<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:5154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-07T12:21:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10955136 \ CV EXPL  24-747</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Enschede</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5154">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-07T12:20:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:5154 Rechtbank Overijssel , 25-06-2024 / 10955136 \ CV EXPL  24-747</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5154:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenkrediet, ambtshalve toetsing, na tussenvonnis. Niet voldaan aan artikel 7:61 BW. Uit de overgelegde brieven blijkt niet dat de vordering vervroegd is opgeëist. Vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:5154:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Enschede</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10955136 \ CV EXPL  24-747 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 25 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het openbaar lichaam</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STADSBANK OOST NEDERLAND</emphasis>,</para>
      <para>te Enschede,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Stadsbank,</para>
      <para>gemachtigde: M. Steghuis,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>niet verschenen, tegen [gedaagde] is verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 30 april 2024</para>
      <para>- de akte na tussenvonnis van Stadsbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter Stadsbank in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of er sprake is van consumentenkrediet in de zin van titel 2A van boek 7 BW. Verder is zij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag of zij heeft voldaan aan de wettelijke informatieplichten van artikel 7:60, 7:61 BW en de kredietwaardigheidstoets van artikel 4:34 Wft. Tot slot is zij in de gelegenheid gesteld om de ingebrekestelling en opeisingsbrief te overleggen, waaruit blijkt dat het krediet vervroegd is opgeëist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Stadsbank heeft het ESIC-formulier overgelegd waaruit blijkt dat zij heeft voldaan aan artikel 7:60 BW. Ook heeft zij correspondentie overgelegd waaruit blijkt welke stukken zijn opgevraagd bij [gedaagde] ten einde de kredietwaardigheid van [gedaagde] te toetsen. Hieruit blijkt dat Stadsbank heeft voldaan aan haar kredietwaardigheidstoets van artikel 4:34 Wft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van de informatieplicht van artikel 7:61 BW overweegt de kantonrechter als volgt. Niet is gebleken dat alle wettelijk verplichte informatie is opgenomen in de kredietovereenkomst zelf. Alle in het tweede lid genoemde informatie moet in de overeenkomst worden opgenomen en het enkel opnemen van deze informatie in het ESIC-formulier is hiervoor niet voldoende. De kantonrechter is van oordeel dat Stadsbank deze plicht heeft geschonden. Zij zal de sanctionering hierop echter in dit geval achterwege laten. Zoals hierna zal worden overwogen blijkt namelijk dat de overeenkomst nog doorloopt en [gedaagde] dus nog steeds de maandelijkse termijnen moet voldoen en dus niet verplicht is om het krediet ineens terug te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De door Stadsbank overgelegde aanmaningen voldoen namelijk niet aan de verplichte ingebrekestelling in de zin van de wet. In deze brieven wordt namelijk met geen woord gerept over de consequentie van het te laat betalen, namelijk de vervroegde opeising. Ook blijkt uit de overgelegde brieven niet dat aan [gedaagde] is gecommuniceerd dat het krediet vervroegd is opgeëist. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vervroegde opeising niet heeft plaatsgevonden en de kredietovereenkomst daarom nog doorloopt. Dat betekent dat de grondslag van de vordering wegvalt en de vordering daarom zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Stadsbank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Stadsbank tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2024. (SK)</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>