<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:5898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-15T10:19:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11347362 CV EXPL 24-3276</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Enschede</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-13T10:24:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:5898 Rechtbank Overijssel , 08-11-2024 / 11347362 CV EXPL 24-3276</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt de gedaagde om zorg te dragen dat uiterlijk 25 november 2024 de woning beschikt over een functionerende cv-installatie, om die dag aan eiser exclusief toegang tot het gehuurde te verschaffen, aan eiser te betalen een voorschot op de door eiser geleden en nog te lijden schade en om de onderzoekskosten te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Enschede</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11347362 CV EXPL 24-3276 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROCES-VERBAAL</emphasis> van de op 8 november 2024 te Enschede, deels via teams, gehouden mondelinge behandeling van de kantonrechter in de kortgedingprocedure tussen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],</para>
      <para>eisende partij, </para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.E.R.B. Snel,</para>
      <para>advocaat te Amsterdam,<?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>gedaagde partij, </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: mrs. F.R.G. Keijzer en N. Toeajeva,</para>
      <para>advocaten te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>R.B.M. Pillen, griffier.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>namens [eiser], mw. [naam 1] (office manager), bijgestaan door mr. Snel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>via teams: [gedaagde], vertegenwoordigd door zijn moeder mw. [naam 2], vergezeld van tolk mw. Wang, bijgestaan door mrs. Keijzer en Toerajeva;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter ter zitting mondeling uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk 25 november 2024 te 09:00 uur de woning aan de [adres] beschikt over een functionerende </para>
        <para>cv-installatie met warmwatervoorziening op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00;  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk 25 november 2024 om 09:00 uur [eiser] exclusief de toegang tot het gehuurde te verschaffen met de daarvoor benodigde sleutels en verbiedt [gedaagde] om eigenmachtig [eiser] opnieuw de toegang tot het gehuurde te belemmeren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een voorschot op de door [eiser] geleden en nog te lijden schade van € 750,00 per maand vanaf 1 oktober 2024, tot het moment dat [eiser] het volledig genot, dus inclusief warmwater en warmte, van het gehuurde heeft;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de onderzoekskosten aan de cv-ketel ad € 592,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, 31 oktober 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para> veroordeelt [gedaagde] in de (na-)kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] gevallen op € 943,72, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het schriftelijk vonnis zijn voldaan; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Wijst af het meer of anders gevorderde</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit de aard van de zaak blijkt het spoedeisend belang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat er geen reden om aan te nemen dat de bodemrechter tot een ander oordeel zal komen ten aanzien van het voortduren van de huurovereenkomst na 1 oktober 2024. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is voldoende komen vast te staan dat geen sprake is van een beëindiging van de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden. Productie 1 van de zijde van [gedaagde] stemt op geen enkele wijze overeen met de overige in het dossier bevindende processtukken.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld, aan de zijde van [eiser] gevallen tot een bedrag van € 943,72, te weten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 136,72 aan explootkosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 130,00 aan griffierecht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 543,00 aan salaris gemachtigde;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="underline">€ 134,00</emphasis> aan nakosten, </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal   € 943,72.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>								de kantonrechter,</para>
        <para>mr. A.M.S. Kuipers.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>