<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:1514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-22T12:00:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10792420 CV EXPL  23-4166</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Enschede</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1514">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-22T10:41:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:1514 Rechtbank Overijssel , 19-03-2024 / 10792420 CV EXPL  23-4166</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:1514:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen hebben een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten. Gedaagde heeft een betalingsachterstand. Gedaagde betwist de betalingsachterstand niet. Daarom wijst de kantonrechter het gevorderde toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:1514:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Enschede</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10792420 CV EXPL  23-4166 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 19 maart 2024  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">Anderzorg N.V.</emphasis>, <?linebreak?>gevestigd te Wageningen, kantoorhoudende te Groningen, </para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen Anderzorg,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders, Groningen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde], </emphasis>
        <?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord,</para>
      <para>- de conclusie van repliek,</para>
      <para>- daarna is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld te reageren. [gedaagde] heeft daar geen gebruik van gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat vonnis zal worden gewezen.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Samenvatting </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anderzorg en [gedaagde] hebben een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten. [gedaagde] heeft (een deel van) de premies van november 2022 en april 2023 niet betaald. [gedaagde] betwist de betalingsachterstand niet. Daarom wijst de kantonrechter het gevorderde toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <bridgehead role="underline">de vordering</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Anderzorg vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 309,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 253,25 vanaf 6 oktober 2023 tot de dag van betaling. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Anderzorg voert daartoe aan dat zij en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst hebben gesloten. [gedaagde] heeft de maandpremies van november 2022 en april 2023 niet (volledig) betaald. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anderzorg heeft op 25 mei 2023 een veertiendagenbrief aan [gedaagde] toegestuurd. [gedaagde] heeft naar aanleiding van deze aanmaning om een betalingsregeling verzocht. [gedaagde] is deze regeling echter niet nagekomen, waardoor de betalingsregeling is komen te vervallen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht en daarom vordert Anderzorg ook de incassokosten ad € 48,40. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">het verweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] voerde aanvankelijk verweer. [gedaagde] voerde aan dat hij geen overeenkomst met LAVG heeft gesloten. LAVG heeft in haar conclusie van repliek toegelicht dat zij slechts als gemachtigde namens Anderzorg optreedt. [gedaagde] heeft in reactie hierop geen verder verweer gevoerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist niet dat hij een zorgverzekeringsovereenkomst heeft gesloten met Anderzorg en op grond daarvan maandelijks premie is verschuldigd. [gedaagde] betwist eveneens niet dat hij een premieachterstand heeft van € 253,25. Dit bedrag zal daarom worden toegewezen. Omdat [gedaagde] te laat is, is hij ook de wettelijke rente verschuldigd over dit bedrag. De wettelijke rente tot 6 oktober 2023 bedraagt € 8,13. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht, en daarom moet [gedaagde] ook de incassokosten van € 48,40, inclusief btw, betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Anderzorg worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding           		€               130,48</para>
      <para>- griffierecht                          	€               128,00</para>
      <para>- salaris advocaat                 	€               160,00 (2 punten x tarief € 80,00)</para>
      <para>- nakosten                             	€               <emphasis role="underline">40,00 </emphasis></para>
      <para>Totaal                                    	€               458,48</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Anderzorg te voldoen een bedrag van € 309,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 253,25 vanaf 6 oktober 2023 tot de dag van betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, begroot op € 458,48;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024.  </para>
        <para />
        <para />
        <para />
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>