<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2023:2004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-02T14:37:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/058019-22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2004">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-02T14:36:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2023:2004 Rechtbank Overijssel , 17-05-2023 / 08/058019-22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2004:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 18-jarige man tot een jeugddetentie voor de duur van 73 dagen met een proeftijd van 2 jaren voor medeplegen poging tot doodslag. Naast de jeugddetentie legt de rechtbank de man ook een taakstraf op van 60 uren en moet hij een schadevergoeding betalen van bijna 2.000 euro.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2023:2004:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Familie en Jeugd </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/058019-22 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 17 mei 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 6 februari 2023 en van 3 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. C.P. Dronkers en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.A. Bruinsma, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Al dan niet samen met een of meer anderen, heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven, dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 februari 2022 te Hengelo, gemeente Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,</para>
      <para>met dat opzet die [slachtoffer] (met kracht) meermalen, althans eenmaal,</para>
    </parablock>
    <para>- op/tegen het lichaam heeft/hebben geduwd en/of</para>
    <para>- op/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) met geschoeide voet in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben getrapt en/of</para>
    <para>- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of </para>
    <para>gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 februari 2022 te Hengelo, gemeente Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] (met kracht) meermalen, althans eenmaal,</para>
    </parablock>
    <para>- op/tegen het lichaam heeft/hebben geduwd en/of</para>
    <para>- op/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) met geschoeide voet in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben getrapt en/of</para>
    <para>- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 februari 2022 te Hengelo, gemeente Hengelo (O) openlijk, te weten, op of aan de Wolter ten Catestraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]</para>
      <para>door met dat opzet die [slachtoffer] (met kracht) meermalen, althans eenmaal,</para>
    </parablock>
    <para>- op/tegen het lichaam te duwen en/of</para>
    <para>- op/tegen het lichaam te trappen (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) met geschoeide voet in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen en/of</para>
    <para>- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen; </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het meer subsidiair ten laste gelegde openlijk geweld tegen [slachtoffer] wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman refereert zich aan het standpunt van de officier van justitie dat de feiten ten maximale kunnen worden gekwalificeerd als het onder meer subsidiair ten laste gelegde openlijk geweld. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. De raadsman benadrukt dat de onder primair ten laste gelegde poging doodslag een grote impact op de zaak heeft gehad. In het videofragment is te zien dat verdachte een rode broek draagt, de trap die verdachte zou hebben gegeven is in dat fragment niet te zien. De rechtbank moet kunnen vaststellen dat verdachte heeft getrapt om tot een bewezenverklaring van het primair of subsidiair tenlastegelegde te komen. Geen van de getuigen heeft daadwerkelijk verklaard dat verdachte degene is die heeft geschopt. Verdachte had wel anders moeten en kunnen handelen als het gaat om de klap die hij  aangever heeft gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder primair tenlastegelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De (redengevende) feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier en van wat ter terechtzitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast. De rechtbank zal hierna ook een aantal verklaringen opnemen die medeverdachten hebben afgelegd bij de rechter-commissaris. Deze verklaringen zijn echter niet gevoegd in het dossier van verdachte en dienen dan ook niet tot het bewijs zoals opgenomen in de bewijsbijlage. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 5 februari 2022 was aangever [slachtoffer] met vrienden op een feestje aan de [adres] in Hengelo waar wat onenigheid ontstond met een andere groep. Volgens aangever liep hij omstreeks 0.50 uur met twee vrienden richting het NS-station en zag hij een grote groep jongens in zijn richting rennen. Drie personen waren op de fiets en riepen dat hij moest stoppen. Aangever wordt vervolgens geschopt door [medeverdachte 1] en komt ten val. Ook wordt hij door andere jongens met kracht tegen het hoofd en in de zij geschopt. Aangever vlucht de bosjes in maar wordt er weer uitgetrokken en krijgt nog meer schoppen. Hij moet: “sorry, geen aangifte en geen politie zeggen’ en dan laten ze hem gaan. Volgens aangever is hij twintig keer tegen het hoofd geschopt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 8] erkent videobeelden te hebben gemaakt van het geweld tegen aangever. De politie heeft deze videobeelden uitgekeken. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt onder meer dat er iemand voor de filmer ( [medeverdachte 8] ) uitrent en de filmer al rennend roept "houw hem houw hem hey" en hierna  "pomp die man broer, pomp die man broer". [medeverdachte 8] en de andere persoon rennen dan de tunnel uit en te zien is dat er een groep, bestaande uit een man of 6, een persoon in elkaar aan het schoppen is. Ook is te zien dat door een persoon helemaal in het zwart gekleed en een jongen met een grijs kleurige broek aan vol wordt uitgehaald, geschopt, naar aangever die inmiddels op de grond ligt. Te zien is dat iedereen van dat groepje een trappende beweging maakt. De filmer roept ‘rustig, rustig’ nadat het slachtoffer “ahhh, ahhh" schreeuwt. [medeverdachte 8] heeft bij de politie verklaard dat toen hij halverwege de tunnel was, de groep los ging op aangever. [medeverdachte 8] zag dat aangever op zijn knieën zat en een trap kreeg. Daarop rende aangever door de tunnel en is hij in de bosjes gaan liggen. De groep heeft aangever daar weer opgezocht en hij heeft weer klappen gekregen. Volgens [medeverdachte 8] was het de tweede keer nog heftiger. [medeverdachte 2] zou aangever uit de bosjes hebben gesleurd. Op een filmpje dat  de politie op de telefoon van [medeverdachte 2] heeft aangetroffen is te zien dat het hoofd van aangever [slachtoffer] van dichtbij gefilmd is en hij door verschillende mensen wordt vastgepakt. Er zijn alleen maar armen en handen te zien met een blanke huidskleur. Er wordt geschreeuwd en te zien is dat aangever bij zijn keel, oog en haren wordt vastgepakt. Ook wordt hij aan zijn haren getrokken.</para>
