<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:5404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-22T14:01:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.311148-23 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5404">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-22T13:21:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:5404 Rechtbank Overijssel , 22-10-2024 / 08.311148-23 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5404:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 35-jarige man tot een taakstraf van 120 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, begaan tegen zijn baby.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5404:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.311148-23 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 22 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1988 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>8 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. D.A.W. Dekker, advocaat in Almere, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [naam] , wettelijk vertegenwoordigster van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) door mr. L. da Silva, advocaat in ’s-Gravenhage, is aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en bondig, op neer dat verdachte in de periode van 30 april tot en met 26 juni 2022 in Deventer zijn kind, [slachtoffer] , heeft mishandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 april tot en met 26 juni 2022 te Deventer, althans in Nederland,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">zijn kind, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2022, heeft mishandeld door</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">het hoofd en/of de benen en/of het lichaam van die [slachtoffer] stevig/hardhandig vast te pakken en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">de speen hardhandig in de mond van die [slachtoffer] te duwen/houden en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">die [slachtoffer] hard heen en weer te bewegen en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">die [slachtoffer] een duw te geven waardoor die [slachtoffer] met het hoofd tegen de zijkant/spijlen van het bed viel/stootte en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">die [slachtoffer] hard en/of plotseling om te draaien en/of een deken onder het lichaam van die [slachtoffer] weg te trekken (waardoor die [slachtoffer] heen en weer bewoog/schudde),</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">althans die [slachtoffer] (telkens) hardhandig te hanteren.</emphasis>
      </para>
      <para>3. <emphasis role="bold">De bewijsmotivering</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt de ten laste gelegde kindermishandeling wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft geen bewijsverweren gevoerd. Hij heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bekend dat hij het ten laste gelegde heeft begaan. Tijdens de zitting is door verdachte of zijn raadsman ten aanzien daarvan geen vrijspraak bepleit. De rechtbank komt daarom op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_03a034b6-0578-442d-adf1-e26175000c81" /> tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit, waarbij de rechtbank overeenkomstig artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering zal volstaan met de volgende opsomming van de bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de (bekennende) verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 8 oktober 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2022, met een beschrijving van wat op de camerabeelden die afkomstig zijn van de babyfoon te zien is, met documentcode [nummer] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant] .</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Het veroorzaken van pijn</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de bewijsmiddelen zoals deze hiervoor uiteen zijn gezet, zijn naar het oordeel van de rechtbank meerdere gedragingen beschreven waaruit genoegzaam blijkt dat deze pijn hebben veroorzaakt bij [slachtoffer] . Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van mishandeling in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de inhoud van de opgegeven bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van 30 april tot en met 26 juni 2022 te Deventer zijn kind, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2022, heeft mishandeld door,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">meermalen,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">het hoofd, de benen en/of het lichaam van die [slachtoffer] stevig/hardhandig vast te pakken, en/of,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">de speen hardhandig in de mond van die [slachtoffer] te duwen/houden, en/of,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">die [slachtoffer] hard heen en weer te bewegen, en/of,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">die [slachtoffer] een duw te geven waardoor die [slachtoffer] met het hoofd tegen de zijkant/spijlen van het bed viel/stootte, en/of,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">die [slachtoffer] hard en/of plotseling om te draaien en/of een deken onder het lichaam van die [slachtoffer] weg te trekken (waardoor die [slachtoffer] heen en weer bewoog/schudde)</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 300 en 304 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De strafmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren, waarvan 100 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat toepassing moet worden gegeven aan het rechterlijk pardon zoals bedoeld in artikel 9a Sr, dan wel dat moet worden volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf van kortere duur dan de officier van justitie heeft geëist.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De aard en de ernst van het gepleegde feit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan kindermishandeling. Hij heeft zijn kind zodanig hardhandig behandeld, dat het naar het oordeel van de rechtbank zonder twijfel is dat deze baby van enkele maanden oud daardoor pijn heeft ondervonden. Verdachte heeft hiermee de lichamelijke integriteit van zijn kind, een baby die zeer kwetsbaar en weerloos is, geschonden. Hij had zijn kind een veilige omgeving moeten bieden en daarin is hij tekortgeschoten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gekeken naar het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 22 mei 2024. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 22 april 2024 en op wat verdachte ter terechtzitting over zijn persoonlijke omstandigheden heeft verklaard. Verdachte heeft verklaard dat hij zich zeer onmachtig heeft gevoeld als het ging om de zorg van zijn kind. Hij wist niet meer wat hij moest doen om de baby die vooral ’s avonds en ’s nachts huilde, te kalmeren. De rechtbank acht het op basis van het strafdossier aannemelijk dat verdachte overprikkeld is geraakt. Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van de ten laste gelegde periode last had van lichamelijke en psychische klachten waaronder overspannenheid, depressie, aanhoudende hoofdpijn en oorsuizen. Ter behandeling van zijn psychische klachten heeft verdachte hulp gezocht en vervolgens gekregen bij Transfore. Uit diagnostisch onderzoek van Transfore is gebleken dat verdachte een stoornis binnen het autistisch spectrum heeft. De hulp heeft ertoe geleid dat het inmiddels beter gaat met verdachte. De behandeling bij Transfore is afgerond.</para>
        <para>Ten gevolge van de onveilige thuissituatie, waar meer speelde dan de mishandeling door verdachte, is [slachtoffer] uit huis geplaatst. Verdachte ziet zijn kind eens in de twee weken ongeveer 45 minuten. Verdachte heeft te kennen gegeven dat zijn zoontje het goed heeft in het pleeggezin en dat hij zelf rust heeft gevonden bij de gedachte dat [slachtoffer] daar woont en daar naar verwachting in ieder geval tot zijn achttiende levensjaar nog zal blijven wonen. Verdachte werkt fulltime als heftruckchauffeur. Omdat hij aan zijn problemen heeft gewerkt, is het volgens de reclassering niet wenselijk dat de inmiddels gecreëerde stabiliteit in zijn leven door een gevangenisstraf wordt tenietgedaan. Bij het opleggen van een (deels) voorwaardelijke andere straf (een taakstraf of een geldboete) adviseert de reclassering geen bijzondere voorwaarden te stellen, omdat zij interventies of toezicht niet nodig vindt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De strafoplegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmodaliteit en de strafmaat rekening met straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd. Een rechterlijk pardon acht de rechtbank vanwege de aard en de ernst van het feit niet op zijn plaats. Omdat de rechtbank in sterke mate rekening houdt met de persoon van verdachte, zoals hiervoor is overwogen, in het bijzonder wat betreft de onmacht die verdachte heeft ervaren en de hulp die hij heeft gezocht, zal aan verdachte een lagere straf worden opgelegd dan de officier van justitie heeft geëist. Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat het feit dateert van meer dan twee jaar geleden en verdachte zich schuldbewust heeft getoond. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een taakstraf van 120 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De schade van de benadeelde partij </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam] heeft zich als wettelijk vertegenwoordiger (ouder) van de minderjarige [slachtoffer] namens hem als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd. Zij heeft de raadsvrouw </para>
        <para>mr. L. da Silva gemachtigd om namens haar ter terechtzitting het woord te voeren. </para>
        <para>De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van € 750,-- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Wat is opgemerkt ten aanzien van een bankrekening van [slachtoffer] begrijpt de rechtbank aldus, dat gedoeld wordt op het opnemen van een BEM-clausule.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel toewijsbaar is, te vermeerderen met de daartoe geldende wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt ten aanzien van de gevorderde immateriële schade het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 6:106, aanhef en sub b, van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde onder meer recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding anders dan vermogensschade als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Degene die zich beroept op de aantasting in zijn persoon, zal die aantasting met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafdossier en de vordering van de benadeelde partij blijkt niet dat de benadeelde als gevolg van de mishandeling lichamelijk letsel heeft opgelopen. Ook zijn geen concrete gegevens aangevoerd waaruit volgt dat als gevolg van de mishandeling bij [slachtoffer] psychische schade is ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gesteld dat dat de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan maken dat de aantasting in de persoon zonder de nadere onderbouwing kan worden aangenomen. De rechtbank zal de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aanbracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 300 en 304 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) uren</emphasis>, en beveelt voor het geval dat verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">60 (zestig) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte van<emphasis role="bold"> 60 (zestig) uren niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 1 (één) jaar</emphasis> de volgende voorwaarde niet is nagekomen;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de <emphasis role="bold">benadeelde partij </emphasis>ten aanzien van het ten laste gelegde feit in het geheel <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de wettelijk vertegenwoordiger van de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van deze vordering zijn gemaakt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. D.E. Schaap en </para>
      <para>mr. A.N. Neumann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Klunder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
  </para>
  <para>mr. A. van Holten is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
  <para />
  <footnote id="_03a034b6-0578-442d-adf1-e26175000c81" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie- eenheid Oost-Nederland, genaamd Heelkruid (ON1R022047), met proces-verbaalnummer BVH PL0600-2022308750. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>