<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:1844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-27T14:21:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.298907.21 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:1844">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:1844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-27T14:17:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:1844 Rechtbank Overijssel , 27-06-2022 / 08.298907.21 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:1844:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 56-jarige man tot een taakstraf van 150 uur voor mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn buurvrouw. Tussen deze buren speelt al enige tijd een conflict over het voornemen van de buren, eigenaren van de supermarkt, om een schutting te plaatsen, waardoor een doorgang van de woning van de oom van de man naar de parkeerplaats van de supermarkt feitelijk wordt afgesloten. Op de dag dat de schutting daadwerkelijk werd geplaatst, escaleert dit. Naast de taakstraf moet de man ook een schadevergoeding betalen van in totaal ruim 1.000 euro.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zie ook:</para>
        <para>ECLI:NL:RBOVE:2022:1841</para>
        <para>ECLI:NL:RBOVE:2022:1846</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:1844:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.298907.21 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 27 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. G.J. Jansen en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. P.S. Wibbelink, advocaat in Borne, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair: </emphasis>heeft geprobeerd aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair:</emphasis> [slachtoffer] heeft mishandeld;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> [slachtoffer] van haar vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 17 september 2021 te Almelo</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>aan [slachtoffer]</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
      <para>zijn arm(en) en/of hand(en) in een zogenaamde nekklem om de keel/hals van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of gehouden en/of (gedurende enige tijd) druk heeft uitgeoefend op de keel/hals van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] in ademnood kwam,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 september 2021 te Almelo</para>
      <para>
        [slachtoffer]
      </para>
      <para>heeft mishandeld</para>
      <para>door zijn arm(en) en/of hand(en) in een zogenaamde nekklem om de keel/hals van die [slachtoffer] te leggen en/of te houden en/of (gedurende enige tijd) druk uit te oefenen op de keel/hals van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] in ademnood kwam;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 17 september 2021 te Almelo</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>
        [slachtoffer]
      </para>
      <para>wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden door</para>
    </parablock>
    <para>- zijn arm(en) en/of hand(en) in een zogenaamde nekklem om de keel/hals van die [slachtoffer] te leggen en/of te houden en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] op de grond te duwen/drukken en/of die [slachtoffer] daar vast te houden en/of</para>
    <para>- tiewraps te (laten) pakken en/of te proberen om de handen van die [slachtoffer] vast/samen te binden met die tiewraps.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">4. De bewijsmotivering </emphasis>
        <footnote-ref linkend="_7206c90e-d7e5-4796-bd63-86890883480f" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezenverklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit omdat sprake is geweest van een aanhouding bij ontdekking op heterdaad als bedoeld in artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), een zogenoemd ‘burgerarrest’, waarbij de tenlastegelegde gedragingen niet kunnen worden gekwalificeerd als strafbare feiten.</para>
        <para>Subsidiair heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit voor het onder 1 primair ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde kan worden bewezenverklaard, met dien verstande dat partiële vrijspraak moet volgen voor het onderdeel ‘(gedurende enige tijd) druk heeft uitgeoefend op de keel/hals van die [slachtoffer] waardoor die [slachtoffer] in ademnood kwam’.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vaststaande feiten </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken het volgende vast.