<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:3692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T14:05:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84.316481.21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3692">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T11:47:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:3692 Rechtbank Overijssel , 11-07-2024 / 84.316481.21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3692:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontneming. De rechtbank stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 64.250,- en legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 29.435,- aan de Staat.</para>
        <para>De veroordeelde was schuldig bevonden aan het meermaals plegen van valsheid in geschrift.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3692:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84.316481.21</para>
      <para>Datum vonnis: 11 juli 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde],</emphasis>
      </para>
      <para>				   geboren op [geboortedatum] 1951 in [geboorteplaats], </para>
      <para>				   wonende aan de [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 64.250,00.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de openbare terechtzitting van 27 juni 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen veroordeelde naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het volgende: </para>
    </parablock>
    <para>- de stukken behorende tot het strafdossier<footnote-ref linkend="_b68dd50b-a85c-4cd2-8f67-33d40a1390bc" /> in de zaak met parketnummer 84.316481.21;</para>
    <para>- de stukken behorende tot het ontnemingsdossier<footnote-ref linkend="_26b9f20e-b6f9-4d69-bcf0-3628feee6260" /> in de zaak met parketnummer 84.316481.21;</para>
    <para>- het vonnis van deze rechtbank van 11 juli 2024 in de onderliggende strafzaak met parketnummer 84.316481.21. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 26 februari 2024 gevorderd dat de rechtbank aan veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling van € 64.250,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd.<footnote-ref linkend="_29dbf166-f167-46c8-a6c4-d8d5ac9fa40b" /> De officier van justitie heeft het bedrag gebaseerd op het rapport ‘berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’.<footnote-ref linkend="_36d6938c-ab96-434f-91d2-034e56374e1e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 11 juli 2024 veroordeeld, voor zover</para>
        <para>van belang, voor het strafbare feit: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het volgende</para>
        <para>bewijsmiddel gebaseerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ van verbalisant [verbalisant] van 7 november 2023, p. 8 en 9 van het ontnemingsdossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(… ) [veroordeelde] heeft (…) verklaard dat hij € 50,- (exclusief BTW) per opgemaakt en verstuurd RI&amp;E-toetsingsrapport heeft ontvangen. Dit werd verder onderbouwd door facturen en corresponderende betalingen ontvangen op zijn bankrekening. (…) In totaal zijn 1.285 RI&amp;E-toetsingsrapporten aangetroffen in de administratie van [veroordeelde]. (…)  De geschatte opbrengst van deze 1.285 RI&amp;E-toetsingsrapporten bedraagt: € 64.250,- (1.285 RI&amp;E-toetsingsrapporten a € 50,- per rapport, exclusief BTW). (…) De geschatte kosten voor het vervalsen van deze 1.285 RI&amp;E toetsingsrapporten bedragen € 0,- (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt de in het rapport gehanteerde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel over, nu deze berekening inzichtelijk is en op goede gronden tot stand is gekomen en derhalve aannemelijk is. Gelet op het voorgaande, bedraagt het totaal door de veroordeelde aan wederrechtelijk verkregen voordeel:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>opbrengsten             € 64.250,00</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">kosten                      €          0,00 -</emphasis>
        </para>
        <para>totaal                        € 64.250,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van de wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 64.250,00.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft – conform haar overlegde requisitoir - bepleit dat de betalingsverplichting op een gelijk bedrag moet worden vastgesteld als het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Verweer veroordeelde</emphasis>
          </para>
