<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:4695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-06T10:30:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11056355 \ CV EXPL  24-1608</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4695">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-06T10:29:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:4695 Rechtbank Overijssel , 03-09-2024 / 11056355 \ CV EXPL  24-1608</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4695:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot het betalen van het resterende bedrag.</para>
        <para>Eiser vorderde betaling van bestelde artikelen. Gedaagde stelde dat zij deze geretourneerd had. Eiser stelde dat gedaagde geen bewijs van een retourverzending had overlegd, en de goederen niet retour ontvangen waren.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4695:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Civiel recht </para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 11056355 \ CV EXPL  24-1608 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar Duits recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">YOUR LOOK…FOR LESS! (SIEH AN) HANDELSGESELLSCHAFT GMBH,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amberg, Duitsland,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen Your Look,</para>
      <para>gemachtigde: R. Slagman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord,</para>
      <para>- de conclusie van repliek,</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Waar gaat deze zaak over?</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Your Look heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] voor de betaling van bestelde artikelen. Volgens haar heeft [gedaagde] artikelen besteld en geleverd gekregen en moet [gedaagde] hiervoor de facturen en bijkomende kosten betalen. [gedaagde] heeft zich hiertegen verweerd, hierop zal hierna worden ingegaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de facturen betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord gesteld dat zij de volgende artikelen heeft geretourneerd: bh (artikelnummer 141.872.151), jeans (artikelnummer 217.345.039) en vrijetijdsbroek (artikelnummer 522.054.106). Zij heeft gesteld dat Post NL deze bestelling is kwijtgeraakt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Your Look heeft hierop gereageerd, door te verwijzen naar de facturen bij productie 5 van de dagvaarding waarin een overzicht van de bestellingen is opgenomen. Daarnaast heeft zij gesteld dat [gedaagde] geen enkel bewijs van een eventuele retourzending heeft overgelegd. Your Look voert daarbij aan dat zij geen bestelde goederen retour heeft ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet. Wil een verweer, inhoudende dat de bestelde goederen geretourneerd zijn, slagen dan zal dat verweer op zijn minst onderbouwd moeten worden met een bewijs van retourzending. Your Look heeft dit ook bij haar conclusie van repliek gesteld, maar hier heeft [gedaagde] niet op gereageerd. Dat wil niet zeggen dat [gedaagde] de bestelde artikelen niet geretourneerd zou kunnen hebben maar als daar geen enkel bewijs van voor handen is en Your Look betwist dat zij die artikelen retour ontvangen heeft, dan komt het ontbreken van enig bewijsstuk van retourzending voor rekening en risico van [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Daarnaast ziet de vordering, zoals blijkt uit productie 5 van de dagvaarding, op meer bestelde artikelen dan alleen de BH, jeans en vrijetijdsbroek. [gedaagde] heeft niet gesteld dat deze bestellingen niet kloppen, de artikelen niet door haar besteld zijn of niet door haar ontvangen zijn. Omdat is komen vast te staan dat de betreffende goederen door [gedaagde] zijn besteld en aan haar zijn geleverd, moet [gedaagde] de hiervoor bedoelde facturen betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde overgelegde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de hoofdsom, gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat betekent dit alles voor [gedaagde]? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de hoofdsom van € 157,50 betalen. Zij moet ook de wettelijke rente van € 7,46 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 betalen, omdat [gedaagde] de hoofdsom niet tijdig heeft betaald, ook niet nadat zij hiertoe is aangemaand. Omdat [gedaagde] al enkele betalingen heeft verricht strekt een bedrag van € 56,50 op de vordering in mindering, op grond van artikel 6:44 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) wordt deze betaling in eerste plaats in mindering gebracht op de kosten. [gedaagde] moet dus een bedrag van € 148,46 (€ 157,50 aan hoofdsom + € 40,00 buitengerechtelijke incassokosten + € 7,46 wettelijke rente - € 56,50 betaling). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW van toepassing. De kantonrechter heeft geconstateerd dat aan de essentiële informatieplichten is voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet als de in het ongelijk gestelde partij ook de proceskosten betalen. De kosten aan de zijde van Your Look worden begroot op: </para>
      <para>- dagvaarding	€	113,54</para>
      <para>- griffierecht	€		130,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ 	80,00	(2 punten x tarief € 40,00)</para>
      <para>- nakosten	€ <emphasis role="underline">	20,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€	343,54.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan Your Look te betalen een bedrag van € 148,46, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf 10 april 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Your Look, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 343,54, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2024. (jjm)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>