<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T14:41:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">71-093540-22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:718">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T14:33:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:718 Rechtbank Overijssel , 12-02-2024 / 71-093540-22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:718:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 55-jarige man tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 2 jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzettelijk handelen in harddrugs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:718:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 71-093540-22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 12 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 januari 2024. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.F. Hoekstra en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw<?linebreak?>mr. T. Arkesteijn, advocaat in Nieuwerkerk aan den IJssel, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen ongeveer 70 kilogram cocaïne exporteerde, daarin handelde en/of de verdovende middelen aanwezig had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 (zaaksdossier 4)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 11 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 te Rugby en/of Odijk en/of Rotterdam en/of Barendrecht en/of Spijkenisse, althans (ook) elders in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A)  (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">B)  opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoert, en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C) althans in elke geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">-ongeveer 70 kilogram cocaïne,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans in elk geval (telkens) een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het afdoeningsvoorstel </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 oktober 2023 zijn door de officier van justitie en de verdediging afdoeningsafspraken gemaakt die in een schriftelijke overeenkomst zijn vastgelegd. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van die afspraken. Het gezamenlijke voorstel voor afdoening van de zaak is aan de rechtbank overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het afdoeningsvoorstel houdt in een bewezenverklaring en een strafoplegging, zoals hierna omschreven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezen verklaard kan worden het tezamen en in vereniging buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van 70 kilo cocaïne in de periode van 11 februari 2021 tot en met 4 maart 2021, te Spijkenisse, Rugby, Odijk, Rotterdam en/of Barendrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren waarvan 2 jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is overeengekomen dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verdachte afziet van het indienen van onderzoekswensen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte geen bewijsverweren voert en al ingediende onderzoekswensen op zitting dan wel voorafgaande aan de zitting schriftelijk intrekt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte afstand doet van alle in beslag genomen goederen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zowel door de verdediging als door het openbaar ministerie wordt afgezien van hoger beroep in deze zaak als de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdediging gemaakte afspraken, in die zin dat niet meer of minder dan drie maanden gevangenisstraf van de eis zal worden afgeweken. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de inhoudelijke behandeling zijn zowel het strafdossier als de gemaakte afspraken uitvoerig met verdachte, de raadsvrouw en de officier van justitie besproken. Daarbij was een belangrijk element of verdachte begreep wat de gemaakte afspraken inhielden en welke gevolgen deze voor hem en zijn strafzaak hebben. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het voorstel met zijn raadsvrouw heeft besproken, dat hij bekend is met de inhoud van het afdoeningsvoorstel en de straf die wordt voorgesteld en dat hij daarmee akkoord gaat. Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank het voorstel volgt – in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten – en hij accepteert de op te leggen straf zoals die is vastgelegd in de overeenkomst. De verdachte, de raadsvrouw en de officier van justitie hebben allen bevestigd achter het voorstel te staan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens de zaak ter terechtzitting behandeld aan de hand van de vragen van artikel 348 en artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Ook bij een gezamenlijk afdoeningsvoorstel, blijft immers uitgangspunt dat de rechtbank haar eigen verantwoordelijkheid behoudt om te zorgen dat de afdoening van de strafzaak plaatsvindt overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en de eisen van een eerlijk proces. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het afdoeningsvoorstel met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen de officier van justitie en de verdediging gemaakte procesafspraken te voldoen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de door de Hoge Raad geformuleerde aandachtspunten die de strafrechter bij de beoordeling van procesafspraken in acht moet nemen.<footnote-ref linkend="_e26c280f-0881-4d04-b314-fb5328438432" /> Deze houden onder meer in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de rechtbank houdt een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen, met name de artikelen 348 en 350 Sv;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte is voorzien van rechtsbijstand;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de inhoud van het afdoeningsvoorstel is op de openbare terechtzitting besproken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gespaard gaande afstand van verdedigingsrechten.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, rekening houdend met de hiervoor genoemde aandachtspunten, het afdoeningsvoorstel recht doet aan de uitgangspunten van het Wetboek van Strafvordering en het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en dat de belangen van zowel verdachte als de maatschappij met dit afdoeningsvoorstel voldoende zijn gewaarborgd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de bewezenverklaring aansluit bij de bewijsmiddelen in het dossier en er geen (directe) slachtoffers bekend zijn in de zaak, ziet de rechtbank geen aanleiding van het afdoeningsvoorstel af te wijken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in het dossier bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij in de periode van 11 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met anderen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">B) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C) opzettelijk aanwezig heeft gehad,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 70 kilogram cocaïne,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de bewijsmiddelen in het dossier. Als tegen dit verkort vonnis, ondanks andersluidende afspraak, hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op dit vonnis, dat aan het verkort vonnis zal worden gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis></para>
      <para>en </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met anderen uitvoeren van een grote hoeveelheid cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft hierover voorbereidende gesprekken gevoerd en verdachte is degene geweest die de cocaïne fysiek heeft overgedragen aan de transporteur, waarna de transporteur de cocaïne heeft laten uitvoeren naar het Verenigd Koninkrijk. Door de uitvoer van verdovende middelen wordt de internationale drugshandel in stand gehouden, met alle daaraan verbonden negatieve effecten. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugshandel vaak gepaard gaat met (zware) criminaliteit. Het gebruik van cocaïne werkt bovendien verslavend en is zeer schadelijk voor de volksgezondheid. Om zijn financiële positie te verbeteren heeft verdachte zich hiermee ingelaten zonder rekening te houden met de gezondheidsrisico’s die harddrugs voor gebruikers meebrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder gelet op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van <?linebreak?>7 november 2023. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke delicten.  </para>
      <para>Verdachte heeft een gezin, woning en een vaste baan, die hij kan behouden indien het onvoorwaardelijke strafdeel beperkt blijft tot een jaar gevangenisstraf. Zijn werkgever heeft ingestemd met onbetaald verlof gedurende een jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat de voorgestelde straf, mede gelet op het tijdsverloop sinds de ten laste gelegde periode, welk tijdsverloop bij hoger beroep nog aanzienlijk zal toenemen, valt binnen de bandbreedte van de straffen die normaliter in soortgelijke zaken worden opgelegd en dat die straf recht doet aan alle betrokken belangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom conform het afdoeningsvoorstel aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, waarvan twee jaren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op het artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod</para>
      <para>en</para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</para>
      <para>en</para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">drie jaren</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte <emphasis role="bold">van twee jaren niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van twee jaren</emphasis> de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M.J.A.L. Beljaars en <?linebreak?>mr. A.J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gottemaker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e26c280f-0881-4d04-b314-fb5328438432" label="1">
    <para>HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>