<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2023:3338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-17T16:00:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10372354 \ CV EXPL  23-891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:3338">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:3338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-16T09:23:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2023:3338 Rechtbank Overijssel , 15-08-2023 / 10372354 \ CV EXPL  23-891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2023:3338:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vordering; grondslagen voor vordering onvoldoende onderbouwd. Geen overeenkomst tot geldlening met gedaagde en geen onverschuldigde betaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2023:3338:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OVERIJSSEL</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10372354 \ CV EXPL  23-891</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 15 augustus 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, handelend onder de naam High Quality Nursing,</para>
      <para>te [woonplaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: De Ruijter &amp; Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SOLVA BEWINDVOERING B.V.</emphasis>, in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [gedaagde],</para>
      <para>te Zwolle,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding; <?linebreak?>- de conclusie van antwoord; <?linebreak?>- de conclusie van repliek; <?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 11 december 2021 heeft [eiser] een bedrag van € 1.025,00 overgemaakt aan [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op dezelfde dag heeft [gedaagde] dit bedrag overgemaakt naar zijn zus [naam 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat wil [eiser]? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.175,00, vermeerderd met rente en kosten. [eiser] wil dat [gedaagde] het bedrag van € 1.025,00 terugbetaalt en dat hij de buitengerechtelijke incassokosten die [eiser] heeft moeten maken vergoedt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt [gedaagde] daarvan? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser]. [gedaagde] stelt dat hij geen geld heeft geleend van [eiser] en dat [eiser] bij [naam 1] moet zijn, omdat zij het geld heeft gekregen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen, omdat zij de grondslagen voor haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd en legt dat hierna uit.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen overeenkomst van geldlening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert betaling van € 1.025,00 en stelt daarvoor allereerst dat zij dit bedrag aan [gedaagde] zou hebben geleend. De kantonrechter is van oordeel dat niet komt vast te staan dat [eiser] het geldbedrag aan [gedaagde] heeft geleend en dat er om die reden op [gedaagde] een verplichting rust om een overeenkomstig bedrag terug te betalen. De kantonrechter overweegt daarover het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Bij de overboeking van [eiser] aan [gedaagde] op 11 december 2021 staat niets vermeld over een lening. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat het een lening aan hem betreft. Hij voert aan dat hij het geld op verzoek van [eiser] heeft overgemaakt aan zijn zus op Curaçao, die het geld nodig had voor zijn broertje [naam 2]. Dit komt overeen met wat [eiser] zelf in de dagvaarding stelt, namelijk dat het bedrag van € 1.025,00 een lening was aan [naam 2] en dat [eiser] het geld had gestuurd naar het adres van de zus van [gedaagde], die op Curaçao woont. Dat het bedrag door [gedaagde] daadwerkelijk aan zijn zus is overgemaakt is door [eiser] niet betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van deze feiten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Volgens [eiser] zou [gedaagde] het bedrag aan haar terugbetalen. Zij stelt daarvoor in de dagvaarding dat [gedaagde] en zijn zus op 18 juni 2022 met de politie van Curaçao hebben afgesproken dat zij contact zouden opnemen met [eiser] om afspraken te maken over de terugbetaling van de € 1.025,00 en dat de zus van [gedaagde] [eiser] op 27 juni 2022 vervolgens heeft doorverwezen naar [gedaagde]. De kantonrechter is van oordeel dat hieruit niet volgt dat met [gedaagde] is overeengekomen dat hij het bedrag zou terugbetalen. In dupliek komt [eiser] met een ander verhaal, namelijk dat [gedaagde] bij de politie op Curaçao zou hebben aangegeven dat hij het geld zelf zou terugbetalen. Dit is door [gedaagde] betwist. Hij wijst erop dat [eiser] niet bij hem, maar bij zijn zus moet zijn. In het licht van deze betwisting en gelet op de wisselende verklaringen van [eiser] over wat er is afgesproken en met wie, is onvoldoende gesteld om tot de conclusie te komen dat is afgesproken dat [gedaagde] het geld zou terugbetalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen onverschuldigde betaling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt verder dat [gedaagde] – als hij het geld niet wilde lenen – het geld terug had moeten storten op de rekening van [eiser]. Voor zover [eiser] hiermee bedoelt dat het bedrag onverschuldigd is betaald, overweegt de kantonrechter het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Voor een geslaagd beroep op onverschuldigde betaling moet [eiser] voldoende onderbouwd stellen dat zij het bedrag zonder rechtsgrond aan [gedaagde] heeft betaald. Daarin is zij niet geslaagd, want partijen zijn het erover eens dat het geld is betaald aan de zus van [gedaagde]. [gedaagde] heeft het geld slechts ontvangen onder de voorwaarde dat hij het aan zijn zus op Curaçao zou doorbetalen en dat heeft hij ook gedaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eiser] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil, omdat hij zich niet door een professioneel gemachtigde heeft laten bijstaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>