        <para>
          [medeverdachte 1] verklaart bij de politie aangever dat hij als eerste een klap met zijn rechtervuist op zijn kaak heeft gegeven. Aangever is toen gevallen. Als de politie hem screenshot 40 toont, verklaart hij dat hij de jongen helemaal rechts in beeld is. Op screenshot 76 staat hij links, achter hem staat “ [bijnaam 1] ” ( [medeverdachte 2] ) en daarnaast met de rode broek [verdachte] en met de witte rits [medeverdachte 4] . Als hem het filmpje getoond wordt, verklaart [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 8] de filmer was, is [medeverdachte 5] degene die voorbij komt rennen en “ [bijnaam 2] ” rent met hem mee. Als hij naar het filmpje kijkt, ziet [medeverdachte 1] dat iedereen tegen aangever aan geschopt. Later komt ook [medeverdachte 6] in beeld. [medeverdachte 1] heeft gezien dat aangever nog wel een paar keer goed is geslagen door “ [bijnaam 1] ” ( [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 4] . Volgens [medeverdachte 1] heeft “ [bijnaam 1] ”  aangever uit de bosjes gehaald en is gezegd dat aangever op zijn knieën moest gaan zitten. [medeverdachte 4] stond daar ook bij. [medeverdachte 1] verklaart tegenover de politie ‘dat hij ziet dat de jongens aan het schoppen zijn, zoals je ook tegen een voetbal aantrapt’. </para>
        <para>
          [medeverdachte 6] heeft bij de politie verklaard dat hij aangever vijf keer op zijn rug heeft geslagen. [medeverdachte 5] verklaart dat hij aangever  heeft geduwd. </para>
        <para>
          [verdachte] herkent zichzelf op de beelden als ‘de jongen met de rode broek en de zwarte jas’ en heeft bij de politie verklaard aangever een klap te hebben gegeven. Aangever viel toen op de grond. [medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij eveneens achter de groep is aangerend. Hij verklaart bij de politie dat toen aangever viel de jongens gewoon verder zijn gegaan met trappen. Volgens [medeverdachte 7] schopten ze qua hardheid alsof het een geplaatst schot met de voetbal was, maar niet dwars door de bal heen of zo. Tegenover de rechter-commissaris verklaart [medeverdachte 7] achter aangever te zijn aangerend en één keer te hebben getrapt. Op de telefoon van [medeverdachte 4] , die volgens de medeverdachten ook aanwezig was bij het geweld tegen aangever, is een op 5 februari 2022 tussen 13:50 en </para>
        <para>13:52 uur verzonden bericht aangetroffen waarin hij over het geweld tegen aangever verklaart: “tegen niemand zeggen” en “heb die man kapot geslagen”. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het dossier bevinden zich foto’s van het letsel bij aangever waarop forse rode en blauwe plekken zichtbaar zijn op het voorhoofd, op de hoofdhuid onder het haar en onder het oog van aangever. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met een groep van tien personen achter aangever is aangerend om verhaal te halen bij aangever. Verdachte verklaart dat hij aangever een klap heeft gegeven, maar hij kreeg zelf ook klappen. Verdachte heeft gezien dat aangever op de grond lag en dat er werd getrokken en geduwd, waardoor ook verdachte zelf bijna omviel. Verdachte is niet weggegaan nadat hij aangever een klap had gegeven, omdat hij wilde zien wat er aan de hand was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Poging tot doodslag?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte met deze gedragingen (voorwaardelijk) opzet op de dood dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangever hebben gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorwaardelijk opzet op de dood is aanwezig indien een verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg, de dood, zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Naar vaste rechtspraak kunnen bepaalde handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op een bepaald gevolg, dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan dan dat degene die de handelingen heeft verricht, de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust heeft aanvaard. </para>
        <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank niet gebleken dat verdachte en de medeverdachten de bedoeling (in de zin van boos opzet) hebben gehad om aangever te doden. Anders dan de verdediging en de officier van justitie, komt de rechtbank tot het oordeel dat er wel sprake is van voorwaardelijk opzet, namelijk dat verdachte en de medeverdachten met hun handelen bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de dood van aangever zou intreden. De rechtbank stelt dat vast op grond van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
        <para>
          [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] en verdachte [verdachte] hebben allen deelgenomen aan het op 5 februari 2022 gepleegde geweld tegen aangever [slachtoffer] . Aangever zelf heeft onder meer verklaard dat hij wel twintig keer tegen het hoofd is geschopt. Op door de politie uitgekeken videobeelden is te zien dat een groep bestaande uit zes personen iemand in elkaar schopt, iedereen op de beelden maakt trappende bewegingen. Op de beelden is ook te zien dat iemand vol uithaalt en schopt naar de persoon die op de grond ligt. Volgens [medeverdachte 7] zijn de jongens, ook nadat aangever viel, gewoon verder gegaan met trappen en schopten ze qua hardheid alsof het een geplaatst schot was met een voetbal. Aangever heeft ook vele klappen gekregen. Verdachte heeft aangever in elk geval een klap gegeven. Aangever is tijdens het geweldsincident op de grond gevallen, waardoor hij zich niet meer adequaat kon verdedigen tegen de geweldsinwerkingen. Dat maakte aangever extra kwetsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De trefkans bij het schoppen tegen het hoofd en het lichaam en toedienen van (vuist)slagen terwijl aangever op de grond lag was groot, waarbij het geweld ongehinderd tot kwetsbare delen kon doordringen. Er was daarbij een grote kans op ernstige letsels aan het aangezicht, de schedel, de hersenen en de hals. Op basis van alle uitgeoefende, forse geweldshandelingen tezamen, de omstandigheden waaronder verdachte geweld gebruikte, is de rechtbank van oordeel dat gelet op de heftigheid van (in elk