<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:3173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-07T12:14:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> 9643480 \ CV EXPL 22-221</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2022:1680" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2022:1680</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:3173">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:3173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-02T10:41:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:3173 Rechtbank Overijssel , 25-10-2022 /  9643480 \ CV EXPL 22-221</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:3173:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis in vrijwaringszaak. Eiseres in vrijwaring heeft onvoldoende onderbouwd dat zij gedaagde in vrijwaring kent en dat hij verantwoordelijk is voor de Whatsappfraude waarvoor zij in de hoofdzaak is veroordeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:3173:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OVERIJSSEL</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9643480 \ CV EXPL  22-221</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 25 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de vrijwaringszaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.H. Brouwer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N. Brands.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het tussenvonnis van 7 juni 2022; <?linebreak?>- de akte van [eiseres] ; <?linebreak?>- de antwoordakte van [gedaagde] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deze vrijwaringszaak is een vervolg op de hoofdzaak in verzet met zaaknummer 9494905 \ CV EXPL 21-4338. In die zaak is [eiseres] veroordeeld om een bedrag van € 4.102,05 aan de heer en mevrouw [X] te betalen vanwege Whatsappfraude. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de vrijwaringszaak heeft [eiseres] gevorderd om [gedaagde] te veroordelen voor alles waartoe [eiseres] in de hoofdzaak is veroordeeld, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten. [eiseres] heeft gesteld dat zij een relatie heeft gehad met [gedaagde] . [gedaagde] heeft haar ertoe bewogen een bankrekening te openen en de inloggegevens daarvan aan [gedaagde] te verstrekken. [gedaagde] heeft het Whatsappverkeer met [X] gevoerd en heeft zich het door [X] overgemaakte bedrag toegeëigend, aldus [eiseres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft betwist dat hij [eiseres] kent. Daarop is [eiseres] in het tussenvonnis van 7 juni 2022 door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om haar stellingen nader te onderbouwen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft vervolgens bij akte een e-mail aan haar hulpverleenster met daarbij een proces-verbaal van politie overgelegd. Volgens [eiseres] blijkt uit het proces-verbaal dat [eiseres] ten overstaan van de politie [gedaagde] heeft benoemd als degene die haar heeft bewogen om de bankrekening te openen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] hiermee onvoldoende heeft onderbouwd dat zij [gedaagde] kent, dat hij haar heeft bewogen om op zijn adres een bankrekening te openen en dat hij het geld dat [X] heeft overgemaakt, zich heeft toegeëigend. </para>
        <para>Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Uit het proces-verbaal blijkt dat [eiseres] is verhoord en een verklaring heeft afgelegd bij de politie naar aanleiding van de aangifte van de heer en mevrouw [X] van Whatsappfraude. [eiseres] heeft bij de politie verklaard dat ze [gedaagde] via iemand anders kende en dat hij haar via Snapchat heeft benaderd. Ze heeft een beschrijving van [gedaagde] gegeven en opgesomd wat ze van hem weet. [gedaagde] heeft haar gevraagd om op haar naam een nieuwe bankpas aan te vragen. Het geld heeft ze nooit gezien, aldus [eiseres] in haar verklaring.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat het proces-verbaal de stellingen van [eiseres] onvoldoende ondersteunt. Het proces-verbaal is weliswaar een verklaring die is opgemaakt door een verbalisant van politie, maar dat zegt niets over de waarheid van de verklaring van [eiseres] die daarin staat. Dat blijft een verklaring van [eiseres] . Er zijn geen stukken overgelegd die haar verklaring ondersteunen. Er zijn geen foto’s, berichten, belgeschiedenis of screenshots (bijvoorbeeld van het feit dat zij op social media zoals Snapchat een connectie met [gedaagde] heeft) overgelegd. Bovendien heeft [eiseres] , zoals [gedaagde] terecht heeft opgemerkt, tegenstrijdige stellingen ingenomen. Zij heeft enerzijds tegen de politie gezegd dat ze [gedaagde] via via kende. In deze procedure heeft [eiseres] verklaard dat zij een relatie met [gedaagde] heeft gehad. [eiseres] heeft ook verschillend verklaard over hoelang die relatie heeft geduurd. Al met al is de (nadere) toelichting van [eiseres] onvoldoende om haar stellingen te onderbouwen. De vordering van [eiseres] zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] krijgt in deze procedure ongelijk. Zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 622,50 (2,5 punt x tarief € 249,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De gevorderde nakosten worden begroot op € 124,00 (½ punt van het liquidatietarief met een maximum van € 124,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De wettelijke rente over de proces- en nakosten zal worden toegewezen zoals hierna is verwoord.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiseres] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis begroot op € 622,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de nakosten, begroot op € 124,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2022. (SB)</para>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>