<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:3679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T10:49:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84.261899-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T10:48:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:3679 Rechtbank Overijssel , 28-06-2024 / 84.261899-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84.261899-22</para>
      <para>Bezwaarschriftnummer: RK 24/012021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de meervoudige raadkamer op het bezwaarschrift op grond van artikel 182, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de [woonplaats],</para>
      <para>verder te noemen: verdachte,</para>
      <para>domicilie kiezende aan het kantooradres van zijn raadsman mr. M.J. Jansma, </para>
      <para>	kantoorhoudende aan het [kantoorplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift op grond van artikel 182, zesde lid, Sv dateert van 9 mei 2024 en is op 10 mei 2024 op de griffie van de rechtbank ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is behandeld op de niet-openbare zitting van de raadkamer van 14 juni 2024. Bij deze behandeling zijn de gemachtigde raadsman en de officier van justitie gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer heeft kennisgenomen van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het voormelde bezwaarschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie overgelegde relevante stukken van het dossier van de strafzaak tegen verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beschikking van de rechter-commissaris van 25 april 2024 op het verzoek op grond van artikel 182 Sv;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van de officier van justitie van 11 juni 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door raadsman en de officier van justitie gegeven toelichting in raadkamer.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De beschikking van de rechter-commissaris</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris is door de verdediging verzocht onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het horen van [getuige 1] en [getuige 2] (medewerkers van de Belastingdienst) als getuige;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verstrekken van het controledossier [verdachte]/‘[bedrijf]’ van de Belastingdienst;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verzoek om een reclasseringsrapportage te laten opmaken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het laten opmaken van een ambtsedig proces-verbaal omtrent het proces-verbaal van bevindingen betreffende de rectificatie van de data van de Stuur en Weegploeg.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris heeft deze onderzoekshandelingen op 25 april 2024 afgewezen. Het bezwaar van de verdediging richt zich tegen de onder 1, 2 en 4 afgewezen onderzoekshandelingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft op de zitting namens verdachte de hiervoor onder 1, 2 en 4 verzochte onderzoekshandelingen gehandhaafd. Het bezwaarschrift dient volgens hem gegrond te worden verklaard en genoemde onderzoekshandelingen moeten worden toegewezen. De verdediging wenst aan de hand daarvan te onderzoeken of er bewust bestuursrechtelijke controlebevoegdheden zijn ingezet voor strafrechtelijke opsporingsdoeleinden, omdat in haar visie sprake is geweest van schendingen van de beginselen van een behoorlijke procesorde.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft op de zitting – conform de schriftelijke conclusie - geconcludeerd dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard, omdat de stelling van de verdediging (feitelijke) grondslag mist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De bevoegdheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Overijssel is bevoegd van het bezwaarschrift kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De ontvankelijkheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is tijdig binnen veertien dagen nadat de rechter-commissaris de beschikking heeft afgegeven, ingediend. De raadkamer stelt vast dat het bezwaarschrift ook ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer overweegt op grond van de stukken en wat in raadkamer naar voren is gebracht het navolgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uitgangspunt</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging kan de rechter-commissaris verzoeken bepaalde onderzoekshandelingen te verrichten op de voet van artikel 182 Sv. De rechter-commissaris kan zo’n verzoek afwijzen, indien de gevraagde onderzoekshandelingen naar zijn oordeel niet kunnen bijdragen aan enige uit hoofde van de artikelen 348 en 350 Sv in de zaak te nemen beslissing. De raadkamer moet toetsen of de beschikking van de rechter-commissaris in het licht daarvan stand