geval) dit uitgeoefende geweld op het hoofd en het lichaam van aangever een reële, niet onwaarschijnlijke kans bestond op de dood. Door het geweld op deze wijze op aangever uit te oefenen, hebben verdachte en de medeverdachten deze kans bewust aanvaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medeplegen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor een bewezenverklaring van medeplegen dient volgens vaste rechtspraak vast komen te staan dat bij het begaan van het strafbare feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat sprake is van medeplegen kan niet in algemene zin worden beantwoord, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Hierbij dient rekening gehouden te worden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte en de medeverdachten het ten laste gelegde feit in vereniging hebben gepleegd, nu sprake was van een gezamenlijke uitvoering. Verdachte heeft gezamenlijk en welbewust met de medeverdachten de confrontatie gezocht met aangever en heeft ook zelf fysiek geweld tegen aangever gebruikt. Verdachte is in groepsverband met medeverdachten achter aangever aangerend, waarbij zij met z’n allen tegenover één persoon, aangever, ervoor hebben gezorgd dat aangever niet weg kon. Verdachte is nadat hij een klap had gegeven als onderdeel van de groep bij het gevecht gebleven, terwijl de medeverdachten doorgingen met het forse geweld op aangever. Tijdens het geweld tegen aangever was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, omdat zij aangever samen, tegelijkertijd, tegen het lichaam en het hoofd hebben geschopt en geslagen terwijl hij op de grond lag. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 5 februari 2022 te Hengelo (O) tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met kracht meermalen, </para>
      </parablock>
      <para>- tegen het lichaam hebben geduwd en</para>
      <para>- tegen het lichaam hebben getrapt ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en</para>
      <para>- vervolgens met geschoeide voet in het gezicht, tegen het hoofd en het lichaam hebben getrapt en</para>
      <para>- in het gezicht, tegen het hoofd en het lichaam hebben geslagen en </para>
      <para>gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 47, 287 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: medeplegen van poging tot doodslag</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 73 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede een taakstraf, </para>
        <para>te weten de werkstraf voor de duur van 120 uren, bij niet verrichten te vervangen door 60 dagen jeugddetentie, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met daaraan verbonden de door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerde bijzondere voorwaarden,  en opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft bepleit dat oplegging van een taakstraf zoals gevorderd naast de reeds ondergane jeugddetentie niet opportuun is. Verdachte heeft op die grond geruime tijd in voorlopige hechtenis gezeten en heeft zijn lesje wel geleerd. De raadsman heeft verzocht daarom een lagere en geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen zodat verdachte tijd krijgt om zijn leven in te richten en volwassen te worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aard en ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een ernstig geweldsdelict.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 5 februari 2022 hebben verdachte en zijn medeverdachten zich na een uit de hand gelopen feestje nabij het NS-station in Hengelo schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag van aangever [slachtoffer] . Er is door verdachte en de medeverdachten samen meermalen tegen het lichaam en hoofd van aangever getrapt en geslagen. Het gaat hier om een zeer ernstig strafbaar feit en de rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij totaal niet heeft nagedacht over de mogelijke gevolgen van zijn actiesvoor het slachtoffer. De ervaring leert immers dat dergelijke gebeurtenissen ook heel anders kunnen aflopen en een slachtoffer het niet meer kan navertellen of er blijvend letsel aan overhoudt. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan en overweegt dat het in elkaar slaan van aangever  de oplegging van een fikse straf zonder meer rechtvaardigt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter beantwoording van de vraag op welke wijze de onderhavige zaak precies moeten worden afgedaan, heeft de rechtbank ook gekeken naar de persoon van verdachte en hetgeen de deskundigen hierover adviseren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Jeugdbescherming Overijssel heeft verdachte in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis begeleid, waarbij onder meer ITB-plus als bijzondere voorwaarde is opgelegd. Op 25 mei 2022 heeft de jeugdreclasseerder de rechter gevraagd om een opheffing schorsing omdat [verdachte] de schorsingsvoorwaarden had overtreden. Dit verzoek is toegewezen. Op 28 juni 2022 is de voorlopige hechtenis opnieuw onder voorwaarden geschorst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 20 maart 2023 een rapport over de </para>
        <para>op de pleegdatum 17-jarige verdachte uitgebracht. [verdachte] is voor de eerste keer in beeld gekomen bij de Raad. [verdachte] denkt, sinds hij verdachte is, goed na over waarom hij iets wel of niet moet doen. Hij wil niet weer in de problemen komen en is daarom een stuk minder of helemaal niet meer op feestjes of  buiten te vinden. Ook heeft [verdachte] omgang met pro-sociale jongeren, hoewel hij het wel moeilijk vindt om geen contact te hebben met een aantal medeverdachten. Het is positief dat hij nadenkt over wat goed voor hem is en wat niet en dat hij zich goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. </para>
        <para>Het is voor [verdachte] met name belangrijk dat de schoolgang goed op gang komt. Dat hij volgens afspraak naar school/stage gaat en actiever wordt in het regelen van zaken die belangrijk zijn voor school. Op dit moment heeft hij daarbij nog een helpende/sturende hand nodig, want tot op heden is het hem (met moeder en stiefvader) nog niet gelukt om te kunnen spreken van een positieve schoolgang. School geeft [verdachte] structuur en de mogelijkheid om een diploma te halen zodat hij later meer kansen heeft op de arbeidsmarkt. Dit verlaagt vervolgens weer de kans op herhaling op delictgedrag. Positief is dat [verdachte] voornemens is om zijn diploma te gaan halen en zich hiervoor in wil zetten. Een proactieve houding is ook in meer algemene zin belangrijk voor [verdachte] omdat dit een eigenschap is waarmee</para>