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tussen [verdachte] , zijn broer [medeverdachte 1] en neef [medeverdachte 2] (hierna respectievelijk te noemen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) enerzijds en aangeefster [slachtoffer] en haar echtgenoot anderzijds bestond verschil van mening over het plaatsen van een schutting door laatstgenoemden, zoals uit hun verklaringen bij de politie blijkt. [slachtoffer] verklaarde daar ook dat bij plaatsing van de schutting op 17 september 2021 een bloempot van verdachte in de weg stond en dat verdachte desgevraagd herhaaldelijk weigerde om zijn bloempot, geplaatst op het terrein van aangeefster en haar echtgenoot, te verplaatsen. Aangeefster heeft toen zelf de bloempot verplaatst om de timmermannen in de gelegenheid te stellen voort te gaan met hun werkzaamheden aan de schutting. [verdachte] heeft vervolgens zijn arm om de keel/hals gelegd van aangeefster en haar zo enige tijd vastgehouden. Hij heeft daarna [slachtoffer] op de grond geduwd en haar op de grond vastgehouden. [verdachte] heeft gedurende deze handelingen [medeverdachte 2] verzocht tiewraps te halen, aan welk verzoek [medeverdachte 2] gehoor heeft gegeven. [verdachte] heeft geprobeerd om de handen van [slachtoffer] met de aangeleverde tiewraps vast te binden. Tijdens dit incident probeerden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] interventie van anderen te verhinderen door hen op afstand te houden en weg te duwen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bewijsoverwegingen van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van het proces-verbaal van verhoor van aangeefster van 19 september 2021 en op grond van de verklaring van verdachte ter zitting, dat hij de man is in de korte broek, stelt de rechtbank vast dat daar waar aangeefster [slachtoffer] in de aangifte spreekt over [verdachte] , zij [verdachte] bedoelt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">4.3.2.1 De wederrechtelijkheid</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Onder 1 wordt verdachte een (poging tot zware) mishandeling van [slachtoffer] verweten en onder 2 wordt verdachte verweten dat hij [slachtoffer] wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd dan wel beroofd heeft gehouden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Onder mishandeling als bedoeld in artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) moet worden verstaan het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het begrip mishandeling ligt dus de wederrechtelijkheid van de gedraging besloten. De wederrechtelijkheid is voorts een bestanddeel van artikel 282 Sr, tenlastegelegd onder 2.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit, omdat de wederrechtelijkheid aan de handelingen van verdachte is komen te ontvallen nu sprake is geweest van een aanhouding bij ontdekking op heterdaad. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank moet de vraag beantwoorden of het optreden van verdachte als zodanig beschouwd kan worden en overweegt hiertoe als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het juridisch kader</emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van artikel 53 Sv is een ieder bevoegd om tot aanhouding van een verdachte over te gaan, als sprake is van een ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit. De aangehouden verdachte dient dan onverwijld overgedragen te worden aan een opsporingsambtenaar. </para>
          <para>De vraag welke handelingen in het geval van een dergelijke ‘burgeraanhouding’ mogen worden verricht om de verdachte onder controle te krijgen en hem te kunnen overdragen aan een opsporingsambtenaar dient te worden beantwoord aan de hand van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Van de ene persoon mag in dit verband op grond van zijn hoedanigheid of bijzondere vaardigheden meer worden gevergd op het vlak van de proportionaliteit dan van een ander, waarbij de proportionaliteitseis ertoe strekt te beoordelen of het optreden niet in onredelijke verhouding staat tot het te bereiken doel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De overwegingen en de conclusie van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt vast dat [verdachte] het initiatief tot de worsteling met [slachtoffer] heeft genomen op het moment waarop [slachtoffer] zijn bloempot - die door [verdachte] op haar terrein was geplaatst - een halve meter had verplaatst. Dat deed zij, nadat de timmermannen herhaaldelijk vergeefs aan [verdachte] hadden gevraagd de pot te verwijderen, zodat zij verder konden met hun werkzaamheden. [verdachte] heeft naar eigen zeggen [slachtoffer] op dat moment vastgepakt omdat hij niet wilde dat [slachtoffer] aan zijn spullen zat. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij [slachtoffer] wilde aanhouden: een burgeraanhouding. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat voor [verdachte] op dat moment, op basis van de gegeven feiten en omstandigheden, geen redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit gepleegd door [slachtoffer] kon bestaan. Binnen de context van het geheel kan enkel worden vastgesteld dat [slachtoffer] een bloempot heeft verplaatst. De intentie van [slachtoffer] om de bloempot slechts te verplaatsen was op dat moment bij [verdachte] bekend. Dat partijen civielrechtelijk van mening verschillen over het plaatsen van deze schutting doet daar niet aan af. Gelet hierop is al niet voldaan aan het eerste vereiste voor een aanhouding op grond van artikel 53 Sv: er is geen sprake van een (redelijk vermoeden van schuld aan een) strafbaar feit, gepleegd door [slachtoffer] . Omdat er dus geen sprake was van een rechtmatige aanhouding, was het handelen van verdachte wederrechtelijk. </para>
