<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T12:22:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10628860 \ CV EXPL  23-1666</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:647">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-06T14:08:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:647 Rechtbank Overijssel , 06-02-2024 / 10628860 \ CV EXPL  23-1666</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:647:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>non-conformiteit auto. verkeerde procespartij. afwijzing vordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:647:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10628860 \ CV EXPL  23-1666 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 6 februari 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats 1],</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. T. IJsenbrandt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,<?linebreak?>h.o.d.n. [bedrijf 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2],</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Visser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 10 oktober 2023,</para>
      <para>- de nagekomen producties 16 t/m 21 van [eiser], </para>
      <para>- de e-mailwisseling van partijen op 2 januari 2024 (over de vraag wie partij is en wie ter zitting zal verschijnen),</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van de zaak op 9 januari 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Hierop is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 5 maart 2023 zijn Mercedes Benz S350 uit 2021 verkocht aan [bedrijf 2] B.V.. Deze vennootschap werd daarbij vertegenwoordigd door de heer [naam], de vader van gedaagde [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft daarna met [naam] onderhandeld over de aankoop van een Mercedes Benz CL500, bouwjaar 2001, kenteken [kenteken] en kilometerstand 58.807 km (hierna: de auto). Op 14 maart 2023 heeft [eiser] de auto gekocht voor een bedrag van € 16.000,00. Op de opgemaakte factuur, overgelegd als productie 3, staat onder meer een logo met daaronder de tekst “[bedrijf 1]”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Volgens [eiser] vertoonde de auto vlak na de aankoop van de auto al diverse gebreken. Hij heeft met [naam] gecorrespondeerd over de gebreken en terugname van de auto, maar tot een oplossing heeft het niet geleid. [eiser] stelt dat de overeenkomst met [naam] namens [gedaagde] is gesloten en vordert in deze procedure:</para>
      <para>- primair, ontbinding van de overeenkomst op grond van non-conformiteit en terugbetaling van de koopprijs van € 16.000,00 met rente,</para>
      <para>- subsidiair, vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling, met terugbetaling van de koopprijs van € 16.000,00,</para>
      <para>- meer subsidiair, de gevolgen van de koopovereenkomst te wijzigen, ter opheffing van het nadeel dat [eiser] lijdt, zo dat zijn betaalverplichting wordt gesteld op een bedrag van € 8.500,00,</para>
      <para>- nog meer subsidiair, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een door de kantonrechter te schatten bedrag als schadevergoeding, met rente,</para>
      <para>alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard. [eiser] heeft gehandeld met [naam] namens [bedrijf 2] B.V. en die vennootschap had dus moeten worden gedagvaard. [eiser] heeft nooit contact met gedaagde [gedaagde] gehad. [gedaagde] vermoedt dat [eiser] hem heeft aangesproken en niet [bedrijf 2] B.V., omdat deze vennootschap een tegenvordering heeft aangekondigd die ziet op de door [eiser] aan de vennootschap verkochte Mercedes Benz. Die auto had volgens [bedrijf 2] B.V. gebreken waarvoor [eiser] aansprakelijk is. [gedaagde] heeft ook inhoudelijk tegen de vorderingen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling door de kantonrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter komt aan een inhoudelijke behandeling van het geschil niet toe. Met [gedaagde] komt de kantonrechter tot de conclusie dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard. Hij zal de tegen [gedaagde] ingestelde vorderingen daarom afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan [eiser] kan worden toegegeven dat de factuur doet voorkomen dat de verkopende partij [bedrijf 1], de eenmanszaak van [gedaagde], is geweest, mede gelet op het feit dat beide bedrijven zijn gevestigd aan de [adres]. Alle andere omstandigheden wijzen echter in de richting van [bedrijf 2] B.V. als contractspartij. [gedaagde], althans zijn vader [naam] die ook ter zitting aanwezig was, heeft onbetwist gesteld dat:</para>
      <para>- [eiser] zijn auto had verkocht aan [bedrijf 2] B.V., vertegenwoordigd door [naam], </para>
      <para>- [eiser] alleen met [naam] heeft gesproken/ge-appt,</para>
      <para>- de naam [bedrijf 1] op de factuur weliswaar wijst op [gedaagde], maar gegevens als KvK-nummer, bankrekeningnummer en 06-nummer van [bedrijf 2] B.V. waren en zijn,</para>
      <para>- [naam] oud briefpapier van hem heeft gebruikt en dat zijn zoon later de handelsnaam [bedrijf 1] heeft overgenomen,</para>
      <para>- [eiser] zelf bij brief van 14 juni 2023 heeft verklaard dat hij de auto heeft gekocht van dezelfde partij aan wie hij kort daarvóór een andere Mercedes had verkocht.</para>
      <para>Tegenover deze omstandigheden is het feit dat de factuur “[bedrijf 1]” vermeldt en beide bedrijven zijn gevestigd aan de [adres], onvoldoende om te kunnen concluderen dat [eiser] zaken heeft gedaan met [naam] namens [gedaagde] en/of dat op zijn minst die schijn is gewekt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [bedrijf 2] B.V. moet daarom als contractspartij worden gezien. Dat betekent in deze procedure dat de kantonrechter niet toekomt aan een inhoudelijke behandeling van het geschil. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiser] is in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 924,00 (twee punten tarief € 396,00 vermeerderd met € 132,00 nakosten).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 924,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>