<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:3843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-14T16:16:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">84/090262-21 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:3843">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:3843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-14T16:11:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:3843 Rechtbank Overijssel , 14-10-2021 / 84/090262-21 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:3843:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor het frustreren van een faillissement is een 65-jarige man veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur. De man weigerde met de curator mee te werken aan de afwikkeling van zijn faillissement. Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat de man uiteindelijk wel zijn verantwoordelijk nam en volledig openheid van zaken gaf, zowel bij de curator als tijdens het strafproces. Daarnaast heeft de man ook al een periode vastgezeten omdat hij niet meewerkte in het faillissement (faillissementsgijzeling).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:3843:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 84/090262-21 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 14 oktober 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1956 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. C.C.M. Poland en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. S. Melliti, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> in de periode van 8 juli 2014 tot en met 30 juni 2016 heeft geweigerd om aan de curator de vereiste inlichtingen te geven dan wel de curator opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven, terwijl hij in staat van faillissement is verklaard; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> in de periode van 1 juli 2016 tot en met 12 maart 2021 heeft geweigerd om aan de curator de vereiste inlichtingen te geven dan wel de curator opzettelijk onjuiste/onvolledige inlichtingen heeft gegeven, terwijl hij in staat van faillissement is verklaard; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis> op 12 april 2018 opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte bankafschriften van de Neuflize bank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 juli 2014 tot en met </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30 juni 2016 te Hilversum en/of Almere, althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) als degene die op 8 juli 2014 door de rechtbank Midden-Nederland in staat </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van faillissement is verklaard, en wettelijk opgeroepen tot het geven van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">inlichtingen zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of heeft geweigerd </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de vereiste inlichtingen te geven en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gegeven, door de curator in zijn faillissement:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- niet te informeren over zijn ontvangen vergoeding(en) van Nederlandse en </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">buitenlandse [bedrijf] -vennootschappen, en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- niet de volledige informatie, NAW- en contactgegevens van de partij of partijen </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">omtrent het restitueren van diverse aftrekposten die ten laste van de erfenis van de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vader van verdachte zijn gebracht, te verstrekken;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2016 tot en met </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12 maart 2021 te Hilversum en/of Almere, althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) als degene die op 8 juli 2014 door de rechtbank Midden-Nederland in staat </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van faillissement is verklaard, en wettelijk verplicht tot het geven van inlichtingen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of heeft geweigerd de vereiste </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">inlichtingen te geven en/of opzettelijk onjuiste en/of onvolledige inlichtingen heeft </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gegeven, door de curator in zijn faillissement:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- niet te informeren over zijn ontvangen vergoeding(en) van Nederlandse en </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">buitenlandse [bedrijf] -vennootschappen, en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- onjuiste/valse bankmutaties en saldi van bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [rekeningnummer 1] en van bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> van de bank Neuflize OBC te verstrekken;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 12 april 2018 te Hilversum en/of Almere, althans in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse en/of vervalste geschriften als ware deze </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">echt en onvervalst, te weten van (een) bankafschrift(en) van de Neuflize bank (zie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">DOC-032),</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of deze opzettelijk heeft afgeleverd,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde deze bankafschriften geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit te dienen, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op die bankafschriften </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">onjuiste mutaties en/of (een) totaalbedrag(en) en/of contactgegevens van de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medewerker van de bank waren opgenomen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en bestaande dat gebruikmaken en/of afleveren hierin dat hij, verdachte, genoemde </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bankafschriften (per e-mail) heeft verstrekt en/of doen toekomen aan de curator in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijn faillissement, mr. M.H. de Vries,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat deze </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bankafschriften bestemd waren tot gebruik als ware deze echt en onvervalst;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 21 januari 2020 doet curator mr. M.H. de Vries een melding van faillissementsfraude. In de melding staat dat dat natuurlijk persoon [verdachte] (verdachte) bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland op 8 juli 2014 failliet is verklaard, dat het faillissement nog niet is opgeheven en dat verdachte in de periode van 5 september 2018 tot 3 oktober 2018 is gegijzeld, omdat hij geen inlichtingen wilde verstrekken aan de curator. </para>
        <para>Uit het onderzoek van de curator is gebleken dat verdachte inkomsten (uit hoofde van zijn functies als bestuurder en commissaris bij een aantal vennootschappen) en vermogen (uit een erfenis van zijn vader en bankrekeningen in Frankrijk en Turkije) verzweeg. Voorts bleek dat verdachte de curator opzettelijk onjuist heeft geïnformeerd door Franse bankafschriften te verstrekken die niet overeenkwamen met de originele bankafschriften. </para>
        <para>De curator heeft op 12 januari 2021 aangifte gedaan van valsheid in geschrift en het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_6b03b90e-a783-4187-bc63-0a368f07f72a" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1. het proces-verbaal van aangifte en verhoor getuige van mr. M.H. de Vries van 12 januari 2021 (DOC-001);</para>
