<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2023:2917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T13:46:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.034576.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2917">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T13:34:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2023:2917 Rechtbank Overijssel , 25-07-2023 / 08.034576.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2917:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering. De rechtbank stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 4.200,-. De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 3.870,- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2917:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.034576.22</para>
      <para>Datum vonnis: 25 juli 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1982 op [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres] </para>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 11.370,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 juni 2023.</para>
      <para>De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D.H. van Bommel, advocaat in Winterswijk, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de terechtzitting heeft de officier van justitie mr. M. ten Velde haar vordering gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en geen steun vindt in het dossier. Volgens de raadsvrouw moet het bedrag worden gematigd en bedraagt het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel maximaal € 2.800,--.</para>
      <para>De raadsvrouw heeft daartoe, samengevat weergegeven, aangevoerd dat veroordeelde hoogstens 140 toetsen heeft verstrekt en dat hij per doorgegeven toets een bedrag van </para>
      <para>€ 15,-- of € 20,-- heeft ontvangen. In november 2021 wordt voor het eerst een enkele keer gesproken over een verdubbeling van het bedrag: daarmee zou het € 30,-- per toets zijn geworden. Redelijk is dan ook om van een bedrag van € 20,-- per toets uit te gaan. </para>
      <para>Verder dient het in beslag genomen geldbedrag van € 330,-- in mindering te worden gebracht op het vast te stellen bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2023 veroordeeld voor het strafbare feit:<emphasis role="italic"> het opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf/voor een ander overnemen.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_02941c53-e139-402e-a7ba-cdb709768f17" />en het in deze zaak opgemaakte rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van 25 juli 2022<footnote-ref linkend="_0780bafe-43a6-494f-9910-d655b07da48e" /> aannemelijk dat de veroordeelde door het plegen van voornoemde strafbare feiten financieel voordeel heeft verkregen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gaat de rechtbank uit van de bewezenverklaarde periode van 27 augustus 2020 tot en met 14 februari 2022. In die periode heeft de veroordeelde toetsen verkocht aan de medeveroordeelden [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aantal verkochte toetsen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank volgt voor de vaststelling van het aantal door veroordeelde verkochte toetsen de berekening en de onderbouwing daarvan zoals die door de raadsvrouw is gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de door medeveroordeelde [medeveroordeelde 1] doorverkochte toetsen één op één zijn geleverd door de veroordeelde. </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat veroordeelde 48 toetsen heeft verkocht aan [medeveroordeelde 2] en baseert zich daarbij op WhatsAppgesprekken tussen veroordeelde en medeveroordeelde [medeveroordeelde 2]<footnote-ref linkend="_341f2d30-8a5b-4e90-8f49-4f415072f215" /> en het feit dat medeveroordeelde [medeveroordeelde 3] , aan wie [medeveroordeelde 2] als enige de toetsen doorverkocht, ter terechtzitting heeft verklaard dat hij dat aantal toetsen heeft afgenomen. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde 92 toetsen heeft verkocht aan [medeveroordeelde 1] .<footnote-ref linkend="_2916513f-c65b-4282-9368-d6634b328d4a" /> Het totaal aantal verkochte toetsen bedraagt daarmee 140 stuks.</para>
        <para>De rechtbank overweegt over het gebruiken van de verklaring van medeveroordeelde [medeveroordeelde 3] dat die verklaring weliswaar niet in de zaak van veroordeelde is afgelegd, maar </para>
        <para>-uitgaande van de vordering van de officier van justitie- in het voordeel is van veroordeelde. Daarbij komt dat die verklaring in lijn is met het namens veroordeelde gevoerde verweer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verkoopprijs</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de vaststelling van de verkoopprijs neemt de rechtbank de berekening van het Openbaar Ministerie als uitgangspunt en de rechtbank hanteert bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook een prijs van € 30,-- per toets.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het voorgaande volgt:<?linebreak?>aantal toetsen 140 x verkoopprijs € 30,-- 		€ 4.200,--</para>
        <para>								=======</para>
        <para>Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel 		€ 4.200,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op het bedrag van € 4.200,--.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gebleken is dat onder veroordeelde een geldbedrag van € 330,-- in beslag is genomen. Bij vonnis van 4 juli 2023 in de strafzaak tegen veroordeelde heeft de rechtbank dit in beslaggenomen geldbedrag verbeurd verklaard. Uit dat oordeel volgt dat eenzelfde bedrag in mindering moet worden gebracht op de betalingsverplichting van € 4.200,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierdoor resteert een betalingsverplichting van 		€ 4.200,-- </para>
        <para>			€    330,--  -/- </para>
        <para>										=======</para>
        <para>										€ 3.870,--</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 3.870,--. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 4.200,--; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 3.870,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 77 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en </para>
      <para>mr. M.O. Frentrop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. Jordaans en Heijink zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_02941c53-e139-402e-a7ba-cdb709768f17" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON2R022006/onderzoek Furud22 van 29 juli 2022 en het aanvullend dossier van 25 april 2023. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0780bafe-43a6-494f-9910-d655b07da48e" label="2">
    <para>Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict van [naam] van 25 juli 2022 (pag. 520 – 532).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_341f2d30-8a5b-4e90-8f49-4f415072f215" label="3">
    <para>Bijlage, pag. 385.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2916513f-c65b-4282-9368-d6634b328d4a" label="4">
    <para> Bijlage, pag. 981-982.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>