<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2023:2957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-27T09:20:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 295999 FT RK 23.240</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2957">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-27T09:19:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2023:2957 Rechtbank Overijssel , 08-05-2023 / FT RK 295999 FT RK 23.240</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2957:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet. Verzoek schorsing beslag op loon onder werkgever. Minnelijk traject is recent gestart, kan op z’n vroegst over drie weken aanbod aan schuldeisers worden gedaan. Artikel 287 lid 4 Faillissementswet heeft tot doel om een spoedeisende beslissing te geven voor de situatie dat het minnelijk traject reeds is beproefd maar niet is geslaagd en er nog moet worden besloten op het verzoek  schuldsanering. De rechtbank concludeert dat het minnelijk traject nog niet is afgerond, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank tot gevolg heeft dat de weg van artikel 287 lid 4 Faillissementswet (nog) niet openstaat. Een voorlopige voorziening (moratorium) op grond van artikel 287b Faillissementswet behoort ook niet tot de mogelijkheden omdat een moratorium slechts kan worden toegewezen als er sprake is van een bedreigende situatie in de zin van een gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water, of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering en daarvan is in dit geval geen sprake.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2957:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Team Toezicht</para>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer:    FT RK 295999 FT RK 23.240<?linebreak?>Datum beschikking:  8 mei 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>verder ook te noemen: [verzoekster],</para>
      <para>gemachtigde: Brezs te Zuidlaren,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap Bos Incasso B.V. (als rechtsopvolger van de besloten vennootschap Ziggo B.V.)</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Groningen, </para>
      <para>verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de goederen van [verzoekster] is een onderbewindstelling uitgesproken met benoeming van [naam] (h.o.d.n. [bewindvoerder]) te [vestigingsplaats] tot (beschermings)bewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] heeft bij verzoekschrift ontvangen ter griffie op 2 mei 2023 verzocht de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (verzoek schuldsanering) uit te spreken. Tegelijkertijd heeft [verzoekster] een verzoekschrift tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet ingediend. [verzoekster] heeft verzocht om voor een termijn van 6  maanden, verweerster te gebieden het beslag op het loon van [verzoekster] op te schorten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit hoofde van een vonnis d.d. 8 september 2015 van het Team kanton en handelsrecht van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, heeft verweerster bij exploit van </para>
      <para>4 april 2023 derdenbeslag gelegd onder Unique Diensten B.V. op het loon van [verzoekster] die werknemer is van Unique Diensten B.V. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal heden een beslissing nemen op het verzoek ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet op basis van de aangeleverde stukken zonder partijen te horen.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] is in maart 2023 door haar beschermingsbewindvoerder verwezen naar Bresz om tot een oplossing voor haar schuldenproblematiek te komen. De schuldeninventarisatie is nog niet afgerond. De totale schuldenlast wordt geschat op bijna € 64.000,--. Naar verwachting zal er eind mei 2023 een voorstel aan de schuldeisers kunnen worden gedaan. Volgens Bresz </para>
      <para>is de voorlopige voorziening noodzakelijk omdat door het loonbeslag een poging om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, wordt doorkruist en er een significant risico is op het ontstaan van nieuwe schulden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet) afwijzen en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank overweegt dat een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet tot doel heeft het geven van een spoedeisende beslissing voor de situatie dat het minnelijk traject reeds is beproefd maar niet is geslaagd en er nog moet worden besloten op het verzoek  schuldsanering. De rechtbank concludeert dat het minnelijk traject recent is gestart en er op z’n vroegst eind mei 2023 een aanbod aan schuldeisers kan worden gedaan. Dat heeft naar het oordeel van de rechtbank tot gevolg dat de weg van artikel 287 lid 4 Faillissementswet (nog) niet openstaat. </para>
      <para>Ten overvloede overweegt de rechtbank dat op grond van artikel 287b Faillissementswet om het treffen van een voorlopige voorziening (moratorium) kan verzocht voor de periode van het minnelijk traject, maar dat een moratorium slechts kan worden toegewezen als er sprake is van een bedreigende situatie in de zin van een gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water, of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. Ook de weg van artikel 287b Faillissementswet staat in dit geval dus niet open. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- Wijst het verzoek ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Verhoeven op 8 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier<footnote-ref linkend="_cf82ce9c-2ab3-47c8-9c37-1016b303e2f8" />. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cf82ce9c-2ab3-47c8-9c37-1016b303e2f8" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen (art. 287 lid 4 Fw.)</emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>