<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:4636</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-10T11:23:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/266338 / HA ZA 21-226</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2021-0361</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2022-0003</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4636">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4636</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T12:47:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:4636 Rechtbank Overijssel , 08-12-2021 / C/08/266338 / HA ZA 21-226</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4636:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>curator q.q. vordert (verkort weergegeven) dat de rechtbank zijn vordering in het faillissement  erkent tot een bedrag van € 475.029,08.</para>
        <para>Bestuurdersaansprakelijkheid.</para>
        <para>De rechtbank erkent de vordering die [curator] q.q. in het faillissement heeft ingediend.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4636:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="134f5350-9d0f-4c8b-aa9e-5e2e8e037c76" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="14d8fd22-197a-4861-865c-1f50a1408d34" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/266338 / HA ZA 21-226</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 8 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam curator]
        </emphasis>, in hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] ,</para>
      <para>wonend in [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser tot verificatie,</para>
      <para>hierna genoemd: “<emphasis role="bold">[curator] q.q.</emphasis>”,</para>
      <para>advocaat: mr. D. Koerselman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats 2] ,</para>
      <para>verweerder tot verificatie,</para>
      <para>hierna genoemd: “<emphasis role="bold">[verweerder]</emphasis>”, </para>
      <para>advocaat: mr. K. Horstman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 18 augustus 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de “Akte overlegging producties” van [curator] q.q. met roldatum van 1 november 2021, ter griffie ontvangen op 18 oktober 2021, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 1 november 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van [curator] q.q. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 19 november 2019 is de heer [C] (hierna: “ [C] ”) in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van mr. [B] tot curator. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 6 mei 2020 is de besloten vennootschap [A] (hierna: “ [A] ”) in staat van faillissement verklaard, eveneens met aanstelling van mr. [B] tot curator. [C] is de enige bestuurder van [A] </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 2 december 2020 heeft de rechtbank mr. [B] op diens verzoek als curator in het faillissement van [A] ontslagen. [curator] q.q. is daarbij als vervangend curator aangesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [curator] q.q. heeft [C] in privé aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort in het faillissement van [A] wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. [curator] q.q. heeft een vordering ter hoogte van het boedeltekort ter verificatie ingediend</para>
        <para>in het faillissement van [C] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het faillissement van [C] heeft een verificatievergadering plaatsgevonden op 19 april en 17 mei 2021. Daarbij heeft mr. [B] de door [curator] q.q. ingediende vordering als concurrente schuld erkend tot een bedrag van € 475.029,08, waaronder een bedrag van € 22.854,12 aan faillissementskosten (exclusief btw). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft in het faillissement van [C] een vordering ter hoogte van € 1.120,00 ter verificatie ingediend, welke vordering tijdens de verificatievergadering (uiteindelijk) als concurrente schuld is erkend. [verweerder] heeft de door [curator] q.q. ingediende vordering tijdens de verificatievergadering betwist. Vanwege deze betwisting heeft de rechter-commissaris partijen verwezen naar deze renvooiprocedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [curator] q.q. vordert (verkort weergegeven) dat de rechtbank zijn vordering in het faillissement van [C] erkent tot een bedrag van € 475.029,08. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [curator] q.q. legt daaraan onder meer het volgende ten grondslag: [C] is op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur aansprakelijk voor het boedeltekort in het faillissement van [A] . Er is namelijk geen administratie van de vennootschap beschikbaar en de jaarrekening over 2018 is niet gedeponeerd. Hierdoor staat vast dat [C] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. [verweerder] heeft dat vermoeden niet ontzenuwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [verweerder] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna nader ingegaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">De bestuurdersaansprakelijkheid van [C]</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [curator] q.q. stelt dat [C] niet aan zijn administratie- en bewaarplicht uit artikel 2:10 BW heeft voldaan. [verweerder] voert daartegen aan (in navolging van hetgeen [C] zelf buitengerechtelijk heeft betoogd) dat [C] wel degelijk een deugdelijke administratie heeft gevoerd en dat [C] deze zorgvuldig heeft bewaard in zijn toenmalige woning. De administratie is volgens [verweerder] echter buiten schuld van [C] verloren gegaan. [verweerder] betoogt daartoe onder andere: dat de politie de woning op 10 juli 2019 is binnengetreden om deze te doorzoeken, waarbij onder meer de sloten van de toegangsdeuren fors zijn beschadigd; dat [C] (en diens echtgenote) daarbij zijn aangehouden en in voorlopige hechtenis zijn gesteld; dat de politie de woning onbeheerd heeft achtergelaten zonder die behoorlijk af te sluiten; en dat vervolgens onbevoegde derden de woning hebben leeggehaald tijdens de detentie van [C] , waarbij de volledige administratie is weggenomen. </para>
