<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:2772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-28T14:20:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.026199.23 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:2772">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:2772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-28T10:25:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:2772 Rechtbank Overijssel , 28-05-2024 / 08.026199.23 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:2772:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van € 1000,-, waarvan € 500,- voorwaardelijk en legt hem een voorwaardelijke ontzegging tot de bevoegdheid van het besturen van motorrijtuigen op voor de duur van 4 maanden.</para>
        <para>De verdachte is schuldig bevonden aan een verkeersovertreding, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel werd toegebracht.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:2772:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.026199.23 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 28 mei 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R. Oude Breuil, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door [slachtoffer] voorgedragen slachtofferverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 15 september 2022 in Raalte als bestuurder van een personenauto:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>: schuldig is aan het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij mevrouw [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>: door zijn rijgedrag gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair</emphasis>: zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig op tijd tot stilstand kon brengen, waardoor er een botsing is ontstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 15 september 2022 te Raalte als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Heinoseweg (de N35), roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij ter plaatse bekend was,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de N35) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de N35) kon overzien en waarover deze vrij was en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (vervolgens) is hij, verdachte, toen het voor hem rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen, met het door hem bestuurde voertuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem uit langzamer rijdend en/of stilstaand ander motorrijtuig, waardoor en ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 15 september 2022 te Raalte als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Heinoseweg (N35),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de N35) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de N35) kon overzien en waarover deze vrij was en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (vervolgens) is hij, verdachte, toen het voor hem rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen, met het door hem bestuurde voertuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem uit langzamer rijdend en/of stilstaand ander motorrijtuig, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of  zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 15 september 2022 te Raalte als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Heinoseweg (N35), zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij, verdachte, toen het voor hem rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen, met het door hem bestuurde voertuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem uit langzamer rijdend en/of stilstaand ander motorrijtuig.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie vordert dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van de onderdelen<emphasis role="italic"> roekeloos, zeer</emphasis> en <emphasis role="italic">onachtzaam rijden</emphasis>. Volgens de officier van justitie is er voldoende bewijs dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, dat het verkeersongeval daardoor is ontstaan, en dat er daarom sprake is van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte van het primair ten laste gelegde vrijgesproken moet worden, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring daarvan. De raadsman voert ter onderbouwing hiervan aan dat er sprake moet zijn van minimaal twee onvoorzichtige of onoplettende gedragingen om te kunnen spreken van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en dat er in dit geval enkel sprake is van één moment van onoplettendheid. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank gaat uit van de volgende, op grond van de bewijsmiddelen, vastgestelde feiten en omstandigheden. <footnote-ref linkend="_cdab80c5-a6b6-4ccf-9ff6-a3b3f2b20e04" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte reed op 15 september 2022 omstreeks 18:45 uur als bestuurder van een motorrijtuig, een Volkswagen Crafter, over de Heinoseweg bij Raalte (N35). Hij kwam vanuit de richting van Zwolle en ging in de richting van Almelo. De maximumsnelheid ter plaatse is 80 kilometer per uur. De rijbaan is een rechte weg. De weersomstandigheden werden die dag omschreven als droog en het was nog licht buiten. </para>
          <para>Voor verdachte, in dezelfde rijrichting, reed [slachtoffer] in een Seat Leon. Voor [slachtoffer] reed, tevens in dezelfde rijrichting, [betrokkene] in een Renault Clio.<footnote-ref linkend="_4a86a200-1d82-4d61-8aa6-abc2fe892909" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voornoemde weggebruikers reden in de richting van een kruising van de Heinoseweg, kruisende met de Nieuwe Deventerweg en Burgermeester Zuidwijklaan. De kruising is voorzien van verkeerslichten. Bij deze kruising vond er een kop-staart aanrijding plaats. </para>
