<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:7034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-16T11:10:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/307282 / HA ZA 23-464</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:7034">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:7034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-16T11:00:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:7034 Rechtbank Overijssel , 24-07-2024 / C/08/307282 / HA ZA 23-464</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:7034:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. Geen aannemingsovereenkomst op regiebasis of vaste aanneemsom. Aannemer heeft richtprijs afgegeven en moet in rekening gebrachte kosten nader toelichten en onderbouwen. Ook moet hij deel werkzaamheden nog uitvoeren en gebreken herstellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:7034:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Overijssel</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/08/307282 / HA ZA 23-464</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 24 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEDU BOUW B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Ommen,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>advocaat: mr. K.J.J. Kroeze,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [partij B1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats 1] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[partij B2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partijen in conventie,</para>
      <para>eisende partijen in reconventie,</para>
      <para>advocaat: mr. A.M. Zoete-van der Zwart.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij in conventie/verwerende partij in reconventie zal hierna Hedu genoemd worden. Gedaagde partijen in conventie/eisende partijen in reconventie zullen hierna gezamenlijk [partij B] genoemd worden (in mannelijk enkelvoud). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze zaak vordert Hedu, een bouwbedrijf, in conventie betaling van haar openstaande facturen. Volgens Hedu is sprake van een aannemingsovereenkomst op regiebasis. [partij B] , de opdrachtgever, betwist dit en stelt zich op het standpunt dat partijen een vaste aanneemsom zijn overeengekomen, althans dat Hedu een richtprijs heeft afgegeven. [partij B] wil een deel van de in conventie gevorderde hoofdsom betalen, mits Hedu de nog niet uitgevoerde werkzaamheden verricht en de volgens [partij B] aanwezige gebreken aan het werk herstelt. Hij vordert in reconventie daarom onder meer veroordeling van Hedu tot afronding van de werkzaamheden en herstel van de gebreken.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal hierna tot het oordeel komen dat Hedu een richtprijs heeft afgegeven en dat zij in de gelegenheid moet worden gesteld bij akte nader toe te lichten en te onderbouwen welke kosten zij precies voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden in rekening heeft gebracht. In reconventie is de rechtbank van oordeel dat Hedu een aantal werkzaamheden nog dient uit te voeren en een deel van de door [partij B] gestelde gebreken dient te herstellen. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De procedure</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding; <?linebreak?>- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie; <?linebreak?>- de brief van de rechtbank waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in reconventie;</para>
      <para>- de akte houdende overlegging producties van Hedu;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 22 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de op zitting voorgedragen pleitnota van [partij B] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Hierna is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [partij B] heeft in maart 2022 de woning aan [adres] (hierna te noemen: de woning) gekocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In verband met de wens om die woning te laten verbouwen, heeft [partij B] op 4 april 2022 een bijeenkomst met Hedu belegd. Tijdens die bijeenkomst heeft [partij B] een bestek en een daarbij behorende tekening aan Hedu overhandigd. Dat bestek bleek een eerder door [partij B] ten behoeve van een nieuwbouwwoning opgesteld bestek te zijn, waarin hij wijzigingen had aangebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In het bestek is onder meer het volgende te lezen:</para>
      <paragroup>
        <nr>01.02.02</nr>
        <parablock>
          <para>VERPLICHTINGEN VAN DE AANNEMER</para>
          <para>		 	(…)</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>0.5</nr>
      <parablock>
        <para>OMVANG WERKZAAMHEDEN</para>
        <para>Bij de opsommingen van de in het bestek genoemde onderdelen is gestreefd naar volledigheid. De aannemer kan geen recht op meer werk doen gelden als bepaalde onderdelen niet zijn genoemd maar wel noodzakelijk zijn voor de juiste uitvoering van de werkzaamheden. </para>
        <para>     (…)</para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>01.02.12</nr>
