<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:4856</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-27T12:17:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/260235 / HA ZA 21/15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2021:4855" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2021:4855</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4856">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4856</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-27T12:15:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:4856 Rechtbank Overijssel , 15-12-2021 / C/08/260235 / HA ZA 21/15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4856:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Toestaan tussentijds hoger beroep.</para>
        <para>Vervolg op het tussenvonnis van 10 november 2021 waarin deels een einduitspraak is gedaan, namelijk tegen één van de gedaagden waarbij eisers jegens deze gedaagde niet-ontvankelijk zijn verklaard, en deels bindende eindbeslissingen zijn genomen. Eisers hebben gevraagd hoger beroep toe te staan (ook) voor dat deel dat nog geen einduitspraak is. Dat verzoek is toegewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4856:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: C/08/260235 / HA ZA 21/15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 15 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Jobaro Investment B.V. </title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te ’s-Hertogenbosch,</para>
      <para>hierna te noemen: Jobaro,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">Katalysator-Management B.V</emphasis>.</para>
      <para>gevestigd te Ugchelen</para>
      <para>hierna te noemen: Katalysator,</para>
      <para>eiseressen</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: Jobaro c.s. </para>
      <para>advocaat: mr. C.P.B. Kroep en mr. A.W. Tieman te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Coöperatieve Rabobank U.A. </title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam, </para>
      <para>gedaagde sub 1,</para>
      <para>hierna te noemen: Rabobank,</para>
      <para>advocaat mr. W. Mollema te Leeuwarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. 	de heer mr. <emphasis role="bold">H. Aarnink</emphasis>, handelend in de hoedanigheid van curator in het faillissement van <emphasis role="bold">Cordonnier B.V</emphasis>. </para>
      <para>laatstelijk ingeschreven te Enschede,</para>
      <para>gedaagde sub 2, </para>
      <para>hierna te noemen: de curator,</para>
      <para>advocaat: mr. R.A. Shenouda te Enschede. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 10 november 2021 en hetgeen daarin is opgenomen over het procesverloop, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verzoek van Jobaro c.s. d.d. 22 november 2021 om tussentijds hoger beroep te mogen instellen van het tussenvonnis,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de reactie van de curator d.d. 23 november 2021.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De overwegingen van de rechtbank </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Jobaro c.s. heeft gevraagd om tussentijds hoger beroep toe te staan. In het tussenvonnis van 10 november 2021 is ten aanzien van de procedure tegen Rabobank een eindbeslissing genomen. Ten aanzien van de procedure tegen de curator zijn tussenbeslissingen genomen. Jobaro c.s. gaat in beroep tegen de eindbeslissing ten aanzien van Rabobank, maar wil ook grieven richten tegen de tussenbeslissingen ten aanzien de procedure tegen de curator, en daarvoor heeft zij toestemming ex artikel 337, lid 2, Rv gevraagd. </para>
        <para>De curator heeft bezwaar gemaakt tegen het verzoek. Hij stelt onder meer dat de procedure bij de rechtbank hierdoor onnodig wordt vertraagd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek om tussentijds hoger beroep toe te staan, toewijzen. Indien er alsnog vorderingen tegen de Rabobank behandeld zullen moeten worden, kan dat invloed hebben op de rest van de zaak. Daarnaast is ook de beantwoording van de (eerste) principiële vraag in de procedure jegens de curator, namelijk of de curator tegenspraak kan doen tegen een rangregeling, beslissend voor het vervolg van de procedure. Nu Jobaro c.s. toch in beroep wil gaan tegen de eindbeslissing met betrekking tot Rabobank, is het efficiënt om ook haar bezwaren tegen de tussenbeslissingen met betrekking tot de procedure tegen de curator aan het Hof voor te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Deze zaak zal bij de rechtbank op de parkeerrol worden geplaatst. De meest gerede partij, dat is in dit geval Jobaro c.s., wordt opgedragen het (eind)arrest van het Hof te zijner tijd in het geding te brengen zodat de procedure bij de rechtbank kan worden hervat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Elke verdere beslissing zal worden aangehouden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Staat Jobaro c.s. toe om tussentijds hoger beroep in te stellen van het tussenvonnis van deze rechtbank van 10 november 2021,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de parkeerrol en bepaalt dat Jobaro c.s. het eindvonnis van het Hof in dit tussentijds hoger beroep te zijner tijd in het geding dient te brengen, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bottenberg – van Ommeren, mr. A.H. Margadant en  mr. J.M. Marsman, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>