<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:2068</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-13T10:01:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-963632-20 (LP) (P) ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:2068">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:2068</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-19T13:42:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:2068 Rechtbank Overijssel , 19-07-2022 / 08-963632-20 (LP) (P) ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:2068:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsbeslissing. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot terugbetalen van € 44.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:2068:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-963632-20 (LP) (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 19 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 44.000,00.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 5 juli 2022. </para>
      <para>Daarbij zijn gehoord de officier van justitie mr. drs. M.R.A. van IJzendoorn en mr. M.J.R. Roethof, advocaat te Arnhem, als uitdrukkelijk gemachtigd raadsvrouw van veroordeelde.</para>
      <para>Veroordeelde is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zijn vordering gehandhaafd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot afwijzing van de ontnemingsvordering.</para>
        <para>De raadsvrouw heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van getuigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling en de grondslag van de vordering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 19 juli 2022 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">-feit 1 </emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht is het te bewaren, opzettelijk schenden, meermalen gepleegd;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: een gift of belofte  aannemen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen , meermalen gepleegd;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-feit 3 </emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: computervredebreuk, meermalen gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor strafbare feiten. Dit betekent dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit de strafbare feiten die veroordeelde heeft begaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank als uitgangspunt datgene wat is opgenomen in het ontnemingsrapport van 3 september 2021 en in het vonnis van de rechtbank van 19 juli 2022 in de strafzaak tegen veroordeelde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het ontnemingsrapport wordt het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel gemotiveerd geschat op € 44.000,00. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op de door veroordeelde ontvangen geldbedragen voor 39 door hem gedane en aan anderen doorgeleide (persoons)bevragingen in de politiesystemen, waarbij is uitgegaan van een bedrag van € 500,00 per verstrekte persoonsbevraging, welk bedrag steun vindt in bestaande jurisprudentie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht een betaling van € 500,00 per verstrekte persoonsbevraging een redelijk uitgangspunt als minimum opbrengst voor het verstrekken van dergelijke informatie.  . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de berekening die in het ontnemingsrapport wordt gehanteerd voldoende onderbouwd en voldoende aannemelijk geworden. De rechtbank schat het voordeel dan ook op een bedrag van € 44.000,00 zoals in dit rapport berekend. </para>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 44.000,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht zich op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting voldoende voorgelicht en ziet geen noodzaak om de door de verdediging verzochte getuigen te horen. De rechtbank wijst het voorwaardelijk verzoek daarom af.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan voormeld bedrag moet worden gematigd en zal de veroordeelde daarom verplichten tot betaling van het bedrag van € 44.000,00 aan de Staat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 44.000,00; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 44.000,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op <emphasis role="bold">880 dagen</emphasis>.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. S.K. Huisman en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>19 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. Ten Boer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>