<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:4794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T14:08:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/004899-24 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4794">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T10:46:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:4794 Rechtbank Overijssel , 16-09-2024 / 08/004899-24 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4794:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 14.259,94 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank acht op basis van de wettige bewijsmiddelen aannemelijk dat veroordeelde voordeel heeft genoten van de bij hem aangetroffen hennepkwekerij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4794:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/004899-24 (ontneming)</para>
      <para>Datum vonnis: 16 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1956 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in de [adres],</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert schriftelijk dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 86.018,24. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 2 september 2024. </para>
      <para>Veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. T.R. Oude Veldhuis, advocaat in Hengelo, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de terechtzitting van 2 september 2024 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd en heeft de officier van justitie het geschatte voordeel subsidiair vastgesteld op een bedrag van € 40.000,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft het volgende aangevoerd.</para>
      <para>Het gevolg van de te hoge temperaturen in de zomermaanden en de lage temperaturen in de wintermaanden was dat de oogsten zowel in kwaliteit als in kwantiteit laag waren. Vanwege de lage kwaliteit van de oogsten werd  regelmatig een deel van de opbrengsten niet verkocht. Veroordeelde werkte samen met een compagnon: ‘[naam]’. Veroordeelde was met [naam] overeengekomen dat hij 2/3 deel en [naam] 1/3 deel van de opbrengst ontving. Veroordeelde heeft verklaard dat hij in totaal maximaal € 40.000,00 heeft ontvangen uit hoofde van de verkoopopbrengst van 6 oogsten à 132 planten. Veroordeelde moest ook 2/3 deel van de kosten voor zijn rekening nemen. </para>
      <para>De raadsvrouw komt tot de volgende berekening:</para>
      <para>	Totale opbrengst						<emphasis role="bold">€ 40.000,00</emphasis></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>aanschafkosten hennep 2/3 x 132 x € 3,81 x 6    		€   2.011,68 –</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>elektriciteitskosten 					€ 21.600,49 –</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten cv-ketel						€   1.734,40 –</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>afschrijving en variabele kosten 2/3 x € 4.872,96	€   3.248,64 –</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Totale kosten						<emphasis role="bold">€ 28.595,21 –</emphasis></para>
      <para>Maximaal verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel	<emphasis role="bold">€ 11.404,79 </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft vervolgens aangevoerd dat veroordeelde nu niet beschikt over voldoende draagkracht – en dat dit ook op termijn niet anders zal zijn – om de vordering te kunnen betalen, zodat de oplegging van de betalingsverplichting voor de volledige vordering een onevenredig doel dient. De raadsvrouw heeft de rechtbank dan ook verzocht de vordering op nihil te stellen dan wel fors te matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 16 september 2024 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para> het misdrijf: <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op basis van de wettige bewijsmiddelen zoals omschreven in voornoemd vonnis aannemelijk dat veroordeelde voordeel heeft genoten van de bij hem aangetroffen hennepkwekerij. De rechtbank ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen tevens de schatting van dat voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het met deze vordering</para>
        <para>samenhangende strafdossier en het in de onderhavige zaak opgemaakte rapport berekening</para>
        <para>wederrechtelijk verkregen voordeel van 3 januari 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht de</para>
        <para>rechtbank aannemelijk dat veroordeelde gedurende een langere periode zes keer 132 planten heeft geoogst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veroordeelde heeft ter terechtzitting van 2 september 2024 verklaard dat hij 2/3 deel van de opbrengst heeft gekregen (te weten € 40.000,00) en ook 2/3 deel van de kosten heeft betaald. </para>
        <para>De rechtbank heeft bij haar berekening de hoogte van de in mindering te brengen kosten gebaseerd op het rapport ‘Afpakken’ van het Functioneel Parket.</para>
        <para>Veroordeelde heeft de energierekening van Enexis geheel betaald en heeft ter terechtzitting het betalingsbewijs van de energierekening van Enexis aan de rechtbank overgelegd. De rechtbank zal de aftrek van de kosten van de aanschaf van een nieuwe cv-ketel afwijzen, nu deze kosten niet in een rechtstreeks verband staan met de strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot de volgende berekening:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Opbrengst</emphasis> 2/3 x € 60.000,00					<emphasis role="bold">€ 40.000,00</emphasis></para>
        <para>Afschrijvingskosten 2/3 x € 300,00 x 6				€   1.200,00 </para>
        <para>Aanschaf planten 2/3 x 132 x € 3,81 x 6 			€   2.011,68 </para>
        <para>Variabele kosten 2/3 x 132 x € 3,88 x 6				<emphasis role="underline">€   2.048,64  -/-</emphasis></para>
        <para>Totale netto-opbrengst						€ 34.739,68</para>
        <para>Energiekosten Enexis (verbruik en netwerkkosten)		<emphasis role="underline">€ 20.479,74  -/-</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel			€ 14.259,94</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €14.259,94.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de draagkracht van de betrokkene in beginsel aan de orde komt in de executiefase. De reden daarvoor is dat de rechter in de ontnemings-procedure doorgaans niet met zekerheid zal kunnen vaststellen hoe de draagkracht van de betrokkene zich in de – soms aanzienlijk later plaatsvindende – executiefase zal ontwikkelen, en dat de mogelijkheid om aan de opgelegde betalingsverplichting te voldoen zich dus beter laat beoordelen in de executiefase. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de ontnemingsprocedure bestaat alleen grond voor matiging van de betalingsverplichting als aanstonds duidelijk is dat de betrokkene op dat moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Het gaat dan om het geval waarin de rechter zonder nader onderzoek kan vaststellen dat de betrokkene op het moment van de ontnemingsprocedure geen draagkracht heeft en dat het zeer waarschijnlijk is dat daarin in de toekomst geen verandering zal komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak is niet gebleken dat de door de Hoge Raad genoemde uitzonderingsituatie aan de orde is, zodat de rechtbank bij het vaststellen van de betalingsverplichting geen rekening zal houden met de draagkracht van de veroordeelde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 14.259,94. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde <emphasis role="bold">wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis> wordt geschat vast op <emphasis role="bold">€ 14.259,94</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt de veroordeelde de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling van € 14.259,94 aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 285 dagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.E. Schaap, voorzitter, mr. M.S. de Waard en </para>
      <para>mr. A.N. Neumann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>