<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:3219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T14:10:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84.115589.22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3219">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T10:42:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:3219 Rechtbank Overijssel , 20-06-2024 / 84.115589.22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3219:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 43-jarige man tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt als bestuurder van een rechtspersoon, aan het plegen van een faillissementsfraude.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3219:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84.115589.22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 20 juni 2024  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>6 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. L. da Silva, advocaat in 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte als feitelijk bestuurder van de later failliet verklaarde rechtspersoon [bedrijf 1] B.V., in de periode van 12 januari 2017 tot en met 8 mei 2019 opzettelijk niet heeft voldaan en/of bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken en bescheiden, waardoor de afwikkeling van het faillissement is bemoeilijkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij, als feitelijk bestuurder van de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V., welke op 08 mei 2019 door de Rechtbank Overijssel in staat van faillissement is verklaard, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tijdens of voor het faillissement van de rechtspersoon, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te weten op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 12 januari 2017 tot en met 08 mei 2019, te Hengelo (Overijssel), in elk geval in Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) opzettelijk, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">niet heeft voldaan aan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren van de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, ten gevolge </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waarvan de afhandeling van het faillissement werd bemoeilijkt, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft hij, verdachte, niet de (gehele) administratie, waaronder:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een inkoopadministratie (DOC-005, p. 8 en AD-001-01, p. 17), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een verkoopadministratie (DOC-005, p. 8 en AD-001-01, p. 17), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een voorraadadministratie (DOC-005, p. 8 en AD-001-01, p. 17), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een kasadministratie (DOC-005, p. 8 en AD-001-01, p. 17), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een bankadministratie (DOC-005, p. 8 en AD-001-01, p. 17), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een personeelsadministratie (AD-001-01, p. 17), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een administratie ten behoeve van vastleggingen voor de administratieve </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">verplichtingen ten aanzien van de omzetbelasting (DOC-005, p. 8 en AD-001-01, p. 17), en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een aangifte vennootschapsbelasting over het kalenderjaar 2017 en/of het kalenderjaar 2018 (DOC-005, p. 5 en AD-001-01, p. 17), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een jaarrekening over het kalenderjaar 2018 (DOC-005, p. 5), </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">gevoerd en/of laten voeren en/of bewaard en/of laten bewaren.</bridgehead>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">3. De bewijsmotivering</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_8a560d12-648e-470d-81d7-2204996950e9" />
    </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Blijkens een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ) opgericht op 12 januari 2017. De bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 1] bestonden uit de verkoop van kunststof kozijnen, rolluiken, zonwering en toebehoren ten behoeve van projecten en particulieren. Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel waren op 12 januari 2017 [medeverdachte 1] B.V. (hierna: [medeverdachte 1] ) en [bedrijf 2] B.V de bestuurders van [bedrijf 1] .<footnote-ref linkend="_70d4a87e-1751-43a6-8081-053bb777b2dc" /></para>
        <para>Op 29 september 2016 is [bedrijf 2] B.V opgericht met als (enig/zelfstandig bevoegd) bestuurder verdachte.<footnote-ref linkend="_79b87683-ab33-4003-8ecd-0fd568febe0e" /></para>
