<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:7174</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T11:25:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/302786 / ES RK 23-5986</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:7174">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:7174</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T11:24:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:7174 Rechtbank Overijssel , 04-10-2024 / C/08/302786 / ES RK 23-5986</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:7174:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoofdverblijfplaats minderjarige. Minderjarige verblijft op dit moment in Bulgarije bij vrouw zonder toestemming van man. In Bulgarije is teruggeleidingsprocedure aanhangig gemaakt door man. De rechtbank in Sofia (Bulgarije) heeft besloten dat minderjarige terug moet keren naar Nederland en onmiddellijk moet worden overgedragen aan man. Vrouw heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Rechtbank houdt het ervoor dat in Bulgarije geen bodemprocedure over hoofdverblijfplaats minderjarige (en zorgregeling) aanhangig is. Internationale bevoegdheid. Art. 7 lid 1 en art. 9 Verordening Brussel II-ter. Gerecht van lidstaat waar kind onmiddellijk voor ongeoorloofde overbrenging of niet-terugkeer gewone verblijfplaats had, blijft bevoegd totdat het kind in andere lidstaat gewone verblijfplaats heeft verkregen. Vooralsnog is rechtbank van oordeel dat gewone verblijfplaats minderjarige niet is gewijzigd. Nederlands recht van toepassing ogv art. 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Centrale Autoriteit Bulgarije heeft volgens raad voor de kinderbescherming geen informatie willen delen met Centrale Autoriteit Nederland. Raad kan niet adviseren maar maakt zich onverminderd zorgen over interactie tussen ouders en effect van (vaak telefonische) ruzies op minderjarige, waar minderjarige veelal bij aanwezig is. Gelet hierop en in afwachting hoger beroep in Bulgarije in teruggeleidingszaak, houdt rechtbank beslissing over hoofdverblijfplaats minderjarige aan. Echtscheiding wordt uitgesproken. Beschikking is hersteld op 5 februari 2025 in verband met foutieve huwelijksplaats.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:7174:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>locatie Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/08/302786 / ES RK 23-5986 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 4 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>verder te noemen: de man,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat: mr. J.W. Post,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>verder te noemen: de vrouw,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] (Bulgarije),</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>advocaat: mr. E.D. Radenovska.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft op 17 januari 2024 een beschikking gegeven in deze zaak, waarbij iedere beslissing is aangehouden en de raad is verzocht een onderzoek in te stellen en te adviseren over welke hoofdverblijfplaats het meest in het belang van [kind] wordt geacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de volgende stukken:</para>
      <para>- een op 5 februari 2024 binnengekomen verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de vrouw;</para>
      <para>- een op 8 februari 2024 binnengekomen brief van mr. Post;</para>
      <para>- een op 13 februari 2024 binnengekomen aanvullend verzoek van de vrouw;</para>
      <para>- een op 14 maart 2024 binnengekomen verweerschrift op de zelfstandige verzoeken van de man;</para>
      <para>- een op 18 maart 2024 binnengekomen brief van mr. Post;</para>
      <para>- een op 12 april 2024 binnengekomen rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad;</para>
      <para>- een op 24 april 2024 binnengekomen brief van mr. Radenovska met bijlage;</para>
      <para>- een op 25 april 2024 binnengekomen brief van mr. Post;</para>
      <para>- een op 16 augustus 2024 binnengekomen brief van mr. Post met bijlagen;</para>
      <para>- een op 19 augustus 2024 binnengekomen brief van mr. Radenovska met bijlagen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting van 29 augustus 2024. Ter zitting zijn verschenen: de man bijgestaan door mr. Post en de vrouw bijgestaan door mr. Radenovska (de vrouw in de loop van de zitting, online, via Teams). Namens de raad zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn op 28 augustus 2021 te Nessebar (Bulgarije) met elkaar gehuwd onder het maken van Nederlandse huwelijkse voorwaarden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zijn ouders van het navolgende minderjarige kind:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [kind]