          <para>De Volkswagen Crafter van verdachte is met de voorzijde tegen de achterzijde van de Seat Leon van [slachtoffer] gebotst. Door de impact van deze botsing is het voertuig van [slachtoffer] naar voren geduwd, waarbij de voorzijde van haar Seat Leon tegen de achterzijde van de Renault Clio van [betrokkene] is gebotst. <footnote-ref linkend="_6c2192e2-9e80-48bc-88fd-c428c0f7e239" /></para>
          <para>
            [slachtoffer] heeft verklaard dat ze een zwart voertuig in haar binnenspiegel met een hoge vaart zag aankomen. Ze besefte zich dat deze niet ging remmen, waarna ze haar rem heeft ingetrapt en zich schrap heeft gezet voor de botsing. [slachtoffer] voelde en hoorde een klap achterop haar auto, waarbij ze enkele meters naar voren werd geduwd en tegen het voertuig voor haar botste. Ze voelde tijdens de botsing iets knappen in haar nek.<footnote-ref linkend="_23284bca-4b12-4f13-bfea-c96ba56e7e61" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft verklaard dat hij die dag op de voor hem bekende Heinoseweg reed. Verdachte heeft toen hij afkwam op de kruising niet afgeremd. Verdachte heeft verklaard dat hij een black out heeft gehad en zich niks van de botsing of de directe aanloop naar de botsing kan herinneren.<footnote-ref linkend="_9aca6baa-7c35-410f-8c25-bc5872bfd3f6" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [slachtoffer], heeft letsel opgelopen. Haar letsel bestaat uit een botbreuk aan de eerste rugwervel, de wervel ter hoogte van de overgang van de rug naar de nek. De prognose was dat het letsel functioneel zou herstellen binnen zes weken.<footnote-ref linkend="_6178dac5-6150-4aae-a664-0e77f363be99" /> Het herstel verloopt echter niet volgens prognose. [slachtoffer] heeft nog veel last van restklachten aan haar nek en schouders en zit tot op heden in de Ziektewet.<footnote-ref linkend="_b02d3708-a518-42b5-804c-ed3e2adf6784" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schuld in de zin van het primair ten laste gelegde </emphasis>
          </para>
          <para>Om tot bewezenverklaring te kunnen komen van overtreding van artikel 6 WVW is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onachtzaamheid en/of onoplettendheid van verdachte. Voor schuld is meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en de oplettendheid die van een normaal oplettende bestuurder mag worden verwacht. Verder kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Gelet op vaste rechtspraak van de Hoge Raad zijn voor de bepaling van de mate van schuld verschillende factoren van belang, zoals het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat het besturen van een auto in zijn algemeenheid een voortdurende plicht tot voorzichtigheid en oplettendheid van de bestuurder vereist. </para>
          <para>Verdachte heeft gesteld dat hij een black-out heeft gehad en daarom niet heeft afgeremd voor de kruising. Hij heeft verklaard dat hij geen verklaring heeft voor deze black-out. Voor de stelling van verdachte dat hij een black-out had zijn geen aanknopingspunten in het dossier te vinden. De rechtbank acht het dan ook niet aannemelijk geworden dat sprake was van een verontschuldigbare onmacht in de vorm van een black-out. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het dossier blijkt dat sprake is van een rechte rijbaan en dat weggebruikers onbelemmerd zicht hebben op de verkeerslichten. Verdachte heeft verklaard bekend te zijn met de weg en verkeerssituatie ter plaatse. Uit de bewijsmiddelen volgt voorts dat verdachte zijn snelheid niet heeft geminderd door te remmen toen hij het kruispunt naderde, terwijl andere weggebruikers voor hem stil stonden voor de stoplichten. Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat zij iets voor de botsing in haar binnenspiegel verdachte aan zag komen met een hoge snelheid en dat zij door had dat het voertuig niet remde. Gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte gedurende een langere tijd, te weten de periode van aanrijden op de weg in de richting van de verkeerslichten en dus langer dan een enkel ogenblik aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest. Van een zogeheten momentane onoplettendheid is geen sprake. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft hiermee niet voldaan aan zijn verplichtingen om in voldoende mate te letten op het direct voor hem gelegen weggedeelte en de snelheid van het door hem bestuurde voertuig zodanig te regelen dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien of die weg vrij was. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het geheel aan gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder die gedragingen hebben plaatsgevonden overziend, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 WVW. De rechtbank concludeert dat het rijgedrag van verdachte, in de hiervoor geschetste feitelijke situatie, aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest. Dit leidt tot het oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat het verkeersongeval aan zijn schuld is te wijten.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het letsel</emphasis>
          </para>
          <para>