        <para>2. het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 30 september 2021, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van 8 juli 2014 tot en met 30 juni 2016 in Nederland, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">telkens als degene die op 8 juli 2014 door de rechtbank Midden-Nederland in staat van faillissement is verklaard en wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gegeven, door de curator in zijn faillissement:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- niet te informeren over zijn ontvangen vergoedingen van Nederlandse en buitenlandse [bedrijf] -vennootschappen, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- niet de volledige informatie, NAW- en contactgegevens van de partij of partijen omtrent het restitueren van diverse aftrekposten die ten laste van de erfenis van de vader van verdachte zijn gebracht, te verstrekken;</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van 1 juli 2016 tot en met 12 maart 2021 in Nederland,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">telkens als degene die op 8 juli 2014 door de rechtbank Midden-Nederland in staat van faillissement is verklaard en wettelijk verplicht tot het geven van inlichtingen, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onjuiste en/of onvolledige inlichtingen heeft gegeven, door de curator in zijn faillissement:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- niet te informeren over zijn ontvangen vergoedingen van Nederlandse en buitenlandse [bedrijf] -vennootschappen, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- onjuiste/valse bankmutaties en saldi van bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] en van bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] van de bank Neuflize OBC te verstrekken; </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 12 april 2018 in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vervalste geschriften als waren deze echt en onvervalst, te weten van bankafschriften van de Neuflize bank, en deze opzettelijk heeft afgeleverd, zijnde deze bankafschriften geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, bestaande die vervalsing hierin dat op die bankafschriften onjuiste mutaties en totaalbedragen en contactgegevens van de medewerker van de bank waren opgenomen, en bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, genoemde bankafschriften per e-mail heeft verstrekt aan de curator in zijn faillissement, mr. M.H. de Vries, zulks terwijl hij, verdachte, wist dat deze bankafschriften bestemd waren tot gebruik als waren deze echt en onvervalst.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 194 (oud), 194 en 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 </emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">in staat van faillissement verklaard en wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk verkeerde inlichtingen geven; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">in staat van faillissement verklaard en wettelijk verplicht tot het geven van inlichtingen, weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen geven;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat bij de strafoplegging rekening dient te worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte vanuit emotie heeft gehandeld en niet heeft gehandeld uit geldelijk gewin. Verdachte heeft alles terugbetaald. Hij wilde alleen vertragen. Hij heeft niets achtergehouden of weggesluisd en dat was ook niet zijn bedoeling. Bovendien heeft verdachte inmiddels alle benodigde gegevens voor de afronding van zijn faillissement verstrekt, waardoor geen gevaar voor recidive aanwezig is.</para>
        <para>De officier van justitie heeft eerder toegezegd een taakstraf van 180 uur op te zullen leggen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf gaat een stap te ver, ook gelet op de leeftijd van verdachte. Als de officier van justitie graag een voorwaardelijk deel wil, dan zou er een taakstraf voor de duur van 180 uur, waarvan 90 uur voorwaardelijk, opgelegd kunnen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft, terwijl hij in staat van faillissement was verklaard, in strijd met zijn wettelijke plicht, over een periode van bijna zeven jaar geweigerd om de curator de vereiste inlichtingen te geven en de curator opzettelijk verkeerde, onjuiste en onvolledige inlichtingen gegeven door het verzwijgen van een deel van zijn inkomsten en vermogen. Daarnaast heeft verdachte door hem zelf vervalste bankafschriften aan de curator verstrekt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door het handelen van verdachte is de curator niet goed in staat geweest om het faillissement op een juiste en voortvarende wijze af te wikkelen; verdachte heeft de afhandeling van het faillissement opzettelijk lang gefrustreerd. De curator dient immers zo snel mogelijk een goed inzicht te krijgen in de vermogenspositie van de gefailleerde, alsmede van de rechten en plichten van de schuldeisers en schuldenaren, een en ander ten behoeve van een zo gunstig mogelijke afwikkeling van de boedel. Verdachte heeft de curator opgezadeld met extra werk en de faillissementsboedel daarmee met extra kosten. </para>
        <para>Het gedrag van verdachte is zeer schadelijk voor het onderlinge vertrouwen dat een basisvoorwaarde is voor het goed functioneren van de samenleving, in het bijzonder van het economisch verkeer, waarin schuldeisers erop moeten kunnen vertrouwen dat het faillissement van hun debiteur op een eerlijke wijze wordt afgewikkeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 18 mei 2021, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel het uitgangspunt is. De door de officier van justitie geëiste taakstraf doet daarentegen wel recht aan de bijzondere omstandigheden van deze zaak en de persoon van de verdachte. De rechtbank weegt daarbij in het voordeel van verdachte mee dat hij niet uit was op geldelijk gewin en zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door – uiteindelijk – alsnog alle vereiste inlichtingen te verstrekken, waardoor nagenoeg alle (faillissements)schulden betaald konden worden. Ook ter zitting heeft verdachte een open proceshouding getoond. </para>
        <para>Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de reeds in faillissementsgijzeling doorgebrachte periode.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank passend en geboden een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet geen reden om daarnaast ook nog een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zoals door de officier van justitie is geëist. Uit de houding van verdachte ter terechtzitting leidt de rechtbank af dat verdachte voldoende de ernst beseft van wat hem wordt verweten en dat het een bijzondere casus betreft. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen althans onvoldoende recidivegevaar aanwezig en wordt ‘een stok achter de deur’ in de vorm van een voorwaardelijke straf daarom niet nodig geacht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 22c, 22d en 57 Sr. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 1<emphasis role="italic">, </emphasis>het misdrijf: <emphasis role="bold">in staat van faillissement verklaard en wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk verkeerde inlichtingen geven; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 2, het misdrijf: <emphasis role="bold">in staat van faillissement verklaard en wettelijk verplicht tot het geven van inlichtingen, weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen geven;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 3<emphasis role="italic">, </emphasis>het misdrijf: <emphasis role="bold">opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat twee uren per dag aftrek plaatsvindt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, voorzitter, mr. H. Manuel en</para>
      <para>mr. F.M.A. ’t Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. Potgieter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. F.M.A. ‘t Hart is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6b03b90e-a783-4187-bc63-0a368f07f72a" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de FIOD/Belastingdienst, met nummer 69204 (onderzoek Borrika). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>