        <para> probleemsituaties beter herkend kunnen worden en daarop ingespeeld kan worden. Verder is het belangrijk dat [verdachte] zoveel mogelijk omgang heeft met pro-sociale jongeren, omdat dit de kans op recidive verlaagt. Voor zover [verdachte] contact wil met medeverdachten moet goed gekeken worden of dit kan en hoe dit dan vormgegeven moet worden. Het is belangrijk dat [verdachte] zich niet laat beïnvloeden door negatief gedrag van anderen. Ten aanzien van het middelengebruik (blowen) is het belangrijk dat de inmiddels 18-jarige [verdachte] zich realiseert wat blowen doet met zijn bewustzijn, zodat het blowen niet zijn dagelijks leven gaat beïnvloeden en/of [verdachte] door het blowen in de problemen komt. Blowen verhoogt het risico op recidive omdat bij gebruik van middelen de grenzen vervagen en het daardoor moeilijker is om juiste keuzes te maken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de rapportage adviseert de Raad een deels voorwaardelijke taakstraf, in de vorm van een werkstraf met een proeftijd van twee jaar. Om ervoor te zorgen dat de positieve lijn zich voortzet, adviseert de Raad bijzondere voorwaarden op het gebied van school/werk en vrienden. </para>
        <para>Een jeugdreclasseerder kan toezien op de voorwaarden en [verdachte] waar nodig begeleiden.  Gelet op het feit dat [verdachte] first-offender is, vindt de raad een voorwaardelijke jeugddetentie een te zware straf. Een voorwaardelijke werkstraf is meer passend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gezien dat verdachte een blanco strafblad heeft. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafmodaliteit en de hoogte daarvan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat bij een bewezenverklaring van een poging tot doodslag </para>
        <para>in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie gerechtvaardigd is. </para>
        <para>Gelet op het pedagogisch karakter van het jeugdstrafrecht staan, naast vergelding en genoegdoening voor een slachtoffer, ook de belangen van een minderjarige verdachte centraal bij de afweging welke straf en/of maatregel aan die verdachte moet worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, de primair ten laste gelegde poging tot doodslag bewezen verklaard. Bij het bepalen van de strafsoort en strafmaat weegt de rechtbank mee dat verdachte zich langere tijd aan strikte schorsingsvoorwaarden heeft moeten houden, waaronder het volgen van het ITB-plus traject. Voor verdachte is dat een pittige periode geweest. De rechtbank is verder van oordeel dat gelet op de ernst van het feit in beginsel slechts kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke jeugddetentie, ook om aan verdachte een duidelijk signaal af te geven dat dergelijk ernstig gedrag niet wordt getolereerd. De rechtbank zal daarom jeugddetentie voor de duur van 73 dagen opleggen, met aftrek van voorarrest. Dit betekent dat verdachte nu niet meer terug naar de jeugdgevangenis hoeft, omdat hij deze dagen al heeft vastgezeten.  Alles afwegende acht de rechtbank, evenals de Raad, oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf, te weten de werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. De rechtbank zal daaraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de Raad zijn geadviseerd. Verdachte heeft het daaraan verbonden toezicht en de begeleiding door de Jeugdreclassering nodig om, ook na zijn achttiende jaar, de komende jaren de juiste keuzes te blijven maken en in het dagritme te blijven, waarbij ook aandacht moet zijn voor zijn middelengebruik.</para>
        <para>De rechtbank zal geen onvoorwaardelijke taakstraf opleggen zoals de officier van justitie heeft geëist, omdat de straf dan in vergelijking met de aan de medeverdachten opgelegde straffen te hoog zou zijn. Het lijkt erop dat de officier van justitie in zijn eis ook de zaak met parketnummer 08/253713-22 heeft meegewogen, maar die zaak ligt als gevolg van onderzoekwensen van de verdediging thans niet voor aan de rechtbank. Als die zaak aan de orde is kan uiteraard alsnog een onvoorwaardelijke werkstraf volgen, rekening houdend met artikel 63 Sr.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De schade van benadeelde</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vader heeft zich namens [slachtoffer] als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. </para>
        <para>De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.050,26, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <para>- telefoon	€ 248,00;</para>
      <para>- jas		€ 199,96;</para>
      <para>- reiskosten	€ 102,30.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 1.500,00 gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel dient te worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
        <para>Ook heeft de officier van justitie verzocht om verdachte hoofdelijk te veroordelen in de te betalen schadevergoeding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht de gevorderde schadevergoeding wat betreft het immateriële deel te matigen omdat het geweld in de aangehaalde zaak zwaarder is. De raadsman refereert zich vervolgens aan de hoogte van het vast te stellen bedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering heeft betrekking op het onder parketnummer 08/058019-22 ten laste gelegde. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk, met uitzondering van de reiskosten nu deze niet zijn aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. Deze reiskosten komen ook als proceskosten niet in aanmerking voor vergoeding nu de benadeelde partij wordt bijstaan door SHN (Hoge Raad 28 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:414). De rechtbank zal het gevorderde daarom (deels) toewijzen tot een bedrag van € 1.947,96, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht. </para>
        <para>Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met <emphasis role="bold">nul</emphasis> dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 77a, 77g, 77i 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg Sr. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>primair</para>
      <para>het misdrijf:<emphasis role="italic"> medeplegen van poging tot doodslag</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder primair bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">jeugddetentie</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">73 (drieënzeventig) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">60 (zestig) uren, </emphasis>en bepaalt voor het geval dat de verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, dat<emphasis role="bold"> vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen,</emphasis></para>
    <para>- bepaalt dat deze taakstraf in zijn geheel <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de    </para>