          </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De man heeft de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Bulgaarse nationaliteit. [kind] heeft de Nederlandse en de Bulgaarse nationaliteit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [kind] verblijft op dit moment in Bulgarije bij de vrouw zonder toestemming van de man. In Bulgarije is een teruggeleidingsprocedure (kenmerk 12836/2023) aanhangig gemaakt door de man. De rechtbank in Sofia heeft op 9 april 2024 in die zaak onder andere besloten dat [kind] terug moet keren naar Nederland en onmiddellijk moet worden overgedragen aan de vader. De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het hoger beroep wordt op 26 september 2024 behandeld in Sofia bij het Appel Gerechtshof.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij de rechtbank in Yambol, Bulgarije, is tussen partijen een echtscheidingsprocedure met voorlopige voorzieningen (kenmerk 2345/2023) aanhangig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij beschikking van 17 januari 2024 heeft de rechtbank Overijssel zich onbevoegd verklaard in de voorlopige voorzieningenprocedure over de toevertrouwing van [kind] (zaaknummer C/08/302928 / ES RK 23-6052). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>In de beschikking voorlopige voorzieningen van 23 april 2024 met zaaknummer C/08/309822 / ES RK 24-985 heeft de rechtbank Overijssel zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het verzoek tot vaststelling kinderalimentatie en beslist dat de man vanaf die datum € 575,- bruto per maand moet betalen aan de vrouw als partneralimentatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, na aanvulling:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [kind] bij de man zal zijn;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] met € 72,- per maand.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer, tevens houdende zelfstandig verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, na aanvulling:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;</para>
      <para> primair zich onbevoegd te verklaren ten aanzien van het verzoek om de hoofdverblijfplaats van [kind] bij de man te bepalen, subsidiair de man in zijn verzoek niet ontvankelijk verklaren althans zijn verzoek af te wijzen en de hoofdverblijfplaats van [kind] bij de vrouw vast te stellen;</para>
      <para> aan de man te bevelen om op grond van artikel 21 e.v. Rv zijn financiële stukken betreffende zijn inkomsten 2023 in het geding over te leggen;</para>
      <para> te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] met € 1.000,- per maand;</para>
      <para> te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met € 575,- per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het verweer op het zelfstandig verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar de mening van de man dient de vrouw niet-ontvankelijk in haar zelfstandige verzoeken te worden verklaard dan wel dienen haar verzoeken te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De echtscheiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Internationale bevoegdheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt rechtsmacht toe op grond van het bepaalde in artikel 3 onder a van de Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (Brussel II-ter).<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank dient eerst te beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk voordat aan het verzoek tot echtscheiding kan worden toegekomen. Artikel 10:31 lid 1 BW bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Artikel 10:31 lid 4 BW bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De man heeft een afschrift van de originele huwelijksakte overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat het huwelijk in Bulgarije is gesloten op de aldaar voorgeschreven wijze en dat dit huwelijk naar Bulgaars recht rechtsgeldig tot stand is gekomen. Dit huwelijk komt op grond van het bepaalde in artikel 10:31 lid 1 BW voor erkenning in Nederland in aanmerking, tenzij deze erkenning onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland. Hiervan is niet gebleken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>Op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>Bij de betekening van het verzoekschrift zijn de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen. Hoewel de rechtbank gebleken is dat het verzoekschrift niet het vereiste ouderschapsplan bevat, is uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken voldoende gebleken dat partijen op zodanig gespannen voet met elkaar leven en daardoor niet met elkaar kunnen communiceren over hun minderjarige kind, waarbij op dit moment met name de vraag bij wie het kind zijn hoofdverblijf moet hebben een groot struikelblok is, dat van hen redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat zij alsnog een ouderschapsplan overleggen. De rechtbank zal gelet hierop beslissingen nemen over de verzochte nevenvoorzieningen die het meest in het belang van [kind] worden geacht en daarmee derhalve, bij gebreke van een ouderschapsplan, conform artikel 815 lid 6 Rv in een ouderschapsregeling voorzien. