<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:1939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-09T13:29:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10555205 CV EXPL  2088-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Enschede</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1939">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-09T13:29:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:1939 Rechtbank Overijssel , 02-04-2024 / 10555205 CV EXPL  2088-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:1939:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd de zaak te behandelen en te beslissen, omdat de vordering van de eiser onderdeel maken uit een aanspraak met een onbepaalde waarde, waarbij niet voldoende aanwijzingen bestaan dat de vordering de competentiegrens van € 25.000,00 niet overschrijdt en de eiser haar vordering niet wenst te beperken tot € 25.000,00</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:1939:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Enschede </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10555205 CV EXPL  2088-23</para>
      <para>Uitspraak	: 2 april 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1], </para>
      <para>eisende partij, hierna ook wel te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. P. van der Zalm,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2], </para>
      <para>gedaagde partij, hierna ook wel te noemen [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mr. I. Koster </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 6 februari 2024;</para>
      <para>- de akte uitlaten van [eiser]; </para>
      <para>- de e-mail van [gedaagde] van 5 maart 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is een verwijzingsvonnis gewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis heeft de kantonrechter vastgesteld dat [eiser] in deze procedure heeft verzocht om over een vordering van onbepaalde waarde te beslissen, waarbij geen duidelijke aanwijzingen bestaan dat deze vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00. Daarbij is overwogen dat de kantonrechter vanwege een mogelijke overschrijding van de competentiegrens voornemens is zich onbevoegd te verklaren, tenzij [eiser] haar vordering alsnog beperkt tot € 25.000,00 en daarbij nadrukkelijk afstand doet van het meerdere. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over dat voornemen van de kantonrechter. Beide partijen hebben op het voornemen van de kantonrechter gereageerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de akte uitlaten aan de zijde van [eiser] verzoekt haar gemachtigde om de zaak over te dragen aan de afdeling handelsrecht. </para>
        <para>De gemachtigde van [gedaagde] heeft in zijn e-mail van 5 maart 2024 laten weten dat hij kan instemmen met doorverwijzing van de zaak naar de afdeling handelsrecht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vordering van [eiser] maakt onderdeel uit van een aanspraak (rechtstitel) met een onbepaalde waarde, waarbij niet voldoende aanwijzingen bestaan dat de vordering de competentiegrens van € 25.000,00 niet overschrijdt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Nu [eiser] haar vordering niet wenst te beperken tot € 25.000,00 leidt dat tot de uitkomst dat de kantonrechter niet bevoegd is over deze vordering te beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Dat betekent dat de kantonrechter zich onbevoegd zal verklaren het onderhavige geschil te behandelen en te beslissen, en dat zij de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, op de voet van artikel 71 Rv ter verdere behandeling zal verwijzen naar de handelskamer van deze rechtbank, een en ander als hierna gemeld.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd de zaak te behandelen en te beslissen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de handelskamer van deze rechtbank, locatie Almelo, van <emphasis role="bold">woensdag 8 mei 2024, 10.00 uur</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst partijen er op dat de handelskamer van deze rechtbank, locatie Almelo, zal beslissen over de (verdere) proceskosten in deze procedure, daaronder begrepen het reeds aan eiseres in rekening gebrachte griffierecht van € 244,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst eiseres erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is; </para>
        <para>€ 320,00 en de verhoging bedraagt dus € 76,00. Deze verhoging moet binnen vier weken na voormelde roldatum zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie gestort, waarvoor eiseres een nota met betaalinstructies ontvangt van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR);</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst gedaagde erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd; als de vordering niet wordt verhoogd is het € 87,00. Dit bedrag moet binnen vier weken na bovengenoemde roldatum zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie gestort, waarvoor gedaagde een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>draagt de griffier op de processtukken en een afschrift van dit vonnis tijdig voor genoemde rolzitting te doen toekomen aan de griffier van de handelskamer van deze rechtbank, locatie Almelo. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>