<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:3151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-09T14:26:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/125847-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:3151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:3151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-09T14:15:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:3151 Rechtbank Overijssel , 04-08-2021 / 08/125847-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:3151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De raadkamer oordeelt dat een bezwaarschrift tegen het horen van twee getuigen niet-ontvankelijk is. De rechter-commissaris wees het verzoek van de verdediging om deze twee getuigen te horen toe. Het nadien ingediende bezwaar van de verdediging gaat over de invulling van het verhoor, hoe de getuigen worden gehoord, en daar biedt de wet geen mogelijkheid voor.</para>
        <para>Omdat bij het verhoor de verdediging aanwezig kan zijn en vragen (doen) stellen is het ondervragingsrecht in beginsel gerespecteerd. </para>
        <para>De officier van justitie had gevraagd om het verhoor door gespecialiseerde rechercheurs te laten doen omdat het om kwetsbare getuige/slachtoffers gaat.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:3151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/125847-21 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bezwaarschriftnummer: 21/10543</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de meervoudige raadkamer op het bezwaarschrift op grond van artikel 182 lid 6 Sv van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende [woonplaats] ,</para>
      <para>thans verblijvende in de PI Lelystad,</para>
      <para>verder te noemen: klager, bijgestaan door mr. M.G.J. Plat,</para>
      <para>advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is op 15 juli 2021 op de griffie van de rechtbank ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is behandeld op de niet openbare terechtzitting van de raadkamer van </para>
      <para>4 augustus 2021. </para>
      <para>Bij de behandeling zijn de officier van justitie en – via een Skype-verbinding - verdachte en de raadsvrouw gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier in de strafzaak tegen verdachte.</para>
      <para>De raadkamer heeft ook kennisgenomen van de bij het kabinet van de rechter-commissaris strafzaken in deze rechtbank ingekomen schriftelijke reactie van de officier van justitie op het verzoek ingevolge artikel 182 Sv van de raadsvrouw, de beschikking van de rechter-commissaris op het verzoek op grond van artikel 182 Sv en de ter zitting door de raadsvrouw overgelegde pleitaantekeningen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten van klager en de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij een op 15 juni 2021 gedateerd verzoek aan de rechter-commissaris, heeft de raadsvrouw van verdachte verzocht om in de strafzaak tegen verdachte onderzoekshandelingen te verrichten, te weten: het horen van een tweetal getuigen, waarbij de raadsvrouw deze getuigen diverse vragen wilde stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bij emailbericht van 24 juni 2021 laten weten dat hij zich niet verzet tegen het horen van bedoelde getuigen, maar uitsluitend indien deze – naar het oordeel van het Openbaar Ministerie - kwetsbare getuigen en tevens slachtoffers op basis van artikel 177 Sv verhoord worden  door gespecialiseerde rechercheurs in een studioverhoor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris heeft het verzoek tot het horen van de getuigen bij beslissing van 13 juli 2021 toegewezen, en tevens bepaald dat het verhoor van deze getuigen zal plaatsvinden in een studio door daartoe gespecialiseerde rechercheurs onder supervisie van de rechter-commissaris die toekijkt in het bijzijn van de advocaat en de officier van justitie in de regieruimte. De rechter-commissaris heeft onder meer overwogen dat de verdediging in de</para>
      <para>gelegenheid zal worden gesteld om op voorhand vragen op schrift aan te leveren, het verhoor</para>
      <para>te observeren en daar waar zij dit nodig vindt aanvullende vragen te laten stellen, waarbij de</para>
      <para>rechter-commissaris van oordeel is dat de belangen van de verdediging niet worden geschaad</para>
      <para>door deze wijze van verhoren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie kan zich, samengevat, vinden in het oordeel van de rechter-commissaris.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De ontvankelijkheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. In artikel 182 lid 6 wetboek van Strafvordering staat echter dat “<emphasis role="italic">indien de rechter-commissaris weigert de door de verdachte gewenste onderzoekshandelingen te verrichten, kan de verdachte binnen veertien dagen een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank”</emphasis>. In onderhavig geval is sprake van een verzoek tot het horen van twee getuigen en heeft de rechter-commissaris dit verzoek toegewezen. Het bezwaarschrift ziet op de invulling van de wijze waarop de getuigen worden gehoord. De wet biedt geen mogelijkheid in dergelijke gevallen bezwaar te maken en de raadkamer acht het bezwaar dan ook niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wel merkt de rechtbank – ten overvloede - nog het volgende op. Bij het horen van getuigen door de rechter-commissaris mag de verdediging in beginsel aanwezig zijn en vragen (<emphasis role="bold">doen</emphasis>) stellen aan de getuige.<footnote-ref linkend="_30cf6f40-ba53-4621-9c17-e591031d924c" /> De in deze procedure bestreden beslissing van de rechter-commissaris is daarmee niet in strijd.<footnote-ref linkend="_e413768b-a080-4b84-a217-b392cb8c3ff9" /> Daarmee is in beginsel het ondervragingsrecht gerespecteerd. E.e.a. neemt echter niet weg dat de rechtbank ‘the overall fairness of the criminal proceedings’ in het oog dient te houden.<footnote-ref linkend="_5840bf29-585b-4bf5-9259-ab0a09839037" /> De rechtbank moet, voordat zij einduitspraak doet, nagaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.<footnote-ref linkend="_4d3dcad3-358a-4ce3-a7f5-c64e703a7910" /> In dat kader (en ook gelet op het feit dat de verdediging ook tijdens het onderzoek ter zitting verzoeken kan doen tot het (opnieuw) horen van getuigen) kan ook in een latere fase de vraag aan de orde komen of de verdediging met de wijze waarop het betreffende studioverhoor heeft plaatsgevonden ‘an adequate and proper opportunity to challenge and question a witness against him’<footnote-ref linkend="_6115d60c-7c2c-4e73-a20a-4b9f7bb7bbbc" /> heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer is op grond van het voorgaande van oordeel dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 4 augustus 2021 door mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, mr. R. ter Haar en mr. L. Post, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_30cf6f40-ba53-4621-9c17-e591031d924c" label="1">
    <para> Zie ook art. 186a Sv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e413768b-a080-4b84-a217-b392cb8c3ff9" label="2">
    <para> Zie daartoe hetgeen onder 2. is weergegeven betreffende de beslissing van de r-c.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5840bf29-585b-4bf5-9259-ab0a09839037" label="3">
    <para> EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10 (Schatschaschwili tegen Duitsland), § 101. Zie voorts pp </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d3dcad3-358a-4ce3-a7f5-c64e703a7910" label="4">
    <para> HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576 (‘post-Keskin’). Daarbij kunnen overigens ook de belangen van de getuigen/slachtoffers worden meegewogen (Vgl. Gäfgen v. Germany, no. 22978/05, §§ 163 and 175: “<emphasis role="italic">including the way in which the evidence was obtained, having regard to the rights of the defence but also to the interest of the public and the victims in seeing crime properly prosecuted</emphasis>”</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6115d60c-7c2c-4e73-a20a-4b9f7bb7bbbc" label="5">
    <para> EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10 (Schatschaschwili tegen Duitsland), § 105: “(...) <emphasis role="italic">the use as evidence of statements obtained at the stage of a police inquiry and judicial investigation is not in itself inconsistent with Article 6 §§ 1 and 3 (d), provided that the rights of the defence have been respected. As a rule, these rights require that the defendant be given an adequate and proper opportunity to challenge and question a witness against him - either when that witness is making his statements or at a later stage of the proceedings</emphasis>”. Vgl. ook § 56 van de uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>