<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:3599</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-02T18:54:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-996050-19 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2022120602</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2022-3342</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:3599">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:3599</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T16:51:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:3599 Rechtbank Overijssel , 12-09-2022 / 08-996050-19 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:3599:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt veroordeeld voor het meermaals onjuist en onvolledig doen van belastingaangifte, hetgeen leidt tot een lagere heffing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:3599:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-996050-19 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 12 september 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. M. Lambregts en van wat door verdachte en zijn raadslieden mr. M. Hendriks en </para>
      <para>mr. A.G. Haasnoot, advocaten te Nijmegen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 18 maart 2008 tot en met 21 maart 2014 een onjuiste en onvolledige aangifte inkomstenbelasting heeft ingediend over de jaren 2007 en 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 18 maart 2008 </para>
      <para>tot en met 21 maart 2014 te Amsterdam en/of Apeldoorn, in elk geval in </para>
      <para>Nederland, </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </para>
      <para>(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als </para>
      <para>bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (of meer) </para>
      <para>(digitale) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen </para>
      <para>over het jaar/de jaren: </para>
    </parablock>
    <para>- 2007 ( vindplaats: DOC-020), en/of </para>
    <para>- 2013 ( vindplaats: DOC-087), </para>
    <parablock>
      <para>(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben </para>
      <para>doen/laten doen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) op/in het/de </para>
      <para>ingeleverde/ingediende (digitale) aangifte(n ) een onjuist bedrag aan </para>
      <para>belastbaar inkomen uit arbeid en/of aanmerkelijk belang opgegeven en/of </para>
      <para>doen/laten opgeven, </para>
      <para>terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting </para>
      <para>werd geheven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte is gestart naar aanleiding van restinformatie uit een rechtshulpverzoek in een ander strafrechtelijk onderzoek. Deze restinformatie heeft betrekking op transactiegegevens van de rechtspersonen [bedrijf] en de [bedrijf 2] Op de Luxemburgse bankrekening [rekeningnummer] van [bedrijf] kwamen transacties binnen met de omschrijving ‘dividend’, waarna korte tijd later vergelijkbare transactie uitgingen naar natuurlijke personen met de omschrijving ‘gift’. Het vermoeden is ontstaan dat er sprake is van financiële constructies die door [bedrijf] en/of de [bedrijf 2] werden aangeboden, waarbij de herkomst van de gelden telkens leek te worden verhuld. Uit deze informatie bleek tevens dat er op de bankrekening van [bedrijf] transacties binnen zijn gekomen van [Bedrijf 3] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft verzocht om vrijspraak van het ten laste gelegde feit. Daartoe is het volgende aangevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen opzet</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 en 2013 zelf ingediend. Hij heeft de van [bedrijf] in 2007 en van [Bedrijf 4] in 2013 ontvangen giften niet vermeld in de aangiften. Dit heeft hij gedaan op advies van zijn adviseurs, [adviseur van verdachte] , [adviseur van verdachte 2] en [adviseur van verdachte 3] . Hij had geen reden te twijfelen aan hun deskundigheid en mocht daarom vertrouwen op de juistheid van hun adviezen. Verdachte heeft aldus geen opzet gehad op het onjuist invullen van de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 en 2013. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen aanmerkelijk belang</emphasis>
        </para>
        <para>De verdenking van het onjuist doen van aangifte over het jaar 2007 ziet op dividenden die via [Bedrijf 3] . en [Bedrijf 5] . naar hem zouden zijn gevloeid. Verdachte had ten aanzien van deze vennootschappen geen aanmerkelijk belang. Hij had geen aandelen in deze vennootschappen, noch had hij andere rechten. Hij hoefde hiervan derhalve geen aangifte te doen, aldus de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Stukken van de [Bedrijf 6]</emphasis>
        </para>
