<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:3224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T14:57:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.047710.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3224">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T13:39:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:3224 Rechtbank Overijssel , 20-06-2024 / 08.047710.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3224:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontneming. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 24.000,- en legt de veroordeelde de verplichting op om dit bedrag te betalen.</para>
        <para>De veroordeelde was schuldig bevonden aan het handelen in drugs.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3224:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.047710.22</para>
      <para>Datum vonnis: 20 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1946 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de [woonplaats]</para>
      <para>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 24.000,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ontnemingsvordering tegen de veroordeelde (verder ook [veroordeelde]) maakt onderdeel uit van het onderzoek Electra22. In dat onderzoek waren naast [veroordeelde] ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verdachte. Zij zijn op 20 juni 2022 veroordeeld voor onder meer het medeplegen van de productie van methamfetamine en MDMA alsmede de voorbereiding daarvan. Tegen [veroordeelde], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft de officier van justitie een ontnemingsvordering ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 14 mei 2024, 16 mei 2024 en 6 juni 2024. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.A. Prins, advocaat in </para>
      <para>’s-Hertogenbosch, is op de terechtzitting van 14 mei 2024 op de vordering gehoord. </para>
      <para>Op de terechtzitting van 16 mei 2024 en 6 juni 2024 zijn – met kennisgeving – de veroordeelde en de raadsman niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>Op de terechtzitting van 14 mei 2024 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd. Naar aanleiding van het pleidooi van de raadsman heeft de officier van justitie subsidiair gevorderd om het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel te bepalen op een bedrag van € 21.560,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de betalingen waar in het ontnemingsrapport aan gerefereerd wordt, niet specifiek in verband zijn te brengen met (de voorbereidingen van) het drugslaboratorium aan de [adres]. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat de periode waarin [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, moet worden beperkt. Medio januari 2021 is het drugslaboratorium gestart en vanaf dat moment kon wederrechtelijk verkregen voordeel worden gegenereerd. Uitgaande van deze startdatum met een eerste storting op 6 januari 2021, bedraagt het totale bedrag </para>
      <para>€ 16.760,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 20 juni 2024 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,</emphasis>
        </para>
        <para>en</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_636f8f7b-ef17-401a-98ba-e1416b7eaff2" /> en het in deze zaak opgemaakte rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van 2 augustus 2022<footnote-ref linkend="_8e5329ab-3e21-49b3-aa9a-c5ea5203ed65" />, het aannemelijk dat [veroordeelde] financieel voordeel heeft genoten uit het plegen van genoemde strafbare feiten die voortkomen uit het op 1 februari 2022 op het perceel aan de [adres] in [plaats] aangetroffen (deels ontmantelde) drugslaboratorium. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de berekening van dat wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank de bewezenverklaarde feiten en periode als uitgangspunt. De rechtbank is van oordeel dat [veroordeelde], die in de bewezenverklaarde periode zowel voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de aanleg van een drugslaboratorium en zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de productie van methamfetamine en MDMA, voor zijn werkzaamheden een vergoeding heeft ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank baseert zich daarbij op de verklaring die [veroordeelde] op 18 mei 2022 – een dag na zijn inverzekeringstelling – bij de politie heeft afgelegd.<footnote-ref linkend="_daa856e6-bf63-43e1-ba77-49281773bcd8" /> [veroordeelde] heeft verklaard dat elke keer als ze (de rechtbank begrijpt: zij die de drugs produceren) hadden gedraaid, hij een paar duizend euro kreeg en dat hij regelmatig een paar rooitjes heeft gebeurd. Hij heeft een keer of tien tot twaalf geld gekregen en hij kreeg € 2.000,-- per keer dat ze draaiden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze verklaring van [veroordeelde] wordt ondersteund door het overzicht van de contante stortingen die [veroordeelde] in de bewezenverklaarde periode op zijn bankrekening heeft gedaan.<footnote-ref linkend="_94a74838-b864-44be-b3bf-c7c2e69d367f" /></para>
        <para>Voor zover [veroordeelde] ter terechtzitting het aantal keren dat hij een vergoeding heeft ontvangen, heeft ‘afgezwakt’, volgt de rechtbank hem daarin niet. Temeer niet nu hij daarbij geen verklaring heeft gegeven voor de (dan) overige door hem gedane contante stortingen op zijn bankrekening in de bewezenverklaarde periode. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het voorgaande volgt:</para>
        <para>12 x € 2.000,--	 		= € 24.000,--. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
        </para>
        <para>Niet is gesteld en ook niet is gebleken dat [veroordeelde] kosten heeft gemaakt waarmee bij de berekening van het voordeel rekening moet worden gehouden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 24.000,--.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 24.000,--. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op € 24.000,--; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 24.000,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 480 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en </para>
      <para>mr. R.G.J. Gehring, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Gehring is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_636f8f7b-ef17-401a-98ba-e1416b7eaff2" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON2R022005/Electra22 van 29 september 2022. Tenzij anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e5329ab-3e21-49b3-aa9a-c5ea5203ed65" label="2">
    <para>Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van [naam] van 2 augustus 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_daa856e6-bf63-43e1-ba77-49281773bcd8" label="3">
    <para>Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [veroordeelde] van 18 mei 2022 (pag. 1635).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_94a74838-b864-44be-b3bf-c7c2e69d367f" label="4">
    <para> Het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, pag. 6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>