<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:4056</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-02T10:38:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ak_24_1855</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4056">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4056</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-02T10:37:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:4056 Rechtbank Overijssel , 30-07-2024 / ak_24_1855</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4056:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WMO 2015. Kennelijk gegrond beroep, omdat het college niet tijdig heeft beslist op het bezwaarschrift.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:4056:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ZWO 24/1855 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres], uit [woonplaats], eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Wevers),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet tijdig een besluit heeft genomen op haar bezwaar van </para>
      <para>20 februari 2023 tegen het besluit van 27 januari 2023. In dit besluit heeft verweerder aan eiseres een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp in de vorm van zorg in natura bij aanbieder T-Zorg toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft verweerder met het “Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen” met dagtekening 31 mei 2023 in gebreke gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 1 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij brief van 19 maart 2024 op het beroep van eiseres gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft verweerder bij brieven van 8 februari 2024, 4 maart 2024 en </para>
    <para>10 juni 2024 verzocht om de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden. Verweerder heeft dit niet gedaan. De rechtbank zal daarom op grond van de beschikbare stukken uitspraak doen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog een besluit moet worden genomen op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.<footnote-ref linkend="_60459094-31e7-4200-9fc8-f09a28185bb4" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en gegrond?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. In artikel 7:10, eerste lid, van de Awb staat dat het bestuursorgaan moet beslissen op een bezwaar binnen zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken of binnen twaalf weken als een bezwaarcommissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes weken worden verlengd. </para>
    <para />
    <para>4. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Na afloop van de termijn heeft eiseres verweerder met het “Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen” met dagtekening 31 mei 2023 in gebreke gesteld. De rechtbank heeft het beroepschrift meer dan twee weken daarna ontvangen. Omdat verweerder niet binnen twee weken na de datum van de ingebrekestelling een besluit op het bezwaar heeft genomen, en dat nog altijd niet heeft gedaan, is het beroep ontvankelijk en gegrond. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Moet een bestuurlijke dwangsom worden vastgesteld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Eiseres heeft verzocht om een dwangsombeschikking vast te stellen.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat de maximale termijn van 42 dagen voor de bestuurlijke dwangsom is verstreken. Omdat niet is gebleken dat verweerder een dwangsombeschikking heeft afgegeven, zal de rechtbank met toepassing van artikel 8:55c van de Awb de hoogte van de dwangsom zelf vaststellen op het maximale bedrag van </para>
    <para>€ 1.442,-.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Als het beroep gegrond is en het bestuursorgaan nog geen besluit bekendgemaakt heeft, bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekendmaakt. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.<footnote-ref linkend="_8e12c01a-dd17-480b-bc0b-242c27ca9061" /></para>
    <para />
    <para>8. Verweerder heeft in de brief van 19 maart 2024 aangevoerd dat niet tijdig op het bezwaar kon worden beslist, omdat het medische advies, dat verweerder tijdens de bezwaarprocedure had opgevraagd, nog niet ontvangen was. Inmiddels is het advies van het extern medisch adviesbureau [bedrijf] ontvangen. Op basis van dit advies komt verweerder niet tot een andere conclusie (dan in het besluit van 27 januari 2023), omdat eiseres gebruik heeft gemaakt van haar blokkeringsrecht. Verweerder heeft contact met de gemachtigde van eiseres gezocht om naar aanleiding van het beroepschrift te kijken of zij er onderling uit konden komen. </para>
    <para />
    <para>9. Bij brief van 11 april 2024 heeft de rechtbank aan de gemachtigde van eiseres verzocht om op de brief van 19 maart 2024 te reageren. De gemachtigde van eiseres heeft niet gereageerd. </para>
    <para />
    <para>10. Bij brief van 11 april 2024 heeft verweerder aangegeven dat de hoorzitting op </para>
    <para>11 april 2024 heeft plaatsgevonden. Tijdens de hoorzitting heeft de gemachtigde van eiseres verklaard dat hij bezig is om een medisch advies op te vragen. De gemachtigde heeft een termijn van twee weken gekregen om dit medische advies aan te leveren.</para>
    <para />
    <para>11. De rechtbank stelt vast dat verweerder nog (steeds) geen besluit heeft genomen. Verweerder moet dit alsnog doen. Verweerder heeft niet verzocht een langere beslistermijn dan twee weken vast te stellen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor verweerder niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar van eiseres heeft kunnen beslissen dan wel dat er een concrete aanleiding is om af te wijken van de in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb genoemde termijn. Dit betekent dat verweerder op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak een besluit dient te nemen op het bezwaar van eiseres.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke dwangsom wordt aan verweerder opgelegd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>12. De rechtbank bepaalt, in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover,<footnote-ref linkend="_14ee88e6-0a63-4c58-849b-3b348674681f" /> dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog door verweerder wordt overschreden. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-. De rechtbank ziet geen grond om in dit geval een andere dwangsom op te leggen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>13. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, dat verweerder de onder 11. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan verweerder de onder 12. genoemde dwangsom wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>13.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5 (licht)). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt de door verweerder verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee verweerder de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>S.H.J. van de Looi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de griffier is verhinderd om te tekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_60459094-31e7-4200-9fc8-f09a28185bb4" label="1">
    <para> Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e12c01a-dd17-480b-bc0b-242c27ca9061" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14ee88e6-0a63-4c58-849b-3b348674681f" label="3">
    <para> Dit is het “Beleid extra dwangsom”, te vinden op www.rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>