<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:4496</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-28T10:09:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/280561 / HA ZA 22-146</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4496">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4496</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-22T10:26:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:4496 Rechtbank Overijssel , 21-08-2024 / C/08/280561 / HA ZA 22-146</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4496:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Herstelvonnis.</para>
        <para>Aanpassing regel in de beslissing.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4496:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7347af43-87ae-4e9e-a0b8-9b9f2587185c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="15f86e36-aacd-4d0b-a2c8-bb1975613ab3" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/280561 / HA ZA 22-146</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis van 21 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [partij A] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>te [vestigingsplaats 1],</para>
      <para>eisende partij in conventie,<?linebreak?>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [partij A],</para>
      <para>advocaat mr. M.H. Elferink en mr. M. Kortier te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [partij B 1] B.V.,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[partij B 2] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[partij B 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>allen te [vestigingsplaats 2],</para>
      <para>gedaagde partijen in conventie,<?linebreak?>eisende partijen in reconventie,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [partij B]<?linebreak?>advocaat mr. M.R. Ruygvoorn en mr. Q. Schier te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij e-mail van 29 juli 2024 heeft mr. Kortier namens [partij A] verzocht om verbetering van het op 17 juli 2024 in deze zaak gewezen vonnis ex artikel 31 Rv. Daartoe is aangevoerd dat in r.o. 4.5 per abuis niet is bepaald dat de dwangsom ook geldt voor iedere dag dat de overtreding voortduurt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft [partij B] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij e-mailbericht van 30 juli 2024 heeft mr. Schier namens [partij B] aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek bezwaar te hebben omdat van een kennelijke fout geen sprake is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vordering van [partij A] is opgenomen in r.o. 3.26 onder VIII van voornoemd eindvonnis van 17 juli 2024. [partij A] heeft gevorderd om <emphasis role="italic">“[partij B] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [partij A] van een dwangsom ter hoogte van € 10.000,- voor iedere overtreding van één of meer van de hiervoor genoemde ge- en verboden, dan wel naar keuze van [partij A] voor iedere dag of daggedeelte dat  [partij B] in strijd handelt met enig bovengenoemd verbod of bevel, of enig gedeelte daarvan, met een maximum van te verbeuren dwangsommen van € 5.000.000”</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In r.o. 3.88 is ten aanzien van de dwangsom overwogen: <?linebreak?><emphasis role="italic">“De onder VIII gevorderde dwangsomveroordeling komt eveneens voor toewijzing in aanmerking, als in het dictum nader bepaald (…)”</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In het dictum heeft de rechtbank, voor zover hier relevant, bepaald:<?linebreak?><emphasis role="italic">“4.3.	verbiedt [partij B] direct of indirect gebruik te maken van know how en bedrijfsgeheimen van [partij A] die [partij B 1] tijdens haar contractuele relatie met [partij A] in de periode van 1 februari 2021- 22 februari 2022 ter kennis zijn gekomen;  </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">beveelt [partij B] hoofdelijk binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van [partij A] een schriftelijke, gespecificeerde, onderbouwde en waarheidsgetrouwe opgave te (laten) doen van:</emphasis>
      </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">het aantal GS-fundamenten dat door, in opdracht van of ten behoeve van [partij B] direct of indirect zijn aangeboden en vervaardigd in de periode 1 februari 2021 – 22 februari 2022, </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">het aantal GS-fundamenten dat door, in opdracht van of ten behoeve van [partij B] direct of indirect zijn afgeleverd in de periode 1 februari 2021 – 22 februari 2022;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt [partij B] hoofdelijk tot betaling van een dwangsom ter hoogte van </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 10.000,- voor iedere overtreding van het hiervoor genoemde verbod en bevel, met een maximum van te verbeuren dwangsommen van € 1.000.000,-;” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in r.o. 4.5 sprake is van een kennelijke fout als bedoeld in artikel 31 Rv. In r.o. 3.88 is bepaald dat de gevorderde dwangsomveroordeling voor toewijzing in aanmerking komt. In het dictum is per abuis niet opgenomen dat de dwangsom ook geldt voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, zoals door [partij A] wel is gevorderd. Anders dan [partij B] heeft aangevoerd kan de vordering bij een zorgvuldige lezing niet worden aangemerkt als een primaire en subsidiaire variant.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Deze fout in het dictum was voor [partij B] ook kenbaar of had dat moeten zijn. Indien de rechtbank dit deel van de gevorderde dwangsomveroordeling had willen afwijzen had zij deze afwijzing inhoudelijk gemotiveerd zoals ook bij andere (deel)vorderingen in het vonnis is gebeurd. De toevoeging “zoals bij dictum nader is bepaald” kan niet gelden als een gemotiveerde afwijzing. Deze zinsnede ziet slechts op de formulering van de veroordeling. Daarnaast volgt ook uit de discrepantie tussen de dwangsom van € 10.000,- en het maximum van € 1.000.000,- (verbonden aan 4.3 en 4.4.) dat de fout voor [partij B] kenbaar had moeten zijn. Dit maximum strookt in redelijkheid niet met het eenmaal verbeuren van een dwangsom per overtreding, in het bijzonder overtreding van 4.4. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat het verzoek om verbetering zal worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dat de verbetering ten aanzien van het eventueel verbeuren van dwangsommen effect zal hebben vanaf 22 augustus 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat r.o. 4.5 van het op 17 juli 2024 tussen [partij A] en [partij B] gewezen vonnis, waar staat “4.5. veroordeelt [partij B] hoofdelijk tot betaling van een dwangsom ter hoogte van € 10.000,- voor iedere overtreding van het hiervoor genoemde verbod en bevel, met een maximum van te verbeuren dwangsommen van € 1.000.000,-”, wordt gewijzigd in:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>veroordeelt [partij B] hoofdelijk tot betaling van een dwangsom ter hoogte van € 10.000,- voor iedere overtreding van het hiervoor genoemde verbod en bevel, en voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van te verbeuren dwangsommen van € 1.000.000,-;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering vanaf 22 augustus 2024 effect heeft;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 21 augustus 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 17 juli 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 17 juli 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>