        <parablock>
          <para>VERREKENING VAN MEER EN MINDER WERK</para>
          <para>01.	VERREKENING VAN MEER EN MINDER WERK<?linebreak?>	Verrekening van meer en minder werk vindt slechts plaats als voor dat werk van tevoren schriftelijk opdracht is verstrekt.<?linebreak?>De prijzen, genoemd in de opdracht, zijn inclusief alle rechtstreeks of zijdelings aan de uitvoering van het werk verbonden kosten. </para>
          <para>     (…)</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>01.02.14</nr>
        <parablock>
          <para>BETALING</para>
          <para>			01.	BETALING IN TERMIJNEN</para>
          <para>De betaling van de aannemingssom geschiedt in termijnen, met overwaarderegeling. De termijnen, gebaseerd op de stand van het werk, zijn in procenten van de aannemingssom.<?linebreak?>De laatste termijn, groot 5% (overwaarderegeling) van de aannemingssom, wordt ingediend na de onderhoudstermijn voor de bouwkundige werken. <?linebreak?>Gestelde termijnen: zie navolgende opgave.</para>
          <para>-….<?linebreak?>-….<?linebreak?>In overleg met aannemer!<?linebreak?></para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op 7 september 2022 hebben partijen de woning geïnspecteerd en op 24 november 2022 hebben partijen op het kantoor van Hedu een gesprek gehad. Bij dat gesprek was ook installateur [bedrijf 2] (hierna te noemen: [bedrijf 2] ) aanwezig, die in opdracht van Hedu het installatiewerk zou verrichten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Direct voorafgaand aan de inspectie van de woning op 7 september 2022, althans op de avond na het gesprek van 24 november 2022, heeft Hedu een kostenoverzicht aan [partij B] verstrekt ter hoogte van € 279.636,00 exclusief btw (hierna te noemen: het kostenoverzicht). Boven dat overzicht staat ‘Richt Offerte’ vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op 30 december 2022 is de woning in eigendom overgedragen aan [partij B] en op 9 januari 2023 is Hedu gestart met de werkzaamheden aan de woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [partij B] heeft verschillende keren een gewijzigde tekening aan Hedu verstrekt, onder meer op 25 september 2022 en in januari 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [partij B] heeft van de van Hedu ontvangen facturen vier facturen betaald, namelijk de facturen van 31 december 2022, 6 februari 2023, 14 maart 2023 en 29 april 2023. Deze facturen bedroegen in totaal een bedrag van € 138.903,63. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Vanaf medio juni 2023 is er tussen partijen discussie ontstaan over de door Hedu verzonden facturen en gefactureerde werkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Omdat [partij B] de facturen van 19 juli 2023 en 18 september 2023 onbetaald liet, heeft Hedu haar incassogemachtigde [bedrijf 1] te [vestigingsplaats] ingeschakeld. Zij heeft [partij B] op 3 oktober 2023 tot betaling gesommeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Hedu heeft tot 5 augustus 2023 werkzaamheden in/aan de woning verricht en daarna haar werkzaamheden gestaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>
        [partij B] heeft op enig moment V.O.F. [naam v.o.f.] (hierna te noemen: [naam v.o.f.] ), een bedrijf van zijn oom, ingeschakeld om (de stand van) het werk te beoordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Bij brief van 12 oktober 2023 heeft [partij B] Hedu ter zake van een door [naam v.o.f.] op 7 oktober 2023 opgestelde lijst met gebreken in gebreke gesteld en gesommeerd om deze gebreken binnen vier weken te herstellen. In die brief staat vermeld dat [partij B] geen aanleiding ziet om nog betalingen te verrichten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>In november 2023 heeft Hedu ten laste van [partij B] conservatoir beslag laten leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>In een rapport van [naam v.o.f.] van 27 december 2023 staat een groot aantal onvolkomenheden in het door Hedu uitgevoerde werk opgesomd en advies voor het herstel daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Hedu vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [partij B] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 210.403,97, bestaande uit een bedrag van € 207.851,81 aan hoofdsom en een bedrag van € 2.552,16 aan rente, en tot betaling van de kosten van deze procedure, de beslagkosten daaronder begrepen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [partij B] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Hedu, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Hedu in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [partij B] vordert – samengevat – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. voor recht te verklaren dat [partij B] , nadat het werk door Hedu overeenkomstig het hersteladvies van [naam v.o.f.] van 27 december 2023 goed en deugdelijk is opgeleverd, nog een bedrag van € 99.703,72 aan Hedu moet voldoen en dat hij daarmee aan zijn betalingsverplichting richting Hedu heeft