        <para>Op 13 januari 2017, één dag na de oprichting van [bedrijf 1] , is [bedrijf 2] B.V uitgeschreven als bestuurder. Vanaf 13 januari 2017 vormt [vader van verdachte] (de vader van verdachte) samen met [medeverdachte 1] B.V. het bestuur van [bedrijf 1] .<footnote-ref linkend="_24df1e8f-849c-4919-a7d0-0773ceef5809" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 8 mei 2019 is [bedrijf 1] bij vonnis van de rechtbank Overijssel in staat van faillissement verklaard. In het faillissement is mr. [curator] (hierna: [curator]) als curator aangesteld.<footnote-ref linkend="_e3d11766-2942-45ff-9900-f60d4236151a" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 1 maart 2021 heeft de curator aangifte gedaan van vermoedelijke faillissementsfraude.<footnote-ref linkend="_ffd5ce2d-43c2-4a3c-8ec0-543597260237" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte tijdens de tenlastegelegde periode feitelijk bestuurder is geweest van de gefailleerde onderneming. Daarnaast is niet bewezen dat verdachte opzettelijk niet aan zijn administratieve verplichtingen heeft voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.</para>
        <para>De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feitelijk bestuurder</emphasis>
        </para>
        <para>Artikel 348a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) bepaalt: ‘onder bestuurder van een rechtspersoon worden voor de toepassing van de bepalingen in deze Titel mede begrepen zij die feitelijk optreden als bestuurder van een rechtspersoon’. Voor het antwoord op de vraag of een persoon kan worden aangemerkt als feitelijk bestuurder is onder meer bepalend of de betrokkene het beleid van de rechtspersoon heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder van de rechtspersoon.<footnote-ref linkend="_41ad9797-fc67-4461-a60c-26472476b096" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte ontkent dat hij feitelijk bestuurder is geweest van [bedrijf 1] . Ter terechtzitting heeft hij verklaard alleen ondersteunende werkzaamheden te hebben verricht voor [bedrijf 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft de rol van verdachte in [bedrijf 1] was het volgens curator [curator] “vanaf dag 1 duidelijk dat [verdachte] feitelijk leidinggevende was”. Hij was degene die het personeel aanstuurde en contact onderhield met de boekhouder. “In de praktijk was [verdachte] degene die alles op kantoor deed”, aldus de curator. Volgens de curator was de vader van verdachte, [vader van verdachte] , als bestuurder van [bedrijf 1] een stroman, omdat verdachte vanwege een jegens hem nog geldend concurrentiebeding geen bestuurder kon zijn. Van meet af aan was duidelijk dat verdachte de baas was.<footnote-ref linkend="_76b6e6c0-2bfb-4cff-b828-b0ff84e86313" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In een WhatsApp-bericht van verdachte aan het personeel van [bedrijf 1] van 8 mei 2019<footnote-ref linkend="_2691e0fc-93a7-467a-bcda-1055345dabda" />, de dag van het faillissement, staat het volgende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Heren. Vanochtend is het faillissement van [bedrijf 1] uitgesproken. Morgen om 10.00 uur worden jullie (behalve [naam 1] ) op kantoor verwacht bij de curator. Sleutels </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en shit van kantoor en hal meenemen. In de hal is niks van [bedrijf 1] . Gedeeld met </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 2] en [naam 3] . En jullie weten ook niks over de andere administratieve zaken. Tot </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">morgen’.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het dossier bevindt zich daarnaast het volgende WhatsApp-bericht van verdachte, verstuurd naar medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) op 9 januari 2019<footnote-ref linkend="_22f433d2-5446-4af0-929e-7a19a3006a29" />:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	‘<emphasis role="italic">Morgen goak eem een nieuwe bv oprichten waar we alle lopende orders op </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uit kunnen laten betalen. Moek oe dr dreks bie in zetten en goaj volnde week </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ergens eem met krabbei zetten of woj dat later doen? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wie kunt alles wa uut loatn betalen nog op [bedrijf 1] maar dan kriew last denk ik’.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 24 januari 2019 is [bedrijf 3] B.V. opgericht. Bestuurders waren verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] .<footnote-ref linkend="_d242edac-641d-4410-8089-0fa77e1db761" /> Volgens de curator werden alle inkomsten van [bedrijf 1] op het bankrekeningnummer van [bedrijf 3] B.V gestort. Facturen stonden op naam van [bedrijf 1] , maar debiteuren werden verzocht om te betalen op de bankrekening van [bedrijf 3] B.V.