<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:3143</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-18T10:09:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10832999 \ CV EXPL  23-2803</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3143">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3143</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-13T10:31:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:3143 Rechtbank Overijssel , 11-06-2024 / 10832999 \ CV EXPL  23-2803</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3143:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser vordert dat gedaagde een bedrag moet betalen, omdat een tussen hen gesloten koopovereenkomst is ontbonden. Gedaagde voert aan dat zij geen overeenkomst had met eiser, maar met het bedrijf. De kantonrechter gaat niet mee in het verweer van gedaagde. Het gevorderde wordt daarom toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:3143:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10832999 \ CV EXPL  23-2803</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: Anker Rechtshulp B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: D. Bosman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding;  <?linebreak?>- de conclusie van antwoord; </para>
      <para>- de e-mail van 7 februari 2024, waarin is bepaald dat de zaak mondeling wordt behandeld; </para>
      <para>- de mondelinge behandeling op 17 mei 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft  </para>
      <para>  gemaakt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Samenvatting </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] vordert dat [gedaagde] een bedrag moet betalen, omdat een tussen hen gesloten koopovereenkomst is ontbonden. [gedaagde] voert aan dat zij geen overeenkomst had met [eiser], maar met [bedrijf]. De kantonrechter gaat niet mee in het verweer van [gedaagde]. Het gevorderde wordt daarom toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vordering </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert - samengevat – dat [gedaagde] een bedrag van € 2.349,50 betaalt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de verzuimdatum tot en met de dag van volledige betaling. Ook vordert [eiser] dat [gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten betaalt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [eiser] heeft een koopovereenkomst gesloten met [gedaagde], inhoudende het leveren van twee airco’s tegen betaling van een bedrag van € 2.349,50 als koopprijs. Omdat [gedaagde] de airco’s niet op korte termijn kon leveren, is de koopovereenkomst in onderling overleg ontbonden en heeft [gedaagde] aangegeven de reeds betaalde koopprijs te zullen terugbetalen. [gedaagde] heeft de koopprijs echter niet terugbetaald. [eiser] heeft [gedaagde] meerdere keren daarom verzocht. Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht en daarom vordert [eiser] ook dat [gedaagde] de incassokosten van € 352,43 moet betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het verweer </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en zegt dat zij geen koopovereenkomst heeft gesloten met [eiser], maar met [bedrijf]. Zij vraagt de kantonrechter daarom om het gevorderde af te wijzen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De hoofdsom </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat [eiser] en [gedaagde] een koopovereenkomst hebben gesloten. [gedaagde] stelt dan wel dat de koopovereenkomst met [bedrijf] is gesloten, maar waarom dat zo is, heeft zij niet gesteld. Voor zover zij heeft bedoeld te stellen dat dat zo is, omdat op het factuur- en verzendadres van de bestelling “[bedrijf]” staat vermeld, is dat van te weinig betekenis nu daarop ook de naam van [eiser] staat vermeld. Verder moet voor de vraag wie contractspartij is, ook gekeken worden naar de handelingen en gedragingen van partijen tijdens en na het sluiten van de overeenkomst. En daartoe is in dit geval van belang dat de factuur is betaald vanaf de bankrekening van [eiser]. Ook is niet weersproken dat [gedaagde] na het sluiten van de overeenkomst slechts contact had met [eiser] over de ontbinding van de overeenkomst en het terugbetalen van de koopsom. Onder deze omstandigheden wordt het er voor gehouden dat [eiser] de contractspartij was. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verder heeft [eiser] gesteld en voldoende onderbouwd dat de koopovereenkomst in onderling overleg is ontbonden. Door die ontbinding moest [gedaagde] de aankoopprijs van de airco’s terugbetalen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. [gedaagde] wordt daarom hiertoe alsnog veroordeeld en moet dus de hoofdsom van € 2.349,50 betalen. Omdat [gedaagde] te laat is met betalen, is zij ook de gevorderde wettelijke rente verschuldigd. Die is [gedaagde], gelet op de aanmaning van 4 september 2023, verschuldigd vanaf 29 september 2023. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft voldoende aangetoond dat er buitengerechtelijke  incassowerkzaamheden zijn verricht. De incassokosten van € 352,43 worden daarom toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding       	 	€               132,42</para>
      <para>- griffierecht                          	€               248,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde           	€               464,00 (2 punten x tarief € 232,00)</para>
      <para>- nakosten                             	€               <emphasis role="underline">116,00 </emphasis></para>
      <para>Totaal                                    	€               960,42</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 2.701,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.349,50  vanaf 29 september 2023 en over een bedrag van € 352,43 vanaf 5 december 2023, een en ander tot de dag van algehele betaling; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op </para>
        <para>€ 960,42; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C.M. Manders en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>