<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2022:1119</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-25T15:21:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9079247 \ CV EXPL  21-1201</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:1119">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:1119</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-25T15:21:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:1119 Rechtbank Overijssel , 19-04-2022 / 9079247 \ CV EXPL  21-1201</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2022:1119:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis na getuigenverhoor. Vast komt te staan dat eiser gedaagde bij het sluiten van de overeenkomst niet heeft gewezen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Nu de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn geworden op de overeenkomst, wordt de (op die voorwaarden gebaseerde) vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2022:1119:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9079247 \ CV EXPL  21-1201 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 19 april 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TWENTY FOUR WEBVERTISING B.V.</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd te Leeuwarden,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen Twenty Four,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus (Flanderijn Gerechtsdeurwaarders)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, handelend onder de naam <emphasis role="bold">VITALOGICA</emphasis>,<?linebreak?>zaakdoende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.J. Dommerholt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 2 november 2021;</para>
      <para>- de akte met productie van 9 november 2021 van de zijde van Twenty Four;</para>
      <para>- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 25 maart 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 2 november 2021 heeft de kantonrechter overwogen dat tussen partijen een geschil bestaat over de vraag of [gedaagde] bij het telefonisch sluiten van de overeenkomst op 10 juli 2018 is gewezen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Twenty Four. Twenty Four is daarom opgedragen te bewijzen dat tijdens dat telefoongesprek tussen [A] van Twenty Four en [gedaagde] door [A] is medegedeeld dat Twenty Four algemene voorwaarden hanteert die gelijktijdig met de opdrachtbevestiging aan [gedaagde] zouden worden verzonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Twenty Four heeft [A] als getuige doen horen, die onder meer het volgende heeft verklaard:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik hanteer geen bel script voor mijn telefoongesprekken. Ik kan alles over de website vertellen en ga er blanco in. Tijdens het gesprek heb ik de gegevens van [gedaagde] doorgenomen en de gemaakte afspraken. De afspraak was dat hij twaalf maanden zou afnemen en dat hij negen maanden € 70,00 zou betalen. In dat kader heeft hij op de opdrachtbevestiging zijn bankrekeningnummer vermeld, zodat wij automatisch konden incasseren. Ik heb niet gesproken over de algemene voorwaarden tijdens het telefoongesprek met [gedaagde]. Ik heb ook niets gezegd over de verlenging van het contract zoals dat in de algemene voorwaarden staat. Ik heb wel gezegd dat hij de opdrachtbevestiging goed door moet nemen en dat daar alle informatie in is opgenomen die wij overeen zijn gekomen in het gesprek. Daarna moet hij het dan ondertekend terug sturen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter constateert dat Twenty Four met het horen van getuige [A] niet is geslaagd in het aan haar opgedragen bewijs dat [gedaagde] in het telefoongesprek van 10 juli 2018 is gewezen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Twenty Four. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [gedaagde] hier niet op is gewezen. Dit leidt tot de conclusie dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst niet is overeengekomen. Dat bij de opdrachtbevestiging per e-mail de algemene voorwaarden waren gevoegd en dat op de facturen naar de algemene voorwaarden wordt verwezen, doet daar naar het oordeel van de kantonrechter niets aan af. Dat is immers pas na het sluiten van de overeenkomst gebeurd. De stelling van Twenty Four dat met het akkoord gaan met de opdrachtbevestiging een nadere overeenkomst is gesloten, waarbij de algemene voorwaarden wel van toepassing zijn, slaagt naar het oordeel van de kantonrechter niet. De e-mail met de opdrachtbevestiging is in dit geval de uitwerking van de telefonisch gesloten overeenkomst. Uit de e-mail blijkt onvoldoende dat een nieuw (gewijzigd) aanbod wordt gedaan waarmee de inhoud van de telefonisch gesloten overeenkomst wordt gewijzigd. Er kan hier dan ook geen sprake zijn van een aanbod tot het sluiten van een nadere overeenkomst waarbij wel algemene voorwaarden van toepassing zijn, en dus evenmin van een aanvaarding daarvan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande geldt dat de verlenging van de overeenkomst, die Twenty Four heeft gebaseerd op artikel 10 lid 3 van de algemene voorwaarden, niet is overeengekomen. De overeenkomst is geëindigd na de termijn van één jaar (zoals mondeling overeengekomen). De stelling van Twenty Four dat de overeenkomst moet worden opgezegd, is immers ook gebaseerd op de algemene voorwaarden. Twenty Four heeft dan ook geen grond om voor een tweede jaar betaling te vorderen. De vordering van Twenty Four zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Twenty Four wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten. Deze worden tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 372,00 aan salaris gemachtigde (3 punten x liquidatietarief van € 124,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De nakosten, waarvan [gedaagde] betaling heeft gevorderd, worden begroot op € 62,00 (½ punt van het liquidatietarief met een maximum van € 124,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De wettelijke rente over de proceskosten en nakosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Twenty Four in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], tot op heden begroot op € 372,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt Twenty Four in de nakosten, begroot op € 62,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2022. (SB)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>