kan houden. De beslissing van de rechter-commissaris wordt door de raadkamer, omdat het om een bezwaarschriftprocedure gaat, in beginsel ex tunc getoetst, dat wil zeggen: wordt beoordeeld naar de feiten en omstandigheden zoals die bekend waren bij de rechter-commissaris ten tijde van het nemen van die beslissing. Tegelijkertijd stelt de raadkamer vast dat de beslissing gezien moet worden in het licht van de taak van de rechter-commissaris in het vooronderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de raadkamer</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte wordt onder meer verdacht van het opzettelijk indienen van onjuiste/onvolledige aangiften omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2018 tot en met het eerste kwartaal van 2022. Het gaat om in totaal zeventien onjuiste/onvolledige aangiften. Daarnaast wordt hem verweten dat hij acht geschriften valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en deze acht geschriften vervolgens aan de Belastingdienst ter beschikking heeft gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer stelt op de eerste plaats vast dat in raadkamer is gebleken dat in het dossier van de strafzaak tegen verdachte onjuiste data zijn opgenomen. Dit is het gevolg geweest van een menselijke fout. In een op ambtseed/belofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2024 (AMB-011) zijn de data waarop de Stuur en Weegploeg beslissingen heeft genomen, en die onjuist in het dossier vermeld staan, gerectificeerd. In dit proces-verbaal is beschreven dat de Stuur en Weegploeg het besluit tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek ten aanzien van de bovenstaande verdenking tegen verdachte over de periode 1 januari 2018 tot en met 31 januari 2022 niet op 21 maart 2022 maar op 20 april 2022 heeft genomen. Ook staat in het proces-verbaal van bevindingen beschreven dat de Stuur en Weegploeg niet op 25 augustus 2022 maar op 28 april 2022 heeft beslist het strafrechtelijk onderzoek uit te breiden met de periode van 1 januari 2022 tot en met             31 maart 2022. De vragenbrief van de Belastingdienst van 4 april 2022 met daarin een verzoek aan verdachte om aanvullende informatie te verstrekken ligt dus vóór de beslissing van de Stuur en Weegploeg van 20 april 2022 tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte. Bovendien ziet deze vragenbrief op een controle van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2022, die verdachte op 31 maart 2022 heeft ingediend. Op 19 april 2022 heeft de Belastingdienst naar aanleiding van de genoemde vragenbrief verschillende facturen van verdachte ontvangen, waarna de Stuur en Weegploeg op 28 april 2022 heeft beslist om het strafrechtelijk onderzoek uit te breiden met de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2022 (de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt de raadkamer tot het oordeel dat de rechter-commissaris de onder 1,2 en 4 genoemde onderzoekshandelingen op goede gronden heeft afgewezen. Hetgeen de verdediging in deze procedure heeft aangevoerd, is voor de raadkamer ook geen aanleiding om nu anders te oordelen. Naar het oordeel van de raadkamer is onvoldoende vast komen te staan welk belang de verdediging heeft bij toewijzing van de verzochte onderzoekshandelingen. Niet is gebleken dat de gevraagde onderzoekshandelingen voor de te beantwoorden vragen van de artikelen 348 en 350 Sv van belang kunnen zijn. De data die onjuist in het dossier van de strafzaak vermeld staan, zijn in een op ambtseed/belofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen gerectificeerd. De raadkamer heeft geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de inhoud van dit op ambtseed/belofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen. Dit maakt dat zonder nadere onderbouwing niet gebleken is van een begin van aannemelijkheid dat in het onderzoek van de Belastingdienst onrechtmatigheden hebben plaatsgevonden die van bepalende invloed zijn (geweest) op het strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte. Het staat de verdediging vrij om wat zij (overigens) heeft aangevoerd ten aanzien van schendingen van de beginselen van een goede procesorde bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen verdachte naar voren te brengen. Gelet op voorgaande kan de beslissing van de rechter-commissaris ten aanzien van de onder 1,2 en 4 genoemde onderzoekswensen in stand blijven en wordt het ingediende bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer verklaart het bezwaarschrift <emphasis role="bold">ongegrond</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 28 juni 2024 gegeven door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. S.H. Peper en mr. N.J.C. Monincx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Klunder, griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>