          <para>De rechtbank verwerpt dit verweer van de verdediging.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zelfs als wel sprake zou zijn geweest van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, [verdachte] met zijn handelingen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit ver heeft overschreden, nog daargelaten het feit dat de intentie om [slachtoffer] onverwijld over te dragen aan een opsporingsambtenaar uit geen enkele gedraging van [verdachte] , [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] is af te leiden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">4.3.2.2 Feit 1 primair </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank volgt het verweer van de verdediging en is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] . </para>
          <para>Er is sprake geweest van een worsteling tussen verdachte en [slachtoffer] waarbij verdachte gedurende enige tijd zijn arm om de keel/hals van [slachtoffer] gedrukt heeft gehouden in een zogenoemde nekklem, ten gevolge waarvan [slachtoffer] op enig moment in ademnood is gekomen. Hoewel [slachtoffer] niet kon ontkomen aan de greep van verdachte heeft zij wel kans gezien zich te verzetten, om verdachte te bijten en om zich in de richting van het zicht van de daar aanwezige camera te bewegen. [slachtoffer] is niet buiten bewustzijn geweest. Daarnaast kan op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet worden vastgesteld hoe lang de nekklem van verdachte geduurd heeft en met hoeveel kracht en intensiteit deze handeling door verdachte is uitgevoerd. Andere handelingen worden verdachte in de tenlastelegging onder 1 niet verweten. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel is ontstaan door het handelen van verdachte. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair ten laste gelegde.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">4.3.2.3 Feit 1 subsidiair</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezenverklaard kan worden dat verdachte het ten laste gelegde feit onder 1 subsidiair heeft begaan.</para>
          <para>De verdediging heeft bepleit dat het onderdeel ‘om de keel’ en ‘en/of (gedurende enige tijd) druk heeft uitgeoefend op de keel/hals van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] in ademnood kwam’ niet kan worden bewezen. Dit standpunt wordt weerlegd op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">4.3.2.4 Feit 2</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is oordeel dat wettig en overtuigend bewezenverklaard kan worden dat verdachte het ten laste gelegde feit onder 2 heeft begaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. subsidiair</para>
      <para>hij op 17 september 2021 te Almelo [slachtoffer] heeft mishandeld door zijn arm in een zogenaamde nekklem om de keel/hals van die [slachtoffer] te leggen en te houden en gedurende enige tijd druk uit te oefenen op de keel/hals van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] in ademnood kwam;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>hij op 17 september 2021 te Almelo opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden door</para>
      </parablock>
      <para>- zijn arm in een zogenaamde nekklem om de keel/hals van die [slachtoffer] te leggen en te houden en</para>
      <para>- die [slachtoffer] op de grond te duwen/drukken en die [slachtoffer] daar vast te houden en</para>
      <para>- tiewraps te laten pakken en te proberen om de handen van die [slachtoffer] vast/samen te binden met die tiewraps.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 282 en 300 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: mishandeling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een taakstraf voor de duur van 200 uren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Ook heeft de officier van justitie oplegging gevorderd van een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van drie jaren, inhoudende een locatieverbod voor de supermarkt [supermarkt] en het aangrenzende parkeerterrein en een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] . De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid gevorderd van de vrijheidsbeperkende maatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft betoogd dat in geval van een veroordeling een taakstraf, al dan niet met een voorwaardelijke straf, afdoende is. Ook heeft de raadsvrouw betoogd dat een contact- en locatieverbod onwerkbaar is nu verdachte naast de supermarkt woont. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn buurvrouw. Tussen deze buren speelt al enige tijd een conflict over het voornemen van [slachtoffer] en haar man, eigenaren van de supermarkt, om een schutting te plaatsen, waardoor een doorgang van de woning van verdachte naar de parkeerplaats van de supermarkt feitelijk wordt afgesloten. Op de dag dat de schutting daadwerkelijk wordt geplaatst escaleert dit conflict, met de bewezenverklaarde feiten tot gevolg, zoals hiervoor beschreven. Verdachte heeft daardoor aan [slachtoffer] niet alleen pijn en letsel toegebracht, maar haar ook angst aangejaagd. [slachtoffer] heeft ter zitting van haar spreekrecht gebruik gemaakt en daarbij die gevolgen beschreven. </para>
