<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-03T11:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/271072 / HA ZA 21-380</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:289">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-03T11:00:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:289 Rechtbank Overijssel , 31-01-2022 / C/08/271072 / HA ZA 21-380</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:289:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling tussenvonnis waarin eiser wordt toegelaten tot bewijslevering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:289:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: C/08/271072 / HA ZA 21-380 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROCES-VERBAAL </emphasis>van de mondelinge uitspraak van 31 januari 2022 in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H.G.G. Winnemuller  en mr. A.H.M. Noordam te ’s-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Hoekman te Enschede</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>- mr. R.F. van Aalst, rechter</para>
      <para>- mr. G.F.S. Sloet – van der Kolk, griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschenen:</para>
      <para>-  de heer [eiser] , bijgestaan door mr. H.G.G. Winnemuller en                        mr. A.H.M. Noordam,</para>
      <para>- De heer [gedaagde] , bijgestaan door mr. A. Hoekman, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat beide partijen zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank ter zitting mondeling tussenvonnis gewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank, voordat verder zal worden beslist:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Laat [eiser] toe feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit de rechtbank de conclusie kan trekken dat de volledige verkoopopbrengst van de woning aan [het adres] aan [eiser] toekomt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiser] , indien hij het bewijs wil leveren door overlegging van bewijsstukken, daartoe een akte kan nemen op de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 16 februari 2022</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiser] , indien hij het bewijs niet (uitsluitend) door overlegging van bewijsstukken wil leveren maar (tevens) door het horen van getuigen en/of door middel van een ander bewijsmiddel, op de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 16 februari 2022</emphasis> bedoelde akte aan de rechtbank dient te verzoeken en dat hij daarbij – in het geval van getuigenverhoor – de namen van de te horen getuigen en verhinderdata van deze getuigen en beide partijen voor de zes daarop volgende maanden moet opgeven, waarna dag en uur van getuigenverhoor zullen worden bepaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>bepaalt dat een eventueel getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. R.F. van Aalst in het gerechtsgebouw in Almelo, aan de Egbert Gorterstraat 5; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>bepaalt dat, indien er een getuigenverhoor zal plaatsvinden, [eiser] alle beschikbare bewijsstukken uiterlijk twee weken daarvoor aan de rechtbank en de wederpartij moet toesturen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben tot 2006 gezamenlijk twee tandartspraktijken uitgeoefend in twee panden te [plaats] en [plaats] . Daarna heeft [eiser] zijn tandartspraktijk uitsluitend in het pand in [plaats] uitgeoefend. Het pand was tot verkoop in 2021 gezamenlijk eigendom van partijen. De verkoopopbrengst is bij de notaris in depot gestort. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de volledige verkoopopbrengst aan hem toekomt, omdat partijen dat in 2006 hebben afgesproken. [gedaagde] betwist dit. Omdat [eiser] zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stelling dat genoemde afspraak is gemaakt, en die afspraak de grondslag van de vordering is, laat de rechtbank [eiser] toe bewijs te leveren als hier voor genoemd. [.]</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. R.F. van Aalst, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>