    <para>rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. </para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich gedurende de door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel, afdeling jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen, zal melden bij de jeugdreclassering zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;</para>
    <para>- dat hij een zinvolle dagbesteding heeft in de vorm van werk en/of school, waarbij de jeugdreclassering bepaalt wat zinvol is; </para>
    <para>- dat hij op geen enkele wijze contact zal hebben met jongeren van wie de jeugdreclassering hem het contact verbiedt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toezicht op de uitvoering van de bijzondere voorwaarden wordt uitgeoefend door de </para>
      <para>gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel, afdeling jeugdreclassering, </para>
      <para>instantiecode AST106. Verantwoordelijke gemeente is Hengelo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>- Daarbij gelden als <emphasis role="bold">voorwaarden van rechtswege</emphasis> dat de verdachte:</para>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>- medewerking verleent aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van </para>
    <para>€ 1.947,96 (bestaande uit € 447,96 materiële schade en € 1.500,00 immateriële schade);</para>
    <para>- wijst af de gevorderde reiskosten ad € 102,30;</para>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (parketnummer 08/058019-22): van een bedrag van € 1.947,96 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2022) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;</para>
    <para>- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder parketnummer 08/058019-22 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.947,96 (zegge: negentienhonderdzevenenveertig euro en 96 cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van <emphasis role="bold">nul</emphasis> dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opheffing bevel voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M. van Bruggen en </para>
      <para>mr. L. Pieters, rechters, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van E. Bauhuis, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Leeswijzer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland, district Twente, basisteam Twente-Midden met nummer PL0600-2022103013, gesloten op 4 april 2022. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer: 08/058019-22 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">aangifte van [slachtoffer]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 10 februari 2022, (met als bijlage fotoblad letsel) pagina 74-80 voor zover inhoudend als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>“Afgelopen  vrijdag  4 februari  2022  omstreeks  21:00  uur ben  ik  met  de  trein  naar </para>
      <para>Hengelo  gegaan  omdat  ik  naar  een  feestje  zou  gaan bij  [naam 1] ,  die  woont  aan  de </para>
      <para>
        [adres]  in  Hengelo. (…) Toen  ik  in  de  deuropening van buiten  stond  werd mijn muts  van mijn  hoofd getrokken  door  iemand.  Op  dat  moment  was  het  een  grote  chaos  in  en  buiten  het  huis, ik  was  kwaad en  wilde  mijn muts  terug,  maar  deze  vond  ik  op  dat  moment  niet. Op  dat  moment  stond er  ook politie  voor  de  deur,  ik  heb  ze  gezegd dat  mijn muts  weg was  en  dat  er  ruzie  was  binnen.  (…) </para>
      <para>Ik  denk  dat  wij  omstreeks  00:50  uur  weer  richting  de  trein  zijn  gelopen.  Ik  was  op </para>
      <para>dat  moment  samen  met  [naam 2] ,  [naam 3] en  [naam 4] .  Wij  liepen  naar  het  station.  In  een </para>
      <para>zijstraat  van  de  [adres]  stond een  groep van  zo’n  20  jongeren  Ik  herkende  ze  niet </para>
      <para>van  het  feestje,  ik  had  ze  niet  eerder  gezien.  Ik  zag  dat  deze  groep  in  onze  richting </para>
      <para>kwam  lopen.  Ik  heb  hierna  nog  een  keer  in  de  richting van  het  huis  om hulp  geroepen en  hierna  zijn  [naam 2] ,  [naam 3] ,  [naam 4]  en  ik  in  een  versnelde  pas,  later  rennen,  in  de richting van  het  station  in  Hengelo  gelopen.  We  gingen  rennen  omdat  de  jongens  in onze  richting  kwamen  lopen.  Ik  schrok,  want  ik  kreeg  de  indruk  dat  ze  waren  gekomen voor  narigheid.  2 of  3 van  die  jongens  waren  op  de  fiets,  de  andere  jongeren  kwamen er  achter  aan  rennen.  Toen  we  onder  een  tunnel  waren,  hoorde  ik  dat  jongens  in  onze richting  aan  het  schreeuwen waren.  Ik  hoorde  dat  zij  schreeuwden:  ‘Stop,  blijf  staan, of  woorden  van  gelijke  strekking.  Ik  zag  dat  er  3 jongens  op  de  fiets,  ze  kwamen schuin  naast  ons  staan.  Wij  bleven  op  dat  moment  stil  staan.  Ik  vroeg de  jongens waarom wij  stil  moesten blijven  staan.  Hierop  kwam de  rest  van de  groep  ook bij  ons. Ik  herken  de  één  (1)  van  de  jongens  duidelijk en  deze  heb  ik  later  herkend van Instagram als  [medeverdachte 1]  (fonetisch).  Hij  stond aan  het  einde van  de tunnel.  Hij  was  zeker  één  van  de  jongens  welke  achter mij  is  aangerend. Op  een  gegeven moment werd  ik  geduwd,  dit  was  zo  hard dat  dit  niet  goed voelde.  Ik ben  hierna  weg gaan  rennen  en  opeens  kreeg  ik  een  schop  waardoor  ik  viel.  Op  dat moment  lag  ik vermoedelijk op  de  linker  zijkant van mijn  lichaam.  Op  dat  moment  heb ik mijn hoofd beschermd met  mijn  armen  en  voelde  ik  dat  ik meerdere  keren met  veel kracht  op  mijn hoofd en  in  mijn  zij  werd getrapt.  Ik  heb mijzelf  losgerukt waardoor ik  weer weg  kon  rennen.  (…) Ik ben  weggerend  (ik  denk)  langs  het  station en  ben  uiteindelijk  in  een  doodlopend steegje  terecht  gekomen,  waarna  ik  achter  de  bosjes  ben  gaan  liggen.  Op  het  moment dat  ik  ben  gaan  rennen heb  ik mijn  zus  gebeld en  verteld  dat  het  niet  goed ging  en dat  ik  alleen  was.  Ik  ben  achter  de  bosjes  gaan  liggen.  (…) Ik  werd door  de  jongens  achter  de  bosjes  weggehaald.  Ik lag  hierdoor weer  op  de  grond.  Op  dat  moment ben  ik  weer  meerdere  keren  geslagen  en geschopt.  Ik  voelde  dat  ik  op  dat moment meerdere  keren  op mijn  hoofd werd getrapt. Ik  voelde  dat  dit  met  kracht was  en  dat  ze  mij  ook met  de  onderkant van  hun  voeten </para>
      <para>hebben  geraakt  op  mijn  hoofd.  Hierna  werd  ik  meegesleurd,  ik  denk  dat  dit  ongeveer  5 meter  is  geweest.  Ik  werd aan  mijn  capuchon  en  kraag  meegetrokken,  in  eerste </para>
