<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2023:2667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-12T11:11:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10099057 \ CV EXPL  22-3296</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2667">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-12T11:11:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2023:2667 Rechtbank Overijssel , 11-07-2023 / 10099057 \ CV EXPL  22-3296</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2667:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vordering tot terugbetaling van (deels geleende, deels geïnvesteerde) geldbedragen wordt toegewezen. De vordering tot betaling van immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Ook het beroep op verrekening met een vergoeding voor vriendendiensten wordt afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2667:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10099057 \ CV EXPL  22-3296</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 juli 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiseres]</emphasis>,<?linebreak?>beiden wonende in [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partijen, hierna te noemen [eisers] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.A.H. Wiekamp,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,<?linebreak?>beiden wonende in [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partijen, hierna te noemen [gedaagden] ,</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 29 november 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 24 mei 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn buren van elkaar in een vakantiepark in [woonplaats 2] . [eisers] zijn getrouwd en zijn de eigenaren van chalet nummer [nummer 1] . [gedaagden] huren chalet nummer [nummer 2] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat willen [eisers] ?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eisers] stellen dat zij een bedrag van € 7.500,00 aan [gedaagden] hebben uitgeleend, dat zij samen met een beloning van € 1.000,00 zouden terugkrijgen. Ook stellen zij ter investering een bedrag van € 2.500,00 naar de rekening van [gedaagde 2] te hebben overgemaakt, dat zij met 50% winst zouden terugkrijgen. Daarnaast heeft [eiseres] op verzoek van [gedaagde 1] € 250,00 naar de rekening van [gedaagde 2] overgemaakt voor een vrijgezellenfeest, aldus [eisers] . [gedaagden] hebben een bedrag van € 2.500,00 terugbetaald. [eisers] willen dat [gedaagden] ook de resterende bedragen aan hen (terug)betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eisers] vorderen daarom dat [gedaagden] hoofdelijk worden veroordeeld om een bedrag van € 10.000,00 aan [eisers] te betalen, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van € 875,00 en de wettelijke rente. Daarnaast vorderen [eisers] dat [gedaagden] hoofdelijk worden veroordeeld om aan hen een bedrag van € 1.500,00 te betalen wegens immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, de proceskosten en de nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vinden [gedaagden] ?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben erkend dat zij een bedrag van € 8.000,00 aan [eisers] verschuldigd zijn. [gedaagden] vinden dat zij een tegenvordering van € 4.500,00 hebben op [eisers] , die zij willen verrekenen met de vordering van [eisers] .</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lening van € 7.500,00</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat [eisers] een bedrag van € 7.500,00 aan [gedaagde 1] hebben uitgeleend en dat zij dat bedrag op de rekening van [gedaagde 2] hebben gestort met als onderwerp “korte lening”. Vast staat ook dat partijen hebben afgesproken dat [eisers] een bedrag van € 1.000,00 zouden krijgen als beloning voor het uitlenen van het geld. [gedaagden] zouden het bedrag van € 7.500,00, samen met de beloning van € 1.000,00, binnen een week aan [eisers] (terug)betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben erkend dat zij deze bedragen moeten terugbetalen. Zij hebben verklaard dat zij dat nog niet hebben gedaan in verband met storingen bij de bank. De kantonrechter zal [gedaagden] dan ook veroordelen om het totaalbedrag van € 8.500,00 aan [eisers] terug te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De investering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat [eisers] ter investering een bedrag van € 3.100,00 naar de bankrekening van [gedaagde 2] hebben overgemaakt. Dat bedrag bestond uit € 2.500,00 inleg en € 600,00 administratiekosten. Vast staat ook dat partijen zijn overeengekomen dat [eisers] de inleg van € 2.500,00 met 50% winst zouden terugkrijgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben ter zitting erkend dat zij een bedrag van € 3.570,00 aan [eisers] verschuldigd zijn. Zij zullen dan ook worden veroordeeld om dit bedrag aan [eisers] terug te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 250,00 voor het vrijgezellenfeest</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat [eiseres] op verzoek van [gedaagde 1] een bedrag van € 250,00 naar de bankrekening van [gedaagde 2] heeft overgemaakt voor de organisatie van een vrijgezellenfeest voor [gedaagde 2] . Het vrijgezellenfeest is niet doorgegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben erkend dat zij het bedrag van € 250,00 aan [eisers] moeten terugbetalen. [gedaagden] stellen dat zij hebben aangeboden om het bedrag terug te betalen, maar [eisers] zouden hebben gezegd dat zij het geld niet terug hoefden te hebben. [eisers] hebben daarop gesteld dat zij hebben afgezien van terugbetaling van die € 250,00 onder de voorwaarde dat [gedaagden] de rest van de bedragen die [gedaagden] aan hen verschuldigd zijn, zouden terugbetalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De kantonrechter gaat ervan uit dat [eisers] aan het afzien van het terugbetalen van het bedrag van € 250,00 inderdaad de voorwaarde hebben gesteld dat [gedaagden] het geld dat zij hadden geleend, zouden terugbetalen. Zoals hiervoor is overwogen, waren [gedaagden] immers (nog) grote(re) bedragen aan [eisers] verschuldigd. [eisers] hebben onweersproken gesteld dat partijen over de terugbetaling van die bedragen