        <para>De rechtbank passeert het verweer van [verweerder] . In het licht van het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van de doorzoeking van de woning, waarin nadrukkelijk is vermeld dat geen schade aan de woning is toegebracht en dat deze in afgesloten staat is achtergelaten, heeft [verweerder] namelijk onvoldoende onderbouwd dat de woning vanwege het politieoptreden daadwerkelijk voor derden toegankelijk was. De enkele blote stelling van [verweerder] dat het proces-verbaal niet klopt, volstaat niet. Nu de rechtbank voorbij gaat aan het betoog van [verweerder] dat de afwezigheid van administratie te wijten is aan overmacht, staat vast dat [C] niet heeft voldaan aan zijn administratie- en bewaarplicht. Daaruit volgt op grond van artikel 2:248 lid 2 BW dat [C] zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en dat wordt vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van [A] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verder heeft [verweerder] niet bestreden dat [C] niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit artikel 2:394 BW met betrekking tot de jaarrekening. Ook op die grond staat derhalve vast dat [C] zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [verweerder] bepleit dat geen enkel verband bestaat tussen de schending door [C] van zijn bovengenoemde bestuurdersverplichtingen en het faillissement van [A] . Volgens [verweerder] is de werkelijke faillissementsoorzaak gelegen in hoge schulden in het faillissement van [C] in privé. De rechtbank volgt echter zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet hoe het bestaan van (hoge) schulden in het faillissement van [C] , geleid kan hebben tot het faillissement van [A] . Het vermogen van [A] is immers afgescheiden van het privévermogen van [C] , en [A] is in beginsel niet voor privéschulden van [C] aansprakelijk. Bovendien is het bestaan van schulden in directe zin altijd, als noodzakelijke voorwaarde, de aanleiding voor een faillietverklaring (zie artikel 1 Fw). De stelling van [verweerder] dat het faillissement is veroorzaakt door het bestaan van hoge schulden, is dus op zichzelf nietszeggend. Bepalend is door welke oorzaak of oorzaken [A] is opgehouden haar schulden te betalen, maar daarover heeft [verweerder] geen concrete stellingen ingenomen. Hetgeen [verweerder] heeft aangedragen is derhalve onvoldoende om het vermoeden te ontzenuwen dat de onbehoorlijke taakvervulling door [C] een belangrijke oorzaak is van het faillissement.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat (tussen [curator] q.q. en [verweerder] ) is komen vast te staan dat [C] op grond van artikel 2:248 lid 1 BW aansprakelijk is voor het boedeltekort in het faillissement van [A] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De hoogte van het boedeltekort</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [curator] q.q. heeft bij zijn conclusie van eis ter specificatie van het gevorderde boedeltekort een overzicht ingebracht van de vorderingen die de schuldeisers in het faillissement van [A] hebben ingediend, en een overzicht van de faillissementskosten bestaande uit de uren die besteed zijn aan de afwikkeling van het faillissement. [verweerder] betwist de hoogte van het boedeltekort in het faillissement van [A] , waaronder ook de faillissementskosten. [verweerder] heeft daartoe bij antwoordconclusie aangevoerd dat [curator] q.q. heeft nagelaten om de onderliggende bewijsstukken te verstrekken voor de bij hem ingediende vorderingen. De rechtbank gaat daaraan voorbij. [curator] q.q. heeft bij nadere akte namelijk bewijsstukken voor de bij hem ingediende vorderingen ingebracht, waarop [verweerder] niet is ingegaan. [verweerder] heeft met name niet bestreden dat dat de bij [curator] q.q. ingediende vorderingen door deze bewijsstukken genoegzaam zijn onderbouwd. Bovendien heeft mr. [B] de vordering die [curator] q.q. heeft ingediend erkend tot een bedrag van € 475.029,08, waaronder een bedrag van </para>
        <para>€ 22.854,12 aan faillissementskosten (exclusief btw).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Onderdeel van het door [curator] q.q. gestelde boedeltekort in het faillissement van [A] , is een door de stichting Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg (hierna: “het Pensioenfonds”) ingediende vordering van € 178.226,98. [A] en [C] zijn hoofdelijk tot betaling van dit bedrag veroordeeld in twee gerechtelijke procedures. [verweerder] voert als verweer aan dat deze vordering buiten beschouwing moet worden gelaten bij de berekening van het boedeltekort in het faillissement van [A] , omdat dezelfde vordering reeds is erkend in het faillissement van [C] in privé. De rechtbank volgt het verweer van [verweerder] niet. Uit het bepaalde in artikel 136 Fw volgt, zo heeft [curator] q.q. terecht aangevoerd, dat nu [C] en [A] als hoofdelijke schuldenaren in staat van faillissement verkeren, het Pensioenfonds in beide faillissementen kan opkomen voor het gehele bedrag totdat zijn vordering volledig is voldaan. Dit leidt er, anders dan [verweerder] suggereert, niet toe dat [C] twee keer aan dezelfde schuld moet voldoen. Immers, wanneer de schuld aan het Pensioenfonds geheel wordt betaald door [C] , zal [A] voor die schuld gekweten zijn en vermindert het boedeltekort waarvoor [C] aansprakelijk is. Daarin brengt de gevraagde erkenning van die schuld als onderdeel van het boedeltekort geen verandering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Voor het overige heeft [verweerder] zijn betwisting van de hoogte van het boedeltekort niet van enige motivering voorzien. De rechtbank gaat daaraan dan ook als onvoldoende onderbouwd voorbij. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De vordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande zal de rechtbank, zoals gevorderd, de vordering die [curator] q.q. in het faillissement van [C] heeft ingediend tot een bedrag van € 475.029,08 erkennen. Aangezien de erkenning declaratoir is kan deze beslissing, anders dan gevorderd, niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [curator] q.q. worden begroot op: </para>
      <para>- griffierecht		309,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	6.428,00</emphasis> (2 punten, tarief VII)</para>
      <para>Totaal	€ 	6.737,00</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>erkent de vordering die [curator] q.q. in het faillissement van [C] heeft ingediend tot een bedrag van € 475.029,08, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de zijde van [curator] q.q. begroot op € 6.737,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2021. (HJB)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>