      <para>instantie werd  ik  over  de  grond meegesleurd en  later  kon  ik  nog  mee  strompelen.  Voor mijn  gevoel  werd  ik  een  ander  steegje  ingesleurd waar  3 jongens  stonden  te  wachten. Ik  had het  idee  dat  deze  jongens  hier  al  langere  tijd  stonden want  toen  ik  daar  kwam stonden  zij  er  al.  Op  dat  moment  werd  ik  door  iemand  fysiek  op  mijn  knieën  gezet, volgens  mij  werd  ik  van  achter  in  mijn  knieholte  geschopt,  waardoor  ik  automatisch  al op  mijn  knieën belande.  Ik  hoorde  dat  ik  sorry moest  zeggen.  Dit  deed  ik  in  eerste instantie  niet.  Ik  kreeg  toen  een  harde  klap  of  trap  in  mijn  gezicht.  Hierna  heb  ik meteen  sorry  gezegd.  (…) Op  een  gegeven moment  werd er  door  iemand uit  de  groep geroepen:  ‘Kijk  naar  zijn  jas,  hij  is  het  niet,  laat  hem gaan’.  Hierna  heeft  de jongen  die  mij  vasthield mij  gezegd:  ‘Geen  politie,  geen  aangifte’.  Hierna  voelde  ik </para>
      <para>dat  ik  nog  een  harde  klap  in  mijn  gezicht  kreeg,  waarna  ze  mij  lieten  gaan. </para>
      <para>Ik  denk  dat  ik  in  totaal  wel  20  keer  met  kracht  op  mijn hoofd ben  geschopt.  Door  de </para>
      <para>adrenaline  op  dat  moment  voelde  ik  niet  veel  pijn.  Later  kwam dit  wel.  Tevens  heb  ik letsel  overgehouden  aan  deze  mishandeling,  waar  foto’s  van  zijn  gemaakt.  Ook  is  er een  stuk  van mijn  voortand  afgebroken  door  de  mishandeling.  </para>
      <para>Fotoblad bij aangifte [slachtoffer] </para>
      <para>[afbeelding]</para>
      <para>[afbeelding]</para>
      <para>[afbeelding]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een schriftelijk bescheid van 5 februari 2022, pagina 81 en 84, inhoudende een </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">medische verklaring </emphasis>
        <emphasis role="italic">van [arts] , Arts niet in opleiding tot specialist, werkzaam bij </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">SEH Enschede over [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>[afbeelding]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">proces-verbaal van bevindingen</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 12 september 2022, (ongenummerd aanvullend proces-verbaal, procesverbaalnummer PL0600-2022062397-118) voor zover inhoudende, het relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven.</emphasis>
      </para>
      <para>Op  12  september  2022  deed  ik  onderzoek  in  de  data  van  de  in  beslag  genomen  Iphone  12 Mini  van  verdachte  [medeverdachte 2] .  Ik  zag  dat  de  volgende  gegevens  aan  de  telefoon gekoppeld  waren: </para>
      <para>Apple  ID  : [e-mailadres] </para>
      <para>Device  name  : iPhone  van  [medeverdachte 2] </para>
      <para>IMEI  : [IMEI nummer] </para>
      <para>Telefoon  nummer  : [telefoonnummer] </para>
      <para>(…) Ik  trof  in  de  data  een  video  met  de  naam  IMG_2125.MOV.  Ik  kon  aan  de  data  niet  zien hoe  deze  video  op  de  telefoon  gekomen  was.  Ik  zag  op  deze  video  aangever  [slachtoffer]  in beeld.  Ik  zag  dat  zijn  hoofd  van  dichtbij  gefilmd werd en  dat  hij  werd  vastgepakt door  meerdere  personen.  Ik  kon  alleen  armen  en  handen  zien  maar  ik  zag  verschillende handen  waardoor  ik  de  indruk  kreeg  dat  slachtoffer  omgeven  en  vastgehouden  werd  door verschillende  personen.  Ik  zag  dat  slachtoffer  angstig  uit  zijn  ogen  keek  en  dat  hij zei:  “ik  heb  alles  gezegd wat  je”…"  daarna  stopt  de  video.  Ik  hoorde  een  ander persoon  schreeuwen  maar  ik  kon  niet  verstaan  wat  er  geschreeuwd werd. Ik  zag  dat  alle  handen  een  blanke  huidskleur  hadden.  Ik  zag  dat  slachtoffer  bij  zijn keel,  oog  en  haren  vastgepakt  werd.  Ik  zag  dat  hij  aan  zijn  haren  getroffen  werd. </para>
      <para>Ik  heb  screenshots  van  deze  video  gemaakt  welke  op  bijgevoegd  fotoblad  toegevoegd </para>
      <para>zijn  en  het  bestand  op  een  DVD  bijgevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">proces-verbaal van bevindingen</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 21 februari 2022, pagina 137, voor zover inhoudende, het relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven.</emphasis>
      </para>
      <para>Op maandag  21  februari  2022  bekeek  ik  de  veilig  gestelde  data  van  de  in  beslag </para>
      <para>genomen  telefoon  van: </para>
      <para>Naam  : [medeverdachte 4] </para>
      <para>Voornaam  : [medeverdachte 4] </para>
      <para>Geboren:  [geboortedatum 2] 2007 </para>
      <para>Alle  berichten  zijn  verzonden  op  5 februari  2022  tussen  13:50  en  13:52  uur. </para>
      <para>
        [medeverdachte 4]  : Tegen  niemand  zeggen </para>
      <para>
        [naam 5] :  No  geen  stres </para>
      <para>
        [medeverdachte 4] :  Heb  die  man  kapot  geslagen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">5.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">proces-verbaal van bevindingen</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 1 maart 2022, pagina 123-124, voor zover inhoudende, het relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven.</emphasis>
      </para>
      <para>De  persoon  die  deze  camera vast  heeft  is  niet  op beeld te  zien.  Zijn  stem is duidelijk te  horen. Voor hem rent  nog  een  jongen,  een  blanke  jongen.  Dit  is  te  zien  aan  zijn  handen  dit zichtbaar  zijn. Deze  jongen  heeft  een  zwarte  gewatteerde  jas  aan met  zijn  capuchon  over  zijn  hoofd. Deze  jongen  heeft  een  zwarte  broek  aan  met  zwarte  schoenen waar  een  witte  streep  over heen  zit  aan  de  achterzijde  en  zijkant  van  de  schoenen.  Deze  jongen  rent  net  als  de jongen  die  de  camera  vast  heeft  door  een  tunnel. Je  hoort  dan  de  jongen  roepe“  "houw hem houw hem ”ey" en  hierna  roept  ”ij"pomp die man  broer,  pomp  die man  br”er". Ze  rennen  dan  de  tunnel  uit  en  te  zien  is  dat  er  een  groep bezig  is  een  persoon  in elkaar  aan  het  schoppen  is.  Te  zien  is  dat  de  jongen  die  voor de  filmer  rent  achter  een  jongen  aan  gaat  die  aan de  linkerkant  staat.  Deze  jongen  rent  samen  met  nog  een  jongen  achter  deze  jongen aan.  Beide  jongens  die  achter deze  jongen  aan  rennen  en  dan  ook  uit  beeld verdwijnen </para>
      <para>zijn beide  hetzelfde  gekleed.  Alles  in  het  zwart. De  groep  die  dan  de  andere  jongen  in  elkaar  aan  het  schoppen  is  bestaat  uit  een  man of  6.  Een  aantal  hiervan  hebben  een  grijze broek  aan  met  een  zwarte  jas  met  capuchon die  ze  allemaal  over hun  hoofd hebben.  Er  lopen  ook aantal  ook  weer  helemaal  in zwarte  gekleed hierbij.  Je  ziet  dat  door  een persoon  helemaal  in  het  zwarte  gekleed en  een  jongen met  een  grijs  kleurige  broek aan  vol  wordt  uitgehaald,  geschopt,  naar de  jongen  die  inmiddels  op  de  grond  ligt. Het  opvallende  is  dat  hier  ook  een  jongen bij  loopt  met  een  rode  broek  aan,  wat  lijkt op  een  joggingsbroek.  Hij  heeft  verder  zwarte  schoenen  aan  en  een  zwarte  beetje </para>
