<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:2543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-08T15:29:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84-177206-21(P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:2543">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:2543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-08T15:28:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:2543 Rechtbank Overijssel , 08-09-2022 / 84-177206-21(P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:2543:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel spreekt een 64-jarige vrouw vrij van valsheid in geschrifte. Ten aanzien van de onder 1 en 2 genoemde argumenten is de rechtbank van oordeel dat uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de notulen op een andere datum dan 7 februari 2002 opgemaakt en/of ondertekend zijn of dat BVA nooit heeft plaatsgevonden. Daarbij merkt de rechtbank op dat de het in de notulen aan verdachte verstrekte (onbeperkte) mandaat wellicht civielrechtelijk gezien niet rechtsgeldig is, maar dat dit geen bewijs oplevert voor de valsheid van dit geschrift. Dit geldt ook voor het onder 3 genoemde argument. Het niet volgens de statuten handelen, is geen aspect waarmee de valsheid van de notulen kan worden vastgesteld. Nu niet bewezen is dat de notulen vals dan wel vervalst zijn, dient verdachte reeds hierom te worden vrijgesproken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:2543:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84-177206-21(P)</para>
      <para>Datum vonnis: 8 september 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1958 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie <?linebreak?>mr. A. Ruige en van wat door de raadsman mr. K. Karakaya, advocaat in Apeldoorn, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>: feitelijk leiding heeft gegeven aan [stichting] die op 10 november 2020 in Nederland samen met anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vals opgemaakte/ vervalste notulen van [bedrijf] B.V. door deze te per email te verstrekken aan het Gerechtshof in Arnhem;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>: samen met anderen op 10 november 2020 in Nederland samen met anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vals opgemaakte/ vervalste notulen van [bedrijf] B.V. door deze te per e-mail te verstrekken aan het Gerechtshof in Arnhem;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [stichting] op of omstreeks 10 november 2020 te Gorssel in de gemeente Lochem en/of in de gemeente Deventer, althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten notulen van de buitengewone vergadering van aandeelhouders gehouden op donderdag 7 februari 2002 van de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] B.V. statutair gevestigd te Haarlem (zie DOC-001, p. 033), als ware het echt en onvervalst,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op voornoemde notulen staat vermeld dat “ [medeverdachte] van de BVA het mandaat (algehele volmacht zonder beperkingen) verkrijgt om zelfstandig voor en namens [bedrijf] B.V. verplichtingen aan te gaan en hiervoor geen goedkeuring (mondeling en of schriftelijk) behoeft van de statutair directeur van [bedrijf] B.V. de heer [naam] ”,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl deze notulen zijn gedateerd en ondertekend op een andere datum dan waarop de notulen in werkelijkheid zijn opgemaakt en/of ondertekend, en/of terwijl de buitengewone vergadering van aandeelhouders waarop de notulen betrekking zouden hebben in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bestaande dat gebruikmaken hierin dat [stichting] , en/of haar mededader(s), voornoemde notulen per email heeft/hebben verstrekt aan (de griffier van) het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Locatie Arnhem, Afdeling Civiel recht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks terwijl, hij, verdachte al dan niet samen met één of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden verboden gedraging(en);</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 10 november 2020 te Gorssel in de gemeente Lochem, althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de notulen van de buitengewone vergadering van aandeelhouders gehouden op donderdag 7 februari 2002 van de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] B.V. statutair gevestigd te Haarlem (zie DOC-001, p.033), als ware het echt en onvervalst,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op voornoemde notulen staat vermeld dat “ [medeverdachte] van de BVA het mandaat (algehele volmacht zonder beperkingen) verkrijgt om zelfstandig voor en namens [bedrijf] B.V. verplichtingen aan te gaan en hiervoor geen goedkeuring (mondeling en of schriftelijk) behoeft van de statutair directeur van [bedrijf] B.V. de heer [naam] ”,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl deze notulen zijn gedateerd en ondertekend op een andere datum dan waarop de notulen in werkelijkheid zijn opgemaakt en/of ondertekend, en/of terwijl de buitengewone vergadering van aandeelhouders waarop de notulen betrekking zouden hebben in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bestaande dat gebruikmaken hierin dat [stichting] , en/of haar mededader(s), voornoemde notulen per email heeft/hebben verstrekt aan (de griffier van) het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Locatie Arnhem, Afdeling Civiel recht;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft – overeenkomstig een overgelegd schriftelijk requisitoir – gevorderd het primair ten laste gelegde bewezen te verklaren. </para>
