<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-31T14:49:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84.200924.21 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:250">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-31T14:47:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:250 Rechtbank Overijssel , 31-01-2022 / 84.200924.21 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:250:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 25-jarige man tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De man had samen met zijn broer professioneel vuurwerk in zijn bezit en probeerde dit te verkopen aan een politieagente.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:250:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige economische kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84.200924.21 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 31 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. van der Vliet en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A.R. Maarsingh, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, samen met een ander (opzettelijk): </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> professioneel vuurwerk (60 Cobra’s en 840 Tp2) heeft opgeslagen/voorhanden heeft gehad;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> professioneel vuurwerk (20 Cobra’s en 10 Tp2) aan een undercover agent ter beschikking heeft gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 8 december 2020 te Harderwijk, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,</para>
      <para>al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 60 stuks (zie p. 43 proces-verbaal), althans één of meer stuks, bangers (Cobra 6), en/of</para>
    <para>- 840 stuks (zie p. 48 proces-verbaal), althans één of meer stuks, bangers (Tp2),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 8 december 2020 te Ermelo, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,</para>
      <para>al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 20 stuks (zie p. 43 proces-verbaal), althans één of meer stuks, bangers (Cobra 6), en/of</para>
    <para>- 10 stuks (zie p. 48 proces-verbaal), althans één of meer stuks, bangers (Tp2),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ter beschikking heeft gesteld aan een ander, te weten een pseudokoper (P617) van de Politie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Namens de verdediging zijn geen bewijsverweren gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert dat de officier van justitie op 8 december 2020 een mondeling bevel tot pseudokoop heeft afgegeven. Lid 3 van artikel 126i van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat het bevel schriftelijk is en wat er in het bevel moet zijn vermeld. Ingevolge het vijfde lid, in samenhang gelezen met artikel 126g lid 6 Sv kan het bevel bij dringende noodzakelijkheid ook mondeling worden gegeven, maar dan moet het binnen drie dagen door de officier van justitie op schrift worden gesteld. Ter terechtzitting is een schriftelijke bevestiging van het mondelinge bevel pseudokoop overgelegd. Het mondelinge bevel dateert blijkens deze schriftelijke bevestiging van 8 december 2020.  De opstelling en ondertekening van de schriftelijke bevestiging dateren van 22 december 2020.</para>
        <para>Door de verdediging is op dit punt geen verweer gevoerd. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat het mondelinge bevel niet eerder op schrift kon worden gesteld doordat de verbalisanten, die in opdracht van de officier van justitie voor schriftelijke vastlegging zouden zorgen, daartoe niet in staat waren in verband met een Covid-19-besmetting. </para>
        <para>De rechtbank overweegt dienaangaande dat strikt genomen niet aan de vereisten van de artikelen 126i juncto 126g Sv is voldaan en dat dit een onherstelbaar vormverzuim oplevert in de zin van artikel 359a Sv. De rechtbank zal hieraan, gezien de omstandigheden zoals hiervoor weergegeven, geen consequenties verbinden, mede doordat niet is gebleken dat door de enigszins vertraagde opschriftstelling de belangen van de verdachte zijn geschaad.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_5ec8d0a5-f92e-44cb-b91a-181ff407f6f0" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feiten 1 en 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal pseudokoop van 8 december 2020 (pag. 30 t/m 32);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 15 februari 2021 (pag. 38 t/m 53);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het NFI rapport van 19 november 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal Gevaarzetting knalartikelen ingedeeld in categorie Pl van <?linebreak?>10 mei 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting op 20 januari 2022, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>
        </para>
        <para>hij op 8 december 2020 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met één ander, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:</para>
      </parablock>
      <para>- 60 stuks bangers (Cobra 6) en</para>
      <para>- 840 stuks bangers (Tp2),</para>
      <para>heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis>
        </para>
        <para>hij op 8 december 2020 te Ermelo, tezamen en in vereniging met één ander, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:</para>
      </parablock>
      <para>- 20 stuks bangers (Cobra 6) en</para>
      <para>- 10 stuks bangers (Tp2),</para>
      <para>ter beschikking heeft gesteld aan een ander, te weten een pseudokoper van de politie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit, juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feiten 1 en 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">telkens</emphasis> het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">het medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft zij een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden gevorderd, waarbij een proeftijd van drie jaar dient te gelden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om een lagere strafoplegging dan door de officier van justitie is geëist gelet op de relatief kleine rol van verdachte in het geheel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft samen met zijn broer professioneel vuurwerk voorhanden gehad. Daarnaast hebben zij professioneel vuurwerk ter beschikking gesteld aan een agent in burger, waarbij het hun intentie was dit vuurwerk te verkopen aan een particulier. Het is algemeen bekend dat het voorhanden hebben en het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk, ernstig gevaar voor de omgeving (mens en milieu) kan opleveren. Daarom is het voorhanden hebben en gebruik ervan alleen toegestaan aan personen met gespecialiseerde kennis. Verdachte heeft zich van deze risico’s onvoldoende rekenschap gegeven en de rechtbank rekent dit verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van 22 september 2021 blijkt dat verdachte geen relevante documentatie heeft.</para>
        <para>In de over verdachte opgemaakte reclasseringsrapportage van 6 januari 2022 komt naar voren dat de recidivekans als laag wordt ingeschat. Binnen het (hechte) gezin van verdachte is sprake van financiële problemen, hetgeen enig herhalingsgevaar in zich bergt. Verdachte kampt niet met zodanige problemen dat interventie van de reclassering noodzakelijk is. Er wordt dan ook geadviseerd <emphasis role="underline">geen</emphasis> bijzondere voorwaarden op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het passend en geboden om aan verdachte een taakstraf van 180 uur op te leggen, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, waarbij een proeftijd van drie jaren geldt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feiten 1 en 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">telkens</emphasis> het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">het medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">3 (drie) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende <emphasis role="bold">180 (honderdentachtig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van Berlo en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5ec8d0a5-f92e-44cb-b91a-181ff407f6f0" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2020579881. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>