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de man en de vrouw ontvangen in hun verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>Omdat de man en de vrouw stellen dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht en ook overigens aan de wettelijke vereisten is voldaan, is het verzoek tot echtscheiding voor toewijzing vatbaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De hoofdverblijfplaats (en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Litispendentie, internationale bevoegdheid en toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <para>De rechtbank houdt het ervoor dat er in Bulgarije geen bodemprocedure met betrekking tot de hoofdverblijfplaats (en de zorgregeling) aanhangig is. Wel is in Bulgarije aanhangig een procedure over de teruggeleiding van [kind] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <para>De internationale bevoegdheid van de rechtbank volgt uit het bepaalde in artikel 7 lid 1 Brussel II-ter. Immers het gerecht van een lidstaat waar een kind onmiddellijk voor de ongeoorloofde overbrenging of niet-terugkeer zijn gewone verblijfplaats had, blijft bevoegd totdat het kind in een andere lidstaat een gewone verblijfplaats heeft verkregen (artikel 9 Brussel II-ter). Vooralsnog is de rechtbank van oordeel dat de gewone verblijfplaats van [kind] niet is gewijzigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10.</nr>
      <para>De rechtbank zal op grond van artikel 15 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht toepassen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De hoofdverblijfplaats (en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.</nr>
      <para>In geschil is waar [kind] zijn hoofdverblijfplaats zal hebben. De ouders hebben geen verzoeken met betrekking tot de zorgregeling ingediend. De ouders hebben echter ook geen ouderschapsplan of overeenstemming over de zorgregeling ingediend. De man heeft sinds april 2024 niet meer fysiek contact gehad met [kind] . In onderling overleg vinden er wel belmomenten plaats waarop de man [kind] online kan zien. Ter zitting hebben de ouders met elkaar afgesproken dat deze zo mogelijk dagelijks kunnen plaatshebben rond 11.00 uur Bulgaarse tijd en dat de ouders hierover duidelijk zullen communiceren met elkaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.</nr>
      <para>De rechtbank is op dit moment onvoldoende geïnformeerd om over de hoofdverblijfplaats (en zorgregeling) een beslissing te nemen. De Centrale Autoriteit in Bulgarije heeft volgens de raad aangegeven geen informatie te willen delen met de Centrale Autoriteit in Nederland. De raad in Nederland heeft daarom geen rapportage van de Sociale Bijstand in Yambol ontvangen. De moeder heeft dit stuk (vertaald) wel met de Nederlandse raad gedeeld. De raad in Nederland heeft echter slechts beperkt zicht gekregen op de situatie van [kind] bij de moeder. Wel ziet de raad op grond van de (beperkte) onderzoeksinformatie geen substantiële verschillen in mogelijkheden bij elk van de ouders om voor [kind] te zorgen. De raad concludeert echter dat hij geen gefundeerd advies aan de rechtbank kan geven over de meest wenselijke hoofdverblijfplaats voor [kind] . De raad maakt zich daarnaast onverminderd zorgen over de interactie tussen de ouders en het effect van de (vaak telefonische) ruzies op [kind] , waar hij veelal bij aanwezig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.13.</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande en omdat het van belang is wat de Bulgaarse rechter in hoger beroep zal beslissen in de teruggeleidingszaak, houdt de rechtbank de beslissing over de hoofdverblijfplaats aan in afwachting van de uitspraak in hoger beroep in de teruggeleidingszaak, zoals hierna vermeld. De rechtbank wijst partijen erop dat zij, als duidelijk is waar [kind] zijn hoofdverblijfplaats zal hebben, ook over de zorgregeling afspraken moeten maken dan wel een beslissing daarover aan de rechtbank kunnen vragen als zij zelf niet in staat zijn een ouderschapsplan te maken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De kinderalimentatie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Litispendentie, internationale bevoegdheid en toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.14.</nr>
      <para>De rechtbank houdt het ervoor dat er in Bulgarije geen bodemprocedure met betrekking tot de kinderalimentatie aanhangig is, nu daarover niets is gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.15.</nr>
      <para>Voor de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van het verzoek van de vrouw om kinderalimentatie is de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) van toepassing. Op grond van die verordening is de Nederlandse rechter bevoegd omdat de man als verweerder zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft (artikel 3 Alimentatieverordening).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.16.</nr>
