<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:746</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T12:21:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84.072673.22 (P) - hoofdzaak</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:746">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:746</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T12:16:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:746 Rechtbank Overijssel , 01-02-2024 / 84.072673.22 (P) - hoofdzaak</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:746:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte en verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.</para>
        <para>De verdachte was ten laste gelegd dat hij zich schuldig had gemaakt van het plegen van valsheid in geschrift.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:746:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 84.072673.22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis	: 1 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd aan de [vestigingsplaats].  </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 november 2022, 7 september 2023 en van 1 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van wat door de officieren van justitie mr. M. Lambregts en mr. D.G. Specker naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich van <?linebreak?>11 november 2014 tot en met 26 februari 2015 met (een) ander(en), onder wie [naam], of alleen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 11 november 2014 tot en met 26 februari 2015 te Alkmaar en/of Heerhugowaard, in elk geval in Nederland, Guernsey en/of [plaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of een of meer </para>
      <para>natuurlijke personen (waaronder [naam]) en/of ieder voor zich, althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geschriften die bestemd waren tot bewijs van enig feit te dienen, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- een factuur van [verdachte] gericht aan [bedrijf] B.V. met een factuurbedrag van EUR 1.644.270,- van 11 november 2014 (DOC-021(a)); en/of</para>
    <para>- een factuur van [verdachte] gericht aan [bedrijf] B.V. met een factuurbedrag van EUR 1.200.000 van 26 februari 2015 (DOC-022(a));</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>valselijk heeft opmaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen met het oogmerk om die als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bestaande die valsheid hierin dat de gefactureerde bedragen niet in verhouding staan tot de </para>
      <para>verrichtte werkzaamheden en/of daadwerkelijke kosten, of dat de facturen geheel in strijd </para>
      <para>met de waarheid zijn opgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bevoegdheid van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of tegen verdachte een strafrechtelijke vervolging kan worden gestart. Bij de beantwoording van deze vraag zijn twee aspecten van belang:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- bestaat verdachte – die zich in een situatie van ‘struck-off’ bevindt – nog?</para>
        <para>- wat betekent het als een rechtspersoon, zoals verdachte, zich niet in een    </para>
        <para>  gerechtelijke procedure mag verdedigen?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank gaat hieronder afzonderlijk in op deze twee aspecten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">De status van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt dat verdachte is opgericht, en gevestigd, op [plaats]. Verdachte valt dan ook onder het recht van [plaats], nader uitgewerkt en beschreven in de Companies Act 2006. Per 4 augustus 2022 is verdachte uitgeschreven uit het handelsregister. Naar het recht van [plaats] wordt dit benoemd met de term ‘struck-off’. De officieren van justitie hebben zich tijdens de zittingen van 21 november 2022 en 7 september 2023 op het standpunt gesteld dat verdachte nog wel bestaat, gelet op de mogelijkheid van ‘restoration’. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank houdt de term ‘struck-off’ niet in dat verdachte niet meer bestaat. Dat zou pas zo zijn als zij ‘dissolved’ was, vergeleken met het Nederlandse ‘ontbonden zijn’. Verdachte is zogenaamd enkel administratief doorgehaald omdat zij de kosten van de registratie niet heeft voldaan. Voldoet zij of een belanghebbende de achterstand alsnog, dan is de status van verdachte hersteld. Gezien de wetgeving van [plaats] betekent dit naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte tijdens een situatie van ‘struck-off’ onverkort blijft bestaan. Verdachte bestaat dus nog en het Openbaar Ministerie is om die reden ontvankelijk om haar te vervolgen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het recht om zichzelf te verdedigen</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>In artikel 185 lid 1 onder a en b van de Companies Act 2006 is onder meer opgenomen dat een rechtspersoon die ‘struck off’ is zich niet in een gerechtelijke procedure mag verdedigen. De officieren van justitie hebben zich tijdens de zitting van 1 februari 2024 op het standpunt gesteld dat dit artikel uitsluitend op [plaats] een vervolging van verdachte in de weg staat. Het is wel mogelijk om verdachte strafrechtelijk te vervolgen in Nederland, aldus de officieren van justitie. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6 lid 3 onder c van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden staat dat een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld in het bijzonder het recht heeft om zichzelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze. Dit is niet anders als het, zoals verdachte, een rechtspersoon betreft. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In de onderhavige zaak heeft zich op het laatste moment, namelijk op 29 januari 2024, een raadsman gesteld namens verdachte. Nog los van de vraag of verdachte juridisch gezien in staat zou zijn om een advocaat te machtigen; die advocaat is vervolgens gebonden aan dezelfde wettelijke regeling en gelet daarop dus niet in staat om verdachte in rechte te verdedigen. Nu aan het vereiste dat een (rechts)persoon zich moet kunnen verdedigen op dit moment niet kan worden voldaan, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte niet vervolgd kan worden. Zij zal het Openbaar Ministerie om deze reden dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De schade van benadeelden </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In de onderhavige zaak zijn een tweetal vorderingen benadeelde partij ingediend te weten door [naam] en door [bedrijf] B.V. waarbij voor respectievelijk voor een bedrag van € 3.000.000,-- en € 3.5000.000,-- is gevorderd. </emphasis>Omdat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging van verdachte, zal de rechtbank [naam] en <emphasis role="bold">[bedrijf] B.V.</emphasis> op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partijen en verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partijen <emphasis role="bold">[naam] en [bedrijf] B.V. niet-ontvankelijk in hun respectievelijke vorderingen;</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- 	bepaalt dat de benadeelde partijen en verdachte ieder de eigen kosten dragen. </emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M.S. de Waard is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>