voldaan;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>II. Hedu op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen om binnen een maand na betekening van dit vonnis de overeengekomen werkzaamheden goed en deugdelijk aan [partij B] op te leveren met herstel en afronding van de in het rapport van [naam v.o.f.] van 27 december 2023 gespecificeerde werkzaamheden;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>III. Hedu te veroordelen in de kosten van deze procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Hedu voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij B] , dan wel tot afwijzing van zijn vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij B] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, ziet de rechtbank aanleiding deze gezamenlijk te bespreken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Regieovereenkomst, vaste aanneemsom of richtprijs?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>In deze zaak ligt ten eerste de vraag voor wat partijen ten aanzien van de prijs van de door Hedu te verrichten werkzaamheden precies met elkaar zijn overeengekomen en wat voor soort aannemingsovereenkomst zij dus hebben gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Hedu stelt zich op het standpunt dat partijen zijn overeengekomen dat de werkzaamheden op regiebasis zouden worden afgerekend. Zij voert daartoe aan dat het de bedoeling van partijen was dat de verbouwing in goed overleg zou plaatsvinden, dat er tussentijds wijzigingen konden worden doorgevoerd en dat [partij B] in overleg ook zelf werkzaamheden kon uitvoeren. Volgens Hedu heeft [partij B] ook daadwerkelijk regelmatig wijzigingen aangebracht in de uit te voeren werkzaamheden en blijkt de regiebasis onder meer uit de aan [partij B] verzonden facturen waarop steeds de gebruikte materialen en het aantal manuren per dag inzichtelijk zijn gemaakt. Hedu heeft in opdracht van [partij B] inmiddels voor een bedrag van € 346.755,44 aan werkzaamheden uitgevoerd en gefactureerd en gelet op het door [partij B] betaalde bedrag van <?linebreak?>€ 138.903,63, moet [partij B] dus nog een bedrag van € 207.851,81 aan hoofdsom aan Hedu betalen, aldus Hedu.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [partij B] betwist dat hij een overeenkomst op basis van regie met Hedu heeft gesloten. Volgens hem heeft hij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan Hedu kenbaar gemaakt dat hij vooraf duidelijkheid wilde hebben over de prijs, omdat hij voor de verbouwing afhankelijk was van een financiering en zou hij gelet hierop nooit akkoord zijn gegaan met een overeenkomst op regiebasis. [partij B] betoogt dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst de bedoeling hadden om duidelijke prijsafspraken te maken en stelt zich op het standpunt dat voor de in het kostenoverzicht opgesomde werkzaamheden een vaste aanneemsom, althans een richtprijs, is overeengekomen. Ter onderbouwing van zijn stelling dat sprake is van een vaste aanneemsom verwijst [partij B] onder meer naar het bepaalde in artikel 01.02.02 en 01.02.12 van het bestek. </para>
        <para>
          [partij B] meent op basis van de door hem gestelde prijsafspraken nog een bedrag van </para>
        <para>€ 99.703,72 aan Hedu verschuldigd te zijn, mits het werk goed en deugdelijk door Hedu wordt opgeleverd. [partij B] heeft namelijk, zo stelt hij, mondeling zijn akkoord gegeven op een groot aantal van de in het kostenoverzicht genoemde werkzaamheden en Hedu mocht voor die werkzaamheden op grond van dat overzicht een vaste prijs van € 144.262,55 inclusief btw aan hem in rekening brengen. In plaats van het op het kostenoverzicht genoemde felsen dak heeft [partij B] gekozen voor een dak met keramische dakpannen en partijen zijn daarvoor een prijs van € 32.428,00 inclusief btw overeengekomen. [partij B] heeft er ook voor gekozen de op het kostenoverzicht vermelde warmtepomp met bijbehorend installatiewerk te laten vervallen en [bedrijf 2] heeft aan [partij B] kenbaar gemaakt dat dit een kostenbesparing van circa € 40.000,00 zou betekenen, zodat [partij B] voor al het overige installatiewerk een bedrag van € 36.300,00 inclusief btw aan Hedu verschuldigd is. [partij B] heeft mondeling opdracht verstrekt aan Hedu voor het verrichten van meerwerk voor een totaalbedrag van € 25.616,80, zodat de totale aanneemsom € 238.607,35 bedroeg (zijnde € 144.262,55 + 32.428,00 + 36.300,00 + 25.616,80). Gelet op het door [partij B] reeds aan Hedu betaalde bedrag van </para>