<footnote-ref linkend="_e6051cef-330e-4eac-8cf5-f901310e4252" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Boekhouder [getuige] (hierna: [getuige] ), vanaf januari 2017 de boekhouder van [bedrijf 1] , heeft over de rol van verdachte in deze onderneming verklaard dat bij de eerste gesprekken zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 2] aanwezig waren. Hierna had [getuige] vooral met verdachte te maken. Volgens [getuige] deed [medeverdachte 2] het werk buiten de deur en verdachte de werkzaamheden op kantoor. Er was een duidelijke taakverdeling, waarbij verdachte verantwoordelijk was voor de administratie, aldus [getuige] .<footnote-ref linkend="_325ca473-0d21-403d-bf6c-dd503f3447de" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft over de rol van verdachte verklaard dat verdachte degene was die de verkoop en acquisitie regelde, verantwoordelijk was voor de administratie en alle betalingen door [bedrijf 1] regelde.<footnote-ref linkend="_4e07607b-5ec8-447e-a4d1-4e37ca9e5a08" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de verklaringen van de curator, boekhouder [getuige] en [medeverdachte 2] , die worden ondersteund door de WhatsApp-berichten van 8 mei 2018 en 9 januari 2019, leidt de rechtbank af dat verdachte in ieder geval verantwoordelijk was voor de administratie, acquisitie, het aansturen van personeel en het debiteurenbeleid. Zo richtte verdachte een andere vennootschap op en leidde het ertoe dat debiteuren facturen van [bedrijf 1] betaalden op de bankrekening van deze nieuwe vennootschap. Daarmee heeft verdachte (mede) het beleid van de onderneming bepaald. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte aan te merken als feitelijk bestuurder en daarmee als bestuurder van [bedrijf 1] . Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verklaring van verdachte, inhoudende dat hij alleen ondersteunende werkzaamheden heeft uitgevoerd voor [bedrijf 1] , is naar het oordeel van de rechtbank, bezien in het licht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, volstrekt ongeloofwaardig en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Administratieplicht </emphasis>
        </para>
        <para>In artikel 2:10 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bepaald dat het bestuur verplicht is de vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De curator heeft verklaard dat de administratie van [bedrijf 1] niet voldeed aan de eisen van artikel 2:10 BW. Volgens de curator is over de jaren 2018 en 2019 geen of nauwelijks fysieke administratie overgelegd. Op in beslag genomen gegevensdragers is geen digitale administratie aangetroffen. De data op de gegevensdragers waren vrijwel volledig gewist, aldus de curator. Ook was volgens de curator de financiële informatie in de online boekhoudsystemen onvolledig en onbetrouwbaar.<footnote-ref linkend="_4dd927f3-4ff2-4d2d-ae28-91489be9b311" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na een boekenonderzoek kwam de Belastingdienst tot de conclusie dat niet was voldaan aan de administratieplicht. Volgens de Belastingdienst had de administratie van [bedrijf 1] het volgende moeten bevatten: een inkoopadministratie, een voorraadadministratie, een kasadministratie, een bankadministratie, een verkoopadministratie en een administratie ten behoeve van vastleggingen voor de administratieve verplichtingen ten aanzien van de omzetbelasting. De Belastingdienst stelt vast dat geen administratie is overhandigd aan de curator.<footnote-ref linkend="_9e9d28d2-18ab-4201-9fc8-d13743bea8c3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de verklaring van de curator en het boekenonderzoek van de Belastingdienst in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de administratieplicht neergelegd in artikel 2:10 BW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzet</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft verklaard geen opzet te hebben gehad op het niet voldoen aan de administratieplicht. Hij heeft zich niet bezig gehouden met de bedrijfsvoering en daarmee ook niet met de administratieve verplichtingen van [bedrijf 1] . Volgens verdachte was medeverdachte [medeverdachte 2] verantwoordelijk voor de administratie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank zoals gezegd af dat verdachte zich wel degelijk bezighield met de administratie van [bedrijf 1] . De rechtbank is van oordeel dat verdachte dit deed in een zodanige mate dat hij wel degelijk opzet heeft gehad en overweegt daartoe als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In aanvulling op de hiervoor besproken verklaringen, hebben boekhouder [getuige] en de curator het volgende verklaard.</para>
        <para>Boekhouder [getuige] kreeg de stukken ter verwerking van de administratie meestal aangeleverd van verdachte. De aangeleverde gegevens waren onvoldoende om de werkzaamheden voor [bedrijf 1] goed af te wikkelen. [getuige] heeft verdachte daar meermaals op gewezen, zonder succes.<footnote-ref linkend="_a188009e-3eb6-4f23-af18-0cd424683456" /></para>
