<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-19T14:01:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">82.054077.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2024:856" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#afwijzing vordering">Ontnemingsprocedure: ECLI:NL:RBOVE:2024:856, Afwijzing vordering</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-19T11:20:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:858 Rechtbank Overijssel , 19-02-2024 / 82.054077.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming. De rechtbank oordeelt dat de ontneming van het wederrechtelijk verkregen van voordeel ter hoogte van € 51.091,00, niet rechtvaardig en zinvol is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 82.054077.22</para>
      <para>Datum vonnis: 19 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd aan de [vestigingsplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 51.091,00.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op terechtzitting van de economische politierechter van 9 oktober 2023 en, na verwijzing door deze, op de openbare terechtzittingen van 25 januari 2024 en 5 februari 2024. De veroordeelde, bijgestaan door mr. J.M.M. Kroon, advocaat in Veenendaal, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de terechtzitting van 5 februari 2024 heeft de officier van justitie mr. drs. M.J. Blotwijk zijn vordering gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft zij verzocht het wederrechtelijk verkregen voordeel te berekenen aan de hand van de daadwerkelijk teveel geproduceerde hoeveelheid fosfaat, en niet op basis van de forfaitaire excretienormen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 19 februari 2024 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1 en 2</emphasis>
        </para>
        <para>telkens het misdrijf: <emphasis role="italic">overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 21b, eerste lid, van de Meststoffenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft hiervoor geen straf opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het met deze vordering samenhangende strafdossier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is veroordeeld voor het produceren van meer fosfaat dan het op het bedrijf rustende fosfaatrecht in de jaren 2018 en 2019. De veroordeelde had ervoor kunnen zorgen dat haar fosfaatproductie overeenkwam met de aan haar toegekende hoeveelheid fosfaatrechten, door extra fosfaatrechten te leasen of te kopen. Door dat na te laten heeft de veroordeelde kosten bespaard.</para>
        <para>Evenals in de strafzaak zal de rechtbank bij het berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaan van de forfaitaire excretienormen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In 2018 heeft de veroordeelde 722 kilogram fosfaat teveel geproduceerd. De leaseprijs per kilogram fosfaat bedroeg in 2018 € 39,50. </para>
        <para>In 2019 heeft de veroordeelde 658 kilogram fosfaat teveel geproduceerd. De leaseprijs per kilogram fosfaat bedroeg in 2019 € 34,00.</para>
        <para>In het geval een landbouwer extra fosfaatrecht verwerft, moet dit gemeld worden aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hiervoor moet per transactie € 100,00 aan leges worden betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door na te laten extra fosfaatrechten te verwerven, heeft de veroordeelde de volgende kosten bespaard:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">2018</emphasis>
        </para>
        <para>Leasekosten	€ 28.519,00</para>
        <para>Leges		€      100,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Totaal 2018	€ 28.619,00</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_9d5dbdb3-d038-4ba0-bece-d58de2b02a05" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">2019</emphasis>
        </para>
        <para>Leasekosten	€ 22.372,00</para>
        <para>Leges		€      100,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Totaal 2019	€ 22.472,00</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_c9ca3f2e-528b-4a4d-a29d-226279041475" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 51.091,00.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 36e, vijfde lid, Sr kan de ontnemingsrechter de betalingsverplichting lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Deze bevoegdheid is niet beperkt tot specifieke gevallen. Ook op grond van andere omstandigheden dan die verband houden met de draagkracht van de veroordeelde, kan de rechter het te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel (vgl. ECLI:NL:HR:2022:67, NJ 2022/56). </para>
        <para>De rechtbank overweegt daarbij dat het opleggen van de ontnemingsmaatregel in abstracto passend is in het geval door het begaan van een strafbaar feit financieel voordeel is behaald. Dit laat onverlet dat de rechter telkens kritisch moet onderzoeken of het opleggen van een ontnemingsmaatregel in het concrete geval niet alleen een doelmatige, maar ook een rechtvaardige en zinvolle strafrechtelijk reactie is (vgl. ECLI:NL:HR:2022:67, NJ 2022/56, conclusie mr. E.J. Hofstee, overweging 51).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Niet weersproken is het standpunt van de verdediging dat de daadwerkelijke fosfaatproductie van de veroordeelde – zoals weergegeven in de door de verdediging overgelegde Kringloopwijzer 2018 en 2019 betreffende het bedrijf van de veroordeelde – in 2018 lager was dan het op haar rustende fosfaatrecht, en dat de daadwerkelijke overschrijding van het fosfaatrecht in 2019 124 kg bedroeg. </para>
        <para>Verder constateert de rechtbank, zoals ook overwogen in het gewezen vonnis in de strafzaak tegen verdachte en welke overwegingen de rechtbank hier overneemt, met name onder 4.2 en 7.3, dat de veroordeelde in een bijzondere situatie verkeerde. Verdachte heeft een jarenlange procedure (moeten) doorlopen om de benodigde vergunningen voor bedrijfsuitbreiding te krijgen, zij zag zich gedurende die jaren geconfronteerd  met veranderende mestregelgeving, waarop zij haar bedrijfsvoering – gelet op de inmiddels in gang gezette uitbreiding, mede gezien het trage verloop van het wetgevingsproces – lastig, op bedrijfseconomisch verantwoorde wijze kon aanpassen.</para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit weliswaar omstandigheden die in de risicosfeer van de veroordeelde als onderneming liggen, maar zij geven niettemin aanleiding om op gronden van billijkheid de (strafrechtelijke) betalingsverplichting niet ter hoogte van het geschatte voordeel vast te stellen. Als gevolg van een en ander werd en wordt verdachte langere tijd geconfronteerd met financiële consequenties. Door de invoering van het fosfaatrechtenstelsel met hantering van de peildatum 2 juli 2015 voor de toe te kennen fosfaatrechten kon en kan verdachte minder stuks melkvee houden dan zij met realisering van de haar vergunde en door derden gefinancierde nieuwe stal had kunnen doen en wat haar bij het aanvragen van de vergunning en de financieringsverplichtingen, toentertijd terecht, voor ogen stond.</para>
        <para>Daarbij neemt de rechtbank ook in ogenschouw dat deze strafzaak voor de veroordeelde al financiële consequenties heeft gehad, waaronder een aanpassing van de financieringsvoorwaarden (rentetarief) als gevolg van (conservatoire) beslaglegging op het gehele bedrijf van de veroordeelde ter zekerheid van voldoening van de ontnemingsvordering ter hoogte van € 51.091,00. De rechtbank is van oordeel dat de veroordeelde daardoor disproportioneel is getroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onder deze omstandigheden vindt de rechtbank ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet rechtvaardig en zinvol. De rechtbank is van oordeel dat de betalingsverplichting moet worden vastgesteld op nihil. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 51.091,00; </para>
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 0,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. M.B. Werkhoven en mr. H. Manuel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. H. Manuel is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9d5dbdb3-d038-4ba0-bece-d58de2b02a05" label="1">
    <para> Het proces-verbaal met nummer 161542/125099/6014330/3, p. 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9ca3f2e-528b-4a4d-a29d-226279041475" label="2">
    <para> Het proces-verbaal met nummer 161542/125099/6014330/3, p. 13.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>