<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T02:43:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ak_21_2030</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2022/174</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:715">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-24T12:49:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:715 Rechtbank Overijssel , 15-03-2022 / ak_21_2030</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:715:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanslag waterschapsbelastingen;stelling van eiser dat verweerder niet bevoegd is om aanslagen aan hem op te leggen omdat verweerder private onderneming is slaagt niet; ontbreken van een overeenkomst tussen eiser en verweerder ontslaat eiser niet van zijn belastingplicht; beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:715:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Registratienummer: Awb 21/2030</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser]
    </bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] , eiser,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT), </emphasis>verweerder, </para>
      <para>gemachtigde: [naam] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met dagtekening van 31 augustus 2021 heeft verweerder, namens het Waterschap Vallei en Veluwe, aan eiser voor het belastingjaar 2021 ten behoeve van de onroerende zaak [adres] te Elburg een aanslag waterschapsbelastingen opgelegd, bestaande uit</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>watersysteemheffing ingezetenen van 		€   57,71</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zuiveringsheffing meerpersoonshuishouden van 	€ 169,26</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>watersysteemheffing gebouwd van 		<emphasis role="underline">€   64,60</emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>totaal 							€ 289,57.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 27 oktober 2021 heeft verweerder het tegen deze beschikking gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 februari 2022. Eiser is niet verschenen.</para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. In geschil is de vraag of aan eiser terecht onderhavige aanslag waterschapsbelastingen 2021 is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser beantwoordt deze vraag ontkennend en voert daartoe, naar de rechtbank begrijpt en kort gezegd, aan dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen de aan hem opgelegde aanslag en dat verweerder als private onderneming niet bevoegd is om onderhavige aanslag aan hem op te leggen, omdat verweerder niet beschikt over een overeenkomst met hem. Eiser is van mening dat de jarenlange onrechtmatige betalingen door verweerder aan hem dienen te worden terugbetaald.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers reactie van 16 september 2021 op de aan hem op 31 augustus 2021 toegezonden aanslag terecht heeft aangemerkt als een bezwaarschrift, omdat eiser in deze brief aangegeven heeft ‘Opnieuw word ik lastig gevallen met een schuldstelling en een geldelijke vordering’. Dat eiser in deze brief niet expliciet heeft vermeld dat hij bezwaar maakt tegen deze aanslag, maakt niet dat deze brief niet als zodanig kan worden aangemerkt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat eiser tegen de aanslag bezwaar heeft gemaakt, diende verweerder hierop te beslissen en is op 27 oktober 2021 uitspraak op het bezwaar gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De stelling van eiser dat verweerder niet bevoegd is om aanslagen aan hem op te leggen omdat verweerder een private onderneming is kan niet slagen. Zoals door verweerder in het verweerschrift uitgebreid uiteen is gezet is het GBLT een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid als bedoeld in hoofdstuk V van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Onder meer het Waterschap Vallei en Veluwe heeft het heffen en invorderen van belastingen opgedragen aan verweerder.</para>
    <para>Op grond hiervan is verweerder bevoegd om aan eiser aanslagen op te leggen. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank overweegt dat de aan eiser opgelegde aanslag is gebaseerd op de Waterschapswet en de Verordening zuiveringsheffing Waterschap Vallei en Veluwe 2021. Gelet op de betreffende bepalingen uit de Waterschapswet en de Verordening is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van een overeenkomst tussen eiser en verweerder, eiser niet van zijn belastingplicht voor deze belastingen kan ontslaan. Ook overigens heeft eiser geen feiten en omstandigheden aangedragen voor zijn stelling dat verweerder niet bevoegd zou zijn om onderhavige aanslag aan hem op te leggen.</para>
    <para />
    <para>6. Nu eiser tegen de aanslag inhoudelijk geen beroepsgronden heeft aangedragen, is op grond van vorenstaande het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>Y. van Arnhem, griffier, op </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende donderdag na deze datum.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Rechtsmiddel<?linebreak?>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>