        <para>Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de (lichamelijke) integriteit van het slachtoffer en dit rekent de rechtbank hem aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met de Justitiële Documentatie van verdachte. Uit een uittreksel van 26 april 2022 volgt dat verdachte niet eerder wegens geweldsdelicten met justitie in aanraking is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, alles afwegende, een taakstraf van 150 uren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft gezeten, passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de officier van justitie is oplegging gevorderd van een vrijheidsbeperkende maatregel. Naar het oordeel van de rechtbank is niet voldaan aan de wettelijke vereisten om tot oplegging daarvan over te gaan. De rechtbank zal daarom geen vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De schade van benadeelden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vorderingen van de benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van [slachtoffer]</emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Zij vordert verdachte te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding tot een totaalbedrag van € 3.857,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade, totaal € 857,90, bestaat uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <para>-	€ 137,20 eigen risico 2021</para>
      <para>-	€ 385,00 eigen risico 2022</para>
      <para>-	€   39,46 	medicatie</para>
      <para>-	€   44,83 kosten opvragen medische informatie</para>
      <para>-	€ 134,46 	reiskosten</para>
      <para>-	€ 116,95 	kleding</para>
      <para>Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 3.000,00 gevorderd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van [supermarkt]</emphasis>
        </para>
        <para> , vertegenwoordigd door [naam 1] , heeft zich eveneens als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Hij vordert verdachte te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding tot een totaalbedrag van € 5.063,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post ‘kosten vervangingsuren’.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie acht het materiële deel van de vordering van [slachtoffer] goed onderbouwd en toewijsbaar, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie aangevoerd dat vaststaat dat schade is geleden en heeft zich gerefereerd ten aanzien van de hoogte daarvan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de vordering van [supermarkt] niet-ontvankelijk is nu de vordering onvoldoende is onderbouwd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer] heeft de raadsvrouw betoogd dat de gevorderde immateriële schade moet worden gematigd tot een bedrag tussen de € 250,00 en € 400,00. Over de materiële schade heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de rekening van fysiotherapie impliceert dat de benadeelde mogelijk eerder klachten had, dat de toekomstig gevorderde schade niet voor toewijzing vatbaar is, dat onvoldoende is onderbouwd waarom slaapmedicatie een rechtstreeks gevolg is van het incident en dat uit de aangeleverde bon niet kan worden opgemaakt dat dit de bon is van de betreffende kapotte broek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft ten aanzien van de vordering van [supermarkt] aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Het echtpaar [naam 2] is franchisehouder van [supermarkt] . Zij zijn dus zelfstandig ondernemers en [slachtoffer] noemt zichzelf op Facebook directeur van [supermarkt] . Het is daarom aannemelijk dat zij een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten. De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat bewijs ontbreekt voor het geval [slachtoffer] in loondienst zou zijn en dat naar verwachting een ziekengeldverzekering dekking zou verlenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>8.4.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van [slachtoffer]</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer] . </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">- eigen risico 2021, medicatie, kosten opvragen medische informatie, reiskosten, kleding</emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde materiële kosten daarom toewijzen tot een bedrag van € 472,90, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">- eigen risico 2022</emphasis>
        </para>
        <parablock>
          <para>De onder de post ‘eigen risico 2022’ opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van [slachtoffer] om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal haar die gelegenheid niet bieden. </para>
          <para>De rechtbank zal [slachtoffer] daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">- immateriële schade</emphasis>
        </para>
        <para>De omvang van de gestelde immateriële schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Dat neemt niet weg dat wel is komen vast te staan dat [slachtoffer] schade heeft geleden. De rechtbank zal gebruik maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten. De rechtbank stelt de omvang van de schade naar redelijkheid vast op € 600,00. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van de immateriële schade voor dat deel toewijzen en voor het overige afwijzen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">- hoofdelijke aansprakelijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij [slachtoffer] voor het hele bedrag aansprakelijk is. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.4.