        <para>De verdenking van het onjuist doen van aangifte over het jaar 2013 vloeit voort uit stukken die naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan Cyprus van de [Bedrijf 6] zijn verkregen. Uit DOC-020 en DOC-021 blijkt dat Cyprus enkel toestemming heeft gegeven de door haar via de Belastingdienst uitgewisselde informatie te gebruiken bij de strafrechtelijke vervolging van witwassen, dat niet ten laste gelegd is. Dat betekent dat de stukken van de [Bedrijf 6] en de overzichten die op basis van die stukken zijn opgesteld, uitgesloten dienen te worden van het bewijs.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De stukken van de [Bedrijf 6]</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat in het strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte geen rechtshulpverzoek aan Cyprus is gedaan. DOC-021 betreft een verzoek in een ander onderzoek. De stukken van de [Bedrijf 6] betreffen restinformatie uit dat andere onderzoek, ten aanzien waarvan de officier van justitie toestemming heeft gegeven deze in de strafzaak tegen verdachte te gebruiken. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadslieden en acht de stukken van de [Bedrijf 6] bruikbaar voor het bewijs.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt op grond van redengevende feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_d0da8e9c-c626-4851-b5bf-8ee1ec4ea59c" /> zijn vervat en waarop de bewezenverklaring steunt, tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">2007</emphasis>
        </para>
        <para>In de periode januari 2007 tot en met juni 2007 is een totaalbedrag van € 130.000,00 overgemaakt van de bankrekening van [Bedrijf 3] . (hierna: [Bedrijf 3] ) naar de bankrekening van [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ). De eerste overboeking werd omschreven als ‘dividend bij [Bedrijf 3] .’. De overgeboekte bedragen werden kort daarna contant opgenomen van de rekening van [bedrijf] . Bij de eerste contante opname werd de omschrijving ‘payment order for [verdachte] ’ meegegeven. De tweede opname werd omschreven als ‘gift’.<footnote-ref linkend="_af10e381-bf2e-43bf-b7f3-91fa517dda33" /> Daarnaast werd een bedrag van € 219.392,55 contant opgenomen vanaf de bankrekening van [Bedrijf 3] . Verdachte was <emphasis role="italic">ultimate beneficial owner </emphasis>en had in die hoedanigheid de beschikking over de Luxemburgse bankrekening van [Bedrijf 3] en had een volledige bevoegdheid voor de (financiële) bedrijfsvoering van [Bedrijf 3] .<footnote-ref linkend="_714334d1-0333-4390-b12e-5d4e80aa458b" /> In totaal is in 2007 door verdachte een bedrag van € 348.992,55 contant opgenomen.<footnote-ref linkend="_be5ae6e5-5bc0-495f-a306-a68c7803ad3f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">2013</emphasis>
        </para>
        <para>In 2018 is bij een doorzoeking bij de heer [adviseur van verdachte 2] een document aangetroffen waarin een opnieuw opgezette structuur ten behoeve van verdachte wordt beschreven (door betrokkenen intern de SBS7-structuur genoemd). Deze structuur houdt in dat de aandelen van de onderneming [Bedrijf 7] . worden overgedragen aan [Bedrijf 8] , dat verdachte minder dan 5% aandelen in de [Bedrijf 4] . ontvangt en dat verdachte bij [Bedrijf 4] . een <emphasis role="italic">Letter of Wishes</emphasis> kan indienen.<footnote-ref linkend="_76193b40-5d4a-4964-be07-c4248daa9347" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is met ingang van 26 juni 2007 directeur van [Bedrijf 8] . en [Bedrijf 9] . [Bedrijf 9] was aandeelhouder van [Bedrijf 8] .<footnote-ref linkend="_ee0aa6b8-39ee-4bce-9d0a-d34a332403bf" /></para>
        <para>Op 8 september 2013 heeft verdachte aan [Bedrijf 4] . verzocht om aan verdachte een gift van € 220.000,00 te verstrekken. Dit verzoek is gebaseerd op de eerder genoemde <emphasis role="italic">Letter of Wishes</emphasis> ten gunste van verdachte.<footnote-ref linkend="_32941c3e-371b-448e-8e41-aa155fe3a7f2" /> In het document <emphasis role="italic">Minutes of electronically held board meeting of [Bedrijf 4] </emphasis> van 12 september 2013 wordt dit verzoek genoemd en wordt vermeld dat het verzoek gehonoreerd kan worden, omdat er voldoende fondsen beschikbaar zijn uit dividend.<footnote-ref linkend="_f1b34ac0-10d4-4142-b0b8-748e6832ef3f" /></para>
        <para>
          [Bedrijf 8] heeft op 13 september € 220.000,00 aan de onderneming [Bedrijf 7] . overgemaakt met de omschrijving ‘dividend’.<footnote-ref linkend="_7f7efc23-4515-4c43-8fe3-171431988ca4" /> Verdachte was de <emphasis role="italic">ultimate beneficial owner </emphasis>van [Bedrijf 7] .<footnote-ref linkend="_cfb4ee94-a178-4f94-8c89-d8042f95a2d2" /></para>
        <para>Op 23 september 2013 is een bedrag van €  220.000,08 overgemaakt op een bankrekening van verdachte, met als omschrijving ‘gift distribution’. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aangiften inkomstenbelasting 2007 en 2013</emphasis>
        </para>