        <para>Curator [curator] heeft verklaard dat hij op de dag van het faillissement geen fysieke administratie heeft aangetroffen en dat verdachte heeft verklaard dat hij niet wist waar de administratie was. Verdachte heeft op dezelfde dag een WhatsApp-bericht gestuurd naar het personeel, waaruit volgt dat verdachte hen instrueerde dat zij tegen de curator moesten zeggen dat zij niks afwisten van de administratie. Verschillende gegevensdragers van [bedrijf 1] zijn volgens de curator - na het versturen van een aangetekende brief en het benoemen van de gijzelingsmogelijkheden - door verdachte op verschillende momenten ingeleverd, maar deze bleken nauwelijks administratie te bevatten.<footnote-ref linkend="_7ee012ed-fcdd-41ba-85dd-1fd024fa15e3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat verdachte volgens interne taakverdeling en als (feitelijk) bestuurder van [bedrijf 1] de verantwoordelijkheid droeg voor de algemene gang van zaken bij de rechtspersoon en daarmee ook voor het op een zodanige wijze (laten) voeren van een administratie dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon duidelijk zijn. Uitgerekend verdachte zelf heeft zich (vrijwel) als enige met de administratie bezig gehouden. Die was niet op orde en, zelfs nadat boekhouder [getuige] hem daarop wees en hem hulp is aangeboden in de persoon van de echtgenote van medeverdachte [medeverdachte 2] , heeft hij er geen verbeteringen in aangebracht. De aangeboden hulp heeft hij genegeerd, althans afgehouden. Sterker nog, op initiatief van verdachte werd gerommeld met de betaling van facturen zoals hiervoor is beschreven. Uiteindelijk heeft hij een administratie van nauwelijks enige omvang uitgeleverd aan de curator. Verdachte bepaalde dan ook niet alleen op welke wijze er geadministreerd werd en hoe die administratie werd bewaard, ook wist hij dus dat hij, als (feitelijk) bestuurder van [bedrijf 1] , niet voldeed aan de administratieplicht. Daarmee is, zowel op zichzelf als bezien in onderling verband en samenhang met wat is overwogen ten aanzien van de vraag of verdachte als feitelijk bestuurder dient te worden aangemerkt sprake van vol opzet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillissement is bemoeilijkt</emphasis>
        </para>
        <para>Curator [curator] heeft verklaard dat aan de hand van de wel aangeleverde administratie van [bedrijf 1] de rechten en verplichtingen van de gefailleerde onderneming niet konden worden vastgesteld.<footnote-ref linkend="_7f3d382d-b3dd-4d32-a4e9-5be6b31e4300" /></para>
        <para>Ook de Belastingdienst heeft in haar boekenonderzoek vastgesteld dat door het ontbreken van de administratie het niet direct duidelijk was of en zo ja welke verhaalsmogelijkheden er waren.<footnote-ref linkend="_799f4fb9-6a4b-4590-adfc-51f587f80b32" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voorgaande acht de rechtbank ook dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen medeplegen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat sprake was van een taakverdeling binnen [bedrijf 1] . Verdachte was verantwoordelijk voor het (laten) voeren en (laten) bewaren van de administratie.  [medeverdachte 2] heeft zich nauwelijks bemoeid met de administratie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen. De rechtbank zal om deze reden verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen met uitzondering van het medeplegen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij, als bestuurder van de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V., welke op 08 mei 2019 door de Rechtbank Overijssel in staat van faillissement is verklaard, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor het faillissement van de rechtspersoon, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te weten in de periode 12 januari 2017 tot en met 08 mei 2019, in Nederland, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opzettelijk, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet heeft voldaan aan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren van de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillissement werd bemoeilijkt, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">immers heeft hij, verdachte, niet de (gehele) administratie, waaronder:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- een inkoopadministratie, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- een verkoopadministratie, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- een voorraadadministratie, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- een kasadministratie, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- een bankadministratie, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- een personeelsadministratie, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- een administratie ten behoeve van vastleggingen voor de administratieve verplichtingen ten aanzien van de omzetbelasting</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gevoerd en/of laten voeren en/of bewaard en/of laten bewaren.