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van [supermarkt]</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De vordering heeft betrekking op het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is niet komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan [supermarkt] . De rechtbank zal [supermarkt] daarom in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat [supermarkt] de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens [slachtoffer] naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 subsidiair en 2 is toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 20 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d, 36f, 48, Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair </emphasis>het misdrijf: mishandeling;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 </emphasis>het misdrijf: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">150 (honderdvijftig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">75 (vijfenzeventig) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de vordering van benadeelde partij [supermarkt]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij [supermarkt] (feit 1 subsidiair en 2) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij [supermarkt] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de vordering van benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot vergoeding van de materiële schade toe tot een bedrag van € 472,90;</para>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de materiële kosten; </para>
    <para>- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot vergoeding van de immateriële schade toe tot een bedrag van € 600,00;</para>
    <para>- wijst de vordering tot vergoeding van de immateriële schade voor het overige af;</para>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (feiten 1 subsidiair en 2) van een bedrag van € 1.072,90 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;</para>
    <para>- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat de verdachte ter zake van de bewezen verklaarde feiten verplicht is tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.072,90 (zegge: duizendtweeënzeventig euro en negentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 (twintig) dagen kan worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. E. Venekatte en </para>
      <para>mr. drs. K.A. Schönbeck, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockotter, griffier, en is </para>
      <para>in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Leeswijzer</emphasis>
      </para>
      <para>Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021445901. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <bridgehead role="italic">Het proces-verbaal van de terechtzitting van 13 juni 2022, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik heb op 17 september 2021 in Almelo van achter mijn arm om de nek gelegd van [slachtoffer] ter hoogte van haar keel. Ik heb mijn arm aangedrukt en ik heb vastgehouden in een soort klem. Ik heb [slachtoffer] weggedrukt. Wij kwamen op de grond. Ik heb toen met mijn hand haar linkerarm vastgepakt en half achter haar lichaam gebracht. Ik heb haar linkerpols gepakt en vastgehouden tegen de grond. Ik heb met mijn andere hand op haar borst gedrukt. Toen lag ik bovenop [slachtoffer] . Mijn doel was om haar te overmeesteren. Ik heb mijn neef gevraagd tiewraps te halen om de handen van [slachtoffer] samen te binden. De tiewraps wilde ik gebruiken om [slachtoffer] in bedwang te houden. Mijn roepnaam is [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 17 september 2021, zakelijk weergegeven en voor zover inhoudende, pagina 5 – 7:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meteen zei volgens mij [verdachte] (de rechtbank leest: verdachte [verdachte] ) dat ik de pot niet mocht verzetten. Ik was nog bij de bloempot toen hij (de rechtbank leest: verdachte [verdachte] ) mij aanviel en mij om de keel vloog. Hij deed daarbij een hele arm om mijn nek, zoals een nekklem gebezigd wordt. Omdat hij mij behoorlijk stevig bij mijn nek klemde, zag ik kans hem in zijn rechterarm bijten. Dat hielp niet en hij klemde mij nog vaster zodat ik bijna geen lucht meer kreeg. Dat bleef zo minutenlang doorgaan. Tijdens de nekklem boog hij voorover, waardoor we beiden ten val kwamen. Hij bleef klemmen. Ik bleef net zolang schreeuwen tot ik geen lucht meer kreeg en sterretjes zag. Ik kreeg echt geen adem meer. </para>
      <para>Ik hoorde [verdachte] (de rechtbank leest: verdachte [verdachte] ) aan een familielid met rood shirt, vermoedelijk neef en zoon van [medeverdachte 1] , of deze tiewraps wilde gaan halen. </para>
      <para>De jongen vertrok en kwam vervolgens terug om te vragen waar die tiewraps lagen want hij kon ze niet vinden. [verdachte] (de rechtbank leest: verdachte [verdachte] ) wees hem opnieuw de plek. Die neef is vervolgens vertrokken en kwam met tiewraps terug. Ik zag dat hij er twee aan elkaar maakte. Beiden waren zo cirkelvormig en [verdachte] (de rechtbank leest: verdachte [verdachte] ) kreeg deze zo om mijn handen. Het lukte [verdachte] (de rechtbank leest: verdachte [verdachte] ) om die tiewraps om mijn handen te doen echter ik verzette mij ertegen en kon de lus weer losmaken.</para>
      <para>Momenteel heb ik pijn aan mijn nek, mijn armen en mijn rechterknie. Mijn knie is beschadigd doordat hij bovenop mij viel. De man is behoorlijk zwaar. Mijn armen zijn door de worsteling beschadigd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7206c90e-d7e5-4796-bd63-86890883480f" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021445901. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>