<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2024:1511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-22T12:00:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10633562 CV EXPL  2705-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Enschede</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1511">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-22T10:36:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:1511 Rechtbank Overijssel , 19-03-2024 / 10633562 CV EXPL  2705-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2024:1511:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>VGZ stelt dat gedaagde een deel van de premies niet heeft betaald. Dit wordt betwist. Gedaagde kreeg gelegenheid om betaalbewijzen te overleggen. Dit heeft zij niet gedaan. Het gevorderde wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2024:1511:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Enschede</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10633562 CV EXPL  2705-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 19 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">VGZ Zorgverzekeraar N.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen VGZ,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, Rotterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , </emphasis>
        <?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>schriftelijk procederend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord,</para>
      <para>- het tussenvonnis d.d. 10 oktober 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen, </para>
      <para>- de akte aanvullende producties vanuit de zijde van VGZ; </para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 15 december 2023, waarbij de heer [naam] is verschenen namens VGZ. De heer mr. R. Kaya is als gemachtigde namens [gedaagde] verschenen. Tijdens de zitting heeft de griffier spreekaantekeningen gemaakt van hetgeen naar voren is gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat vonnis zal worden gewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Samenvatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>VGZ en [gedaagde] hadden een zorgverzekeringsovereenkomst afgesloten. [gedaagde] heeft een deel van de verschuldigde premies in 2021 en 2022 niet betaald. [gedaagde] betwist de hoogte van de hoofdsom. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft deze betalingsbewijzen echter niet overgelegd. Daarom passeert de kantonrechter het verweer en wordt het gevorderde toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">de vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>VGZ vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>VGZ voert daartoe aan dat VGZ en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst hebben gesloten. [gedaagde] heeft in 2021 en 2022 een aantal keren de verschuldigde premie niet betaald. Daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. VGZ heeft [gedaagde] meerdere keren verzocht de premieachterstand te voldoen, maar zonder resultaat. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>VGZ heeft op 6 april 2023 een 14 dagenbrief aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft ook na toezending van deze brief niet betaald. Daarom vordert VGZ ook de buitengerechtelijke kosten van [gedaagde] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">het verweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Voor zover relevant wordt hierna nader op het verweer  ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Hoofdsom en rente </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist niet dat zij een zorgverzekeringsovereenkomst had afgesloten met VGZ en uit hoofde daarvan premie was verschuldigd. [gedaagde] betwist ook niet dat zij een betalingsachterstand heeft. De hoogte van deze betalingsachterstand wordt wel door [gedaagde] betwist. [gedaagde] stelt dat zij betalingen heeft verricht en de achterstand in ieder geval lager is dan het gevorderde. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft echter geen betalingsbewijzen overgelegd. [gedaagde] wordt daarom in het ongelijk gesteld en moet de hoofdsom van € 892,45 betalen. Omdat [gedaagde] te laat is, is zij ook de wettelijke rente verschuldigd over dit bedrag. De wettelijke rente tot de dag van dagvaarding bedraagt € 21,94. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de incassokosten betalen. De incassokosten worden begroot op € 133,87. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding           		€               130,48</para>
      <para>- griffierecht                          	€               322,00</para>
      <para>- salaris advocaat                 	€               264,00 (2 punten × tarief € 132,00)</para>
      <para>- nakosten                             	€               <emphasis role="underline">66,00 </emphasis></para>
      <para>Totaal                                    	€               782,48</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan VGZ te voldoen een bedrag van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, begroot op € 782,48. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>