        <para>In de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 en 2013 heeft verdachte geen inkomen uit aanmerkelijk belang opgegeven.<footnote-ref linkend="_279c23e9-023c-4c69-bf4d-feed221e625d" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tussenconclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank concludeert op basis van de hiervoor uiteengezette feiten en omstandigheden dat verdachte heeft doen voorkomen dat hij in Nederland niet belastbare giften uit het buitenland (2007, de [Bedrijf 3] -structuur) respectievelijk dividenden uit aandelen die hij in box 3 bezat (2013, de SBS7-structuur) ontving, terwijl deze bedragen daadwerkelijk dividenden betroffen uit zijn ondernemingen, waarin hij een aanmerkelijk belang had. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 en 2013 onjuist en onvolledig heeft gedaan, waardoor telkens te weinig belasting is geheven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzet</emphasis>
        </para>
        <para>Tot slot staat de rechtbank voor de vraag of verdachte opzet heeft gehad op het onjuist en onvolledig doen van de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 en 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover verdachte een beroep heeft willen doen op rechtsdwaling neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte heeft aangevoerd dat hij mocht vertrouwen op de deskundigheid van de door hem ingeschakelde adviseurs.</para>
        <para>Bij de beoordeling van dit verweer betrekt de rechtbank het arrest van de Hoge Raad van 26 februari 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC0813). In dit arrest overweegt de Hoge Raad:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Voor het slagen van een beroep op dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezenverklaarde feit, is vereist dat aannemelijk is dat een verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. Daarvan kan sprake zijn indien de verdachte is afgegaan op het advies van een persoon of instantie aan wie of waaraan zodanig gezag valt toe te kennen dat de verdachte in redelijkheid op de deugdelijkheid van het advies mocht vertrouwen. Bij de beoordeling van een daartoe strekkend verweer kunnen verschillende aspecten van belang zijn, waaronder in een geval als het onderhavige:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de adviseur;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- de specifieke deskundigheid van de adviseur;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- de complexiteit van de materie waarover advies wordt ingewonnen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- de precieze inhoud van de adviezen.’</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij ten aanzien van de aangifte over 2007 gehandeld heeft op advies van [adviseur van verdachte] van het [Bedrijf 11] . De precieze inhoud van deze adviezen is echter niet duidelijk geworden en op geen enkele wijze met stukken onderbouwd. De rechtbank kan de inhoud van de adviezen daardoor niet toetsen, hetgeen betekent dat het beroep op rechtsdwaling niet kan slagen. </para>
        <para>Verdachte leidde de dividenden van [Bedrijf 3] . via Luxemburg weg en liet de dividenden vervolgens als gift weer aan zichzelf uitkeren. Het kan derhalve niet anders zijn, dan dat voor verdachte duidelijk was dat de giften (2007) resp. box 3 dividenden (2013)  die hij ontving, gemaskeerde uit eigen onderneming afkomstige dividenduitkeringen waren. Daarmee had hij opzet op het onjuist en onvolledig doen van aangifte voor de inkomstenbelasting. De hele structuur van vennootschappen diende geen enkel ander doel dan de werkelijke aard van de transacties aan het oog van de Belastingdienst te onttrekken. De rechtbank verwerpt het verweer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij <emphasis role="strike-through">op een of meerdere tijdstippen</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 18 maart 2008 </para>
        <para>tot en met 21 maart 2014 <emphasis role="strike-through">te Amsterdam en/of Apeldoorn, in elk geval</emphasis> in </para>
        <para>Nederland, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> bij de belastingwet voorziene aangifte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, als </para>
        <para>bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten<emphasis role="strike-through"> een (of meer) </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(</emphasis>digitale<emphasis role="strike-through">)</emphasis> aangifte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis> voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen </para>
        <para>over <emphasis role="strike-through">het jaar/</emphasis>de jaren: </para>
      </parablock>
