<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:4212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-27T13:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9123173 \ CV EXPL  21-1541</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2022:220" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2022:220</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:4212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-11T12:38:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:4212 Rechtbank Overijssel , 26-10-2021 / 9123173 \ CV EXPL  21-1541</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen hebben in hun aktes na het tussenvonnis weer gediscussieerd over het bestaan van een betalingsregeling. De kantonrechter komt daarom terug op de eerdere bindende eindbeslissing, die inhield dat geen betalingsregeling was overeengekomen. Dat wordt nu wel aangetoond door middel van producties, maar partijen mogen daar eerst op reageren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:4212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9123173 \ CV EXPL  21-1541 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 oktober 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J. Bijl,</para>
      <para>toevoegingsnummer: 2GE3219</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Yaprak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 17 augustus 2021;</para>
      <para>- de akte van de zijde van [eiseres] ;</para>
      <para>- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Inleiding</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 17 augustus 2021 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [gedaagde] haar stelling dat een betalingsregeling is overeengekomen, onvoldoende heeft onderbouwd. Daarnaast heeft de kantonrechter overwogen dat [gedaagde] bij conclusie van dupliek producties heeft overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat [gedaagde] het geld mocht terugbetalen ‘wanneer zij daartoe in staat zou zijn’, zoals bedoeld in artikel 7:129f BW. [eiseres] is daarom in de gelegenheid gesteld om te reageren op de whatsappcorrespondentie die [gedaagde] bij conclusie van dupliek heeft overgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In haar akte na het tussenvonnis heeft [eiseres] herhaald dat geen betalingsregeling is overeengekomen en dat niet is afgesproken dat [gedaagde] het geld mocht terugbetalen wanneer zij daartoe in staat was. De termijn van zes weken als bedoeld in artikel 7:129e BW is verstreken, dus de geldsom is volgens [eiseres] opeisbaar. Ook heeft [eiseres] haar eis gewijzigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gewijzigde eis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] luidt nu als volgt. Primair vordert [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 610,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2021. [eiseres] vordert subsidiair dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de geleende geldsom opeisbaar is geworden op 19 maart 2021, althans op de dag van dagvaarding. Zowel primair als subsidiair vordert [eiseres] betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Terugkomen op een bindende eindbeslissing?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] herhaalt in haar antwoordakte dat wel sprake is van een betalingsregeling. Zij overlegt daartoe nog niet eerder overlegde e-mailcorrespondentie. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 17 augustus 2021 echter al een eindbeslissing gegeven over de betalingsregeling, inhoudende dat [gedaagde] haar standpunt dat partijen in latere instantie een betalingsregeling zijn overeengekomen onvoldoende heeft onderbouwd, en dat haar beroep op een overeengekomen afbetalingsregeling niet kan slagen. Daarop kan de kantonrechter niet zomaar terugkomen. Voor zo’n bindende eindbeslissing geldt namelijk de regel dat daarop enkel kan worden teruggekomen in bijzondere, door de rechter nauwkeurig aan te geven omstandigheden. De eisen van een goede procesorde brengen immers mee dat de rechter, aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen.<footnote-ref linkend="_216dacf4-a94a-4b2e-8a03-90c0faba6675" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betalingsregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Hoewel de verwijzing in het tussenvonnis van de zaak naar de rol ertoe strekte [eiseres] de gelegenheid te geven om te reageren op de producties van [gedaagde] (op grond waarvan [gedaagde] stelde dat zij de lening mocht terugbetalen wanneer zij daartoe in staat was), hebben beide partijen opnieuw gedebatteerd over het bestaan van een betalingsregeling. [gedaagde] heeft daarbij het bestaan van een betalingsregeling nader onderbouwd aan de hand van de volgende twee e-mails. </para>
        <para>Een e-mail van 13 augustus 2019, waarin [eiseres] aan [gedaagde] mailt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) </para>
        <para>Wij spraken af dat jij deze leningen in maandelijkse termijnen van € 15,00 zou terugbetalen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Helaas kom jij deze afspraak niet na. (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast een e-mail van 26 oktober 2020, waarin [eiseres] onder meer mailt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) Tot op heden heb jij, conform afspraak (13 termijnen x € 15.- = € 195.-) op de 26e van iedere maand voldaan. (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat uit deze e-mails het bestaan van een betalingsregeling wel degelijk blijkt. Indien de kantonrechter uitspraak zou doen aan de hand van de gegeven eindbeslissing, zou die uitspraak gebaseerd zijn op een onjuiste grondslag, namelijk op grond van artikel 7:129e BW of 7:129f BW, in plaats van op de overeenkomst inhoudende een betalingsregeling. Daarom acht de kantonrechter zich bevoegd om terug te komen op deze eerdere beslissing. Maar omdat het gewijzigde inzicht van de kantonrechter is gebaseerd op de inhoud van twee e-mails, waarop [eiseres] nog niet heeft kunnen reageren, schrijft art. 19 lid 1 Rv (laatste zin) voor dat [eiseres] eerst nog in de gelegenheid moet worden gesteld om op die twee e-mails te reageren. Weliswaar kan het [gedaagde] worden verweten dat zij die twee e-mails in strijd met een goede procesorde pas zo laat in het geding heeft gebracht, maar de kantonrechter verkiest toch een verlenging van deze procedure boven het risico om een beslissing te nemen op een onjuiste grondslag. De kantonrechter stelt [eiseres] daarom in de gelegenheid om bij akte te reageren op de twee e-mails die [gedaagde] heeft overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Indien de kantonrechter tot het oordeel komt dat partijen werkelijk een betalingsregeling zijn overeengekomen, komen enkel termijnen waarvan komt vast te staan dat [gedaagde] deze niet tijdig heeft betaald en waarmee zij dus in verzuim is geraakt voor toewijzing in aanmerking.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">dinsdag 9 november 2021</emphasis> om [eiseres] in de gelegenheid te stellen om bij akte te reageren op de door [gedaagde] overgelegde e-mails;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2021. (SB)</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_216dacf4-a94a-4b2e-8a03-90c0faba6675" label="1">
    <para> HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2800.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>