<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:2866</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-31T13:39:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/178070-22 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:2866">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:2866</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-31T12:21:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:2866 Rechtbank Overijssel , 31-05-2024 / 08/178070-22 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:2866:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontneming. De rechtbank wijst de vordering strekkende tot ontneming af.</para>
        <para>De rechtbank heeft onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen hoeveel het voordeel bedraagt.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:2866:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/178070-22 (ontneming)</para>
      <para>Datum vonnis: 31 mei 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de van [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 205.734,00.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 28 maart 2024 en 17 mei 2024. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadslieden mr. M.A.W. Nillesen en </para>
      <para>mr. Y. Ameziane , beiden advocaat in 's-Hertogenbosch, is op de terechtzitting van 28 maart 2024 verschenen en op de vordering gehoord. </para>
      <para>Op de terechtzitting van 28 maart 2024 heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gesteld op € 190.737,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft primair aangevoerd dat de vorderingen ten aanzien van [plaats 1] en [plaats 2] dienen te worden afgewezen dan wel verregaand moeten worden gematigd, nu niet kan worden bewezen dat er in beide labs winst is gemaakt. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering aangaande [plaats 2] te stellen op een bedrag van € 1.500,00 in overeenstemming met de uitspraak over ditzelfde drugslaboratorium van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering te matigen tot een bedrag van € 12.685,76, nu naast verdachte nog vijf anderen hebben meegedeeld in de winst.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 31 mei 2024 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 05/052758-21</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1 en feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>telkens het misdrijf: <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, tezamen en in vereniging met anderen, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">zich en een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 4</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 vierde lid en artikel 10a van de Opiumwet;</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen en overweegt daartoe als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het lab in [plaats 1]</emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van het ontnemingsrapport heeft de officier van justitie het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 168.537,00. Hoewel aannemelijk is dat de veroordeelde enig wederrechtelijk voordeel zal hebben genoten, heeft de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen hoeveel dat voordeel bedraagt. Het bedrag dat de officier van justitie noemt is gebaseerd op de berekening van het aantal liter amfetamine dat geproduceerd moet zijn, gezien het aantal aangetroffen vaten met formamide. Vast staat echter dat de locatie in [plaats 1] al, door een andere organisatie, als drugslaboratorium is gebruikt voordat de organisatie van de veroordeelde de locatie in gebruik nam. Welke vaten door welke organisatie zijn gebruikt kan niet worden vastgesteld. De rechtbank acht zich dan ook  niet in staat om een schatting te maken van het mogelijk wederrechtelijk genoten voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het lab in [plaats 2]</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 22.000,00. De officier van justitie verwijst hiervoor naar een vonnis van de rechtbank Gelderland, waarvan de onderliggende berekening zich niet in het dossier bevindt en waar in hoger beroep door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het ontnemingsbedrag voor een van de medeverdachten kennelijk op € 1.500,00 is gesteld. Op basis van wat nu voorligt is de onderlinge verdeling van de winst tussen verdachte en de medeverdachten onduidelijk gebleven. De rechtbank acht zich daarom niet in staat om een schatting te maken van het mogelijk wederrechtelijk genoten voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie dan ook afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	<emphasis role="bold">wijst </emphasis>de vordering van de officier van justitie strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">af. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. D.E. Schaap en </para>
      <para>Mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M.W. Eshuis is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>