<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:3612</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T11:51:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.290980.21 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:3612">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:3612</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T11:49:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:3612 Rechtbank Overijssel , 22-11-2022 / 08.290980.21 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:3612:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt een 43-jarige man vrij van verkrachting. In het dossier is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de man zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:3612:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.290980.21 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 22 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>8 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. A.J.R. Buisman en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. F.H. Batavier, advocaat in Harderwijk, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op </para>
      <para>15 december 2019 [aangeefster] heeft verkracht door zijn vinger in haar vagina te stoppen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 15 december 2019 te Zwolle, door geweld of door één of meer andere feitelijkheden en/of bedreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, te weten,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het achterwaarts op een bed duwen/drukken van nader te noemen [aangeefster] en/of het (deels) uittrekken van de broek van die [aangeefster] en/of (vervolgens) het voorbij gaan aan de verbale en/of non-verbalen signalen van verzet/weerstand van die [aangeefster] , [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het duwen/drukken van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [aangeefster] . </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaring van aangeefster [aangeefster] voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, te weten door een e-mail van aangeefster aan haar psycholoog, waarin aangeefster kort na het voorval heeft geschreven wat haar is overkomen, en door een audio-opname van een gesprek tussen aangeefster en verdachte, waarin verdachte niet heeft ontkend dat hij aan aangeefster heeft gezeten en heeft gezegd dat dit ongewenste intimiteit was. Daarnaast wordt de verklaring van aangeefster ondersteund door de verklaring van verdachte zelf, die bij de politie heeft verklaard dat hij die avond op seksueel gebied een grens moest stellen, zonder dat hij dit heeft geconcretiseerd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat de door aangeefster afgelegde verklaringen onbetrouwbaar zijn en niet worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. De e-mailwisseling tussen aangeefster en haar psycholoog kan niet als steunbewijs worden aangemerkt, aangezien aangeefster niet in persoon met de psycholoog over het voorval heeft gesproken en de psycholoog vlak na het voorval geen emoties bij haar heeft kunnen waarnemen. </para>
        <para>De verklaringen van aangeefster worden evenmin door de audio-opname ondersteund, omdat niet kan worden vastgesteld dat deze opname van na 15 december 2019 dateert. Bovendien heeft verdachte in dit gesprek ook niet erkend dat hij aangeefster heeft verkracht.</para>
        <para>De verklaring van verdachte bij de politie kan evenmin als steunbewijs worden aangemerkt. Verdachte heeft slechts verklaard dat het heel verwarrend voor hem was dat zij, nadat zij hadden besloten om te gaan scheiden, nog seks met elkaar hadden en dat hij daarom op de bewuste avond heeft gezegd dat hij dit niet meer wilde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het komt in deze zaak aan op de vraag of er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van aangeefster dat verdachte tegen haar wil zijn vinger in haar vagina heeft gestopt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Deze bepaling beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342,tweede lid, Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank vinden de verklaringen van aangeefster onvoldoende steun in ander bewijsmateriaal. Dat aangeefster kort na de gestelde gebeurtenis, op 16 december 2019 om 2:19 uur, een e-mailbericht aan haar psycholoog heeft gestuurd, waarin zij schrijft over die zondagavond 15 december, biedt onvoldoende steunbewijs, omdat dit bericht afkomstig is uit dezelfde bron, te weten aangeefster zelf. </para>
        <para>De audio-opname van een gesprek tussen aangeefster en verdachte, waarvan ter terechtzitting twee korte fragmenten zijn beluisterd, biedt evenmin voldoende steunbewijs voor het ten laste gelegde. Los van de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld op welke datum dit gesprek heeft plaatsgevonden, biedt de inhoud van dit gesprek onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de door aangeefster gestelde handelingen hebben plaatsgevonden. </para>
        <para>De door de officier van justitie nog naar voren gebrachte omstandigheid dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij die avond op seksueel gebied een grens moest stellen, acht de rechtbank, mede gelet op hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht, evenmin ondersteunend aan het ten laste gelegde feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van aangeefster [aangeefster] . </para>
        <para>De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De schade van benadeelde partij</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij [aangeefster] in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat verdachte van het feit ten gevolge waarvan deze benadeelde partij schade zou hebben geleden, zal worden vrijgesproken. Zij kan haar vordering enkel aanbrengen bij de burgerlijke rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij: [aangeefster] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.T. Bos, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>