      <para>gewatteerde  jas  ook  weer met  een  capuchon  over  zijn  hoofd. Je  ziet  iedereen van  dat  groepje  een  trappende  beweging maken. Je  hoort  de  jongen  nog  roepen  nadat  je  het  slachtoffer hoort  schreeuwe“  "A”HH“  "A”H“" "rustig,  rus”ig".  Hierna  is  het  filmpje  afgelopen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">6.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van verhoor </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [medeverdachte 1]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 15 maart 2022, pagina 609-614, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven: </emphasis>
      </para>
      <para>Ik, verbalisant, heb de verdachte verteld dat hij wordt verdacht van poging doodslag,</para>
      <para>zware mishandeling, openlijke geweldpleging, gepleegd op 5 februari 2022 te Hengelo.</para>
      <para>O: Ok, dan laat ik je alle fragmenten zien van de video, dus beeld voor beeld en kijk</para>
      <para>goed waar jij staat.</para>
      <para>A: (…) Maar ik heb hem wel een (1) klap gegeven. </para>
      <para>V: Er zijn inmiddels meerdere verdachten die de mensen herkennen op de screenshots.</para>
      <para>Jij hebt nog beter kunnen zien wat er gebeurde. Wat heb je gezien?</para>
      <para>A: Ik zie dat de jongens aan het schoppen zijn, zoals je ook tegen een voetbal</para>
      <para>aantrapt.</para>
      <para>(…)</para>
      <para>Toen kwamen we daar bij de tunnel. Ik was hier als eerste van de rennende jongens. Ik</para>
      <para>heb hier toen de jongen toen een klap, een hoek gegeven, ik heb die jongen o’ z'n</para>
      <para>kaak geraakt. Goed, op de beelden als we nummer 76 weer erbij pakken zien we dat ik links sta, achter mij sta“t "”im", daarnaast met de rode broek [verdachte] , daarnaast met de witte</para>
      <para>rits [medeverdachte 4] , met de witte broek en witte schoenen dat is [medeverdachte 7] . De filmer is</para>
      <para>
        [medeverdachte 8] de jongen die hem voorbij komt is [medeverdachte 5] en de jongen uit de groep die met [medeverdachte 5]</para>
      <para>mee rent is d“e " [bijnaam 2] ". De jongen die later op het filmpje in beeld komt is [medeverdachte 6] . </para>
      <para>Wat ik zie als ik nu naar het filmpje kijk is dat er door iedereen tegen die jongen</para>
      <para>aan wordt geschopt. </para>
      <para>(…)</para>
      <para>Ik zag dat die jongen daar nog wel een paar keer goed geslagen werd do“r "” [bijnaam 1] " ( [medeverdachte 2] )</para>
      <para>en [medeverdachte 4] . (…) Wat ik nog weet wat ik gezien heb is dat die jongen echt do“r "” [bijnaam 1] " uit die bosjes gehaald is doordat volgens m“j "” [bijnaam 1] " ( [medeverdachte 2] ) ook in de bosjes stond. </para>
      <para>Ik heb gezien dat die jongen op zijn knieën moest gaan zitten. Ik heb wel gehoord dat de jong“n "so”ry" moest zeggen. </para>
      <para>(…)</para>
      <para>
        [medeverdachte 5] : Die was erbij (…).</para>
      <para>
        [medeverdachte 6] : Die was erbij (…).</para>
      <para>
        [medeverdachte 2] : Die was erbij (…).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van verhoor </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [medeverdachte 4]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 8 maart 2022, pagina </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">490-497, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven: </emphasis>
      </para>
      <para>0: Ik laat je het filmpje zien van [nummer] uit het mapje [map naam] .</para>
      <para>A: Dat klopt dit is ons groepje. Wij waren dus een deel achterop de fiets en een deel op de fiets. We waren toen dicht bij de tunnel. Ik was met een jongen mee achterop. De jongen wordt door iedere“n " [bijnaam 2] " genoemd. Er waren toen al jongens bij de kruising. Het filmpje waarop te zien is, [video naam] , hier waren wij deze jongens al voorbij gefietst. Toen is</para>
      <para>er ook geroepen cacht hem alvast, dat ze hem dus moesten vast houden. Hiermee moest</para>
      <para>er gewacht worden totdat iedereen van onze groep erbij was. Dus ook de opgefokte</para>
      <para>jongen en [medeverdachte 1] want hij had nog ruzie met hem. [medeverdachte 1] is een ruzie zoeker. [medeverdachte 1]</para>
      <para> heet hij volgens mij. </para>
      <para>(…)</para>
      <para>V: Heb jij die jongen mishandeld.</para>
      <para>A: Ik heb deze jongen alleen onderuit gehaald.</para>
      <para>(…)</para>
      <para>Het moment dat wij achter de jongen aan zijn gaan rennen is inderdaad van iets</para>
      <para>voorbij de Isaacstraat. Dan ga ik ook maar eerlijk zijn over de jongen en de namen die hier bij waren: D“e " [bijnaam 2] " was hierbij, hij was op de fiets, [medeverdachte 9] , [medeverdachte 2] iedereen noemt h“m "” [bijnaam 1] " ook deze avond eigenlijk altijd al, [medeverdachte 8] de filmer, [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] de neefjes van elkaar, [verdachte] achternaam weet ik niet, [medeverdachte 4] achternaam ken</para>
      <para>ik niet, [medeverdachte 7] en ik. Eigenlijk zijn al deze jongens 1 vriendengroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">8.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van verhoor </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [medeverdachte 7]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 14 maart 2022, pagina 643-650, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven: </emphasis>
      </para>
      <para>Ik,  verbalisant,  heb  de  verdachte  verteld dat  hij  wordt  verdacht  van poging  doodslag, </para>
      <para>zware  mishandeling,  openlijke  geweldpleging,  gepleegd op  5 februari  2022  te  Hengelo.</para>
      <para>(…)  Volgens mij  stond hij  toen  nog  en  zag  je allemaal  armen  om hem.  Volgens  mij  probeerde  deze  jongen  toen  weg  te  rennen maar  toen viel  hij.  Ja  toen  stonden  er  weer  een paar  jongens  omheen.  Hierna  zijn  die  jongens gewoon weer verder gegaan.  Hiermee bedoel  ik  dat  ze  op  hem getrapt  hebben.  Ik  heb  die jongens  tegen  hem aan  zien  schoppen. (…) Als  ik  het  zou  moeten  omschrijven  qua  hardheid hoe  ze  schopten  was  als  een  geplaatst schot met  de  voetbal  dus  niet  dwars  door  de  bal  heen  of  zo. </para>
      <para>V:  Wie waren  hier  allemaal  bij  betrokken? </para>