      <para>- 2007  en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>- 2013 , </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(telkens) </emphasis>onjuist en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>onvolledig heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gedaan <emphasis role="strike-through">en/of heeft/hebben </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">doen/laten doen</emphasis>, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>immers heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> verdachte <emphasis role="strike-through">en/of zijn mededader(s)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">) op/</emphasis>in <emphasis role="strike-through">het/</emphasis>de </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">ingeleverde/</emphasis>ingediende <emphasis role="strike-through">(</emphasis>digitale<emphasis role="strike-through">)</emphasis> aangifte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through"> )</emphasis> een onjuist bedrag aan </para>
        <para>belastbaar inkomen uit <emphasis role="strike-through">arbeid en/of</emphasis> aanmerkelijk belang opgegeven <emphasis role="strike-through">opgegeven en/of </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">doen/laten opgeven</emphasis>, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>terwijl <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die feit<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> ertoe strekte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis> dat te weinig belasting </para>
        <para>werd geheven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 69 lid 2 van Algemene wet inzake rijksbelastingen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van drie jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft verzocht om geen gevangenisstraf aan verdachte op te leggen en in het uiterste geval te volstaan met een geldboete.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft tweemaal door hem ontvangen dividenden niet opgegeven bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting. Daardoor heeft hij minder inkomstenbelasting betaald dan hij verschuldigd was. Daarmee heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen en het beginsel van solidariteit waarop het belastingstelsel is gestoeld en waar de samenleving, in het kader van algemeen maatschappelijk belang en een behoorlijk functioneren van het financieel-economisch stelsel, op moet kunnen rekenen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 12 juli 2022 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de aard en de ernst van het gepleegde feit alsmede gelet op de omstandigheid dat de feiten reeds lange tijd geleden zijn gepleegd én verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, acht de rechtbank een geldboete een passende straf. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte en de hoogte van de fiscale boetes die plegen te worden opgelegd bij niet-strafrechtelijke afdoening.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 23, 24c en 57 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">een geldboete van € 150.000,00 (zegge: honderdvijftigduizend euro)</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">360 (driehonderdzestig) dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. J.W. Bollen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M. Melaard is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d0da8e9c-c626-4851-b5bf-8ee1ec4ea59c" label="1">
    <para> Indien hierna wordt verwezen naar documenten/dossierpagina’s, zijn dit documenten of (de doorgenummerde) pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Arnhem, genaamd [dossiernaam] , met onderzoeksnummer [cijfercombinatie] . Er wordt steeds verwezen naar documenten/bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal, tenzij hieronder anders wordt vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af10e381-bf2e-43bf-b7f3-91fa517dda33" label="2">
    <para> AMB-001, pagina 78, tweede en derde alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_714334d1-0333-4390-b12e-5d4e80aa458b" label="3">
    <para> AMB-002, pagina 84, tweede en vierde alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be5ae6e5-5bc0-495f-a306-a68c7803ad3f" label="4">
    <para> AMB-002, pagina 86.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76193b40-5d4a-4964-be07-c4248daa9347" label="5">
    <para> ZD-2, pagina 56, eerste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee0aa6b8-39ee-4bce-9d0a-d34a332403bf" label="6">
    <para> ZD-2, pagina 56, onderste alinea en pagina 57 tweede alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32941c3e-371b-448e-8e41-aa155fe3a7f2" label="7">
    <para> ZD-2, pagina 59, onderste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f1b34ac0-10d4-4142-b0b8-748e6832ef3f" label="8">
    <para> ZD-2, pagina 58, eerste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f7efc23-4515-4c43-8fe3-171431988ca4" label="9">
    <para> DOC-058, pagina 1022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cfb4ee94-a178-4f94-8c89-d8042f95a2d2" label="10">
    <para> ZD-2, pagina 57, derde alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_279c23e9-023c-4c69-bf4d-feed221e625d" label="11">
    <para> DOC-020 en DOC-087.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>