        <para>€ 138.903,63 is hij dus nog een bedrag van € 99.703,72 aan Hedu verschuldigd, aldus steeds [partij B] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat Hedu voor wat betreft de in het kostenoverzicht weergegeven werkzaamheden een richtprijs heeft afgegeven. Van een vaste aanneemsom voor de op dat overzicht vermelde werkzaamheden is geen sprake, aangezien boven dat overzicht duidelijk vermeld staat dat dit een richtofferte betreft. De door [partij B] gewenste en verkregen flexibiliteit om ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden later nog wijzigingen door te geven of al dan niet te beslissen een deel van die werkzaamheden niet uit te laten voeren of zelf uit te voeren duidt er eveneens op dat er van een vaste aanneemsom geen sprake is. Ook het bestek, waarvan de rechtbank hieronder onder 5.7 tot het oordeel komt dat dit onderdeel uitmaakt van de tussen partijen gesloten overeenkomst, levert een aanwijzing op dat een vaste aanneemsom niet aan de orde is. In artikel 01.02.14 van dat bestek zijn namelijk geen betalingstermijnen opgenomen en [partij B] heeft ter zitting erkend dat partijen daar op een later moment niet alsnog afspraken over hebben gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Van een overeenkomst op basis van regie is naar het oordeel van de rechtbank evenmin sprake. Hedu heeft namelijk ter zitting erkend dat [partij B] inderdaad vóór het aangaan van de overeenkomst duidelijk heeft gemaakt dat hij een lening moest afsluiten om de verbouwing te kunnen bekostigen en dat hij daarom een prijsindicatie wilde ontvangen. Gelet hierop moet worden aangenomen dat [partij B] niet de bedoeling had om een overeenkomst op regiebasis te sluiten en Hedu had dit ook moeten begrijpen. Vast staat bovendien dat Hedu bij het uitvoeren van haar werkzaamheden stagiaires heeft ingezet en dus mensen heeft opgeleid en ook dat past naar het oordeel van de rechtbank niet bij een overeenkomst die op basis van regie wordt uitgevoerd; Hedu had redelijkerwijs moeten begrijpen dat dergelijke opleidingskosten niet voor rekening van de opdrachtgever zouden kunnen komen. Weliswaar heeft Hedu gefactureerd als ware er sprake van een overeenkomst op regiebasis, maar de rechtbank acht dit en het feit dat [partij B] aanvankelijk niet door die wijze van facturering is gealarmeerd in de gegeven omstandigheden onvoldoende om aan te nemen dat toch sprake is van een regieovereenkomst; als Hedu met de voor de verbouwing gemoeide kosten binnen de marges van de richtprijs zou blijven zou de wijze van factureren voor [partij B] immers van ondergeschikt belang zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aannemingsovereenkomst </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Partijen verschillen ook van mening over de vraag welke stukken precies deel uitmaken van de tussen hen gesloten aannemingsovereenkomst en in het bijzonder of het bestek onderdeel is van die overeenkomst. [partij B] meent dat dat het geval is. Hedu heeft aanvankelijk gesteld dat het bestek al in mei/juni 2022 is losgelaten omdat daarin zaken stonden die technisch niet uitvoerbaar of haalbaar waren, maar zij heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het bestek een leidraad/een globale richtlijn was. Gelet op dit laatste, gaat de rechtbank ervan uit dat voor zover Hedu werkzaamheden heeft uitgevoerd waarvoor [partij B] geen latere wijzigingen meer aan haar heeft doorgegeven, deze conform de beschrijving in het bestek verricht dienden te worden. [partij B] mocht naar het oordeel van de rechtbank echter niet verwachten dat het kostenoverzicht betrekking had op de gehele verbouwing en dus ook betrekking had op werkzaamheden die wel in het bestek zijn genoemd maar niet in het kostenoverzicht zijn opgenomen. Hedu heeft namelijk op het kostenoverzicht alleen richtprijzen afgegeven voor bepaalde specifieke werkzaamheden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De werkzaamheden op het kostenoverzicht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Omdat de in het kostenoverzicht vermelde prijzen richtprijzen betreffen, geldt op grond van het bepaalde in artikel 7:752 lid 2 BW dat die prijzen met niet meer dan 10% mogen worden overschreden, tenzij de aannemer de opdrachtgever zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding heeft gewaarschuwd om hem de gelegenheid te geven het werk alsnog te beperken of te vereenvoudigen. Hedu heeft zich op het standpunt gesteld dat zij aan deze waarschuwingsplicht heeft voldaan, maar zij heeft deze stelling onvoldoende toegelicht en onderbouwd. De rechtbank gaat er dus van uit dat van een waarschuwing in de zin van het tweede lid van artikel 7:752 BW geen sprake is geweest. Dit betekent dat Hedu voor de in het kostenoverzicht vermelde en uitgevoerde werkzaamheden maximaal 10% meer mag rekenen dan in dat overzicht vermeld staat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Hedu heeft zich op het standpunt gesteld dat zij het kostenoverzicht al op 7 september 2022 aan [partij B] heeft verstrekt, terwijl [partij B] stelt dit overzicht pas op 24 november 2022 te hebben ontvangen. Indien het standpunt van Hedu zou worden gevolgd, is de gewijzigde tekening van 25 september 2022 die [partij B] aan Hedu heeft verstrekt van na de datum van het kostenoverzicht. Dit betekent echter niet dat die wijzigingen voor wat betreft de door Hedu doorgegeven, op het kostenoverzicht vermelde, richtprijzen in het nadeel van [partij B] zouden moeten uitpakken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hedu immers aangegeven dat tijdens het gesprek van 24 november 2022 over de door [partij B] gewenste