<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:4311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-15T10:38:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ak_24_3065</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4311">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-15T10:38:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:4311 Rechtbank Overijssel , 13-08-2024 / ak_24_3065</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4311:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening i.v.m. WOO-verzoek. Afwijzing verzoek; geen spoedeisend belang. Dat verzoeker van mening is dat alle stukken geopenbaard hadden moeten worden, maakt niet dat sprake is van een dusdanig acuut en actueel belang, dat de beslissing op zijn bezwaar niet kan worden afgewacht. Dat verzoeker het niet eens is met het besluit maakt nog niet dat het besluit evident onrechtmatig is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4311:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: Awb 24/3065</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], verblijvende te [woonplaats], verzoeker,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigden: mr. I.C. Dunhof-Lampe en mr. M.T.M. Vroklage.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft verweerder bij brief van 6 september 2023 verzocht om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) van stukken die zien op het al dan niet toestaan en verlenen van vergunningen aan het COA voor de bouw van een AZC in Albergen in de periode van 1 januari 2017 en 1 september 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 juni 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten de verzochte informatie (gedeeltelijk) aan verzoeker te verstrekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 23 juli 2024 heeft verzoeker een beroep op betalingsonmacht gedaan wegens detentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep betalingsonmacht griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Verzoeker is voor het door hem ingestelde verzoek € 187,- aan griffierecht verschuldigd. Bij brief van 23 juli 2024 heeft verzoeker verzocht om vrijstelling van de verplichting tot het betalen van het griffierecht wegens betalingsonmacht. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker zich in detentie bevindt. Reeds op grond hiervan wordt het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toegewezen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen als die uitkomst niet kan worden afgewacht. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om een voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.</para>
    <para />
    <para>4. Voor het aannemen van het vereiste spoedeisende belang dient sprake te zijn van</para>
    <para>een acuut en actueel belang, waarbij een beslissing geen uitstel kan lijden omdat er anders een onomkeerbaar gevolg optreedt.</para>
    <para />
    <para>5. Verzoeker heeft ter zake van het spoedeisend belang gesteld dat het besluit evident onrechtmatig is en om die reden de spoedeisendheid achterwege kan blijven.</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft.	Bij het besluit van 20 juni 2024 zijn alle (gedeeltelijk) openbaar gemaakte stukken aan hem bekend gemaakt en verstrekt. </para>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang. Verweerder heeft de door verzoeker gevraagde informatie (gedeeltelijk) verstrekt en ten aanzien van de niet verstrekte stukken aangegeven welke uitzonderingsgrond van toepassing is. Dat verzoeker van mening is dat alle stukken geopenbaard hadden moeten worden op grond van artikel 4.4, vijfde lid, van de Woo, maakt niet dat sprake is van een dusdanig acuut en actueel belang, dat de beslissing op zijn bezwaar niet kan worden afgewacht. Evenmin is sprake van een onomkeerbaar gevolg.</para>
    <para />
    <para>8. Bij het ontbreken van spoedeisend belang kan alleen een voorlopige voorziening worden getroffen als sprake is van een evident onrechtmatig besluit. Dat betekent dat met het bestreden besluit heel wat aan de hand moet zijn, wil de voorzieningenrechter toch een voorziening treffen. Het bestreden besluit moet, met andere woorden, evident onrechtmatig zijn en dat moet zonder diepgravend onderzoek naar het recht of de feiten zijn vast te stellen.</para>
    <para />
    <para>9. Van een evident onrechtmatig besluit is de voorzieningenrechter niet gebleken. Dat verzoeker het niet eens is met het besluit van 20 juni 2024, maakt nog niet dat het besluit evident onrechtmatig is. Tegen het besluit van 20 juni 2024 staat bezwaar open, en verzoeker heeft van dit rechtsmiddel gebruik gemaakt.</para>
    <para />
    <para>10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Y. van Arnhem, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>