<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2023:2758</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-19T10:18:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-963501-22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2758">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2758</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-18T09:54:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2023:2758 Rechtbank Overijssel , 18-07-2023 / 08-963501-22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2758:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onderzoek 26Chatham. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 39 maanden en een taakstraf van 240 uren. De verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van opzettelijk handelen in harddrugs. De procesafspraken zijn gevolgd: "Hoewel de rechtbank minder heeft bewezen verklaard dan verdachte en het OM in het afdoeningsvoorstel hebben afgesproken, acht de rechtbank een hogere straf op zijn plaats. De redenen daarvoor zijn gelegen in de ernst van de feiten, de rol van verdachte, de hoeveelheid cocaïne en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Hierin wordt bij een hoeveelheid van meer dan 20 kilo harddrugs immers uitgegaan van een minimale onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 50 maanden.</para>
      <para />
      <para>Gelet op de genoemde feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat de voorgestelde straf, met een verhoging van drie maanden, valt binnen de bandbreedte van de straffen die normaliter in soortgelijke zaken worden opgelegd en dat die straf recht doet aan alle betrokken belangen."</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2758:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-963501-22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 18 juli 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende aan de [woonplaats]</para>
      <para>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 4 mei en 4 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie <?linebreak?>mr. G. Wilbrink en mr. P.F. Hoekstra (hierna ook in enkelvoud aangeduid als officier van justitie) en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging (separate dagvaarding) en wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 4 mei 2023, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte opzettelijk: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> in de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 augustus 2020 samen met anderen, dan wel alleen, 19 kilogram cocaïne, dan wel 19 blokken cocaïne, heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, dan wel die cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 samen met anderen, dan wel alleen, in totaal 53 blokken cocaïne heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, dan wel die cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis> in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 samen met anderen, dan wel alleen, 50.000 xtc pillen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, dan wel die xtc pillen opzettelijk aanwezig heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaksdossier 23 april</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 augustus 2020, te Vlissingen en/of Kapelle en/of Bergen op Zoom, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>B) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoert, en/of</para>
      <para>C) althans in elke geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad,</para>
      <para>ongeveer 19 kilogram cocaïne (althans (ongeveer) 19 blokken cocaïne), althans in elk geval een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaksdossier Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 te Bergen op Zoom, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>B) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoert, en/of</para>
      <para>C) althans in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, </para>
      <para>ongeveer 48 blokken cocaïne en/of 5 blokken cocaïne, althans in elk geval een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 te Bergen op Zoom, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>B) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoert, en/of</para>
      <para>C) althans in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad,</para>
      <para>50.000 stuks xtc pillen, althans een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, althans een grote hoeveelheid harddrugs als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het afdoeningsvoorstel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 mei 2023 zijn door de officier van justitie en de verdediging afdoeningsafspraken gemaakt. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van die afspraken. Het gezamenlijk voorstel voor afdoening van de zaak is aan de rechtbank voorgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het afdoeningsvoorstel houdt in een bewezenverklaring en een strafoplegging, zoals hierna omschreven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezen verklaard kan worden het opzettelijk hebben verwerkt, verkocht, afgeleverd en/of verstrekt van 19 blokken cocaïne, in de periode van 1 maart 2020 tot en met    1 augustus 2020 (feit 1), het opzettelijk hebben verwerkt, verkocht, afgeleverd en/of verstrekt van (in totaal) 53 blokken cocaïne, in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 (feit 2) en het opzettelijk hebben verwerkt, verkocht, afgeleverd en/of verstrekt van 50.000 xtc pillen, in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 (feit 3);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden en een taakstraf voor de duur van 240 uren.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is overeengekomen dat de verdediging geen onderzoekswensen indient en de al ingediende onderzoekswensen intrekt, dat door de verdediging geen bewijsverweren worden gevoerd, dat verdachte afstand doet van alle in beslag genomen goederen, dat verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen, dat zowel door de verdediging als het Openbaar Ministerie wordt afgezien van hoger beroep in deze zaak als de rechtbank een straf oplegt die niet meer of minder dan drie maanden afwijkt van de eis van de officier van justitie en dat verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het afdoeningsvoorstel is met de officier van justitie, de raadsman en verdachte besproken op de zitting van 4 mei 2023 en zij hebben allen bevestigd achter het voorstel te staan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het voorstel met zijn raadsman heeft besproken, dat hij bekend is met de inhoud van het afdoeningsvoorstel en de straf die wordt voorgesteld en dat hij daarmee akkoord gaat. Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank het voorstel volgt – in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten – en hij accepteert de op te leggen straf zoals die is voorgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit vonnis staan de overwegingen over de artikelen 348 en 350 Sv voorop. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het afdoeningsvoorstel met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen de officier van justitie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. De rechtbank beantwoordt die vraag in dit geval bevestigend. Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op de door de Hoge Raad geformuleerde aandachtspunten die de strafrechter bij de beoordeling van procesafspraken in acht moet nemen.<footnote-ref linkend="_cc10076e-e1e4-4c52-a0d2-fb9429821da7" /> Deze houden onder meer het volgende in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de rechtbank houdt een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen, met name de artikelen 348 en 350 Sv;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte is voorzien van rechtsbijstand;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de inhoud van het afdoeningsvoorstel is op de openbare terechtzitting besproken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl zij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, rekening houdend met de hiervoor genoemde aandachtspunten, het afdoeningsvoorstel recht doet aan de uitgangspunten van het Wetboek van Strafvordering en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en dat de belangen van zowel verdachte als de maatschappij met dit afdoeningsvoorstel voldoende zijn gewaarborgd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat om te komen tot een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde en zal verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank is ondanks deze vrijspraak van oordeel dat het afdoeningsvoorstel kan worden gevolgd, zoals hierna onder 10.3 nader wordt toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in het dossier bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij in de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 augustus 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, ongeveer 19 kilogram cocaïne (19 blokken cocaïne), zijnde cocaïne, een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende lijst 1;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, ongeveer 48 blokken cocaïne en 5 blokken cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende lijst 1.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de bewijsmiddelen in het dossier. Als tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op dit vonnis, dat aan het verkort vonnis wordt gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
      <para>telkens het misdrijf: <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft – conform het afdoeningsvoorstel – gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis niet op te heffen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van ongeveer 72 kilo cocaïne. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel de rechtbank minder heeft bewezen verklaard dan verdachte en het OM in het afdoeningsvoorstel hebben afgesproken, acht de rechtbank een hogere straf op zijn plaats. De redenen daarvoor zijn gelegen in de ernst van de feiten, de rol van verdachte, de hoeveelheid cocaïne en de orientatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Hierin wordt bij een hoeveelheid van meer dan 20 kilo harddrugs immers uitgegaan van een minimale onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 50 maanden.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat de voorgestelde straf, met een verhoging van drie maanden, valt binnen de bandbreedte van de straffen die normaliter in soortgelijke zaken worden opgelegd en dat die straf recht doet aan alle betrokken belangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal daarom, overigens conform de ruimte die het afdoeningsvoorstel biedt, aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 39 maanden en daarnaast een taakstraf voor de duur van 240 uren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen en de artikelen 9, 22c, 22d en 57 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
      <para>telkens het misdrijf: <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">39 (negenendertig) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. S.H. Peper en </para>
      <para>mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Folkerts, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cc10076e-e1e4-4c52-a0d2-fb9429821da7" label="1">
    <para> HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>