          <para>De veroordeelde heeft ter zitting verklaard dat hij 1200 hertoetsingen heeft laten uitvoeren en dat dit hem uiteindelijk – mede als gevolg van de door hem ten behoeve van de betaling daarvan aangegane schulden – circa € 100.000,00 heeft gekost. De rechtbank begrijpt het verweer van veroordeelde als een verzoek tot nihilstelling van de betalingsverplichting. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank overweegt in dit geval het volgende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Veroordeelde heeft het bedrag van € 100.000,00 dat hij verschuldigd zou zijn als gevolg van de hertoetsingen niet onderbouwd of anderszins aannemelijk gemaakt. Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer van veroordeelde dat strekt tot nihilstelling van de betalingsverplichting. Wel ziet de rechtbank, gelet op de door veroordeelde daadwerkelijk gemaakte kosten voor de hertoetsingen voor zover die wél aannemelijk zijn geworden, aanleiding om de betalingsverplichting lager vast te stellen dan het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Zij overweegt daartoe als volgt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Juridisch kader 	</emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van artikel 36e lid 5 Sr kan de rechter de betalingsverplichting van een veroordeelde lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Deze bevoegdheid van de rechter om de betalingsverplichting te matigen is niet beperkt tot specifieke gevallen. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de ontnemingsrechter een grote vrijheid toekomt bij het vaststellen van de betalingsverplichting.<footnote-ref linkend="_d569070d-5bc1-4bb4-bd25-bad0c0f2cc10" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Matiging betalingsverplichting</emphasis>
          </para>
          <para>Anders dan door de officier van justitie is betoogd, is er in dit specifieke geval voldoende aanleiding om de betalingsverplichting lager vast te stellen dan het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Verdachte heeft (vrijwillig en op eigen initiatief) geld geïnvesteerd in het laten uitvoeren van hertoetsingen en dit vormt voor de rechtbank voldoende aanleiding om de betalingsverplichting te matigen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de verklaring van getuige [getuige], die de hertoetsingen in opdracht van verdachte heeft uitgevoerd, volgt dat hij per hertoetsing € 55,00 euro in rekening heeft gebracht aan verdachte en dat er vanaf 1 juli 2022 tot en met 2 mei 2023 633 hertoetsingen zijn verricht.<footnote-ref linkend="_d6d0be80-d351-4a67-9fce-f90cd320dfbf" /> Bewijs dat er na 2 mei 2023 nog meer hertoetsingen zijn verricht ontbreekt en is ook anderszins niet aannemelijk geworden. Daarom zal de rechtbank de betalingsverplichting verminderen met een bedrag van € 34.815,00 (€ 55,00 x 633 hertoetsingen). Gezien het voorgaande, bedraagt de op te leggen betalingsverplichting:  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>wederrechtelijk verkregen voordeel           € 64.250,00</para>
          <para>
            <emphasis role="underline">matiging betalingsverplichting                   € 34.815,00 -                </emphasis>
          </para>
          <para>totaal                                                           € 29.435,00</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Resumé</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 29.435,00.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde <emphasis role="bold">wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis> wordt geschat vast op <emphasis role="bold">€ 64.250,00</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt de veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting op tot betaling</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 29.435,00 </emphasis>aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 588 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. M.S. de Waard en <?linebreak?>mr. I.M. Schaafsma- Roukema, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Vis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b68dd50b-a85c-4cd2-8f67-33d40a1390bc" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het strafdossier van de Opsporingsdienst van de Nederlandse Arbeidsinspectie met nummer 6640-2021-0020. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26b9f20e-b6f9-4d69-bcf0-3628feee6260" label="2">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het ontnemingsdossier van de Opsporingsdienst van de Nederlandse Arbeidsinspectie met nummer 6640-2021-0020. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_29dbf166-f167-46c8-a6c4-d8d5ac9fa40b" label="3">
    <para> Zie ook het op schrift gestelde requisitoir, p. 8 en 9. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_36d6938c-ab96-434f-91d2-034e56374e1e" label="4">
    <para> Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict van verbalisant [verbalisant] van 7 november 2023, p. 4 t/m 12 van het ontnemingsdossier. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d569070d-5bc1-4bb4-bd25-bad0c0f2cc10" label="5">
    <para> HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:67. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6d0be80-d351-4a67-9fce-f90cd320dfbf" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 2 mei 2023, p. 251, 254 en 255 van het strafdossier. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>