        <para>Als bewijsmiddelen heeft zij onder meer verwezen naar:</para>
      </parablock>
      <para>- de notulen van de buitengewone vergadering van [bedrijf] B.V. van 7 februari 2002 (hierna: de BVA);</para>
      <para>- de door medebestuurder [medeverdachte] namens [stichting] aan het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verstuurde e-mail op 10 november 2020 en het daarvan op de hoogte zijn door verdachte;</para>
      <para>- de aangifte van curator mr. Schepel en </para>
      <para>- de verklaring van [medeverdachte] als getuige. </para>
      <para>Hieruit volgt volgens de officier van justitie dat de BVA nooit is gehouden en de notulen hiervan vals opgemaakt zijn. Deze notulen bevatten namelijk meerdere feitelijke onjuistheden, te weten een verkeerde benaming van de vennootschap en de aandeelhouder. Daarnaast is sprake van een onbevoegd gegeven volmacht buiten de aanwezigheid van de bestuurder van [bedrijf] B.V. ( [naam] ) om. Dit tezamen met het feit dat de volmacht enige logica ontbeert en het tijdstip van ‘terugvinden’ van de notulen erg ongeloofwaardig is, maakt volgens de officier van justitie dat [medeverdachte] samen met verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het door [stichting] gebruikmaken van valse notulen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft een integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij primair aangevoerd dat niet wettig en overtuigend is te bewijzen dat de notulen van 7 februari 2002 vals zijn opgemaakt (op een andere datum) en dat de buitengewone vergadering nooit heeft plaatsgevonden. Curator Schepel had een duidelijk belang bij de aangifte. Dit is ook te lezen op pagina’s 30 en 156 van het procesdossier.</para>
        <para>Daarnaast heeft verdachte geen enkele betrokkenheid gehad bij [bedrijf] B.V., de vergadering en bijbehorende notulen. Dit wordt ook door haar echtgenoot en medebestuurder [medeverdachte] bevestigd. Er is geen sprake van opzet en ook niet van medeplegen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde te kunnen komen, ziet de rechtbank zich allereerst voor de vraag geplaatst of vast te stellen is dat de in de tenlastelegging genoemde notulen van 7 februari 2002 vals zijn dan wel vervalst zijn. In de tenlastelegging wordt deze valsheid onderbouwd met een drietal elementen. Te weten:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de notulen zijn gedateerd en ondertekend op een andere datum dan waarop de notulen in werkelijkheid zijn opgemaakt en/of ondertekend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de BVA waarop de notulen betrekking hebben zouden, heeft in werkelijkheid nooit plaatsgevonden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>er mondeling en/of schriftelijk geen goedkeuring is geweest van de statutair directeur van [bedrijf] B.V. de heer [naam] .</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de onder 1 en 2 genoemde argumenten is de rechtbank van oordeel dat uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de notulen op een andere datum dan 7 februari 2002 opgemaakt en/of ondertekend zijn of dat BVA nooit heeft plaatsgevonden. Daarbij merkt de rechtbank op dat de het in de notulen aan verdachte verstrekte (onbeperkte) mandaat wellicht civielrechtelijk gezien niet rechtsgeldig is, maar dat dit geen bewijs oplevert voor de valsheid van dit geschrift. Dit geldt ook voor het onder 3 genoemde argument. Het niet volgens de statuten handelen, is geen aspect waarmee de valsheid van de notulen kan worden vastgesteld.</para>
        <para>Nu niet bewezen is dat de notulen vals dan wel vervalst zijn, dient verdachte reeds hierom te worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzet</emphasis>
        </para>
        <para>Daarenboven overweegt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Bij valsheid in geschrift is vereist dat er minst genomen sprake was van voorwaardelijk opzet op het valse karakter van het geschrift, met het oogmerk het geschrift als echt en onvervalst te gebruiken. In het licht van dat vereiste overweegt de rechtbank dat zij in het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting geen enkel aanknopingspunt daartoe aanwezig acht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het aan verdachte primair en subsidiair ten laste gelegde kan dan ook niet bewezen worden. De rechtbank zal verdachte daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>-	verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. ing. M.S. de Waard, voorzitter, mr. M.B. Werkhoven en mr. L. Kesteloo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mrs. Werkhoven en Kesteloo zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>