 2,</para>
      <para>in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,</para>
      <para>in vereniging</para>
      <para>geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer], door (meermaals)</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] (met gebalde vuist) in het gezicht en/of tegen het bovenlichaam te slaan/stompen en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer] te duwen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.<footnote-ref linkend="_f1424624-4ca3-4fc4-9c1c-15b115d261fe" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], van 5 maart 2023, pagina’s 156 t/m 158;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal van bevindingen van 15 maart 2023, pagina’s 84 t/m 87.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 5 maart 2023 te Almelo,</para>
        <para>openlijk, te weten op de parkeerplaats van McDonald’s, gelegen aan de Woonboulevard 2,</para>
        <para>op een voor het publiek toegankelijke plaats,</para>
        <para>in vereniging</para>
        <para>geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer], door meermaals</para>
      </parablock>
      <para>- die [slachtoffer] met gebalde vuist in het gezicht en tegen het bovenlichaam te stompen en </para>
      <para>- die [slachtoffer] te duwen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat aan artikel 9a Sr toepassing moet worden gegeven. Het gaat om een feit van relatief beperkte ernst en door de gevolgen die het heeft gehad voor verdachte is hij al genoeg gestraft. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich, samen met zijn neef, schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Hij is samen met zijn neef naar de MacDonalds gegaan, terwijl te verwachten was dat het daar tot een ruzie zou komen met [slachtoffer]. Hij heeft vervolgens samen met zijn neef de eerste klappen uitgedeeld. Door zo te handelen heeft hij allereerst een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer]. Het plegen van openlijk geweld roept bovendien gevoelens van angst en onveiligheid op in de samenleving. Een aantal medewerkers van de McDonald’s waren getuige van het door verdachte gepleegde geweld. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 8 januari 2024. Hieruit blijkt dat verdachte, behoudens een strafbeschikking voor een verkeersovertreding waartegen verzet is ingesteld, niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte rapport van de reclassering van 27 september 2023. Hieruit volgt dat de reclassering geen noodzaak ziet om verdachte te begeleiden binnen een forensisch kader. Hij heeft vrijwillig hulp gezocht en dit in combinatie met zijn steunende familiaire netwerk biedt verdachte, zo concludeert de reclassering, voldoende mogelijkheden om toekomstig recidiverend gedrag te voorkomen. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat. De reclassering komt tot het advies een voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarden te overwegen als stok achter de deur.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De strafmodaliteit en de hoogte ervan</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft gekeken naar de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud strafrecht (LOVS) en overweegt dat, gelet op wat er in vergelijkbare gevallen doorgaans als straf wordt opgelegd, een geheel onvoorwaardelijke taakstraf passend en geboden zou zijn. De officier van justitie heeft een taakstraf van 100 uren geëist waarvan 40 uren voorwaardelijk. Zij heeft er in haar eis rekening mee gehouden dat verdachte fysiek en mentaal veel last heeft gehad van de gevolgen van het voorval en dat hij in die zin al een straf heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is echter van oordeel dat de zaak tegen verdachte niet is te vergelijken met andere zaken waarbij sprake was van openlijke geweldpleging. Verdachte is na de geweldpleging aangereden door een auto en hij was er getuige van hoe zijn neef onder die auto is terechtgekomen en hierbij een gecompliceerde beenbreuk heeft opgelopen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich heeft laten behandelen bij een GGZ-instelling. Hier heeft hij onder andere EMDR-therapie gevolgd. Door zijn klachten heeft hij een periode niet kunnen werken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft, gelet op deze ernstige gevolgen voor verdachte, bepleit om toepassing aan artikel 9a Sr te geven. De rechtbank overweegt dat verdachte een van de agressoren was bij de openlijke geweldpleging. Hij heeft [slachtoffer] een aantal keren tegen zijn gezicht en lichaam gestompt waarbij ook is geduwd. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat, ondanks de zeer ernstige gevolgen die verdachte heeft ondervonden er, mede vanuit het oogpunt van generale preventie, wel een straf moet volgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, met een proeftijd van één jaar, passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">het misdrijf:</emphasis> openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">40 (veertig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">20 (twintig) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze taakstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 1 (één) jaar</emphasis> de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- de <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door, mr. M.O. Frentrop, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M.O. Frentrop is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f1424624-4ca3-4fc4-9c1c-15b115d261fe" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer 2023099099 (Onderzoek Clematis23). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>