<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T10:33:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">71-092537-22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T10:29:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:741 Rechtbank Overijssel , 12-02-2024 / 71-092537-22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren en het betalen van een geldboete.</para>
        <para>De verdachte is schuldig bevonden aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en het medeplegen van opzettelijk handelen in drugs.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 71-092537-22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 12 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie <?linebreak?>mr. P.F. Hoekstra en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. W.J. Ausma, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> in de periode van april 2020 tot en met maart 2021 te Bali en/of in Nederland deelnam aan een criminele organisatie die verdovende middelen importeerde in Nederland en/of exporteerde naar andere Europese landen en/of die verdovende middelen verhandelde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> in de periode van 11 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 samen met anderen opzettelijk ongeveer 191 kilogram cocaïne vanuit Nederland exporteerde naar het Verenigd Koninkrijk, en/of die cocaïne verhandelde en/of aanwezig had;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>: in de periode van 17 november 2020 tot en met 26 november 2020 samen met anderen opzettelijk ongeveer 30 kilogram cocaïne en 35 blokken cocaïne vanuit Nederland exporteerde naar het Verenigd Koninkrijk, en/of die cocaïne verhandelde en/of aanwezig had. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit en letterlijk weergegeven luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 (zaaksdossier 8;)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van april 2020 tot en met maart 2021, te [plaats], althans ook (elders) in Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft deelgenomen aan een organisatie,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of een of meer andere personen,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o artikel 10 derde, vierde, vijfde lid on/of  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o artikel 10a eerste lid Opiumwet en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o artikel 11, derde, vierde, vijfde lid en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o artikel 11a Opiumwet,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">betreffende het binnen het grondgebied van Nederland brengen (invoeren) en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o harddrugs, te weten cocaïne en/of heroïne en/of speed (amfetamine) en/of mdma, althans harddrugs, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o softdrugs, te weten hasjiesj en/of hennep en/of wiet en/of cannabis, althans softdrugs, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, vanuit Nederland naar Zweden en/of Denemarken en/of Noorwegen en/of het Verenigd Koninkrijk en/of Italië en/of Spanje, en/of vanuit Spanje naar Nederland, althans vanuit verschillende Europese landen naar Nederland en/of vanuit Nederland naar verschillende Europese landen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2 (zaaksdossier 4)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 11 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 te Rugby en/of Odijk en/of Rotterdam en/of Barendrecht en/of Spijkenisse en/of te [plaats], althans (ook) elders in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A) (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">B) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoert, en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C) althans in elke geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">-ongeveer 60 kilogram cocaïne, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-ongeveer 61 kilogram cocaïne, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-ongeveer 70 kilogram cocaïne,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans in elk geval (telkens) een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3 (zaaksdossier 7)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 17 november 2020 tot en met 26 november 2020, te Rugby en/of Ripley en/of Leeds en/of Tilburg en/of Moordrecht en/of te [plaats], althans (ook) elders in Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">B) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoert, en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C) althans in elke geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">-ongeveer 15 kilogram cocaïne, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-ongeveer 15 kilogram cocaïne, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-ongeveer 35 blokken cocaïne,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans in elk geval een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte komt naar voren in het opsporingsonderzoek ‘26Kirtland’. Dit opsporingsonderzoek betreft een grootschalig onderzoek naar strafbare feiten met betrekking tot verdovende middelen. Uit dit onderzoek volgt dat verschillende personen die als verdachten zijn aangemerkt, gebruik maakten van digitale cryptocommunicatie via de diensten Encrochat, SkyECC en ANOM.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit onder andere deze – inmiddels (deels) ontsleutelde – berichten, observaties en in beslag genomen voorwerpen volgt de verdenking dat verdachte betrokken is geweest bij een  organisatie die als doel had onder meer harddrugs te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren en te exporteren naar verschillende Europese landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk. Verdachte wordt door het Openbaar Ministerie de rol toebedeeld van degene die de coördinator van de drugstransporten ondersteunde en in opdracht van hem allerlei hand- en spandiensten verrichtte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De strafzaken tegen medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] zijn reeds afgerond. Zij zullen om die reden in dit vonnis, indien genoemd, worden aangeduid als ‘veroordeelde’. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_b4f94f92-be7b-4380-9f1e-81821137d2c3" />:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">t.a.v. feit 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 januari 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van identificatie SkyECC gebruiker [accountnaam] als [verdachte] (nummer [nummer]), zaaksdossier 4 p. 5 t/m 7; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal ‘Zaaksdossier 8, zaak 11b Opiumwet’, p. 1-21, p. 81-82 en <?linebreak?>p. 104-106;</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">t.a.v. feit 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 januari 2024;</para>