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 344a lid 2 sub 2 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf:	<emphasis role="bold">als bestuurder van een rechtspersoon, voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen of bewerkstelligen dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie een taakstraf gevorderd voor de duur van 240 uren. Hoewel volgens de officier van justitie sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, kan vanwege de geringe omvang van de overschrijding met de constatering hiervan worden volstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafoplegging geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, nu verdachte niet meer betrokken is bij de andere ondernemingen. De laatste onderneming waarin verdachte actief is zal na het betalen van geldboeten van de Belastingdienst worden opgeheven. Verder heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met het blanco strafblad van verdachte en het tijdsverloop tussen het ten laste gelegde feit en de datum van het vonnis. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich niet gehouden aan de hem als (feitelijk) bestuurder wettelijk opgedragen plicht een volledige en deugdelijke administratie te (laten) voeren en te (laten) bewaren. Door het niet juist bijhouden van de administratie was het voor de curator niet mogelijk om op een eenvoudige wijze voldoende betrouwbaar inzicht te verkrijgen van de vermogenspositie en rechten en verplichtingen van [bedrijf 1] . Als gevolg hiervan was het voor de curator moeilijker om het faillissement op een juiste wijze af te wikkelen, terwijl het maatschappelijke en economische verkeer verlangt dat faillissementen voortvarend en efficiënt worden afgewikkeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de ernst van het feit neemt de rechtbank mee dat uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte geen enkele openheid van zaken heeft willen geven, zijn verantwoordelijkheid niet heeft willen nemen en anderen wil laten opdraaien voor zijn handelen. Een dag na de oprichting van de onderneming heeft verdachte zijn vader als stroman naar voren geschoven, waarmee de gegevens van de Kamer van Koophandel van meet af aan niet strookten met de werkelijke situatie waarin verdachte binnen [bedrijf 1] aan de touwtjes trok als ware hij naast zijn compagnon [medeverdachte 2] bestuurder. Hij heeft de omzet van [bedrijf 1] omgeleid naar een andere vennootschap. Bij het afwikkelen van het faillissement heeft verdachte de curator op een dwaalspoor willen zetten, onder meer door op de dag van het faillissement personeel te instrueren niets te zeggen over de administratie en - op een later moment - vrijwel lege computers bij de curator af te leveren. Ook heeft hij gedurende het strafrechtelijk onderzoek geprobeerd zijn rol en werkzaamheden binnen [bedrijf 1] kleiner te maken dan deze in werkelijkheid zijn geweest. Daarbij heeft hij zonder scrupules - voor zijn standpunt heeft de rechtbank in het dossier geen aanknopingspunt kunnen ontdekken - de schuld volledig op medeverdachte [medeverdachte 2] proberen af te schuiven. Dit alles neemt de rechtbank de verdachte zeer kwalijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 5 maart 2024. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte aan zijn verhoor op 31 januari 2022 nog niet in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld. Weliswaar is hem toen meegedeeld dat hij werd verdacht van overtreding van artikel 344a Sr, maar het was op dat moment voor verdachte nog niet duidelijk of daadwerkelijk strafvervolging zou worden ingesteld. Eerder dan de betekening van de inleidende dagvaarding op 24 november 2023 zijn naar het oordeel van de rechtbank geen handelingen aan te merken waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat strafvervolging zou worden ingesteld. Met een eindvonnis op 20 juni 2024 is dus geen sprake van schending van verdachtes recht op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de bijzonder kwalijke rol die verdachte blijkens het vorenoverwogene heeft gehad in het gepleegde feit kan naar het oordeel van de rechtbank, in afwijking van de door de officier van justitie geëiste straf, niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b en 14c Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf:	<emphasis role="bold">als bestuurder van een rechtspersoon, voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen of bewerkstelligen dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">8 (acht) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H. Manuel, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. J.T. Pouw is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8a560d12-648e-470d-81d7-2204996950e9" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de FIOD/ Belastingdienst met nummer 69310 Pro Tech Kunststoftechniek B.V. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70d4a87e-1751-43a6-8081-053bb777b2dc" label="2">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 1 februari 2021, betreffende [bedrijf 1] B.V., DOC-001, p. 147 t/m 151.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_79b87683-ab33-4003-8ecd-0fd568febe0e" label="3">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 1 februari 2021, betreffende [bedrijf 2] B.V. DOC-003, p. 155 t/m 158. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_24df1e8f-849c-4919-a7d0-0773ceef5809" label="4">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 1 februari 2021, betreffende [bedrijf 1] B.V., DOC-001, p. 147 t/m 151.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e3d11766-2942-45ff-9900-f60d4236151a" label="5">
    <para> Een bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, zijnde een vonnis van de Rechtbank Overijssel van 8 mei 2019, betreffende het vonnis tot faillietverklaring van [bedrijf 1] B.V., AG-001-01, p. 143 en 144.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ffd5ce2d-43c2-4a3c-8ec0-543597260237" label="6">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van 1 maart 2021, AG-001, p. 136 en 137. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_41ad9797-fc67-4461-a60c-26472476b096" label="7">
    <para>Kamerstukken II 2013/14, 33994, 3, p. 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76b6e6c0-2bfb-4cff-b828-b0ff84e86313" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [curator] van 28 juli 2021, G-001-01, p. 114, eerste en tweede alinea en proces-verbaal van aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van 6 april 2021, AG-001, p. 138, onder 1, derde en vierde alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2691e0fc-93a7-467a-bcda-1055345dabda" label="9">
    <para>Een geschrift, zijnde een screenshot van een WhatsApp-bericht van 8 mei 2019, DOC-028, 29 van 33, p. 467.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_22f433d2-5446-4af0-929e-7a19a3006a29" label="10">
    <para>Een geschrift, zijnde een screenshot van een WhatsApp-bericht van 9 januari 2019, DOC-028, 27 van 33, </para>
    <para>p. 465.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d242edac-641d-4410-8089-0fa77e1db761" label="11">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 1 februari 2021, betreffende [bedrijf 3] B.V., DOC-002, p. 152 t/m 154.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6051cef-330e-4eac-8cf5-f901310e4252" label="12">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van 6 april 2021, AG-001, p. 138, onder 1, vijfde alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_325ca473-0d21-403d-bf6c-dd503f3447de" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 9 september 2021, G-002-01, p. 122, derde tot en met zesde alinea en p. 123, eerste en tweede alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e07607b-5ec8-447e-a4d1-4e37ca9e5a08" label="14">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 25 januari 2022, V-002-01, p. 92, vierde alinea, </para>
    <para>p. 93, laatste alinea en p. 94, eerste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4dd927f3-4ff2-4d2d-ae28-91489be9b311" label="15">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van 6 april 2021, AG-001, p. 138, laatste twee alinea’s.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e9d28d2-18ab-4201-9fc8-d13743bea8c3" label="16">
    <para> Een geschrift, inhoudende het controlerapport van de Belastingdienst bij [bedrijf 1] B.V. van 13 juli 2020, DOC-005, p. 167, onder 2.9 en p. 170, onder 3.2.4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a188009e-3eb6-4f23-af18-0cd424683456" label="17">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 9 september 2021, G-002-01, p. 122, laatste alinea, </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ee012ed-fcdd-41ba-85dd-1fd024fa15e3" label="18">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [curator] van 28 juli 2021, G-001-01, p. 119, laatste alinea in samenhang met p. 116, derde alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f3d382d-b3dd-4d32-a4e9-5be6b31e4300" label="19">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van 6 april 2021, AG-001, p. 141, onder 9c.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_799f4fb9-6a4b-4590-adfc-51f587f80b32" label="20">
    <para> Een geschrift, inhoudende het controlerapport van de Belastingdienst bij [bedrijf 1] B.V. van 13 juli 2020, DOC-005, p .170, onder 3.3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>