werkzaamheden en over het kostenoverzicht is gesproken. Vaststaat dat er naar aanleiding van dat gesprek geen aanpassingen aan het kostenoverzicht zijn aangebracht, en dat, zoals hiervóór overwogen, Hedu [partij B] ook niet heeft gewaarschuwd dat hij gelet op de wensen die hij had, zou moeten uitgaan van hogere kosten dan in het kostenoverzicht vermeld staan. Om die reden wordt Hedu niet gevolgd voor zover in haar standpunt besloten ligt dat ten opzichte van het kostenoverzicht in het nadeel van [partij B] rekening moet worden gehouden met wijzigingen die voortvloeien uit de aangepaste tekening van 25 september 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat van de op het kostenoverzicht vermelde werkzaamheden [partij B] in ieder geval voor de volgende werkzaamheden opdracht heeft gegeven aan Hedu:<?linebreak?></para>
      <para>- pannen verwijderen en afvoeren naar container		</para>
      <para>- gehele kap uitvullen en aanpassen (goten, boeien, plafonds en topgevels), bekleden Rockpanel, dakkapel maken en plaatsen<?linebreak?>- plat dak 50 cm verhogen, 650 x 550 cm incl. dakbedekking<?linebreak?>- aanbouw 400 x 832,50 compleet met portalen en dakbedekking<?linebreak?>- het gehele dak isoleren met iko enetherm 14 cm rc waarde 6,35<?linebreak?>- nieuwe kozijnen rondom gehele huis<?linebreak?>- binnenwanden aanpassen en nieuwe kozijnen<?linebreak?>- vloer ophogen en schuimbeton en cd vloer<?linebreak?>- containers incl. stortkosten<?linebreak?>- stucwerk: alle binnenwanden en plafonds<?linebreak?>- gezette zinken goten 25/20 met kraal 15 m1, 4 m1, 1,5 m1, 4 m1, 7 m1 8 zinken H.W.A. </para>
      <parablock>
        <para>Op het kostenoverzicht staat voor deze werkzaamheden in totaal een bedrag van </para>
        <para>€ 125.255,00 exclusief btw vermeld. Gelet op het voorgaande, zou [partij B] voor de betreffende werkzaamheden in beginsel maximaal 10% extra aan Hedu verschuldigd zijn geworden, dat wil zeggen € 137.780,50, te vermeerderen met de btw. De rechtbank kan uit de door Hedu overgelegde facturen niet afleiden welke kosten zij precies voor de betreffende werkzaamheden in rekening heeft gebracht en kan dus niet vaststellen of zij inderdaad ten aanzien van (sommige van) die werkzaamheden extra kosten heeft gemaakt ten opzichte van de afgegeven richtprijs. Hedu dient daarom bij akte nader toe te lichten en te onderbouwen welke kosten inclusief btw zij precies voor de werkzaamheden in kwestie bij [partij B] in rekening heeft gebracht. Voor zover op verzoek van [partij B] sprake is geweest van wijzigingen in die werkzaamheden dient Hedu dit in haar akte ook aan te geven. De rechtbank kan naar aanleiding van de nadere toelichting en onderbouwing, en de reactie daarop van [partij B] , vervolgens bepalen welke kosten [partij B] (in beginsel) ter zake van betreffende de werkzaamheden precies aan Hedu verschuldigd is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het dak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het dak met keramische dakpannen zijn partijen het erover eens dat Hedu daarvoor in december 2022 een prijs heeft genoemd van € 32.428,00 inclusief btw. Gelet op het voorgaande, moet ervan worden uitgegaan dat die prijs ook een richtprijs is en dat [partij B] dus maximaal 10% extra voor de werkzaamheden aan het dak aan Hedu verschuldigd is geworden. Om te bepalen of Hedu inderdaad recht heeft op die 10%, zal </para>
        <para>Hedu in zijn akte ook nader moeten toelichten en onderbouwen welke kosten zij precies voor de werkzaamheden aan het dak aan [partij B] in rekening heeft gebracht. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Installatiewerk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>Wat betreft het op het kostenoverzicht vermelde installatiewerk geldt dat daarvoor een richtprijs is vermeld van € 65.500,00. Partijen zijn het erover eens dat de als onderdeel van dat installatiewerk genoemde warmtepomp is komen te vervallen. Hedu betwist dat dit betekent dat [partij B] voor het overige installatiewerk nog € 36.300,00 inclusief btw aan haar verschuldigd is. Volgens haar heeft [partij B] pas tijdens de verbouwing, namelijk in februari 2023, een definitieve keuze gemaakt voor wat betreft de verwarming en het installatiewerk. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>Om te kunnen bepalen welk bedrag [partij B] maximaal voor het installatiewerk aan Hedu verschuldigd is geworden, heeft de rechtbank behoefte aan nadere informatie. Hedu dient daarom in haar akte ook nader toe te lichten en te onderbouwen welke kosten zij heeft bespaard doordat [partij B] de warmtepomp heeft laten vervallen en welke kosten zij heeft gemaakt voor het totale installatiewerk.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Meerwerk’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14.</nr>
      <para>