            [slachtoffer] heeft ten gevolge van de aanrijding letsel opgelopen. Haar letsel bestaat uit een botbreuk aan de bovenste rugwervel, de wervel ter hoogte van de overgang van de rug naar de nek. Ter zitting heeft [slachtoffer] toegelicht dat zij nu – ruim anderhalf jaar na de aanrijding – nog altijd hinder in haar dagelijks leven ondervindt van het bij het ongeval opgelopen letsel. [slachtoffer] heeft nog veel last van restklachten, en kan werk en hobby’s niet meer uitvoeren.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat dit letsel is aan te merken als letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.5.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte artikel 6 WVW overtreden heeft.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 15 september 2022 te Raalte als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Heinoseweg (de N35), aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij ter plaatse bekend was,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de N35) en het zich daarop bevindende verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de N35) kon overzien en waarover deze vrij was en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- vervolgens is hij, verdachte, toen het voor hem rijdende verkeer tot stilstand was gekomen, met het door hem bestuurde voertuig gebotst tegen een voor hem stilstaand ander motorrijtuig, waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 6 en 175 van de WVW. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het <emphasis role="underline">primair</emphasis> bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel werd toegebracht, waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geldboete van € 1.000,00 waarvan € 500,00 voorwaardelijk en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van vier maanden, beiden met een proeftijd van drie jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om bij veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde de straf te matigen, maar heeft zich bij bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde gerefereerd aan oplegging van de straf conform de eis van de officier van justitie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door onvoldoende op te letten en niet af te remmen toen hij een kruispunt met stilstaand verkeer naderde. Het verkeersongeval is aan zijn schuld te wijten en als gevolg van het ongeluk heeft mevrouw [slachtoffer] lichamelijk letsel opgelopen. Tijdens de zitting heeft mevrouw [slachtoffer] verteld dat het ongeluk en het letsel nog altijd voor veel pijn en mentale klachten zorgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel de gevolgen ernstig zijn, moet niet uit het oog worden verloren dat verdachte deze gevolgen nooit heeft gewild. Verdachte heeft via zijn begeleider contact gezocht met [slachtoffer]. Daarnaast heeft verdachte ter zitting zijn excuses aangeboden aan haar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het strafblad van verdachte van 19 maart 2024 volgt dat verdachte nog niet eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens verkeersfeiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte een Wajong-uitkering heeft, dat sprake is van schulden, dat hij samenwoont met zijn vrouw en drie kinderen en dat zijn rijbewijs inmiddels door het CBR ongeldig is verklaard.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf en de omvang daarvan neemt de rechtbank de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten in aanmerking. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld en waarbij het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen waardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, is het uitgangspunt een boete van € 1.000,00 en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal een deel van de geldboete voorwaardelijk aan verdachte opleggen gezien zijn financiële situatie en als stok achter de deur. De rechtbank zal daarnaast de rijontzegging geheel voorwaardelijk aan verdachte opleggen, aangezien zijn rijbewijs inmiddels ongeldig is verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een geldboete ter hoogte van € 1.000,00 waarvan € 500,00 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van vier maanden, met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 179 WVW en de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c en 63 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het <emphasis role="underline">primair</emphasis> ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994,  terwijl het een</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel werd toegebracht, waaruit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontstaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">een geldboete van € 1.000,00 (zegge: duizend euro)</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">20 (twintig) dagen</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat van deze geldboete een gedeelte van <emphasis role="bold">€ 500,00 (zegge: vijfhonderd euro)</emphasis>, bij niet volledige betaling en verhaal <emphasis role="bold">10 (tien) dagen</emphasis> vervangende hechtenis, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>-	<emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> de verdachte de <emphasis role="bold">bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de bijkomende straf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.J. de Jong en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Drenth, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2024. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_cdab80c5-a6b6-4ccf-9ff6-a3b3f2b20e04" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2022428012-1. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a86a200-1d82-4d61-8aa6-abc2fe892909" label="2">
    <para> Pagina 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c2192e2-9e80-48bc-88fd-c428c0f7e239" label="3">
    <para> Pagina 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23284bca-4b12-4f13-bfea-c96ba56e7e61" label="4">
    <para> Pagina 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9aca6baa-7c35-410f-8c25-bc5872bfd3f6" label="5">
    <para> Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige strafkamer van 14 mei 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6178dac5-6150-4aae-a664-0e77f363be99" label="6">
    <para> Pagina 22 en 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b02d3708-a518-42b5-804c-ed3e2adf6784" label="7">
    <para> Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige strafkamer van 14 mei 2024.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>