in gesprek waren. Mede gelet op die context hebben [gedaagden] de door [eisers] gestelde gang van zaken onvoldoende weersproken. Nu [gedaagden] de overige verschuldigde bedragen niet aan [eisers] hebben terugbetaald, moeten zij (ook) het bedrag van € 250,00 aan [eisers] terugbetalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tussenconclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [gedaagden] waren in totaal een bedrag van € 12.500,00 aan [eisers] verschuldigd. Zij hebben een bedrag van € 2.500,00 betaald. [gedaagden] zijn dus nog een bedrag van € 10.000,00 aan [eisers] verschuldigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De tegenvordering van [gedaagden]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para> hebben gesteld dat zij een bedrag van € 4.500,00 van [eisers] tegoed hebben. [gedaagden] stellen dat zij de tuin van [eisers] hebben verzorgd, dat [eisers] aan hen de kosten van een tank benzine verschuldigd zijn, dat [eisers] gebruik hebben gemaakt van hun wifi en Netflix-account en dat [gedaagde 1] ontzettend veel tijd, opgeteld 638 uur, heeft gestoken in hulp in de huwelijkscrisis van [eisers] . Zij willen daarvoor een vergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [gedaagden] onvoldoende onderbouwd dat zij om deze redenen nog geld van [eisers] krijgen. Gelet op de toenmalige verhouding tussen partijen en het karakter van de opgevoerde posten moet ervan worden uitgegaan dat zij vriendendiensten aan [eisers] hebben verleend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat [gedaagden] daarvoor achteraf  een vergoeding kunnen verlangen. Voor verrekening bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Nu het beroep op verrekening van [gedaagden] niet slaagt, zal de vordering tot betaling van het bedrag van € 10.000,00 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] hebben een hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] gevorderd. Dat betekent dat [gedaagden] allebei voor het gehele bedrag kunnen worden aangesproken. Het betekent ook dat als één van beiden betaalt, de ander ten opzichte van [eisers] van zijn of haar betalingsverplichting zal zijn bevrijd.</para>
        <para>De kantonrechter overweegt dat [eisers] de bovenstaande bedragen steeds naar de bankrekening van [gedaagde 2] hebben overgemaakt. Weliswaar heeft [gedaagde 2] verklaard dat hij altijd buiten de afspraken tussen [gedaagde 1] en [eisers] heeft gestaan, maar ter zitting is gebleken dat [gedaagde 2] van de afspraken over de lening, de investering en het vrijgezellenfeest wist en daarin samen met [gedaagde 1] is opgetrokken. Daarnaast volgt uit hun opstelling in deze procedure dat zij bij de ter zake doende gebeurtenissen niet individueel maar als tweemanschap hebben geopereerd. Ook hebben zij de tegenvordering samen ingesteld. [gedaagden] zullen daarom hoofdelijk worden veroordeeld om het bedrag van € 10.000,00 aan [eisers] te betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immateriële schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>
        [eisers] hebben € 1.500,00 aan immateriële schadevergoeding gevorderd. Zij stellen dat [gedaagden] hen hebben mishandeld, bedreigd en beledigd. Ze kunnen niet meer rustig naar het chalet gaan, omdat ze bang zijn voor nieuwe escalaties, aldus [eisers] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] heeft ter zitting erkend dat zij [eiseres] een klap heeft gegeven. [gedaagde 2] heeft ter zitting erkend dat hij [eiser] een klap heeft gegeven waardoor [eiser] ‘tegen de grond is gegaan’. [gedaagden] hebben echter gesteld dat zij via een strafbeschikking van het CJIB al een boete èn een schadevergoeding hebben betaald. Zij vinden dat zij niet nogmaals een bedrag aan schadevergoeding hoeven te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>
        [eisers] hebben niet betwist dat [gedaagden] niet alleen een boete aan het CJIB hebben betaald maar ook de aan hen opgelegde schadevergoedingsmaatregel zijn nagekomen. Daar gaat de kantonrechter dan ook vanuit. Voor zover het doorbetalen van die vergoeding aan [eisers] vertraging heeft opgelopen kan dat [gedaagden] niet worden tegengeworpen. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [eisers] onvoldoende onderbouwd waarom [gedaagden] voor de mishandeling daarnaast nog verdere schadevergoeding verschuldigd zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>
        [eisers] hebben aan [gedaagden] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. Het gevorderde bedrag van € 875,00 aan buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17.</nr>
      <para>De wettelijke rente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke incassokosten zal, zoals gevorderd, worden toegewezen vanaf 30 augustus 2022 (de dag van dagvaarding) tot de dag van volledige betaling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagden] worden in deze procedure in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van [eisers] betalen. Deze worden tot op heden begroot op:</para>
        <para>kosten dagvaarding	€    129,82</para>
        <para>griffierecht		€    244,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	<emphasis role="underline">€    792,00</emphasis> (2 punten x liquidatietarief € 396,00)</para>
        <para>totaal			€ 1.165,82</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19.</nr>
      <para>De nakosten worden begroot op € 132,00 (½ punt van het liquidatietarief met een maximum van € 132,00).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt, de ander in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [eisers] een bedrag van € 10.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 30 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt, de ander in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [eisers] een bedrag van € 875,00 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 30 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [eisers] begroot op € 1.165,82;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] in de nakosten, begroot op € 132,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koene en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2023. (SB)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>