        [partij B] stelt zich op het standpunt dat hij aanvullend op de in het kostenoverzicht genoemde werkzaamheden aan Hedu de opdracht heeft verstrekt voor het aanbrengen van een daklicht/koepel in de bijkamer, een dakraam in een slaapkamer,  leidingwerk ten behoeve van de airco’s en aluminium schuifpuien. Volgens [partij B] bedroeg de (redelijke) prijs voor deze verschillende werkzaamheden respectievelijk <?linebreak?>€ 1.449,10, € 1.148,05, € 532,40 en € 22.487,25 inclusief btw. Hedu erkent dat opdracht is gegeven voor de betreffende werkzaamheden, maar betwist de juistheid van de door [partij B] gestelde prijzen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.15.</nr>
      <para>De rechtbank constateert dat [partij B] niet heeft toegelicht en onderbouwd waarom moet worden aangenomen dat voor het aanbrengen van het dakraam en het leidingwerk voor de airco’s een prijs van respectievelijk € 1.148,05 en € 532,40 een redelijke prijs betreft. Wat betreft de prijs voor het aanbrengen van het daklicht en de aluminium schuifpuien beroept [partij B] zich op WhatsApp-berichten die partijen elkaar hebben gestuurd. Hedu stelt zich naar het oordeel van de rechtbank echter terecht op het standpunt dat de in die berichten genoemde prijzen uitsluitend de materiaalkosten betreffen. [partij B] mocht er dus niet van uitgaan dat de door Hedu genoemde prijzen tevens zagen op het daadwerkelijk aanbrengen van het daklicht en de schuifpuien en de extra werkzaamheden die daarmee gemoeid waren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.16.</nr>
      <para>De rechtbank zal Hedu in de gelegenheid stellen bij akte nader toe te lichten en te onderbouwen welke kosten zij ter zake van de werkzaamheden in kwestie heeft gemaakt en waarom deze redelijk zijn geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.17.</nr>
      <parablock>
        <para>Hedu stelt zich op het standpunt dat [partij B] tijdens het werk ook nog andere werkzaamheden heeft opgedragen dan voornoemd ‘meerwerk’, installatiewerk, werk aan het dak en de in het kostenoverzicht genoemde werkzaamheden. Volgens Hedu was er bijvoorbeeld sprake van verborgen gebreken aan de woning die [partij B] hersteld wilde zien en koos [partij B] ook regelmatig voor een duurdere afwerking met een hoger prijskaartje. [partij B] heeft dit in het licht van de gemotiveerde stellingen van Hedu naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank gaat er daarom van uit dat [partij B] inderdaad nog andere werkzaamheden aan Hedu heeft opgedragen en zal Hedu in de gelegenheid stellen bij akte nader toe te lichten en te onderbouwen welke werkzaamheden zij in opdracht van [partij B] extra heeft verricht. Indien namelijk inderdaad sprake is geweest van extra werkzaamheden en dus van een uitbreiding van de aan Hedu gegeven opdracht, zal [partij B] daarvoor moeten betalen. Dit geldt ook indien [partij B] op een later moment heeft gekozen voor een luxere uitvoering van bepaalde onderdelen. Hedu dient in haar akte onderbouwd aan te geven welke kosten gemoeid waren met de door haar gestelde extra werkzaamheden en wanneer [partij B] opdracht heeft gegeven voor die werkzaamheden. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Minderwerk’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.18.</nr>
      <para>
        [partij B] stelt zich op het standpunt dat sprake is geweest van minderwerk dat nog verrekend moet worden. Hij noemt als minderwerk echter posten die wel in het bestek staan maar niet op het kostenoverzicht, zodat om die reden geen sprake kan zijn van verrekening van die posten. Ten aanzien van de houten of kunststof kozijnen/puien miskent [partij B] dat Hedu deze niet in rekening heeft gebracht. Voor zover sprake is geweest van besparingen zou dit moeten volgen uit de nadere toelichting en onderbouwing die Hedu bij akte gaat geven. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.19.</nr>
      <para>
        [partij B] heeft nog aangevoerd dat sprake is geweest van een oneerlijke en misleidende handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193b en 6:193c lid 1 sub d BW. Aangezien zij dat standpunt echter niet heeft vertaald in een vordering tot schadevergoeding of tot vernietiging van de tussen partijen gesloten overeenkomst, gaat de rechtbank daaraan voorbij. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Moet Hedu het werk overeenkomstig het hersteladvies van [naam v.o.f.] opleveren?</emphasis>
          <?linebreak?>5.20.	[partij B] stelt zich onder verwijzing naar het rapport van [naam v.o.f.] van 27 december 2023 op het standpunt dat sprake is van diverse gebreken in het werk en van niet afgeronde werkzaamheden. De rechtbank leidt uit zijn eis in reconventie af dat hij meent dat hij pas tot betaling van enig bedrag aan Hedu hoeft over te gaan, indien Hedu de betreffende gebreken heeft hersteld en het werk goed en deugdelijk heeft opgeleverd. <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.21.</nr>
      <para>Hedu betwist dat zij het gehele werk moet opleveren alvorens zij aanspraak kan maken op betaling. Volgens Hedu heeft [partij B] zich in zijn brief van 12 oktober 2023 namelijk ten onrechte op opschorting beroepen en kan van haar niet gevergd worden werkzaamheden uit te voeren voordat er betaald is. Hedu wijst er in dit kader op dat zij niet in verzuim kon komen te verkeren, omdat [partij B] al in verzuim was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.22.</nr>