      <para>De vraag welk recht moet worden toegepast op het verzoek van de vrouw moet gelet op artikel 15 van de Alimentatieverordening naar de regels van het Haags Alimentatieprotocol 2007 worden beantwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.17.</nr>
      <para>Volgens artikel 3 van het Haags Alimentatieprotocol is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot het vaststellen van kinderalimentatie, omdat – zoals de rechtbank hiervoor onder 6.9. heeft geoordeeld – [kind] als onderhoudsgerechtigde in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kinderalimentatie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.18.</nr>
      <para>Omdat de rechtbank in afwachting is van de uitkomst van de hoger beroepsprocedure in Bulgarije over de teruggeleiding van [kind] en nog niet kan worden bepaald waar [kind] zijn hoofdverblijfplaats zal hebben (en wellicht welke zorgregeling zal gelden), houdt de rechtbank iedere beslissing over de kinderalimentatie aan, zoals hierna vermeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De partneralimentatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Litispendentie,,internationale bevoegdheid en toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.19.</nr>
      <para>De rechtbank houdt het ervoor dat er in Bulgarije geen bodemprocedure met betrekking tot partneralimentatie aanhangig is, nu daarover niets is gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.20.</nr>
      <para>Voor de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van het verzoek van de vrouw om partneralimentatie is de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) van toepassing. Op grond van die verordening is de Nederlandse rechter bevoegd omdat de man als verweerder zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft (artikel 3 Alimentatieverordening).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.21.</nr>
      <para>De vraag welk recht moet worden toegepast op het verzoek van de vrouw moet gelet op artikel 15 van de Alimentatieverordening naar de regels van het Haags Alimentatieprotocol 2007 worden beantwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.22.</nr>
      <para>Volgens de algemene regels van het Haags Alimentatieprotocol (artikel 3) is in beginsel Bulgaars recht van toepassing op het verzoek tot het vaststellen van partneralimentatie, omdat de vrouw als onderhoudsgerechtigde in Bulgarije haar gewone verblijfplaats heeft. De bijzondere regels van artikel 4 lid 3 van het Haags Alimentatieprotocol zijn niet van toepassing op partneralimentatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.23.</nr>
      <para>De vrouw verzet zich echter tegen toepassing van artikel 3 van het Haags Alimentatieprotocol en omdat de rechtbank met de vrouw van oordeel is dat het huwelijk/deze zaak nauwer verbonden is met Nederland (als staat van de eerste huwelijkse en laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van partijen), past de rechtbank Nederlands recht toe op het verzoek tot het vaststellen van partneralimentatie (artikel 5 van het Haags Alimentatieprotocol).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De partneralimentatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.24.</nr>
      <para>De rechtbank zal in afwachting van de uitkomst van de hoger beroepsprocedure in Bulgarije over de teruggeleiding van [kind] en gezien het feit dat er een voorlopige voorziening is getroffen ten aanzien van de partneralimentatie, ook de beslissing over de partneralimentatie aanhouden, zoals hierna vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op 28 augustus 2021 te Sveti Vlas (Bulgarije) gehuwd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>houdt iedere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de kinderalimentatie en de partneralimentatie aan in afwachting van toezending door partijen, zo spoedig mogelijk na de uitspraak, doch <emphasis role="bold underline">uiterlijk op 6 januari 2025</emphasis>, van een vertaalde uitspraak van het hoger beroep in de teruggeleidingsprocedure van [kind] in Bulgarije, waarbij beide partijen zich schriftelijk dienen uit te laten over het verdere verloop van de procedure, waarna de rechtbank zal bepalen of de zaak verder op de stukken wordt afgedaan of een nieuwe mondelinge behandeling wordt gepland.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven en in het openbaar uitgesproken op </para>
                <para>4 oktober 2024 in tegenwoordigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">door de echtgenoot die in eerste aanleg niet is verschenen: binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking aan hem in persoon dan wel binnen drie maanden nadat zij op andere wijze is betekend en openlijk bekend is gemaakt;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>