<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:4968</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-14T11:01:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9309807 \ CV EXPL  21-2631</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4968">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4968</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T10:37:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:4968 Rechtbank Overijssel , 28-12-2021 / 9309807 \ CV EXPL  21-2631</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4968:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekzaak. Ambtshalve toetsing. Na tussenvonnis. De eisende partij diende zich uit te laten over: artikel 6:230l BW, de kredietwaardigheid, de kosten papieren factuur en de grondslag schadevergoeding. De gematigde vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4968:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Enschede</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9309807 \ CV EXPL  21-2631 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">T-MOBILE NETHERLANDS B.V.</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen T-Mobile,</para>
      <para>gemachtigde: Van Es gerechtsdeurwaarders &amp; incasseerders Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">HUMANITAS FINANCIELE HULPVERLENING</emphasis>,<?linebreak?>in de hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [betrokkene] , </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Purmerend, </para>
      <para>als formele procespartij in de plaats van: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren [1977] , wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen Humanitas,</para>
      <para>vertegenwoordigd door Marlinda Troost.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 2 november 2021</para>
      <para>- de akte na tussenvonnis van T-Mobile.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis is T-Mobile in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de volgende vragen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>heeft T-Mobile voldaan aan de verplichtingen van artikel 6:230l BW?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Moet de kredietwaardigheid van [betrokkene] worden getoetst of is er sprake van een “zacht krediet”, waarbij een kredietwaardigheidstoets achterwege kan blijven?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Waarom worden er kosten voor een papieren factuur in rekening gebracht?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Waar is de gevorderde schadevergoeding op gebaseerd?</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>T-Mobile heeft bij akte zich uitgelaten over deze vragen. T-Mobile heeft gesteld dat een medewerker bij het sluiten van een overeenkomst in de winkel de mogelijke contractvormen bespreekt en vervolgens de conceptovereenkomst ter plaatse opmaakt. De conceptovereenkomst kon ter plaatse door [betrokkene] worden doorgelezen. Alle in de overeenkomst opgenomen informatie is getoond aan [betrokkene] voor het sluiten van de overeenkomst, aldus T-Mobile. T-Mobile heeft verder gesteld dat er sprake is van een zacht krediet, omdat er geen kosten zijn berekend voor het krediet. Vervolgens heeft T-Mobile gesteld dat artikel 6:277 BW de grondslag vormt voor de gevorderde schadevergoeding en dat zij deze schadevergoeding heeft berekend aan de hand van het rapport Ambtshalve toetsing II/III. Tot slot heeft T-Mobile haar vordering verminderd met de kosten voor de papieren factuur voor een totaalbedrag van € 15,20.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat T-Mobile voldoende heeft gesteld dat zij heeft voldaan aan haar wettelijke informatieplichten (artikel 6:230l BW). Verder volgt de kantonrechter T-Mobile in haar stellingen dat er sprake is van aan zacht krediet, zodat een kredietwaardigheidstoets achterwege kan blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de hoofdsom overweegt de kantonrechter als volgt. Naast de door T-Mobile doorgevoerde vermindering van eis, zal tevens een bedrag van € 15,20 aan kosten papieren factuur voor de factuur voor de maand juli in mindering worden gebracht.</para>
        <para>Derhalve is een hoofdsom van € 883,21 toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente van € 23,68 zal worden afgewezen, nu deze is berekend over een te hoge hoofdsom, T-Mobile niet een renteberekening heeft overgelegd en het niet aan de kantonrechter is om een renteberekening te maken. De verdere wettelijke rente zal worden toegewezen over de kale hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. De buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 zullen wel worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Humanitas zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van T-Mobile worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding                 €		       89,44</para>
      <para>- griffierecht	€	507,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ <emphasis role="underline">	124,00</emphasis>	(1 punt x tarief € 124,00)</para>
      <para>Totaal	€	720,44.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Humanitas, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [betrokkene] , om aan T-Mobile tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 923,21, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 883,21 vanaf 3 juni 2021 tot de dag van betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Humanitas, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [betrokkene] , tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van T-Mobile tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 720,44; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2021. (SK)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>