      <para>De rechtbank volgt haar niet in dit standpunt. Nu tussen partijen geen sprake was van een overeenkomst op regiebasis, moet aangenomen worden dat Hedu te veel kosten aan [partij B] in rekening heeft gebracht. [partij B] mocht in verband daarmee in de zomer/het najaar van 2023 haar betalingen aan Hedu staken. Hedu meent kennelijk dat [partij B] gelet op het bepaalde in artikel 6:54 sub a jo 6:59 BW niet bevoegd was tot opschorting, omdat Hedu haar verplichtingen al had opgeschort. Voor zover al juist is dat Hedu als eerste haar verplichtingen heeft opgeschort, gaat dit betoog naar het oordeel van de rechtbank niet op. Ter zitting heeft Hedu desgevraagd namelijk beaamd dat, indien de rechtbank ervan uitgaat dat geen sprake is van een regieovereenkomst, er tussen partijen geen afspraken zijn gemaakt over de betaling.  Er moet dus worden aangenomen dat de op de facturen van Hedu vermelde betalingstermijn niet tussen partijen is overeengekomen, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat Hedu ten tijde van het staken van haar werkzaamheden geen opeisbare vordering op [partij B] had. Dit betekent dat aan Hedu geen opschortingsbevoegdheid toekwam. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.23.</nr>
      <para>Hedu stelt zich ook op het standpunt dat aan het rapport van [naam v.o.f.] voorbij moet worden gegaan. Volgens haar kan namelijk geen sprake zijn geweest van een objectief en onafhankelijk onderzoek, aangezien dat onderzoek door een familielid van [partij B] is uitgevoerd. Hedu betwist ook dat binnen [naam v.o.f.] voldoende bouwtechnische kennis en deskundigheid aanwezig is om een oordeel te kunnen geven over de uitgevoerde werkzaamheden. Zij wijst er bovendien op dat zij niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van het rapport van [naam v.o.f.] , dat er geen hoor- en wederhoor heeft plaatsgehad en dat een deugdelijke onderbouwing van de door [naam v.o.f.] gestelde gebreken ontbreekt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.24.</nr>
      <para>De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om het rapport van [naam v.o.f.] buiten beschouwing te laten. In dat rapport staat duidelijk en uitgebreid opgesomd welke werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd, althans van welke gebreken aan het werk sprake is, en de betreffende werkzaamheden en gebreken zijn (in beginsel) goed onderbouwd met een groot aantal foto’s. Hedu heeft het rapport ook niet met voldoende specificiteit inhoudelijk betwist, of ter betwisting van het rapport in kwestie een ander rapport of een verklaring van een deskundige overgelegd waaruit de ondeugdelijkheid van het rapport van [naam v.o.f.] , althans de ondeskundigheid van de opsteller daarvan, blijkt. De rechtbank zal dus aan de hand van het rapport van [naam v.o.f.] beoordelen welke werkzaamheden Hedu nog moet verrichten voordat het werk goed en deugdelijk kan worden opgeleverd en Hedu recht heeft op betaling.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.25.</nr>
      <para>In dat rapport staan 27 “onvolkomenheden” opgesomd. Van drie daarvan erkent Hedu dat dit opleverpunten betreffen die zij moet herstellen. Dit gaat om de posten 17, 22 en 27. De rechtbank zal Hedu dus in het te wijzen eindvonnis veroordelen tot het uitvoeren van die werkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.26.</nr>
      <parablock>
        <para>Hedu erkent ook dat vijftien van de in het rapport van [naam v.o.f.] genoemde posten werkzaamheden betreffen die zij nog moet uitvoeren. Dit zijn de posten met nummer 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 11, 12, 13, 18, 19, 20, 21 en 25. Volgens Hedu moeten deze posten echter nog wel (apart) aan [partij B] gefactureerd worden. Aangezien geen sprake is van een regieovereenkomst, is dit standpunt deels onjuist. De posten 2, 3, 4, 11, 12, 13, 18, 19, 20, 21 en 25 vallen naar het oordeel van de rechtbank namelijk onder de in het kostenoverzicht opgesomde werkzaamheden, althans onder het installatiewerk, dakwerk of het door [partij B] gestelde ‘meerwerk’. De rechtbank zal Hedu in het eindvonnis tot het uitvoeren van die werkzaamheden veroordelen. </para>
        <para>Wat betreft de posten 5 tot en met 8 geldt naar het oordeel van de rechtbank dat [partij B] voor die werkzaamheden inderdaad nog apart moet betalen, aangezien aangenomen moet worden dat deze werkzaamheden niet vallen onder de door Hedu afgegeven richtprijzen. Gelet op de vorderingen van partijen, vallen deze posten buiten het bereik van deze procedure. De rechtbank kan Hedu dus niet veroordelen tot het verrichten van de werkzaamheden in kwestie. Indien [partij B] wil dat Hedu deze alsnog uitvoert, zal hij dit zelf met haar moeten kortsluiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.27.</nr>