      <para>5. het proces-verbaal van bevindingen betreffende SkyECC-gesprekken, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 12 mei 2021, zaaksdossier 4, p. 83 t/m 151;</para>
      <para>6. het proces-verbaal van bevindingen betreffende ANOM-gesprekken, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 25 november 2021, zaaksdossier 4, p. 200 t/m 282;</para>
      <para>7. het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] d.d. <?linebreak?>16 november 2021, zaaksdossier 4, p. 55 t/m 77;</para>
      <para>8. het proces-verbaal van observeren d.d. 3 maart 2021, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] d.d. 10 maart 2021, zaaksdossier 4, p. 15 t/m 20;</para>
      <para>9. het proces-verbaal van observeren d.d. 6 maart 2021, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] d.d. 19 maart 2021, zaaksdossier 4, p. 21 t/m 26;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">t.a.v. feit 3</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>10. de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 januari 2024;</para>
        <para>10. het proces-verbaal van bevindingen betreffende SkyECC-gesprekken, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 24 september 2021, zaaksdossier 7, p. 102 t/m 185.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van april 2020 tot en met maart 2021 in Nederland,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5],</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en/of </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">artikel 10a eerste lid Opiumwet,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">betreffende het verkopen en afleveren en verstrekken en vervoeren van </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">harddrugs, te weten cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij omstreeks de periode van 11 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 in Nederland en het Verenigd Koninkrijk,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met anderen,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">B) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">C) opzettelijk aanwezig heeft gehad,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 60 kilogram cocaïne, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 61 kilogram cocaïne, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 70 kilogram cocaïne,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij omstreeks de periode van 17 november 2020 tot en met 26 november 2020 te Rugby  en/of ook in Nederland,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met anderen,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (als bedoeld in artikel1  lid 4 van de Opiumwet), en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">B) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">C) opzettelijk aanwezig heeft gehad,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">-ongeveer 15 kilogram cocaïne, en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-ongeveer 15 kilogram cocaïne, en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-ongeveer 35 blokken cocaïne,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder deze feiten meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 2, 10 en 11b van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid en artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 en feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van vijf jaren en een geldboete ter hoogte van € 20.000,00.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht om bij een veroordeling een taakstraf voor de duur van 240 uren per feit op te leggen (ECLI:NL:HR:2022:1191). Verdachte heeft slechts een marginale rol gehad in de feiten en hij heeft een relatief geringe vergoeding ontvangen voor zijn hand- en spandiensten. De feiten betreffen slachtofferloze delicten, verdachte heeft zijn leven inmiddels weer op de rit en hij heeft het verleden achter zich gelaten. Het opleggen van een forse gevangenisstraf is om die redenen weinig zinvol. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen en samen met anderen exporteren van grote hoeveelheden harddrugs naar het Verenigd Koninkrijk. Hij maakte deel uit van een criminele organisatie die het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van harddrugs naar onder meer het Verenigd Koninkrijk als <emphasis role="italic">core business</emphasis> had. Verdachte vervulde voornamelijk een faciliterende en logistieke rol en ondersteunde veroordeelde [medeverdachte 2] bij zijn werkzaamheden als coördinator van de drugstransporten. Verdachte had om die reden een onmisbare en wezenlijke rol, zij het dat zijn rol ondergeschikt was aan die van veroordeelde [medeverdachte 2]. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bijgedragen aan een georganiseerde vorm van drugscriminaliteit die in ons land grote vormen heeft aangenomen en die gepaard gaat met zware, vaak gewelddadige criminaliteit en illegale geldstromen. De productie en handel van verdovende middelen vormen bovendien een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Kennelijk vanwege financieel gewin heeft verdachte zich hiermee ingelaten zonder rekening te houden met de gezondheidsrisico’s die harddrugs voor gebruikers meebrengen. Tevens is het een feit van algemene bekendheid dat de productie van dergelijke verdovende middelen in de producerende landen grote effecten heeft op het gebied van geweld en zware milieuvervuiling. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij aan al deze negatieve gevolgen is voorbij gegaan en dat hij kennelijk slechts heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Dat zijn rol ondergeschikt was aan die van veroordeelde [medeverdachte 2] doet aan de geschetste ernst van de feiten niet af. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van <?linebreak?>7 november 2023. Verdachte is niet eerder voor strafbare feiten veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Reclasseringswerker mevrouw [naam] heeft op 20 maart 2023 een adviesrapportage opgesteld. Uit deze rapportage blijkt dat verdachte zich terughoudend heeft opgesteld over zijn rol in het ten laste gelegde, waardoor zijn aandeel en motief niet inzichtelijk zijn geworden. Ter terechtzitting heeft verdachte op die punten evenmin “klare wijn geschonken”. Verdachte woont sinds lange tijd samen met zijn echtgenote. Eerder werkte hij in de horeca, maar momenteel is hij huisman. Er zijn geen aanwijzingen voor psychische problematiek. Wel is sprake van een fikse financiële schuld. Verdachte drinkt veel alcohol, maar een relatie met delictgedrag acht de reclassering onwaarschijnlijk. Het recidiverisico kan niet worden ingeschat. Gelet op de houding van verdachte worden toezicht door de reclassering en interventies niet haalbaar geacht. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De strafoplegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het LOVS. Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar uitspraken van andere rechtbanken in zaken waarbij vergelijkbare strafbare feiten zijn bewezen verklaard.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft daarbij in strafverminderende zin rekening gehouden met de rol die verdachte binnen de criminele organisatie had in die zin dat zijn rol voornamelijk een faciliterende was. Hij trad echter in voorkomende gevallen ook op als plaatsvervanger van [medeverdachte 2], wiens sturende rol hij dan eveneens overnam. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft het tijdsverloop in deze zaak in ogenschouw genomen. Dit tijdsverloop is onder meer veroorzaakt doordat de verdediging en het Openbaar Ministerie, getracht hebben tot procesafspraken te komen waarbij kennelijk geen overeenstemming is bereikt. De rechtbank acht het tijdsverloop daarom ook niet van zodanige aard en omvang dat dit zou moeten leiden tot oplegging van een lagere straf.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en een geldboete ter hoogte van € 5.450,00 passend en geboden is en zij zal verdachte daartoe dan ook veroordelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De in beslag genomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het in beslag genomen geldbedrag ter hoogte van € 5.450,00 verbeurd moet worden verklaard. De administratie, de lege doos van de Aquaris X en de iPhone dienen te worden vernietigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat alle in beslag genomen goederen teruggegeven moet worden aan verdachte. Met de iPhone is volgens de raadsman geen strafbaar feit gepleegd.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde iPhone moet worden verbeurdverklaard, omdat het uit het proces-verbaal van de doorzoeking blijkt dat het een zogenoemd “SkyECC-toestel” betreft en daarmee een voorwerp met behulp waarvan de strafbare feiten zijn begaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van het op de beslaglijst vermelde geldbedrag ter hoogte van € 5.450,00, aangezien niet kan worden vastgesteld dat dit geldbedrag van een bewezen verklaard feit afkomstig is. Het belang van strafvordering verzet zich op zichzelf niet tegen teruggave.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de lege doos Aquaris X heeft verdachte desgevraagd op zitting verklaard deze niet terug te willen. Nu verdachte afstand heeft gedaan van dit in beslag genomen goed, zal de rechtbank dienaangaande geen beslissing nemen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde administratie vatbaar is voor verbeurdverklaring aangezien het voorwerp vervaardigd en/of bestemd is tot het begaan van een of meer bewezenverklaarde feiten. Het betrof administratie dat kennelijk betrekking had op drugshandel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder deze feiten meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>, het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid en artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 en feit 3</emphasis>, telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">drie jaren</emphasis>;</para>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">een geldboete ter hoogte van € 5.450,00 (zegge: vierenvijftighonderd en vijftig euro)</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">62 (zegge: tweeënzestig) dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de in beslag genomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst vermelde iPhone en de op de beslaglijst vermelde administratie;</para>
    <para>- gelast de teruggave van het op de beslaglijst vermelde geldbedrag ter hoogte van <?linebreak?>€ 5.450,00 aan verdachte. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M.J.A.L. Beljaars en <?linebreak?>mr. A.J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gottemaker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b4f94f92-be7b-4380-9f1e-81821137d2c3" label="1">
    <para> Indien hierna wordt verwezen naar documenten/dossierpagina’s zijn dit documenten of (de doorgenummerde) pagina’s uit het dossier van de politie, team 2e Lijns Opsporing Noord-Oost, met nummer LEFCE20006-727, genaamd ‘26Kirtland’ d.d. 30 november 2021. Er wordt steeds verwezen naar documenten/bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>