      <para>A: [medeverdachte 5] ,  [medeverdachte 1] ,  [verdachte] ,  [medeverdachte 6] ,  [medeverdachte 4]  en  ik. Ik  weet  wel  dat  ik  de  achter  die  jongen  stond en  hem  in  de  rug keek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">9.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van verhoor </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [verdachte]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 7 maart 2022, pagina 548-553, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven: </emphasis>
      </para>
      <para>V:  Waren  zij  ook  die  bewuste  avond/nacht  5 februari  2022  bij  jou? </para>
      <para>A:  Ik  was  bezig met  die  jongen  die  mij  een  klap  wilde  verkopen. </para>
      <para>V:  Wat  voor  kleren  had  jij  aan? </para>
      <para>A:  Ik  had  toen  een  rode  broek  en  een  zwarte  jas  aan. </para>
      <para>V:  Die  jongen  op  het  filmpje met  de  rode  broek.  Wie  is  dat? </para>
      <para>A:  Dat  ben  ik.  Ik  verdedigde mij  door  hem een  klap  te geven.  Die  jongen  viel  toen  op  de  grond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">10.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van verhoor </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [medeverdachte 5]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 16 maart 2022, pagina 341-344, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>V:  Je  wordt  verdacht  van  poging doodslag  en  openlijke  geweldpleging  in  vereniging </para>
      <para>gericht  op personen  gepleegd op  5 februari  2022. </para>
      <para>A:  Ja,  er  is  gevochten  door  een  paar  jongens. (…) Toen  kwam  ik  bij  die  weg,  bij  die  tunnel.  Ik  was  toen  samen met  mijn  groepje.  Toen stonden  er  2 groepen bij  elkaar.  Een  paar  jongens  van  hun,  waar wij  ruzie  mee  hadden en  onze  groep.  Toen  liep  ik  onder de  brug/tunnel  met  mijn  vrienden  en  toen  zag  ik  dat mensen  elkaar  gingen  slaan.  Een  paar vrienden van mij  gingen  op  de  vuist met  die andere  jongens.  Ik  ben  er  naar  toe  gerend.  Jullie  hebben  dat  filmpje  toch?</para>
      <para>V:  Ja </para>
      <para>A:  Ja  ik  ben  die  jongen  die  voor  de  camera  rent. </para>
      <para>V:  En  daarna? </para>
      <para>A:  Daarna  renden  2 jongens  weg van  die  andere  groep  en  iemand van  mijn  groepje  ging  er achteraan.  Ik  ben vervolgens  achter  die  jongen  van  onze  groep  aan  gerend,  die  achter die  2 jongens  aan  zaten.  Toen  stopte  die  vriend van  mij  met  rennen.  Toen  draaiden we ons  om,  we  keken  toen  naar  het  groepje  die  nog  aan  het vechten  was,  waar wij  vandaan kwamen  en  ik  zag  dat  er  nog  een  paar  klappen  werden  gegeven  aan  iemand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">11.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van verhoor </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [medeverdachte 6]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 16 maart 2022, pagina 591-596, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>V:  Met  wie  was  jij  van  vrijdag  4 op  zaterdag  5 februari  2022? </para>
      <para>A:  Ik  was  toen  met  [medeverdachte 5]  en [verdachte] . </para>
      <para>(…)</para>
      <para>V:  Wat  is  jouw  aandeel  in  de  vechtpartij? </para>
      <para>A:  Ik  was  er  achteraan  gerend en  ik heb  een  paar  keer  op  de  rug  van  die  jongen  die </para>
      <para>moeilijk  zat  te  doen  over  die  muts.  Ik  sloeg hem met  mijn  rechtervuist  een  stuk  of </para>
      <para>vijf  keer  tegen  zijn  rug.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">12.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van verhoor </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [medeverdachte 8]</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van 2 maart 2022, pagina 405-412, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>A: In het begin ging het niet heel hard, ik riep no‘: 'rus’ig'. Dit kan je horen in</para>
      <para>het filmpje. Zij waren met 3 mensen en wij met 6 of 7 mensen of zo.</para>
      <para>Toen ik uit die tunnel kwam zag ik dat [slachtoffer] , of een vriend van [slachtoffer] , tegen een paal</para>
      <para>aan kwam. Hij kreeg een klap van onze groep, waardoor hij tegen die paal aan kwam.</para>
      <para>V: Ging dat hard dan?</para>
      <para>A: Hij kreeg een behoorlijke pomper.</para>
      <para>V: En toen?</para>
      <para>A: Toen ging het gevecht verder. Ik schreeuwde n‘g 'rus’ig'. [slachtoffer] lag vervolgens op</para>
      <para>de grond. Ik heb iedereen van [slachtoffer] afgetrokken. Ik werd zelf ook nog geduwd. Ik</para>
      <para>hielp [slachtoffer] door hem omhoog te helpen. Ik zag dat [slachtoffer] vervolgens op zijn knieën</para>
      <para>zat. Ik weet niet waarom hij op zijn knieën ging zitten maar goed. [slachtoffer] kreeg</para>
      <para>vervolgens weer een trap van iemand van mijn groep. Door deze trap lag [slachtoffer] weer op</para>
      <para>de grond. Toen [slachtoffer] nog op zijn knieën zat, had hij nog geen bloed. (…) Ik heb bijna [medeverdachte 4] nog een klap gegeven om het te doen laten stoppen. [slachtoffer] is vervolgens rechts richting het skatepark gerend en is daar ergens onder een bosje gaan liggen. Mijn groep trof hem daar en daar heeft die weer klappen gehad. (…)</para>
      <para>A: Ik had niet verwacht dat ze hem op zijn hoofd hadden getrapt. (…)</para>
      <para>V: Heb jij gezien dat het slachtoffer tegen het hoofd aan is getrapt?</para>
      <para>A: Ja</para>
      <para>A: Ik heb wel gezien door wie. </para>
      <para>V: Heeft [medeverdachte 4] die jongen mishandeld?</para>
      <para>A: Ik heb gezien dat [medeverdachte 4] die jongen heeft geslagen. (…)</para>
      <para>V: Wat heeft [medeverdachte 4] aan dan?</para>
      <para>A: Een zwar‘e 'n’ke' broek voor regen met een witte streep en een grij‘e 'Elle’se' jas.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">12.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 mei 2023, voor zover inhoudend als de verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte [verdachte]</emphasis>
        <emphasis role="italic">, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>Ik ben met een groep van tien personen achter [slachtoffer] aangerend, omdat we verhaal wilden halen bij hem. Ik heb [slachtoffer] een klap gegeven, ik kreeg zelf ook klappen. Ik heb gezien dat hij op de grond lag en dat er werd getrokken en geduwd, ik viel daardoor ook zelf bijna om. Ik voelde me bedreigd. Ik ben niet weggegaan nadat ik [slachtoffer] een klap had gegeven omdat ik wilde zien wat er aan de hand was. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>