<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:5223</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-14T10:28:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">321286 KG RK 24-393</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5223">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5223</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T12:41:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:5223 Rechtbank Overijssel , 10-10-2024 / 321286 KG RK 24-393</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5223:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking, omdat de zaak ten tijde van de wraking nog in het administratieve planningsproces bevond. Er was nog geen rechter verbonden aan zijn zaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5223:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a3aa26b1-6516-40bf-a6a6-6bdaa5999a93" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ebca7aa4-e48b-4467-ab60-80451175e76e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 321286 KG RK 24-393</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 10 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker tot wraking,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft op 4 oktober 2024 een brief geschreven aan de rechtbank, waarin hij de voorzitter in de zaak met zaaknummer ZWO23/2729 wraakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Mr. A.P.W. Esmeijer heeft op het wrakingsverzoek gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en de beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 24 juli 2024 is een vooraankondigingsbrief gestuurd aan [verzoeker], waarin bekend is gemaakt op welke datum de rechtbank de zaak van [verzoeker] wil behandelen. Naar aanleiding van die brief heeft de verweerder, de tegenpartij van [verzoeker], gevraagd om een nieuwe datum vast te stellen. Dat verzoek is ingewilligd en [verzoeker] en de verweerder hebben daarover een brief ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter in zijn zaak. [verzoeker] is het er niet mee eens dat het verzoek van verweerder om uitstel niet kenbaar is gemaakt is aan hem. Verder is er nog niet gereageerd op het verzoek van [verzoeker], die gedetineerd is, om transport zodat hij de zitting kan bijwonen. Volgens [verzoeker] zijn beide beslissingen zo onbegrijpelijk dat er sprake moet zijn van vooringenomenheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Mr. Esmeijer heeft – samengevat – toegelicht dat er nog geen rechter is toebedeeld aan de zaak van [verzoeker]. De griffie heeft onverplicht een vooraankondiging gestuurd aan [verzoeker] waarin alvast de zittingsdatum werd genoemd. In die brief is opgenomen dat beide partijen binnen een week na verzending van de brief gemotiveerd om uitstel kunnen vragen indien zij verhinderd zijn om de zitting bij te wonen. De griffie beslist vervolgens zelfstandig of de zaak op een latere zitting wordt gepland. De wederpartij hoeft niet in te stemmen met het uitstelverzoek. Instemming van de wederpartij is ook niet vereist als de definitieve zittingsuitnodiging is verstuurd. Als er na de definitieve uitnodiging om uitstel wordt gevraagd, beslist de bestuursrechter.<footnote-ref linkend="_d57f2563-15cf-4ccf-871f-27909cd804b6" /> Omdat er nu nog geen nieuwe zittingsdatum is en er dus ook geen rechter is verbonden aan de zaak van [verzoeker], is er nog niet gereageerd op het transportverzoek. Zodra er een zittingsdatum is vastgesteld, zal de rechter die de zaak van [verzoeker] gaat behandelen een beslissing nemen op het transportverzoek. [verzoeker] krijgt daarvan vanzelf bericht, aldus mr. Esmeijer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter die de zaak behandelt, partijdig is of dat hij die indruk bij de verzoeker, [verzoeker], heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van [verzoeker], maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van [verzoeker] op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege zijn aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat hij vooringenomen is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het geval van [verzoeker] is er nog geen rechter verbonden aan zijn zaak. De zaak bevond zich ten tijde van de wraking nog in het administratieve planningsproces. Dat betekent dat reeds daarom [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt nog ten overvloede dat de beslissing om uitstel is aan te merken als een processuele beslissing die in het algemeen geen grond oplevert voor wraking. Een verzoek tot wraking is immers niet bedoeld om onwelgevallige rechterlijke beslissingen ter discussie te stellen. Dat er verder nog niet is gereageerd op het transportverzoek is door mr. Esmeijer duidelijk toegelicht. Die beslissing moet nog worden genomen door de rechter die aan de zaak van [verzoeker] wordt gekoppeld. Uit de brief van mr. Esmeijer blijkt naar het oordeel van de wrakingskamer genoegzaam dat [verzoeker] erop mag vertrouwen dat hij die beslissing zal ontvangen, zodra een rechter het verzoek heeft beoordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat [verzoeker] niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Omdat het horen van [verzoeker] naar het oordeel van de wrakingskamer niet kan bijdragen aan de beoordeling van het wrakingsverzoek, is afgezien van het houden van een zitting.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks en J.H.M. Hesseling, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier						de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d57f2563-15cf-4ccf-871f-27909cd804b6" label="1">
    <para> Artikel 2.13 lid 3 van het Procesreglement Bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>