      <para>Ten aanzien van de werkzaamheden uit post 10 (leidingwerk voor warm en koud water voor keukenblok garage leveren en plaatsen) erkent Hedu dat deze voor wat betreft het koude water inderdaad nog uitgevoerd moeten worden en onder het installatiewerk vallen. Volgens Hedu is echter niet overeengekomen dat er ook een warmwateraansluiting moet komen. De rechtbank ziet dit in het bestek inderdaad niet terug, zodat Hedu in het te wijzen eindvonnis alleen zal worden veroordeeld tot het leveren en plaatsen van het leidingwerk voor koud water. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.28.</nr>
      <para>Ook voor wat betreft de in post 26 (gootaansluiting ter plaatse van rechterzijgevel uitbouw) genoemde werkzaamheden erkent Hedu deels dat deze nog uitgevoerd moet worden, namelijk voor zover het de verlenging van de bestaande gootconstructie betreft. Hiertoe zal zij dus in het eindvonnis worden veroordeeld. Aangezien nergens uit blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat er verholen goten zouden worden aangebracht, zal dit deel van de werkzaamheden worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.29.</nr>
      <para>Ten aanzien van het dak (post 14) blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de in het rapport van [naam v.o.f.] opgenomen foto’s dat sprake is van oneffenheden in het dakvlak en dat het afwerkings- en detailleringsniveau van de dakvlakken van het woonhuis en de garage inderdaad onvoldoende is. Nu Hedu niet heeft weten te onderbouwen dat dit geen gebreken betreft, zal de rechtbank haar in het te wijzen eindvonnis veroordelen tot het verrichten van de onder 14.3 genoemde werkzaamheden. Het onbewerkt laten van de gezaagde kanten van de dakpannen (post 15, maar ook onderdeel van post 14.3) acht de rechtbank wel degelijk een gebrek, zodat ook die werkzaamheden zullen worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.30.</nr>
      <para>Post 1 betreft het aanhelen van de cementdekvloer ter plaatse van de meterkast en het aanbrengen van een vloerluik in de meterkast. Volgens Hedu zijn over deze werkzaamheden geen afspraken gemaakt. De rechtbank constateert dat in het bestek inderdaad niets terug te vinden is over het aanbrengen van een vloerluik in de meterkast en gaat er dus van uit dat deze werkzaamheden niet tussen partijen zijn overeengekomen. Het aanhelen van de cementdekvloer ter plaatse van de meterkast valt naar het oordeel van de rechtbank wel onder de aan Hedu opgedragen werkzaamheden en Hedu zal daartoe dus in het eindvonnis worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.31.</nr>
      <para>Voor wat betreft het aftimmeren van de verdelers van de vloerverwarming (post 9) stelt Hedu zich gelet op de inhoud van het bestek naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat dit geen onderdeel is van de overeengekomen werkzaamheden. Het uitvoeren van deze werkzaamheden wordt dus afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.32.</nr>
      <para>De rechtbank acht post 16 (aansluiting dak garage) onvoldoende onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.33.</nr>
      <para>Voor wat betreft post 23 (afwerking rechter zijgevel garage) stelt Hedu zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat uit de tekeningen volgt dat de afwerking conform afspraak is. Ook deze post is dus niet toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.34.</nr>
      <para>Voor wat betreft post 24 (onvoldoende afschot plat dak uitbouw en bijkeuken) is de rechtbank tot slot van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat Hedu niet het minimale afschot heeft aangehouden. Ook aan deze post wordt dus voorbij gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.35.</nr>
      <para>De rechtbank constateert dat Hedu sommige van de nog door haar uit te voeren werkzaamheden pas kan verrichten nadat de gevelisolatie en de gevelstuc is aangebracht. Het is de rechtbank niet duidelijk of [partij B] die laatste werkzaamheden door een derde wil laten uitvoeren en zo ja, of dit inmiddels is gebeurd. [partij B] dient daarover in haar akte meer duidelijkheid te verschaffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.36.</nr>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om als stok achter de deur een dwangsom te koppelen aan de in het eindvonnis op te nemen veroordeling van Hedu tot het verrichten van de hiervoor toewijsbaar geachte werkzaamheden, maar zal deze in dat vonnis wel beperken en maximeren. Ook zal de rechtbank de termijn waarbinnen de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden in het eindvonnis bepalen op drie maanden na de betekening van dat vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 21 augustus 2024</emphasis> voor akte uitlating aan de zijde van Hedu, zoals hiervoor in r.o. 5.10, 5.11, 5.13, 5.16 en 5.17 is overwogen, waarna [partij B] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen en daarbij tevens kan ingaan op hetgeen hiervoor in r.o. 5.35 is overwogen;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Essed en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024. </para>
        <para>(md)</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>